Mexico.

Ruim 3 weken hebben we na ons Afrika-avontuur vakantie gevierd in Nederland. Een heerlijke tijd samen met ouders, familie en vrienden. Wat was het fijn om weer even te genieten van al die gezelligheid. We werden ongelofelijk verwend, de kilo’s vlogen er weer aan, het was tijd om aan ons nieuwe avontuur te beginnen!


Vrijdag de 13e werd onze vertrekdatum naar Mexico, een mooie datum voor een nieuwe start, in een nieuw continent.
We hadden een prima vlucht, na een korte tussenstop in Lissabon, landen we ’s avonds om 22.00 uur plaatselijke tijd in Cancun. Het tijdsverschil met Nederland is 7 uur dus voor ons gevoel was het al lang na middernacht. We hadden door onze late aankomst thuis al een hotel geboekt, vlakbij de luchthaven. 24.00 uur was onze uiterste inchecktijd, we dachten nog net tijd genoeg te hebben om onze fietsen weer rijklaar te maken en de 5 kilometer naar het hotel te kunnen fietsen. Helaas duurde het zo lang voordat onze bagage en fietsen van de band kwamen, dat dat niet meer ging lukken.
We liepen naar buiten en de warmte viel over ons heen, het zweet stond op onze voorhoofden. Gelukkkig konden we nog een taxibusje regelen zodat we net voor 24.00 uur konden inchecken. Wat een heerlijkheid om dan je bed in te duiken!


De volgende ochtend hadden we alle tijd om onze fietsen uit te pakken en weer rijklaar te maken. We hoefden pas om 12.00 uur uit te checken.
We deden wat boodschapjes en kochten een simkaart voordat we rond de middag op pad gingen. De lucht werd steeds dreigender en donkerder, nog maar net een aantal kilometers onderweg of we kregen onze eerste tropische bui over ons heen. De regen stroomde over de straten. Heel erg is het niet, de regen is gewoon warm.
We zullen hier in onze weken in Mexico vaker mee te maken krijgen, we starten in de regentijd.
Na 50 kilometer kwamen we aan in Playa del Carmen, een mooi ritje om mee te beginnen, goed om te wennen aan de warmte en de hoge luchtvochtigheid.
We vonden een leuk plekje bij een familiehotelletje, midden in het centrum. Nu waren we écht in Mexico, we hoorden Mexicaanse muziek en zagen de leuke stalletjes vanaf ons balkon. Welkom in Mexico!

We zouden vanuit Mexico met een aantal dagen richting Belize kunnen fietsen maar we willen graag eerst meer zien van het schiereiland Yucatan voordat we naar Belize gaan.
Yucatan staat bekend om zijn prachtige stranden en de vele Mayatempels. Daarnaast zijn er meer dan 1000 cenotes; ondergrondse grotten waar je vaak kunt snorkelen en zwemmen.
Mooie vooruitzichten voor de komende weken in Mexico.
We vervolgden onze route van gisteren langs de kust richting Tulum. We vonden een prachtig plekje voor onze tent op Playa Roca met een geweldig uitzicht op de felblauwe zee. Dit zijn de juweeltjes om te kamperen!


Het werd een warme, zwoele nacht in onze nieuwe tent, het blijft ook ’s nachts erg warm in Mexico.
De volgende dag gingen we op pad naar Mayastad Coba. Deze Mayastad heeft meerdere ruïnes met Nohoch Mul als hoogste in dit gebied.
We hebben uren rondgewandeld langs de indrukwekkende tempels, heel bijzonder om een indruk te krijgen van de mooie Mayacultuur.
Natuurlijk wilden we ook graag één van die vele cenotes bezoeken. We fietsten naar Cenote Cuytun, een indrukwekkende cenote waar het zonlicht als een prachtige straal naar binnen valt. Het was heel bijzonder om in de prachtige grot te zwemmen met die zonnestraal naast je. Het water is kristalhelder en de visjes zwemmen om je heen. Een prachtige ervaring.

Na geweldige Mayastad Coba stond ons volgende hoogtepunt alweer op het progamma: Chichén Itzá.
Chichén Itzá is onderdeel van de Unesco werelderfgoedlijst én uitgeroepen tot één van de zeven wereldwonderen. Bij vertrek ’s ochtends was het al drukkend warm. De afgelopen dagen waren mooi droog en zonnig geweest, nu waren er weer buien opkomst.
Na 45 kilometer  kwamen we aan bij de ingang van Chichén Itzá. Tot onze verbazing werden we staande gehouden en mochten we niet naar binnen. We kregen te horen dat er een orkaan opkomst was en dat alles uit voorzorgsmaatregelen al gesloten was. We wisten dat er veel regen en harde wind was voorspeld maar van orkaan Grace waren we niet op de hoogte.
Dat hield in dat we een veilige plek voor de komende 2 dagen moesten zoeken om hopelijk daarna alsnog Chichén Itzá te kunnen bezoeken. De tent opzetten was nu geen optie.
We vonden gelukkig een gezellige ‘casa’ bij een lieve familie. Mooi beschut, waar we op een lekker plekje de orkaan konden afwachten. We wisten niet goed wat we ervan konden verwachten.
De volgende ochtend was het nog aardig rustig, we hadden op het nieuws gezien dat orkaan Grace rond zeven uur aan land zou komen dus het duurde nog tot het einde van de ochtend voordat wij echt in de storm zouden komen.
Tegen elven zwiepten de palmbomen heen en weer, wat ging het tekeer. We moesten echt op onze kamer blijven, buiten kon je niet zijn. Helaas viel de stroom uit en was het gedaan met onze ventilator die het binnen nog een beetje aangenaam maakte. En we hadden geen bereik meer.
In de loop van de middag durfden we ons buiten te wagen en zagen we dat het voor onze deur bezaaid lag met boomtakken en bladeren. Alle winkels waren gesloten, behalve de supermarkt en de bakker.
De volgende dag scheen het zonnetje weer en was de rust weergekeerd en fietsten we naar de ingang van Chitzén Itzá.
Helaas werden we wederom staande gehouden en hoorden we dat die dag alle stormschade opgeruimd zou worden en dat we de volgende dag weer welkom waren.

Na 3 dagen konden we dan eindelijk naar Chitzén Itzá en het was het wachten meer dan waard: het was prachtig! Chichén Itza was één van de belangrijkste steden van de Maya’s, hier bevindt zich de piramide van Kokulcan. Buiten de indrukwekkende piramide is er nog veel meer mooi’s te bewonderen.
Wel was het voor het eerst, sinds we in maart 2020 op de fiets zijn gestapt, weer druk bij het bezoeken van een toeristische trekpleister. Er waren heel veel toeristen.

We vervolgden onze route over kleine weggetjes en kwamen door kleine gehuchtjes met een kerk en een dorpsplein eromheen. Alles in Mexico is fel gekleurd: van de huizen tot de winkels, ze verven alles in leuke felle kleuren. Vaak hangen er ook allerlei vlaggetjes aan kerken en grote gebouwen, super kleurrijk allemaal. Het staat allemaal heel gezellig.
De wereld op de fiets verkennen is zo leuk! Ieder land heeft zo weer zijn eigen gewoontes en dan is het zo ontzettend leuk om dat fietsend door al die dorpjes te ontdekken.
Het leven van alledag trekt aan ons voorbij. De vele fiets- en brommertaxi’s, de kleine ‘gewone’ fietsjes en allerlei kevertjes en andere oude auto’s in allerlei kleuren.
De mensen langs de kant van de weg druk bezig met vlees braden, de vele ijsverkopertjes, de mooie stalletjes met heel veel kleurrijke groenten en fruit, het is een drukte van belang om de kost te verdienen, ieder op zijn eigen manier.
En als we dan ’s avonds in een dorp overnachten, vinden we het heerlijk om nog even het dorp in te wandelen voor een drankje of een tortilla.

Na Mayastad Coba en Chitzén Itzá, stond er na een aantal fietsdagen al weer een andere archeologische vindplaats op ons progamma: Uxmal.
De piramide van de tovenaar is het meest spectaculaire gebouw. Het is een van de weinige piramides met een ronde of eivormige basis. De Vierhoek van de Nonnen is een enorme binnenplaats omringd door vier gebouwen en het Gouverneurspaleis wordt beschouwd als een van de mooiste en interessantste gebouwen in de Maya-architectuur.
Het fijne was dat het hier super rustig was, er waren maar heel weinig mensen en ook heel weinig verkopertjes. We konden heerlijk rondwandelen zonder gestoord te worden.
Een geweldige Mayastad!

Ondertussen waren we schiereiland Yucatan overgestoken en kwamen we aan de andere kant van het eiland in Campeche.
Campeche ligt aan de kust en is een prachtig ommuurde stad. In 1999 is de stad op de werelderfgoedlijst van UNESCO terechtgekomen.
Binnen de stadsmuren bevindt zich het mooie oude gedeelte met ook weer prachtig gekleurde panden.
We vonden een oud hotelletje binnen de stadsmuren en konden ’s avonds heerlijk door de straten slenteren. Uiteindelijk zagen we een hele leuke plek om te eten, op een pleintje naast de kerk. We zaten echt tussen de Mexicaanse mensen, een super leuke ervaring.

Vanaf Campeche gingen we een aantal dagen de kust volgen. We voelden steeds een aangename zeebries tijdens het fietsen en dat was erg lekker, want vooral de middagen zijn super heet! We proberen steeds vroeg te starten maar tegen elven loopt de temperatuur al weer snel op.
We zijn geen moment van de dag droog hier, alles is nat en doorweekt, we zweten wat af op een dag.

Aan de kust vonden we ook weer geweldige plekjes om te kamperen. We waren steeds de enige op het strand en konden vanuit onze tent de zon in zee zien zakken.
In de schaduw, onder een palm, uitzicht op zee, wat wil je nog meer….
Aan deze zijde van de kust waren geen toeristen, het is nog niet ontdekt door het massa toerisme. Die hebben we allemaal achtergelaten rond ons startpunt rond Cancun, Playa del Carmen en Tulum.
Onze nieuwe tent kreeg zijn eerste vuurdoop: ’s nachts kregen we een enorme wolkbreuk boven onze camping en het onweerde gigantisch. Gelukkig weerde de tent zich goed en konden we de volgende ochtend alles nat maar weer goed inpakken.
De wolkbreuk had straten blank gezet, af en toe fietsten we bijna tot aan onze kuiten door het water.

We kwamen door verschillende vissersdorpjes met heel veel vissersbootjes. Bijzonder om te zien hoe ze met allemaal bamboestokken op hun bootje aan het vissen zijn.
We passeerden verschillende lange bruggen, zagen zelfs dolfijnen vanaf een brug en fietsten over eiland Isla Carmen.
Nadat we eiland Isla Carmen hadden verlaten, kwamen we weer aan vaste wal en hebben we de zee gedag gezegd.


Wat volgde was een rit door een geweldig moerasgebied, aan beide zijden van de weg steeds volop water met heel veel vogels. En zo ongelofelijk groen allemaal, wat is dit toch anders fietsen dan ons half jaar in Afrika. Een totaal andere wereld, dat maakt reizen zo leuk!
We kwamen in Frontera en van daaruit gingen we meer dan 100 kilometer twee rivieren volgen. De rivieren kronkelen prachtig door het landschap.
We volgden vanaf de fiets het leven van de mensen die aan de rivier wonen. Het is zo mooi als dat allemaal aan je voorbij trekt. De vele bootjes, kleine winkeltjes, de boeren met wat koeien en een paar kipjes en kalkoenen op het erf. Het is alsof er gedurende de dag een film wordt afgespeeld.
De weg was soms net een gatenkaas maar we slingerden er wel omheen. Geen haast, genietend van alles om ons heen.
Aan het einde van die geweldige dag kwamen we aan in Jonuta. Vanaf Jonuta was het nog maar 100 kilometer naar Palenque. Palenque stond absoluut op ons lijstje om te bezoeken!


Nog één dag fietsen en dan konden we wederom gaan genieten van indrukwekkende Maya-tempels!
Bij aankomst in het dorp Palenque deden we de volgende dag onze boodschappen en toen fietsten we richting ‘Zone Arquelógica’. Palenque is prachtig gelegen in de jungle.
De weg werd rustiger en rustiger, we reden de jungle in. Net voor de toegangspoort vonden we een heerlijke plek, middenin de jungle, om 2 nachtjes te blijven.
We hoorden die nacht en ochtend indrukwekkende geluiden komen uit de jungle. De brulapen maakten een oorverdovend kabaal. We hebben de geluiden opgenomen,  het gaat bizar hard! Heel bijzonder om mee te maken.
We stonden ’s ochtends om 8.00 uur bij de ingang van de ruïnes. En dat was super fijn, het was nog erg rustig. Ook met de hitte is het ’s ochtends vroeg nog een beetje te doen om de ruïnes te bewonderen.
We hebben in alle rust kunnen genieten van de fantastische ruïnes. Het was ook prachtig om in het gebied er omheen te wandelen, dwars door de jungle met vele watervallen.
Wat een oerwoud, wat groen, wat immens!

Voordat we naar Guatemala gaan, willen we eerst graag naar Belize. Dat houdt in dat we eerst weer noordwaarts gaan, eigenlijk weer bijna terug naar het begin van onze route, om naar de grens van Belize te kunnen.
We fietsten eerst druk Palenque uit, voordat we weer op een heerlijke rustige weg kwamen.
Na een kilometer of 30 gingen we via een gravelpad de jungle in. En dat was gelijk het mooiste stuk van de dag. We zagen weer kleine gehuchtjes waar de kippen en varkens rond keuvelden en hoorden de apengeluiden om ons heen.
Helaas draaiden we na 50 kilometer de grote doorgaande weg op. Het bleek een rechte weg waar niet veel te zien was en met veel vrachtverkeer. Het was ondertussen alweer bloedheet en ons water had zich óók aan de temperatuur aangepast…
Een koud drankje kopen lukte niet, er was niets onderweg. Ook het vinden van een overnachtingsplek bleek lastig, er waren geen dorpjes.
Dit was zo’n middag dat het afzien het won van het genieten.
Na 113 kilometer kwamen we helemaal moe en verhit aan in El Agucatal. We zagen een tentje aan de weg met koud water en watermeloen. Wat smaakt dat dan lekker!
Gelukkig was er ook een hotelletje en konden we heerlijk koud douchen.
Het bleef die avond zo heet, dat buiten zitten gewoon nog te warm was. Dan maar binnen bij de fan om het hoofd koel te houden….

Doordat het zo warm is en het in de nachten niet veel afkoelt, kamperen we minder dan we graag gewild hadden. Er is ’s avonds weinig wind en daardoor blijft het in de tent super warm. We liggen te zweten op onze matjes.
Dan is het fijner na een hete dag fietsen ’s avonds te kunnen afkoelen in een kamertje met een fan of airco. Dat slaapt stukken beter. 😉

We zouden de rechte, saaie weg nog een stuk vervolgen maar de volgende dag waren we er na 25 kilometer klaar mee, we hadden tegenwind en vonden dit niet leuk fietsen. We zagen op de kaart een andere kleinere weg, meer kilometers maar vast leuker.
Na 15 kilometer konden we rechtsaf slaan en kwamen we op een mooie weg met prachtige vergezichten. We aten op een leuke plek ons brood en genoten op de achtergrond van Mexicaanse muziek. Dit was weer genieten, daar zitten we voor op de fiets!
’s Middags kwamen we aan in Candelaria, een dorp aan een rivier. We vonden een geweldig kleurrijk hotel, echt een gaaf plekje. We maakten wat foto’s en gingen douchen. Ineens hoorden we een enorme donderslag, het weer was totaal omgeslagen. Het donderde en flitste hevig en toen kwam er een ondertussen bekende wolkbreuk. Waren wij even blij dat we net binnen waren.
Na de bui liepen we het dorp in voor onze boodschappen en hoorden we op de terugweg live muziek. We keken om het hoekje van een soort schuur en belanden in een Mexicaanse ‘kroeg’. Lekker op vrijdagmiddag aan een biertje met live muziek, hoe leuk is dat!

Het lijkt de laatste paar dagen bijna vaste prik te worden, in de namiddag komt er een gigantische bui.
We hadden een soort van natuurcamping op het oog bij een ranch. Het was een prachtig open veld, middenin de bush. Er was een buitendouche en wc, alles super eenvoudig maar helemaal leuk. Er was ook een soort open schuurtje met een paar oude rieten stoelen en een bank.
Net na aankomst brak de hemel open. Wat werden wij blij van dat schuurtje. We hebben er onze tent in opgezet en konden droog eten koken en onze was doen. Super handig!

De volgende dag kwamen we in een klein dorp Nuevo Conhuás, het staat niet eens op de kaart vermeld, zo klein is het.
We hadden gezien dat ze cabanas met een rieten dak verhuren maar dat je er ook je tent mag neerzetten.
Bij aankomst was de lucht zo donker dat we vroegen wat de prijs voor een nacht in een cababas was. Omdat we fietsers waren mochten we er voor de halve prijs eentje huren. We keken naar de lucht en het besluit was snel genomen.
We waren drie dagen voor de bui op onze plek van bestemming, dat ging voor de vierde keer niet lukken.
De volgende dag hebben we voor de eerste bui nog kunnen schuilen, daarna lieten we de bui maar over ons heen komen.
Helemaal nat kwamen we rond 16.30 uur aan in Caobas, in de hoop daar een slaapplekje te vinden. Ondertussen onweerde het ook hevig en mochten we in een winkel schuilen. We vroegen in ons beste Spaans of we hier ergens konden slapen. Er werd wat overlegd en we mochten bij een familie in het huis er tegenover slapen.  Er werd in het schuurtje een slaapkamer vrijgemaakt en we mochten de wasruimte gebruiken. Écht super lief!

Ondertussen waren we bijna in Belize. We fietsten nog één dagje in prachtig Mexico en kwamen aan het einde van de middag aan in Huay Pix, 10 kilometer voor de grens naar Belize.
Onze laatste avond in Mexico konden we onze tent prachtig opzetten bij Laguna Milagros, een super blauw meer bij Huay Pix.
De wind waaide heerlijk, het was een mooie zwoele avond om onze eerste maand in
Midden-Amerika af te sluiten.
We hebben 1900 kilometer genoten van dit kleurrijke land met zijn vriendelijke bevolking. Van de gewéldige Mayacultuur die hier zoveel is terug te vinden, van de cenotes; het zwemmen in een ondergrondse grot en van de overweldigende groene natuur.
Het verschil met Afrika was zo groot, het is zo’n ander continent, dat maakt reizen zo bijzonder en fascinerend!
Op naar ons volgende land: Belize!

Zuid-Afrika.

Vanuit de heerlijke warmte aan de Oranjerivier klommen we onze eerste dag in Zuid-Afrika naar 1000 mtr. hoogte richting Steinkopf. We waren door de Namibiërs gewaarschuwd dat het in de winter zo koud en nat is in Zuid-Afrika. Dat hebben we onze eerste dag gelijk al ervaren…
De route was prachtig, we klommen gestaag over een mooie, rustige asfaltweg richting Steinkopf. De eerste kilometers leken op het ruige landschap van Namibië.
Maar hoe hoger we kwamen, hoe kouder het werd. De laatste kilometers voor Steinkopf werd de lucht steeds donkerder en toen moest na maanden ons regenpak weer te voorschijn komen, onderuit onze tassen. Nat en koud kwamen we in Steinkopf aan, welkom in winters Zuid-Afrika…
Het was hier zeker 10 graden kouder dan bij de Oranjerivier.

De volgende ochtend veranderden we onze kledingstijl: gehuld in lange broek, fietsjas, schoenen en onze handschoenen aan, begonnen we aan onze fietsdag. Dit alles hadden we in al onze maanden in Afrika nog niet aan gehad, maar gelukkig was het droog.
We fietsten door Namaqualand, een prachtig ruig landschap. Het was klimmen en dalen, een schitterende weg. Tijdens een fruitpauze stopte er een auto naast ons. We werden door een echpaar uitgenodigd om in Springbok koffie te komen drinken. Bij aankomst werden we helemaal verwend, we kregen heerlijke warme soep en broodjes. Wat smaakte dat lekker na een koude fietsdag. Tevens kregen we mooie tips voor het vervolg van onze route richting Kaapstad. Wat een gastvrijheid van deze lieve mensen!
Aan het einde van de middag fietsten we naar een camping net buiten Springbok. Ons tentje kreeg weer een prima plekje, zoveel mogelijk  uit de wind. ’s Avonds werden we uitgenodigd door Jason. Jason hadden we eerder ontmoet in Botswana. Hij is met zijn bushcar onderweg van Capetown naar China. Heel toevallig kwamen we elkaar weer tegen op deze camping in Springbok. Heerlijk zittend bij een vuurtje konden we gezellig onze reisverhalen delen. Een super avond!

We vervolgden onze route door Namaqualand, later op de route wilden we naar de kust om van daaruit richting Kaapstad te fietsen.
De ruige, kale bergen maakten plaats voor groene heuvels en bergen. We kwamen terecht in een totaal andere wereld.
Het waren groene heuvels met heel veel ruige rotsen en keien, met af en toe een groene weide met schaapjes en lammetjes.
De afgelopen twee maanden in Namibië waren we gaan houden van het leven in enorme leegtes en de schoonheid van de woestijn. Hier leek het landschap meer op Ierland of de Schotse Hooglanden. Glooiende groene heuvels, ook ruig maar totaal anders dan het desolate landschap van de woestijn.
Ook het weer leek op de Schotse Hooglanden, het was zo veranderlijk als het maar zijn kon.
Soms heerlijk fietsend in het zonnetje, al hoewel de temperatuur meestal niet boven de 15 graden uitkwam, soms trok alles ineens weer dicht en kwamen we in een harde regenbui terecht met heel veel wind.
Dat maakte kamperen een beetje lastiger. Wildkamperen wilden we nu eigenlijk niet meer, daar was het te koud en nat voor geworden. Dan kun je echt nergens schuilen.
Onze tent was ’s ochtends meestal helemaal nat door de regen of door de dauw.
En dan is het best lastig, het is niet fijn om alles zo nat in te pakken.
Niets wilde drogen, de tent niet maar ook onze kleding niet.
De dauw leverde wel prachtige plaatjes op. Het hing ’s ochtends prachtig tussen de heuvels terwijl de zon er doorheen probeerde te prikken: geweldig om te zien.

Aangekomen in Nuwerus, vonden we een plekje bij Hardeveld Country Lodge. Een lodge met vier plekjes om te kamperen. Er stond een keuken tot onze beschikking dus we konden ’s avonds heerlijk binnen zitten om een beetje warm te blijven. De temperatuur zakte steeds tot net een paar graden boven nul dus dan is het heerlijk als je ’s avonds naar binnen kunt.
Er was nog één andere kampeerder met een campervan.
We raakten aan de praat met en het was erg gezellig. Brian was een aantal dagen alleen op stap met zijn camper. Hij woonde dichtbij Kaapstad en wilde er graag een paar dagen tussenuit. Hij ging de warmte en de prachtige natuur bij de Oranjerivier opzoeken.
Brian vertelde dat hij met zijn gezin altijd heel veel gereisd had en vertelde prachtige verhalen! Super leuk om te horen. De volgende ochtend bij vertrek kwam hij ons een briefje brengen met de naam en het telefoonnummer van zijn vrouw. Hij nodigde ons uit om een nachtje bij hun te komen slapen als we in de buurt van Langebaan zouden zijn. Dat zou zijn vrouw erg leuk vinden, zei hij.
We bedankten hem hartelijk voor de uitnodiging en hij vertrok richting de grens met Namibië.
Wij vertrokken die dag richting de kust.
De eerste 27 kilometer fietsten we over gravel, een prachtige route door groene velden en groene heuvels, geweldige vergezichten volgden. Doordat het in Zuid-Afrika zoveel regent, is alles prachtig groen. Een totaal andere wereld dan in Namibië.
Bij aankomst bij een rivier bleek de rivier door de vele regenval buiten zijn oevers te zijn getreden. We moesten daardoor een flinke omweg maken en kwamen net voor donker aan bij de kust in Strandfontein. Een super mooie plek, recht aan zee. We zetten snel onze tent op en hoorden de machtige branding, een geweldig gebrul! Wat slaapt dat lekker na zo’n lange fietsdag.

We hadden een tip gekregen dat je vanaf Strandfontein naar Velddrif helemaal langs de kust kunt fietsen langs een spoorlijn. Dat leek ons een leuke route.
We fietsten de volgende ochtend naar het spoortje waar een breed zandpad naast lag.
Het was super mooi fietsen, we hadden steeds uitzicht over de blauwe oceaan. Af en toe fietsten we langs de wijnranken, dwars door een geweldig natuurgebied waar we herten en struisvogels zagen en langs prachtige witte zandduinen. Het fietste niet snel door de vele kuilen en gaten maar de mooie route maakte alles goed.
Het weer bleef helaas ook aan de kust onvoorspelbaar. Sommige dagen waren lekker en konden we ’s middags nog weer even op korte broek fietsen maar de avonden en ochtenden waren erg fris.
We probeerden ’s avonds meestal een vuurtje te maken en konden ons dan heerlijk warmen bij het knetterende vuur. Lukte dat niet dan zaten we soms in de doucheruimte te koken. Bleven we tóch een beetje warm…😉
De natheid in de ochtend bleef vooral lastig, we kregen onze spullen moeilijk droog. Vaak spanden we tijdens onze lunchpauze een lijntje tussen onze fietsen en hingen we daar de was aan om onze fietsbroeken toch droog te krijgen.

Toen we in Dwarskersbos waren, hoorden we dat de voorspellingen voor de volgende dag ronduit slecht waren. Er werd heel veel regen voorspeld en zelfs storm. Niet echt een dag om te fietsen of te kamperen.
We dachten aan onze uitnodiging die we gekregen hadden om te komen logeren bij de vrouw van Brian. We besloten zijn vrouw te bellen en ze nodigde ons van harte uit om de volgende dag te komen. Kom in de ochtend zei ze, ’s middags wordt het weer écht heel slecht!
De volgende ochtend fietsten we in regenpak naar Langebaan. Het regende en de wind was al behoorlijk. Gelukkig hadden we wind mee en vlogen we de 50 kilometer naar Langebaan over de weg. Om 12.00 uur waren we al in Langebaan en belden we naar de vrouw van Brian. Ze reed ons voor naar hun woning. We kwamen op een geweldige plek met een prachtig uitzicht over de lagune. Lynne is een fantastische vrouw, wat een geweldige ontmoeting.
Ze maakte het openhaardje voor ons aan en terwijl het buiten ondertussen echt stormde en regende, zaten wij heerlijk warm en gezellig bij het vuurtje.
We hoorden ook van haar prachtige verhalen over de vele mooie reizen en zij was minstens zo geïnteresseerd in onze reis. Een hele bijzondere ontmoeting met hele bijzondere lieve en gastvrije mensen.
Brian en Lynne zijn begin zeventig maar nog geweldig actief en jong van geest. Ze reizen veel met de camper, ze zeilen en kanoën in de lagune en Lynne zwemt zelfs iedere ochtend met een aantal andere vrouwen in de lagune. Weer of geen weer, zelfs in de winter… De lagune is hun speeltuin.😉
De volgende ochtend namen we na een heerlijk ontbijt warm afscheid van elkaar. We houden zeker contact!


Op advies van het echtpaar startten we onze fietsdag vanuit Langebaan door West National Park. Een schitterend natuurgebied langs de mooie lagune. Het zonnetje scheen lekker, het was prachtig fietsen.
Na 30 kilometer kwamen we weer op de hoofdweg richting Kaapstad. Het werd alsmaar drukker en drukker op de weg. Dat was weer even wennen, het was al zo lang geleden dat we op drukke wegen hadden gefietst. Gelukkig was er een brede strook waar we prima op konden fietsen.
Net voor Kaapstad stopten we op een camping aan de kust. We hadden al uitzicht op de Tafelberg, alhoewel hij in wolken was gehuld.
We naderden onze eindbestemming en dat gaf een heel bijzonder en spannend gevoel…
De volgende dag fietsten we het laatste stuk via de kustlijn naar Kaapstad, we zagen de Tafelberg steeds dichterbij komen. Echt een fantastisch gezicht. Het was mooi weer, het zonnetje vergezelde ons richting de stad. We zagen veel fietsers en hardlopers en kregen heel veel leuke reacties onderweg, super gaaf! We stopten vaak om foto’s te maken.

Ons einddoel was Kaapstad maar het echte einddoel lag een stukje verderop en dat is Kaap de Goede Hoop op het Kaapse schiereiland. Kaap de Goede Hoop is het meest zuid-westelijke puntje van het continent Afrika. En dat is het echte eindpunt van onze fietsreis in Afrika.
We besloten daardoor om dwars door Kaapstad te fietsen, op weg naar het Kaapse schiereiland. In Simonstown stopten we, daar konden we kamperen. We hadden een prachtige plek met uitzicht over de oceaan. De volgende dag was het nog maar 23 kilometer naar Kaap de Goede Hoop.

Een blauwe hemel vergezelde ons de volgende ochtend richting de Kaap. En dat was heel bijzonder omdat we hoorden dat het de eerste dag was sinds een volle week dat de zon opkwam boven de oceaan, dit moest dus echt zo zijn op onze bijzondere dag!
Door het mooie weer zagen we veel medefietsers op de prachtige Kaap. Het was een waar feest om langs de schitterende kustlijn te fietsen.

Zondag 31 januari begonnen we in Nairobi aan ons Afrika avontuur en nu bijna 10.000 kilometer verder, kwamen we aan op Kaap de Goede hoop. De Kaap waar 2 oceanen samenkomen. Het was een geweldig gevoel om daar te staan, al die kilometers en nu aangekomen bij het eindpunt van het Afrikaanse continent!
Wat is ons Afrika avontuur een speciale fietsreis geworden; zo indrukwekkend, zo overweldigend. Een reis om nooit te vergeten.
Op de terugweg vanaf Cape Point passeerden we ook nog ‘even’ de 27.000 kilometer, wat een feestelijke dag! 🥳 🥳
De kustweg richting Kaapstad was geweldig, een prachtige blauwe oceaan met prachtige hoge golven!


Voor de volgende dag waren de weersvoorspellingen erg slecht: veel regen en storm.
Dat deed ons besluiten om deze feestelijke dag niet in onze tent af te sluiten maar om een kamer te zoeken voor 2 nachten. Net een stukje buiten Kommetjie vonden we een leuke kamer bij mensen thuis. We hadden een prachtig uitzicht over de oceaan en zagen een geweldige zonsondergang. We konden ons niet voorstellen dat het de volgende dag heel slecht weer zou worden…
Maar de voorspellingen kwamen wel uit: we werden ’s nachts al wakker van de wind en de regen. Het kwam met bakken uit de hemel: regen, hagel, wind… Het ijs zat op de ramen.
Wat was het een genot om dan binnen te zijn en niet in ons tentje te zitten…
We mochten fijn in de woonkamer zitten en hadden alle luxe die we ons konden wensen. De hele dag bleef het slecht, alleen aan het einde van de middag werd het even droog. We konden even een frisse neus halen en onze boodschappen halen.


Na weer een onstuimige nacht, wilden we de volgende ochtend graag weer op onze fietsjes stappen voor de laatste kilometers naar Kaapstad.
We vertrokken in regenpak maar al snel kwam het zonnetje te voorschijn en konden we alles uittrekken.
We wilden het laatste stuk naar Kaapstad ook graag langs de kust terugfietsen maar dat lukte helaas niet. We moesten door de Chapmans Peak tunnel maar door de vele regenval was de tunnel gesloten.
Dat hield in dat we het schiereiland via een bergpas moesten oversteken om aan de andere kant terug te kunnen keren naar Kaapstad.
En toen kwamen we rond de middag weer aan in Kaapstad, bij de Waterfront.
Hier sluiten we onze Afrika reis af en gaan we een aantal daagjes genieten van deze mooie stad.

Afrika zit voor altijd in onze harten: al die mooie ontmoetingen, de enorme gastvrijheid, de geweldige schoonheid van de natuur, het fantastische wildlife: een heel bijzonder en fascinerend continent!
We kunnen er als westerlingen veel van leren!

Reizen op de fiets heeft ons leven enorm verrijkt, we hebben zo genoten van onze vrijheid. We willen onze reis erg graag voortzetten op een nieuw continent, we zijn nog niet klaar.
Maar we weten ook dat het nog steeds erg lastig is omdat de grenzen nog veelal gesloten zijn.
Ons eerst geplande doel Indonesië is nog niet haalbaar, Azië heeft de grenzen nog steeds gesloten.
Wel hebben we gehoord en gelezen dat de grenzen in Midden-Amerika weer open zijn.
Dat geeft ons weer een beetje perspectief!

Omdat we vanuit Zuid-Afrika in bijna alle landen bij aankomst in Midden-Amerika 14 dagen in quarantaine moeten, hebben we besloten om eerst terug te gaan naar Nederland.
In Nederland mag je je na 5 quarantaine dagen laten testen bij de GGD en als de test in orde is, zijn we klaar.
We kunnen fijn onze lieve ouders, familie en vrienden weer zien en onze nieuwe reis naar Midden-Amerika voorbereiden.
Tevens kunnen we ons laten vaccineren en er zijn na anderhalf jaar best veel spullen aan vervanging toe..😉
We vliegen aanstaande zaterdagavond naar Nederland en hopen zondagochtend weer op Nederlandse bodem te staan.
Hopend om 3 weekjes later aan ons nieuwe avontuur in Midden-Amerika te kunnen beginnen!

Fantastisch Namibië.

We zijn al 2 maanden in Namibië en dat is veel langer dan van tevoren gedacht. De schoonheid van het land prikkelden al onze zintuigen. Echt terug naar de natuur; iedere dag de zon met de strakblauwe hemel, de volle maan tijdens het wildkamperen, de fantastische sterrenhemel, de wind op je huid, het zand wat overal in doordringt, het vuurtje om ’s avonds warm te blijven, we leefden zo intens! We zijn ongelofelijk gaan houden van dit bijzondere land, het staat met stip op nummer 1!!

Onze dagen aan zee in Swakopmund werden door een woestijnstorm heel bijzonder: een woestijnstorm aan zee. Er hing een wazige, bruine laag boven zee. Net alsof het donker werd maar het was het zand in de lucht. Het dwarrelde overal. In de plaats zelf zaten we aardig beschut maar we hoefden de deur maar uit te gaan en we werden letterlijk gezandstraald. Wat bijzonder om dat mee te maken.
En wat een hitte, het was zo’n ongelofelijke droge, warme wind; je droogt al uit met een stukje wandelen.
Na een paar dagen waren de voorspellingen voor de middag wat beter, het zou rustiger worden. Voor ons de gelegenheid om een stukje te gaan fietsen om te kijken of het te doen was. We kregen de tip om naar Moonlandscape te fietsen. Dit maanlandschap lag 40 kilometer verderop in de woestijn met een mogelijkheid om te kamperen in dat bizarre landschap. We wisten dat we met tegenwind aan onze route zouden beginnen maar dat was gunstig, de volgende dag zou het weer volop stormen en dan konden we voor de wind door de woestijn terug fietsen naar Swapkopmund.
De voorspellingen klopten, het was inderdaad rustiger die middag, het was pittig maar goed te doen. We bereikten om een uurtje of vijf na een geweldige route door het ruige maanlandschap de camping.

Oasis Rest Campsite ligt in een prachtige vallei en daardoor had de wind geen vat  op onze tent en konden we die avond heerlijk rustig doorbrengen. We werden door het personeel uitgenodigd bij het kampvuurtje en konden gelijk van de braai mee eten. Echt super gezellig!
De volgende ochtend klommen we eerst 5 kilometer rustig de vallei uit en bovengekomen belandden we gelijk in een grote zandstorm. Zoveel zand dat we elkaar af en toe gewoon kwijt waren…
Wat een storm, wat een zand maar doordat we voor de wind gingen was het toch te doen.
We hoefden niet te trappen en zoefden met een gangetje van 30 door de woestijn, wat een unieke ervaring! Af en te stopten we om een mooie foto te maken maar we waaiden echt uit ons velletje, werden gezandstraald.
Aangekomen in Swakopmund was alles zand: wijzelf, onze fietsen en al onze tassen.
Wat een natuurgeweld!

De storm was nog niet helemaal uitgeraasd maar het ergste was voorbij en we dachten het laatste stuk langs de kust naar Walvisbaai alvast te kunnen fietsen. Van daaruit konden we dan hopelijk aan onze route door de woestijn richting Solitaire en de wereldberoemde zandduinen van Sossusvlei beginnen.
Het waaide die ochtend echter nog enorm, de weg was helaas afgesloten. De zandduinen lopen tot aan de weg en het zand heeft vrijspel, de weg was niet begaanbaar. Gelukkig werd het na een paar uurtjes beter en konden we alsnog gaan fietsen. Door de noordoosten wind konden we aardig voor de wind Walvisbaai bereiken. We vonden een leuk backpackersadresje bij een vissersman met erg veel verstand van het weer. Wij hadden in de voorspellingen gezien dat het gedaan was met de storm en wilden de volgende ochtend de woestijn intrekken. We hadden boodschappen gedaan en 30 liter water gekocht voor onderweg. Maar de vissersman waarschuwde ons: wacht nog een dag! De storm is aan de kust uitgeraast maar in de woestijn duurt dat nog een dag. Daarna is het verantwoord om te woestijn in te trekken. We luisteren graag naar mensen met ervaring! De woestijn kent geen mededogen.
Dat gaf ons de mogelijkheid om naar de lagune van Walvisbaai te fietsen.
We wisten dat we nog 5 kilometer moesten fietsen om de 25.000 kilometer aan te tikken. We dachten dat dat in de woestijn zou zijn maar nu konden we ons zilveren jubileum vieren in een mooie lagune met prachtige zoutvlaktes en honderden flamingo’s.

15 maanden na ons eerste vertrek uit Nederland, bereikten we de magische grens van 25.000 kilometer.
Wat zijn dat ongelofelijk veel mooie herinneringen en indrukken! Herinneringen aan mooie ontmoetingen en vriendelijke mensen onderweg. Herinneringen aan onze mooie aarde waar we op mogen leven en waar we op de fiets iedere dag zo van mogen genieten. Fietsen geeft zo’n ongelofelijke vrijheid, wat zijn we dankbaar en blij dat het in deze bijzondere tijd toch nog steeds mogelijk is.
Deze maanden zitten voor altijd in ons hart!

En toen was het dan echt zover, onze fietsen waren nog niet eerder zo vol geladen als die ochtend. 30 liter water en veel eten gingen we meesjouwen de woestijn in. Voorlopig absoluut geen asfalt meer, alleen nog gravel. We zouden weer echt op elkaar zijn aangewezen, er was geen teken van leven in dit gedeelte richting Solitaire.
Gelukkig was het eerste gedeelte van de weg prima en konden we een beetje aan onze zware bepakking wennen. We schoten aardig op en rond de middag zagen we een mooi plekje om te lunchen tussen de rotsen. In het kleine beetje schaduw wat er was, zetten we onze stoeltjes en genoten van ons broodje en het uitzicht.
Het was een prachtige tocht met niets dan leegte. Aan het einde van de middag probeerden we een plekje te zoeken voor onze tent maar dat was lastig te vinden. Er was geen beschutting, geen zanddduin te bekennen. We fietsten en fietsten maar door. Na zessen, de lucht kleurde al rood, zagen we na 120 kilometrer een plekje met een paar boompjes. We konden onze tent in een delletje zetten waar de wind geen vat op had.
En als het dan donker wordt en de sterren te voorschijn komen, blijkt onze overnachting een duizend-sterren accomodatie, echt onbetaalbaar! Wat een pracht!

De woestijn blijft steeds maar weer verbazen, het landschap is heel divers. Van volkomen vlak en totale leegte tot ruige rotsformaties met veel klimwerk. Het is een bizarre wereld waar je onderdeel van bent. Je voelt je als mens zo nietig en klein in die enorme woestijn. De uitzichten zijn fenomenaal, puur natuur. Hier is geen mensenwerk aan te pas gekomen.
Maar naast het intense genieten is het ook vaak afzien. Soms zijn de gravelwegen zo slecht en is het zand, keien en wasbord. Is het duwen en trekken met onze volle bepakking.
Maar het genieten wint het uiteindelijk altijd van het afzien, het is uniek om hier te fietsen.

Solitaire is een stukje bewoonde wereld in de woestijn. Even op adem komen op een hele mooie plek. Ton van der Lee, de oprichter van Solitaire heeft er zelfs een boek overgeschreven: een thuis in de Nambische woestijn.
Zo voelde het voor ons ook, na dagen in de woestjn hier even tot rust komen.
Het is een hele leuke kleinschalige plek, je kunt er tanken, er is een klein winkeltje, een lodge en een mooie campsite. Iedereen stopt hier op weg naar of vanuit Sossusvlei voor koffie met hun beroemde appeltaart. Het ziet er geweldig uit met allemaal oude autowrakken, heel mooi gemaakt.
Voor ons was het heerlijk om weer een koud drankje te kunne kopen, om weer te douchen en stromend water te hebben.
En in Solitaire krijgen we dan eindelijk, na ruim 5 weken, ons pakket uit Nederland.
Wat super fijn dat Minggoes weer op een lekkere mat kan slapen en niet meer op de koude grond ligt. En we hebben weer reserve buitenbanden, remblokjes en nog veel andere dingen. Helemaal top!

Na Solitaire is het nog 85 kilometer naar Sesriem. Van daaruit vertrek je naar de wereldberoemde rode zandduinen van Sossusvlei met deadvlei. Volgens zeggen een van de mooiste locaties ter wereld. Normaal is het daar erg druk maar ook nu schijnt het daar bijna uitgestorven te zijn. We waren heel benieuwd!
Het werd weer een dag met heel veel hobbelen en bobbelen over het wasbord. Er was ook veel los zand en dat maakte het extra zwaar. Gelukkig waren de laatste 12 kilometer richting Sesriem geasfalteerd.
Na Sesriem is het nog 65 kilometer naar Sossusvlei maar dat stuk is gelukkig ongerept gebleven, daar kun je niet meer overnachten. De poort gaat ’s ochtends in Sesriem open en dan kun je naar de rode zandduinen rijden. Het mooiste is om met zonsopkomst bij de duinen te zijn, de zon zet de duinen in brand! Echt fantastisch mooi!
Op de motor of op de fiets mag je de laatste 65 kilometer ook niet rijden, alleen met de auto.
We vonden een plekje op de camping en er waren nog een paar andere gasten. We spraken  twee Zwitserse jongens aan en hebben gevraagd of we de volgende ochtend met ze mochten meerijden naar Sossusvlei. En we hadden geluk, het was oke!
Om 6.30 uur verlieten we de volgende ochtend in donker de campsite en stonden we voor de gate. Er was verder niemand. Wetende dat er normaal een hele lange rij auto’s staat, is dat al heel bijzonder.
We reden eerst naar Dune 45, het was al een beetje licht toen we de duin beklommen En als de zon dan opkomt en je daar boven op die duin staat en de zon de duinen in brand zet, wat is dat dan ongelofelijk genieten! Het uitzicht is uniek en fenomenaal. We waren er met 8 mensen, 6 jaar gelden was Jacoline hier ook en beklom ze de duin met honderen mensen, het was file lopen omhoog.
Daarna reden we door naar Sossusvlei en Deadvlei. Ook hier beklommen we eerst weer de duinen om boven een geweldig uitzicht te hebben op Deadvlei. Deadvlei is een wite kleivlakte omgeven door een aantal van de hoogste duinen ter wereld. In de vallei staan dode bomen die de droogte niet hebben overleefd. Dat maakt deze vallei heel mysterieus: de rode bergen met de witte kleistenen vallei en de dode bomen tegen de strakblauwe lucht. Uniek en heel bijzonder. De stilte in de vallei is immens.
Een dag met een gouden gloed!

Na Sossusvlei trokken we verder door de woestijn richting het zuiden. Steeds zorgend dat als er weer ergens een winkeltje was, we voldoende water en eten meenamen voor de dagen die gingen komen. We moesten onze dagen daardoor wel proberen een beetje te plannen anders kwamen we zonder water en eten te zitten.
De route naar Maltahöhe was zo’n route. Het genieten wint het altijd van het afzien maar die dag won het afzien. De weg was zo slecht, we kwamen echt niet verder dan 10 kilometer per uur. En dan gaan de kilometers minder snel dan we gedacht hadden. We dachten in 2 dagen Maltahöhe te bereiken maar we beseften dat we dat niet gingen halen.
En gelukkig komt er dan toch altijd weer wat op ons pad!
We hadden gezien dat er een farm moest zijn met een mogelijkheid om je tent neer te zetten. We kwamen behoorlijk kapot bij de farm aan maar het hek was gesloten. We hebben hard geroepen maar er kwam geen reactie. En ineens zagen we dat er toch iemand was. De farm bestond nog maar vanwege de Covid waren ze vorig jaar gestopt met de camping. Het was een super vriendelijke, gepensioneerde man en hij bood ons een kamer aan om te overnachten. We mochten douchen en de hele keuken stond tot onze beschikking. Wat een vriendelijkheid!
De farm lag op een prachtige locatie, midden tussen de rode bergen. Ons terras, omgeven door koeien en paarden, bood uitzicht op die fantastische bergen. De vermoeidheid viel helemaal van ons af na zo’n geweldige ontvangst.
We kregen voor de volgende dag zelfs eten mee voor onderweg zodat we toch Maltahöhe konden bereiken met een supermarkt. Bijzondere ontmoetingen met bijzondere mensen!

Vanaf Maltahöhe vertrokken we richting Helmeringhausen en Aus. Het bleek een magnifieke route te zijn met vele tafelbergen. Kilometerslang konden we genieten van deze imponerende bergen, het hield niet op.
We hadden de wind mee, het gravel was goed, we bleven maar fietsen en konden genieten van deze tafelkoppen.
Na 125 kilometer vonden we bij campsite Mount D’Urban een fantastische plek voor onze tent, op een heuvel met al die tafelbergen als buren.
Als het vuurtje dan ’s avonds aangaat en we al imposante bergen zien met de miljoenen sterren, weten we dat we verder niets nodig hebben. Hier doen we het voor!

Ondertussen raken we bijzonder verwend met deze manier van fietsen in dit bijzondere land: het alleen zijn op de wereld gevoel, de rust, de fantastische vergezichten, de enorme stiltes. We zeiden tegen elkaar: wat zullen wij weer moeten wennen als we weer in een ‘gewone’ omgeving fietsen, op een ‘gewone’ asfaltweg met auto’s en vrachtauto’s… Dat staat nu zo ver van ons af. Wat zal het een schok zijn met al die geluiden….

Van verschillende mensen hadden we gehoord dat het laatste stuk van onze route, vanaf Rosh Pinah dalend naar Oranjerivier, ook weer erg mooi moest zijn.
Dat deed ons besluiten om onze geplande route naar Noordoewer helemaal te fietsen.
Oranjerivier is de grens tussen Namibië en Zuid-Afrika. Er kronkelt aan de Namibische zijde een weggetje langs de rivier richting Noordoewer, de grensplaats naar Zuid-Afrika die open is.
Daar lag voorlopig ons einddoel, daar wilden we gaan bekijken wat onze mogelijkheden voor het vervolg van onze reis waren.

De voorspellingen over de route klopten helemaal: het was een geweldig mooi stuk. Eerst weer door een soort van maanlandschap dalend naar de rivier en dan zie je daar plots de Oranjerivier. We zagen na maanden weer water in een rivier en water betekent: groen! Groene bomen, struiken en grassen. Een groter verschil is niet denkbaar met de ruige rotsformaties waar we vandaan kwamen. Ook was het hier veel warmer, we zaten nu op zeeniveau en dat scheelde enorm. ’s Zomers schijnt het hier boven de 40 graden te zijn dus dan is er niet te fietsen.
De weg kronkelde leuk met de rivier mee, op en af. Rechts de rivier, links de ruige uitlopers van de woestijn.

Na 2 dagen fietsen langs de rivier zijn we eergisteren aangekomen bij Norotshama River Resort & Campsite. Deze lodge ligt 50 kilometer voor Noordoewer. Het is een weldadig luxe plekje aan de rivier. Ons tentje staat prachtig op het gras aan de rivier. Hier is weer internet en hadden we een rustdag om te bepalen waar onze reis ons brengen gaat.


We zijn nu vijf maanden in Afrika en hebben volop genoten van de verschillende landen, de verschillende gewoontes, het verschillende eten en de verschillende natuur. Dat blijft het mooie van reizen, je wordt steeds weer verrast.
Vijf hele bijzondere maanden die we nooit gaan vergeten. Twee maanden daarvan in Namibië, het land wat ons hart heeft gestolen. Na Mongolië het dunstbevolkte land ter wereld. Wat een rust, wat een ruimte, wat een zand, wat een bergen, wat een verscheidenheid van kleuren, vormen en strukturen. Nooit geweten dat een woestijn zo divers kon zijn.

Gisteren op onze rustdag hebben we besloten om morgen te proberen de grens over te gaan en tóch verder te fietsen naar Kaapstad.
Windhoek was steeds onze poort naar Europa, Lufthansa vliegt rechtstreeks vanuit Windhoek naar Frankfurt.
In Zuid-Afrika is de delta-variant en daardoor moet je bijna altijd 14 dagen in quarantaine in het land van aankomst. En daar zitten we niet op te wachten. Dan maar via Frankfurt naar een andere bestemming vliegen was onze gedachte.
Helaas zijn de besmettingen in de steden van Namibië erg opgelopen en heeft de regering besloten om o.a. de regio Windhoek in lockdown te zetten. Door die opgelopen besmettingen heeft Duitsland Namibië nu als een hoog risicoland geplaatst en mag Lufthansa alleen nog Duitsers vervoeren vanuit Windhoek naar Frankfurt.

Of we de goede keuze maken weten we niet, juist nu hoorden we dat ook Zuid-Afrika  weer in lockdown gaat en er voor de komende 14 dagen weer strengere regels zijn.
Covid is hier niet op z’n retour, maar stijgt juist. Er zijn helaas te weinig vaccins in de derde wereld landen.

En vandaag is het gelukt om de grens over te gaan: we zijn in Zuid-Afrika, ons 17e land! 🇿🇦 🇿🇦 👍Het was allemaal heel goed geregeld, je kunt terplekke een pcr-test doen en we konden wachten op de uitslag. We hebben begrepen dat de regio’s richting Kaapstad open zijn dus we kunnen weer vooruit! Restaurants zijn gesloten maar supermarkten zijn open dus we kunnen zelf koken. Erg fijn om onze reis af te kunnen maken naar Kaapstad, dat was ons einddoel in Afrika.

Wij gaan zien wat onze mooie fietsreis ons brengen gaat.🥳🥳

Namibië.

Namibië staat vooral bekend om zijn prachtige natuur en dat hebben wij ondervonden de afgelopen weken. Het land bestaat grotendeels uit woestijnvlakte. Het heeft de eer om twee verschillende woestijngebieden binnen de landsgrenzen te hebben. In het oosten de Kalahari-woestijn, vanwaar we onze fietsreis vanuit Botswana gaan vervolgen en de Namib-woestijn die strekt tot aan de kust. De Namib-woestijn is de oudste woestijn ter wereld.
Namibië is het dunst bevolkte land ter wereld en ligt aan de Atlantische oceaan. We willen graag vanuit de woestijn een stuk langs de kust gaan fietsen. Dat lijkt ons een bijzondere ervaring, we hebben de zee in Afrika nog niet gezien.

We vervolgden bij aankomst in Namibië onze route op de Kalahari Highway. Het bruine landschap trok zich, net als in het laatste gedeelte van Botswana, nog steeds als een eindeloze vlakte voor ons uit.
Er zijn veel grote boerderijen in dit gebied en omdat het zo uitgestrekt is, hebben de mensen een uithangbord aan de weg staan om aan te geven waar hun boerderij is. Dat kun je vanaf de weg niet zien.
De uithangborden hebben voor ons bekende namen; heel grappig om te lezen. Er wonen hier veel boeren met europese roots; vooral veel Duitsers maar ook Nederlanders en Engelsen.

Onze eerste ‘echte’ plaats in Namibië was Gobabis, hier konden we boodschappen halen voor de komende dagen richting Windhoek, de hoofdstad van Namibië. We vonden de plaats niet bijzonder en zagen dat er 10 kilometer verderop ook een campsite zat. We zijn nog even doorgefietst en kwamen op een prachtige plek. Dat is het mooie hier, je hoeft maar even van de weg af te zijn en je zit gelijk weer midden in de woestijn. We maakten een kampvuurtje en genoten van de heerlijke avond.

Na Gobabis was het 200 kilometer naar Windhoek. En langzaamaan veranderde de omgeving, het werd voor het eerst weer een beetje glooiend en we zagen heuvels. De uitzichten werden ook gelijk veel mooier!
Na 70 kilometer tikten we die dag de 24.000 kilometer aan! Wow, wat hebben we al veel kilometers weggetrapt op deze mooie aarde en wat geeft het ons iedere dag weer een enorme vrijheid, heerlijk! 
In de 200 kilometer naar Windhoek zat geen dorpje of bebouwing. We zagen wel een soort Welkoopwinkel. Een grote schuur op een terrein waar de boeren uit de wijde omgeving hun spullen kwamen kopen. We hebben gevraagd of we ons tentje op het terrein mochten neerzetten en dat was prima. De man wist ook dat er niets was tot aan Windhoek en wilde ons graag helpen. Er stond zelfs een picknickbank, het was een prima plek om te slapen.
Zo hadden we toch weer een veilige plek voor de nacht gevonden.
De laatste 100 kilometer naar Windhoek werd het weer écht klimmen! En wat voelde dat goed na al die eindeloze rechte wegen. Het was een prachtige route, we hadden mooie uitzichten over de omliggende bergen, we genoten volop!


Aangekomen in Windhoek vonden we een geweldig leuk overnachtingsadresje, Xenia Accomodatie, met een super vriendelijke eigenaar. Het is een echt backpackers onderkomen waar ze een paar kamers verhuren maar waar ze ook een aantal ingerichte tenten hebben staan. Wij kozen voor zo’n ingerichte tent met een heus bed erin! Poeh, wat was dat een luxe zeg, slapen in een bed!
In Windhoek bleven we een paar dagen omdat we wachten op een postpakket uit Nederland.
We hebben een beetje pech met onze slaapmatten. Van beide is de mat al eens stuk gegaan maar van Ming is hij voor de tweede keer stuk en zelfs lek! Hij blaast al twee weken een paar maal per nacht zijn mat op maar na een tijdje ligt hij weer op de grond… En dat is hard en koud…🙄
De volgende dag gingen we als eerste naar het postkantoor maar er was helaas nog geen pakket en er was zelfs ook nog geen zicht op wanneer het pakket wel zou komen. Het enige wat we op de ‘track en trace’ zagen was dat het tussen 12 en 31 mei afgeleverd zou worden. Het kon dus ook nog wel een paar weken duren…

Een grote trekpleister in Namibië is Etosha National Park. Etosha staat bekend om haar diversiteit aan dieren en aan de hoeveelheid die je er van één bepaalde soort kunt zien.
Nederland past in Etosha National Park, zo groot is het.
Het ligt een heel stuk noordelijker dan Windhoek. We wilden het park graag bezoeken maar je mag er door de vele wilde dieren niet fietsen dus dan zouden we een gamedrive door het park moeten maken en dat is erg duur. We hoorden dat je ook met eigen vervoer door het park mag rijden. Dat leek ons erg leuk. Dus we bedachten om te fietsen naar Etosha en daar een auto voor een paar dagen te huren. Maar terplekke kun je geen auto’s huren. Dat kon echter wel in Windhoek dus hebben we voor 4 dagen een leuke Suzuki kunnen huren en gingen we een aantal dagen met de auto op pad richting Etosha. Even van de fiets, we gingen even vreemd…😉
We namen al onze kampeerspullen mee zodat we gewoon in ons tentje konden slapen. Een heus weekendje weg met Hemelvaart, écht super leuk!
En we hoopten natuurlijk dat bij terugkomst ons pakket gearriveerd zou zijn!

De volgende ochtend reden we met onze witte Suzuki de stad uit en waren we al snel weer in een prachtig landschap van leegte en weidsheid. We toerden heerlijk op ons gemakje richting Etosha. De boodschappen hadden we voor alle dagen mee dus konden stoppen waar we wilden. (wat past er dan heerlijk veel in een auto…)🙃🙂🙃
In de middag kwamen we aan bij een lodge met 7 eigen kampeerplekjes. We hadden een geweldig uitzicht over de vallei. Er was niemand en we maakten ’s avonds weer een heerlijk kampvuurtje, wat raken we daarmee toch verwend.
We zaten net een stukje voor de ingang van Etosha National Park.
De volgende ochtend stonden we bij zonsopkomst al voor de ingang van het park. We kochten een permit voor 2 dagen en konden gaan genieten van het wildlife.
Wat een begin van ons Hemelvaartweekend!
We zagen gelijk al na de eerste kilometers een giraffe en verschillende zebra’s.
Al toerend verlieten we vaak de doorgaande weg om naar waterholes te rijden. Daar heb je de meeste kans om dieren te spotten. Het is heerlijk om dan je auto stil te zetten en een tijdlang te genieten van de dieren. We zagen honderden zebra’s die net gingen drinken bij een waterhole, hele groepen impala’s, gnoes en springbokken.
In het park zijn 3 campings waar je veilig kunt overnachten. Rond een uurtje of drie kwamen we aan bij Halali Campsite. Bij de camping was een waterhole waar de dieren ’s avonds komen drinken. Je ziet de pikorde bij de dieren, je kunt er uren naar kijken, het is zooooo fantastisch. We zagen 4 neushoorns, 2 koppels die lange tijd bivakkeerden bij de waterhole. Wat een indrukwekkende eerste dag.
De waterholes bij de campsites zijn écht het hoogtepunt van een Etosha safari: het natuurlijk theater wat tijdens zonsondergang en nog lang erna aan je voorbij trekt, het is een fantastisch schouwspel!

’s Ochtends zaten we nog maar net in onze auto of we zagen vlak voor ons een leeuw oversteken. Hij ging heerlijk liggen, zich opwarmend in het ochtend zonnetje. We konden onze auto er vlak naastzetten en volop genieten. Wat een geluk zeg!
We toerden langs prachtige zoutvlaktes, wat een indrukwekkende oneindigheid! Ondertussen staken er groepen zebra’s, wildebeast en impala’s over de weg.
Na de middag reden we nog langs één waterhole voordat we Etosha gingen verlaten. En daar zagen we 15 giraffes, drinkend en wandelend bij de waterhole. Ook de springbokken, wildebeast en zebra’s waren weer van de partij. Wat een geweldige afsluiting van onze safari!
We overnachtten nog op een campsite buiten het park, voordat we de volgende dag weer terugreden naar Windhoek.
We werden bij Xenia verwelkomd met een heerlijk koud biertje, wat is dat leuk terugkomen! Er was ondertussen een Australisch en Zwitsers stel gekomen, het was een gezellige boel.
Ons weekendje Etosha zat er op, we hebben super genoten!

We staan de volgende ochtend al vroeg bij het postkantoor in Windhoek maar helaas er is nog steeds niets veranderd, het pakket is nog steeds onderweg. Dat wordt dus nog even geduld hebben.
We genieten twee daagjes van Windhoek, het is een leuke stad. Niet te groot, alles is overzichtelijk. Er is een hele leuke buurt, Namibia Craft Centre, waar in voormalige fabrieksgebouwen allemaal kleine ateliertjes zijn gemaakt met lokale verkopers. Dat is erg leuk gedaan. Je kunt er ook op het terras even heerlijk koffie drinken met zelfgebakken taart. Het was echt sightseeing Windhoek voor ons.
De eigenaar van onze accomodatie stelt ons voor om weer op de fiets te stappen. We kunnen op het postkantoor regelen dat hij het pakket bij binnenkomst mag afhalen en hij zal het pakket dan later doorsturen naar Swakopmund, wat later op onze route ligt. Super tof dat hij dat wil doen!
We krijgen een aantal goede tips mee, hij heeft zelf drie jaar op de motor rondgetrokken door Afrika en kent dus veel mooie plekken.
Mede daardoor besluiten we onze route te veranderen. We dachten via Windhoek  rechtstreeks naar Swakopmund te gaan maar gaan nu eerst een stukje noordwaarts, via Omaruru en Uis, voordat we naar de kust gaan.
De eerste dag is het nog fietsen op een prachtige doorgaande asfaltweg en kunnen we kamperen bij een leuke camping in Okahandja. Het is een lekker plekje op het gras en met de woestijn in aantocht is dat nog even genieten.
De route is de volgende dag mooi glooiend, we zakken steeds naar de rivier (het zijn nu zandbeddingen, alle rivieren staan droog) en dan weer omhoog. Links en rechts zien we prachtige rotsformaties, een hele mooie omgeving. Het is heerlijk fietsen! In de middag zien we een plek om te kamperen tussen die prachtige rotsen, het is zo’n plek waar we niet aan voorbij kunnen én willen fietsen. Het is ons tentje opzetten en genieten maar…. 😍
’s Avonds maken we een vuurtje en zien we miljoenen sterren, wat een rijkdom!

We draaien de volgende ochtend na 10 kilometer de gravelroad op richting Omaruru, voorlopig is het gedaan met asfalt.
Het wordt een geweldige dag, we hebben de wind in de rug en het gravel is goed te doen. Niet te veel wasbord, we vinden altijd wel weer een gladde baan om te fietsen. Wat is gravel rijden dan toch leuk. Je voelt je veel meer één met de natuur dan op asfalt. Het is een prachtige omgeving, we raken er maar niet op uitgekeken. Wat is Namibië toch mooi.
De uitzichten, de rust, de ruimte, het alleen zijn op de wereld gevoel, heel bijzonder! We gaan steeds meer houden van dit geweldige land.
We zien een mooie plek om onze tent op te zetten in een rivierbedding. Dat zijn handige plekjes in het droge seizoen. Je staat er lekker verscholen en het is vaak mooi vlak. We genieten van de prachtige zonsondergang, staren naar de sterren en de volgende ochtend staan we met zonsopkomst weer op. Wat een leven zeg, meer heb je toch niet nodig?!

Het is de laatste dagen erg warm. ’s Middags is het in de woestijn erg heet, ook koelt het ’s nachts veel minder af. En dat is vreemd voor deze tijd van het jaar (winter), normaal is het in de woestijn overdag wel warm maar zijn de nachten erg koud.
We hebben ons donsjack ’s avonds nu niet meer nodig.

Een harde wind blaast ons de volgende dag voor de laatste 40 kilometer naar Uis.
Na 130 kilometer door de woestijn zien we weer voor het eerst bebouwing.
Uis is een klein gehuchtje in de woestijn. We komen op een prachtige, kleinschalige campsite met een cactussen kwekerij en koffie-café. Echt hele gave plek midden in het zand met heel veel cactussen. Er zijn 5 plekjes om te kamperen en iedere plek heeft zijn eigen douche, wc en buiten keuken. Super mooi gedaan.
Uis ligt in een van de mooiste regio’s van de Namib-woestijn: het adembenemende bergachtige Damaraland. Een niet te missen attractie in dit gebied is de Brandberg, de hoogste berg van Namibië. Wij hebben vanaf ons plekje een fantastisch uitzicht op de Brandberg, waar je van een geweldige zonsondergang kunt genieten.
We hebben een dagje gewandeld in dit spectaculaire woestijngebied. Het is er heet, kaal, ruig en bizar leeg. De kleuren zijn van een bijzondere schoonheid.
Het is niet uit te leggen en ook niet te fotograferen hoe mooi de woestijn kan zijn. Op de foto lijkt alles veel op elkaar maar in het echt is het overweldigend. De warme kleuren van het landschap, de bergen in alle kleurschakeringen, het is ieder moment van de dag weer anders, van vaal geel naar diep rood/oranje.


Vanuit Uis kunnen we via een gravelroad rechtstreeks naar Hentiesbaai aan de kust maar we zien op de kaart ook een klein weggetje dat ten westen van de Brandberg loopt. We gaan kijken of dat weggetje fietsbaar is en besluiten dan of we nog langer in de woestijn blijven of afzakken naar de kust.
We kopen in de kleine supermarkt van Uis voldoende eten (hopen we) en laden onze fietsen vol met heel veel water. Na 20 kilometer komen we bij de splitsing en zien we dat de weg begaanbaar is. We durven de gok te nemen en rijden verder de woestijn in.
We fietsen vervolgens door zo’n overweldigende natuur, het wordt een hele bijzondere ervaring. We hebben elkaar het afgelopen jaar al vaak aangekeken en geroepen: wat geweldig hè! Maar deze dagen hadden bijna iets buitenaards: de schoonheid, de leegte, de uitzichten op de enorme Brandberg, de fenomenale uitzichten, de maanlandschappen, het is niet te vatten in woorden!
We genoten met al onze zintuigen van deze overweldigende natuur. We zochten aan het einde van de middag een plekje om te overnachten, tussen de zandheuvels om een beetje schaduw te hebben na een hete dag fietsen en zetten onze tent op. We kookten bij maanlicht ons potje en zagen miljoenen sterren. We kregen de mooiste zonsondergangen die je kunt bedenken en de zandheuvels stonden in brand!
Onderweg zagen we het hele stuk niemand, we waren echt alleen in die enorme woestijn, twee poppetjes in de leegte….


Het was ook zwaar en afzien: de weg was soms erg slecht, we hadden stukken flinke tegenwind en in de middag werd het enorm heet. Ook waren we bezorgd of we wel voldoende water en eten hadden, gaan we het wel redden tot aan de kust? En is daar wel een mogelijkheid om gelijk weer water te vinden?!?
Maar het voorrecht om hier te mogen fietsen overwint alles!

De laatste ochtend waren we nog 50 kilometer van de kust verwijderd. We hadden elk nog 1.5 liter water over en nog 6 sneetjes brood, dat was alles….
Gelukkig liep de weg dalend richting zee en konden we een aardige snelheid maken over de keien en de hobbels.
En toen zagen we na zeven dagen woestijn in de verte de zee liggen. We voelden ineens over de zandheuvels een frisse zeewind komen. Echt een sensatie, nadat we dagen de warme föhn uit de woestijn hadden gevoeld.
De woestijn loopt gewoon door tot aan de zee. En daar stonden we dan, wat een geweldig gevoel, we hadden het gered: voor ons de Atlantische oceaan, achter ons de woestijn.
We snakten naar een koud drankje en we zagen een bord: share the moment with Coca-Cola. Hoe lekker kan een koud colaatje dan smaken.
En wat was het mooi om die prachtige golven te zien met die heerlijke frisse wind!

Eten was er nog niet maar we hoorden dat er 12 kilometer noordelijker langs de kust een campsite was met een klein winkeltje.
Op weg naar die campsite kwamen we onverwachts over een prachtige zoutvlakte. Een zoutvlakte in de duinen, nabij de zee. We fietsten er dwars doorheen. Wat een kleuren, een fantastisch gezicht!
De campsite lag recht aan zee, we konden weer wat eten kopen en sloten onze indrukwekkende week af met een lekkere strandwandeling.

Het bleef ook langs de kust een bijzondere wereld: fietsen langs de zee; rechts zagen we steeds de hoge golven van de Atlantische oceaan maar het was ook nog steeds fietsen door de woestijn: links, voor en achter ons die eindeloze vlaktes, kilometers lang zonder een teken van leven, het blijft voor ons Hollanders niet te bevatten.
Het bleef ook zwaar, we hadden volle tegenwind en de wind was hard, vooral in de middag wakkerde hij behoorlijk aan. We kwamen niet verder dan 10 kilometer per uur….
Na 2 dagen kwamen we aan in de eerste ‘echte’ plaats aan de kust: Hentiesbaai.
Hentiesbaai bleek een super ongezellige plaats, een soort van industrieterrein in de woestijn met winkels, 2 campings en grote huizen verscholen achter hoge hekken. Totaal geen sfeer maar er was wel een supermarkt en daar waren we hard naar op zoek. We konden onze voorraad weer aanvullen en konden weer vers fruit en verse groenten kopen, heerlijk!
De volgende ochtend was het een kleine wereld, de tent was kletsnat en de zee zat in een dichte mist. Dat hadden we nog niet meegemaakt in Namibië, we genoten al weken van een strakblauwe hemel. Aan de kust trekt het vaak dicht en dan is het ook gelijk erg koud.
Een heel groot verschil met de woestijn.
We pakten onze tent nat in en vertrokken richting Swakopmund. Er was één voordeel, door de mist waaide het veel minder hard dan de afgelopen dagen. We konden lekker opschieten.

Afgelopen zondag kwamen we in Swakopmund aan. Het is een leuke plaats en omdat we hopen dat ons pakket uit Nederland hier uiteindelijk zal arriveren, wisten we dat we hier een aantal dagen zouden blijven. We wilden echt een leuk plekje opzoeken en dat hebben we gevonden!
Het is net zo’n soort plekje als in Windhoek. Een backpackers onderkomen: je kunt er je tentje opzetten, ze verhuren een aantal kamers en er is plaats voor een aantal campertjes. Dat alles in een leuke gezellige tuin met een gezamenlijke keuken.
.
We merken de afgelopen dagen dat het goed voor ons is om even uit te rusten en bij te komen van de inspanningen van afgelopen weken. Straks gaan we weer voor langere tijd de woestijn in om naar de prachtige zandduinen van Sossusvlei te fietsen. Nu is het tijd om even te relaxen.
We wandelen heerlijk langs het strand, genieten van een lekker biertje op een terras en kijken hoe de zon ondergaat in de Atlantische oceaan.
Onze fietsjes en tassen krijgen weer een goede nakijkbeurt na al het gehobbel en gebobbel over de gravelwegen.
En ondertussen is er nog een reden waarom we hier in Swakopmund blijven. We zijn gewaarschuwd dat er vanaf woensdag of donderdag voor een aantal dagen een woestijnstorm opkomst is met windkracht 11 of 12. De wind komt dan vanuit de woestijn en dat gaat gepaard met een verwachte temperatuur van 40/45 graden. Dit schijnt heel bijzonder te zijn voor de tijd van het jaar. (winter)
Je wordt dan echt gezandstraald en dan kun je in de woestijn niet zijn met je fiets en je tentje.
We wachten hier op ons beschutte plekje in de tuin van Swakopmund af wat er gebeuren gaat de komende dagen….

Botswana.

Een klein pontje bracht ons over de Zambezi  naar Botswana, ons volgende Afrikaanse land.
Welgeteld 1 vrachtauto en onze 2 fietsen pastten er op de pont. De mensen van de pont waren weer erg nieuwsgierig naar ons en wilden graag met ons op de foto. Ze konden maar niet geloven dat we op de fiets vanaf Nairobi kwamen…. Uuuhhh…. Nairobi???
We lieten zoals zo vaak, onze fietskilometers zien op ons tellertje. De Afrikanen kunnen zich niet voorstellen waarom je een jaar gaat fietsen. De vraag is dan altijd: voor een goed doel? Of: de overheid betaalt jullie daar dan toch wel voor?
Wat vinden ze ons toch een rare Nederlanders dat we het voor ons plezier doen…

Aan Botswaanse grenszijde kregen we voor het eerst, naast de pcr-test, nog een sneltest.
Na 15 minuten wachten op de uitslag en ons begeerde Botswana-stempel in ons paspoort konden we op de fiets stappen en een nieuw land gaan ontdekken.
We werden door de dames van het grenskantoortje gewaarschuwd: willen jullie op de fiets naar Nata? Er zijn olifanten hier, dat is te gevaarlijk op de fiets. Neem de bus!
De weg tussen Kasana en Nata, een lange eindeloze weg midden in de bush, wordt
‘elephant highway’ genoemd. Rechtdoor, plat, ruim 300 km lang…
Botswana heeft ongeveer 130.000 olifanten, de grootste populatie van deze dieren ter wereld. Ze leven niet in een afgeschermd National Park maar leven vrij in de bush.
De ‘elephant highway’ wordt geacht de weg te zijn waar je de meeste olifanten ziet. En dat hebben we gemerkt….

We kochten in Kazungula eerst weer een nieuwe simkaart en pinden pula’s voor de komende weken in de bush. We zagen een leuk backpackers adresje net buiten Kazungula, dat was een mooi plekje om onze tent neer te zetten voor onze eerste nacht in Botswana.
Voordat we écht op pad gingen op de ‘elephant highway’, wilden we de volgende dag eerst een kort stukje fietsen naar het nabij gelegen Kasana. Kasana biedt toegang tot het Chobe National Park. En dat kun je niet overslaan als je in Botswana bent.
Chobe National Park is een waar natuurparadijs voor dieren en vogels. De Chobe-rivier stroomt door het park en trekt een verscheidenheid aan wilde dieren. Een weelderige vegetatie door de vele waterwegen en eilandjes.
Het was fantastisch om daar ’s middags met een bootje doorheen te varen. Je vaart tussen de poedelende en badderende olifanten, op de oevers van de rivier zie je giraffen, krokodillen, kudu’s, buffels en vele anderen dieren.
En aan het einde van de middag trakteerde de zon ons op een gewéldige zonsondergang boven de Chobe-rivier. Wat een indrukwekkende middag om Botswana te leren kennen!

De volgende ochtend deden we boodschappen voor de komende 3 dagen en gingen we met overvolle tassen vroeg op pad. Om Nata, ruim 300 kilometer verderop, te bereiken hadden we 2 tussenstops nodig om te overnachten.
Het was best een beetje spannend de eerste ochtend. Hoe zou dat gaan als we olifanten zouden zien?!?
Er staan overal borden langs de kant van de weg dat uitstappen voor eigen risico is. En wij waren hier gewoon op ons fietsje….
Na een aantal kilometers zagen we inderdaad de eerste 2 olifanten. Gelukkig is de ‘elephant highway ‘ een brede, rechte weg en kun je de dieren al van verre zien. Ze lopen over de weg en verdwijnen daarna de bush weer in. Je wilt graag foto’s maken maar je durft ook niet te dichtbij te komen.
We wachtten steeds netjes totdat ze overgestoken waren en fietsten dan weer verder.
Één keertje stond er een olifant zo dicht aan de weg, heerlijk etend aan een boom, dat we er niet langs durfden te fietsen. We wachtten net zo lang tot er een auto aankwam en hebben gevraagd of we naast de auto fietsend mochten passeren. Dat ging prima!

Na 110 kilometer kwamen we aan in Panda Rest Camp. Een prachtige lodge met campsite. De wrattenzwijntjes keuvelden heerlijk langs onze tent. Onderweg hadden we maar liefst 8 olifanten gezien, wat zijn het toch imponerende en indrukwekkende dieren!
De volgende dag werd de fietsdag nog langer, we moesten ruim 150 kilometer overbruggen om een campsite te bereiken. Net voor donker fietsten we de zandweg op voor de laatste 2 kilometer naar de campsite. Alleen de hoofdwegen in Botswana zijn geasfalteerd, zodra je afslaat naar een camping, is het duwen en trekken. Je zakt met je fiets diep weg in het mulle zand.
Bij aankomst zagen we dat het kamp prachtig lag rondom een ‘waterhole’ waar de olifanten kwamen drinken. Wat fantastisch om daar de olifanten, giraffen en impala’s vanuit je tentje te zien drinken. Wederom een prachtplek midden in de natuur. Dat maakte onze lange, vermoeiende dag weer helemaal goed.

Aangekomen in Nata kregen we de tip om niet gelijk door te fietsen richting Maun maar om eerst de zoutvlaktes van Nata Sanctuary te bezoeken. En dat was een gouden tip!
Bij de ingang was een campsite dus we konden al onze tassen bij de tent achterlaten en met onze lichte fietsjes richting de zoutvlaktes fietsen.
Wat is dat indrukwekkend fietsen zeg, over die geweldige vlaktes. Onderweg zagen we groepen wildebeast, dravend over de vlakte.
Na een prachtige zonsondergang en de opkomst van de volle maan, kwamen we net voor donker weer bij ons tentje. Écht donker werd het die avond niet: wat een maanlicht, wat een sterrenhemel, fantastisch!

De natuur is ondertussen enorm veranderd, het weelderige groen van Kenia, Tanzania en Zambia heeft plaatsgemaakt voor de woestijn. Wat een vlaktes, wat een uitgestrektheid. Dit is écht Afrika! Fietsen over de eindeloze Kalahari desert van Botswana.

Eigenlijk is Botswana geen fietsland. Omdat het zo dunbevolkt is, (het is maar liefst 16x zo groot als Nederland en er wonen maar ruim 2 miljoen mensen) wonen de mensen veelal
in- en rondom de weinige dorpen en steden die er zijn. Daar buiten is het bush, bush, bush. Dus fietsen is voor de mensen geen optie. In Zambia zagen we vele fietsers, alle schoolkindertjes fietsten naar school maar daar is dit land te uitgestrekt voor.
Het land leeft grotendeels van toerisme en ze hebben geweldige campsites op de meest mooie plekken in de natuur maar gericht op auto-afstanden. Voor ons als fietsers was dat nog wel eens lastig om de grote afstanden tussen de campsites op één dag te overbruggen.

Via de uitgestrekte Kalahari vlaktes bereikten we na 3 dagen Maun. Maun is de toegangspoort tot de Okavangodelta. Het is de grootste binnenlandse delta ter wereld. We wilden dit natuurwonder niet overslaan.
Normaal gesproken is Maun een waar toeristenbolwerk, net zoals Livingstone in Zambia dat is door de Victoria watervallen. Maar ook hier was het nu rustig.
De vele vliegtuigjes en helikopters waarmee over de delta wordt gevlogen, stonden nu veelal aan de grond.
Wij wilden ons graag in een mokoro (kano) door de delta laten varen. Om 7.30 uur stond de auto op onze camping klaar om ons naar de Okavangodelta te brengen. Na een uurtje over de ‘bumpyroads’ door de woestijn kwamen we aan in kleine nederzetting. Het blijft bijzonder dat je dwars door de woestijn in zo’n groene waterrijke delta terechtkomt.
We maakten kennis met onze poler en voeren de delta in. Het is prachtig om zo laag op het water door de groene grassen en waterlelies te glijden.
Na een aantal uurtjes legden we aan bij een eiland en kregen we mooie bushwalk door het prachtige gebied.
Tegen vieren kwamen we in onze mokoro weer terug bij de nederzetting en werden we weer netjes teruggebracht naar onze camping. Het was een heerlijke rustige dag in de natuur, we hebben volop genoten.

Na onze 2 fijne rustdagen in Maun liep onze route via Ghanzi richting de grens van Namibië. We stapten weer helemaal uitgerust op onze fietsen. Ghanzi lag 300 kilometer verderop, we maakten weer 2 lange fietsdagen om slaapplekjes te vinden. En die slaapplekjes zijn iedere keer weer zo geweldig, wat een rust hier!
Langzamerhand wordt het winter in Afrika. De avonden en ochtenden worden erg fris. Het koelt af naar 4 graden. Het is dan heerlijk om ’s avonds een vuurtje te maken om lekker warm te blijven en de sterrenhemel te bewonderen. In de Kalahari woestijn is het écht donker, wat een sterrenpracht! ’s Ochtends verwelkomen we de zon met heel veel enthousiasme, dan worden we langzaam weer warm.

De locale bevolking zien we al met dikke winterjassen en ijsmutsen. Ook voor ons komen de sokken en ons donsjack weer onderuit onze tassen.
Overdag is het strak blauw, we zien al dagen geen wolken. Het is dan rond de 26/27 graden; heerlijk fietsweer. Het blijven gelukkig wel Afrikaanse winters!😉

In Ghanzi kunnen we in het plaatselijke ziekenhuis een pcr-test laten doen voor Namibië. De volgende dag krijgen we de uitslag en kunnen we op pad voor onze laatste 200 kilometer in Botswana.
Buiten bij het ziekenhuis ontmoeten we Youssef uit Marokko. Hij fietst al meer dan 3 jaar door Afrika. Wat heeft hij al veel van Afrika gezien.
’s Middags komt hij ons opzoeken bij onze bushkamp. Youssef is fotograaf en heeft geweldige foto’s en filmpjes van alle Afrikaanse landen. Het is geweldig om zijn verhalen te horen. Hij heeft een drone en laat ons de meest mooie beelden zien, wat is Afrika toch een fantastisch continent!

10 kilometer voor de grens doen we in Charles Hill nog een laatste bezoek aan een supermarkt voor onze boodschapjes voor de komende dagen en dan zijn we in Mamuno, de grensplaats met Namibië.
Na 2.5 week Botswana, komen we aan in ons volgende land: Namibië, ons 16e land!🇳🇦
We hebben genoten van dit uitgestrekte land. Door de enorme afstanden was het soms best afzien. Het is ook zo’n totaal ander land dan Kenia, Tanzania en Zambia. We hadden hier minder ontmoetingen met de plaatselijke bevolking, het vele zwaaien, gedag zeggen en een praatje maken onderweg, gebeurde hier niet; we zagen bijna geen mensen onderweg.
Soms vonden we dat best jammer maar de vele wilde dieren, de rust, de ruimte en de prachtige overnachtingsplekjes midden in de natuur, maakten dit land zo bijzonder voor ons.
Zittend bij het kampvuurtje, starend naar de sterren, de geluiden van de wilde dieren en de vele vogels, wat was dat genieten!!

Botswana, het land van de vele olifanten en de prachtige, uitgestrekte natuur!🐘🦓🦛🦒🦌
❤❤❤

Zambia.

Afgelopen zondagmiddag zijn we aangekomen in Livingstone, de stad nabij de wereldberoemde Victoria Watervallen. Daarmee komt er ook alweer bijna een einde aan ons Zambia avontuur. Morgen fietsen we nog één dag van Livingstone naar grensplaats Kazungula en daar hopen we de grens met Botswana over te gaan.
Een bijzondere grens omdat het een 4-landen punt is, Zambia grenst hier aan 3 andere landen: Botswana, Zimbabwe en Namibië. De grens met Botswana is slechts 150 meter en daarmee de korste grens ter wereld. De Zambezi vormt de grens, we gaan met de ferry naar Botswana.

Het duurde wel even voordat ons Zambia avontuur kon beginnen. We zijn een volle week in grensplaats Tunduma, Tanzania geweest voordat we de grens overkonden. De regering van Tanzania ontkent in zekere mate de Covid-19. Ze zeggen dat er geen corona is in Tanzania. Maar wij moesten in dat land wel een pcr-test laten doen voor Zambia.
Zambia staat heel anders tegenover corona en er worden serieuze maatregelen genomen ter bestrijding van de pandemie.
Via via kregen we contact met een arts en kregen we te horen dat we de test in het plaatselijke ziekenhuis in Tunduma konden laten doen. De testresultaten zouden worden opgestuurd naar Dar es Salaam, de hoofdstad van Tanzania en 2 dagen later zouden we de uitslag krijgen.
Op zondagochtend gingen we naar het ziekenhuis, we kregen het idee dat de arts de test voor het eerst deed, het ging erg onwennig….
Helaas kregen we 2 dagen later te horen dat de test niet goed genoeg was en we opnieuw moesten testen. En om dan de uitslag uiteindelijk ook nog in het engels te krijgen, toen was er zomaar een week voorbij. ‘African time’ zullen we maar zeggen….
Maar na die week konden we dan toch eindelijk naar de grens en toen was het met de juiste papieren een fluitje van een cent. We waren in Zambia!!

We regelden een nieuwe simkaart, pinden heel veel kwacha’s om de komende tijd van te leven en vonden een erg leuk rustig plekje, net buiten grensplaats Nakonde om onze eerste nacht te slapen.
Het grappige was dat we ineens in dezelfde tijdzône als Nederland kwamen te leven. We hadden steeds 2 uur tijdsverschil maar doordat het in Zambia een uurtje vroeger is en jullie in Nederland net dat weekend de klok een uur verzetten, was ons tijdsverschil ineens verdwenen.
Een hele andere wereld, zo’n totaal ander continent, op het zuidelijk halfrond, maar wel dezelfde tijd….😊

Zondagochtend maakten we onze eerste echte fietskilometers in Zambia. De doorgaande weg vanaf de grens was bijzonder slecht. Wat een gaten en kuilen, er stond ons nog wat te wachten verwachten we…. We kochten  bij een stalletje wat fruit en groenten en de dames van de markt waren bijzonder vriendelijk en geïnteresseerd. Een prachtige start in Zambia.

Het noorden van Zambia is ontzettend dunbevolkt. Er zijn bijna geen plaatsen te vinden. Er zit soms meer dan 100 kilometer tussen een volgende plaats. Dat maakte het voor ons best lastig om overnachtingsplekjes te vinden. We fietsten soms lange dagen om iets te vinden. En vonden we een plaats, dan moesten we ook echt voldoende water en eten inslaan om mee te nemen voor de volgende dag, onderweg konden we niets kopen.
Daartegenover stond dat het er één en al natuur is, zo overweldigend, zo mooi! Wat een groene weldaad, wat een bossen, wat een oerwoud. Af en toe zagen we boven de groene rietstengels een paar rieten dakjes uitsteken van de hutjes. Mooi om te zien maar we zagen ook hoe arm het hier is. De mensen hebben echt nog niets, leven rondom hun hutjes, verbouwen wat groenten en dat is het. Ze halen met grote vaten water bij de dichtstbijzijnde rivier en moeten daar soms kilometers voor lopen. En alles gaat op het hoofd, wat is dat toch prachtig om te zien. De mensen zijn ook hier ontzettend vriendelijk en hartelijk. We zwaaien wat af op een dag, de kindertjes rennen naar de weg en roepen ons uit volle borst toe: How are you, how are you?!?
Het leuke van Zambia is dat de officiële taal hier Engels is. De kindertjes leren dus al van kleins af aan engels op school. We krijgen daardoor meer contact met ze dan in Tanzania, waar ze pas op de secundaire school engels krijgen.

Doordat het zo dunbevolkt is in het noorden, is er ook bijna geen verkeer. De mensen die er wonen hebben geen auto, alles gaat te voet of met de fiets. Ook de talrijke brommers en scooters zoals in Kenia en Tanzania zijn hier niet. En dat is voor ons als fietsers heerlijk!!
We hoorden alleen de geluiden van de natuur. Heel af en toe een vrachtauto en dat was het. We genoten van de vele vogelgeluiden, het zijn zulke andere geluiden dan bij ons, prachtig!

Het regenseizoen is meestal eind maart afgelopen maar die eerste dagen in Zambia was dat nog zeker niet het geval. Elke dag fietsten we wel een tijdje in de regen. Soms ’s ochtends vroeg bij vertrek maar ook aan het einde van de middag, net voor we een plekje vonden om te slapen. We kwamen dan als verzopen katjes op de plek van bestemming aan.
We hebben door de regen onze route ook moeten veranderen. De hoofdwegen zijn geasfalteerd en goed te fietsen, de gaten en kuilen kunnen we wel omzeilen maar zodra je de hoofdweg af gaat, is het gebeurd met het asfalt. En dan zie je hoe snel die wegen na een harde bui veranderen in een snelstromende rivier…. het water gutst en stroomt aan alle kanten over de weggetjes.
We wilden graag naar de Chishimba Falls en North Luangwa National Park maar dat was nu met de fietst niet te doen.
We bleven fietsen op de T2 richting het zuiden en omdat het zo’n heerlijke rustige weg was, was dat absoluut geen straf. We moesten het regenseizoen eerst afwachten voordat we een National Park konden bezoeken.

Het is ontzettend leuk dat er zoveel gefietst wordt in Zambia, hier het vervoermiddel bij uitstek. En alles gaat natuurlijk op weer gewoon mee op de fiets: watervaten, zakken vol met houtskool, (soms wel 3 grote zakken op een fiets) bossen aanmaakhout, lange ijzeren staven die gewoon over de weg sleuren en zelfs meubels: stoelen en bedden… We hebben zelfs iemand zien fietsen met een doodskist achterop.
En dan wordt er natuurlijk altijd vrolijk gezwaaid en hartelijk gedag gezegd. Zwaaien is iets van over de hele wereld, mooi is dat.

Bij een bezoekje aan een markt ’s ochtends vroeg, was Jacoline op zoek naar avocado’s. Er is hier heel weinig broodbeleg en avocado’s en tomaat smaken heerlijk op je brood.
Het lukte niet om avocado’s te vinden maar het gonsde over de markt: de mzungu zoekt avocado’s…
We stapten uiteindelijk op onze fiets, toen er na een aantal kilometers opeens een meneer hard voorbij fietste. Hij riep en wij stopten. Hij had een emmer achterop zijn fiets en die zat vol met… jawel avocado’s!! Wat gaaf zeg, dat is nog eens klantvriendelijk.😊

Na de eerste week was het toch echt gedaan met het regenseizoen. Het werd iedere dag heerlijk fietsweer. Het zonnetje, een wolkje en een lekker windje. Niet te heet, zo rond de 25 graden, beter fietsweer konden we ons niet wensen. De ochtenden waren nog lekker fris, zodat we bij een vroege start soms eerst nog even starten met ons windjackje maar daarna was het alle dagen heerlijk fietsen in korte broek en t-shirt. De regenkleding kon eindelijk de tas in, die hadden we niet meer nodig.
Door het mooie weer overdag, werden de nachten ook helder. En wat zagen we een sterrenhemel, waanzinnig mooi om te zien. Er zijn bijna geen plaatsjes, de rieten hutjes hebben geen elektriciteit dus donker is hier ook echt donker. Het is ongelofelijk genieten als je naar boven staart. Het noorden van het land lijkt wel één groot natuurpark.

Ook het kamperen is nu veel fijner geworden, we hoeven niet meer alles nat in te pakken. We rollen ’s ochtends onze tent op en klaar is Kees! Super fijn.
In de middle-of-nowhere waren we op zoek naar een camping. We hadden 12 kilometer over een paadje gehobbeld en moesten volgens onze routeplanner op de plek van bestemming zijn maar we zagen geen camping.
Opeens kwam er een auto aan, die stopte. Het bleken de eigenaren van de camping te zijn. De vrouw stapte uit en vroeg ons achter haar aan te lopen een bergweggetje op. Er waren 3 kampeerplekjes, die prachtig tussen de rotsen lagen. Een geweldige plek, middenin de natuur. Ieder plekje had een eigen gebouwtje met een wc en een buitendouche. En als je de rotsen beklom, zag je op de top een klein zwembadje  met een fantastisch uitzicht over de omgeving. Er was geen elektriciteit dus ’s avonds zaten we heerlijk bij het vuurtje te staren naar de sterrenhemel. Het échte ‘alleen zijn op de wereld gevoel’…
Een betere eindbestemming na een fietsdag bestaat niet!

Ondertussen waren we alweer 11 dagen in Zambia en hadden we bijna 1000 kilometer gefietst door dit mooie land.
Er was veel veranderd onderweg, buiten het weer, was ook de omgeving erg veranderd.
Zoals verteld, is het noorden erg arm. Mensen wonen veelal in hutjes en alles wordt lopend of fietsend vervoerd, er was bijna geen verkeer en het is er erg dunbevolkt.
Maar nu we Lusaka (de hoofdstad van Zambia) naderden, werd het drukker op de weg, we zagen veel meer auto’s. Ook zagen we meer bedrijven langs de weg en mooiere winkels. We zagen zelfs een supermarkt met luxe broodjes en gebak.
Ook de schooltenue’s van de kinderen zagen er verzorgder en netter uit.
Het merendeel van de bevolking lijkt het hier wat beter te hebben.

Ongeveer 1% van de bevoling van Zambia is blank en de meesten wonen in de omgeving van Lusaka.
We zagen hier grote bedrijven met enorme landerijen; grote maisvelden en fleurige zonnebloemvelden.
Wat een verschil met het noorden, het leek af en toe Europa wel…

We kregen via via een uitnodiging van een Nederlands gezin om mee te eten en een nachtje bij hun te slapen. Het gezin uit Nunspeet (ja, vlakbij Putten…) woont sinds 2.5 jaar in Kabwe. Super leuk en bijzonder om ze te ontmoeten.

De familie van Asselt woont met hun 3 kinderen op een gezellige stek met een heerlijke tuin in het centrum van Kabwe. De kinderen kunnen er heerlijk spelen. Achter in de tuin verhuren ze een appartementje wat nu leeg stond en daar mochten wij onze slaapmatjes neerleggen en de nacht doorbrengen.
We hebben een hele mooie en fijne avond samen gehad. Ze kookten lekker voor ons en buiten aan de grote tafel was het erg goed toeven. Ze houden ook van reizen en zijn ook erg sportief. Er viel heel veel te kletsen.
We hoorden dat ze graag meer zingeving aan hun leven wilden geven. Door hun werk als fysio- en manueel therapeut konden ze via een christelijke organisatie aan de slag in Zambia. Ze werken in een kindertehuis voor gehandicapte kinderen, in een hospice en bezoeken mensen in de gevangenis. Wat kunnen ze hier veel betekenen voor de medemens, echt indrukwekkend om te horen!
Het was geweldig om door deze mensen uitgenodigd te worden. Wat staan ze mooi in het leven, fijn om zo even onderdeel van hun gezin te mogen zijn.

Nu het regenseizoen voorbij was, wilden we graag naar de Lower-Zambezi. De Zambezi is geweldig, daar moesten we écht naartoe.
We fietsten eerst dwars door grote stad Lusaka. De hoofdweg door de stad was erg druk met veel vrachtverkeer dus we besloten om de kleine weggetjes door de stad te nemen. En dat was leuk, we fietsten langs vele kleine stalletjes en winkeltjes. Uiteindelijk kwamen we in het rijke gedeelte van de stad en zagen we veel grote huizen en grote hotels. We zagen zelfs een Spar!
We konden op 2 manieren naar de Zambezi, via een doorgaande geasfalteerde weg of via de Leopards Hill road. Dat is een off-road route richting de rivier. We hadden van het Nederlandse stel gehoord dat het een prachtige maar ook heel zware route was. We kozen tóch voor de off-road route. En dat hebben we geweten… Hele stukken moesten we elkaar helpen om de fiets duwend naar boven te krijgen. En steeds dat wasbord, we trilden ons helemaal suf. Maar het was inderdaad een fantastische route: wat een geweldige natuur, dat maakte alles tóch steeds weer goed.


Helemaal moe kwamen we, net voor donker, aan bij een gewéldige plek aan de Zambezi, we hadden het gehaald!
We zetten onze tent op aan de rivier en hoorden de geluiden van de nijlpaarden en de olifanten. Wat en pracht plek, een juweeltje aan de Zambezi!
De dame van de Pakasangano lodge & campsite ging ook nog eens heerlijk voor ons koken, de tafel stond prachtig gedekt aan het water en de kaarsjes branden gezellig. Wat een verwennerij!
We besloten hier een dag te blijven en een kano-safari te gaan maken op de Kafue en Zambezi rivier. De camping zit net bij de splitsing van beide rivieren.
Het was de volgende dag heerlijk wakker worden met de vele mooie geluiden op de achtergrond.
Om half tien stapten we in onze kano. We zien olifanten drinkend langs de oevers, koppels nijlpaarden die lekker in het water liggen te sproeien en heel veel mooie vogels. De dag ervoor was het écht afzien maar nu wisten we weer waarvoor we fietsen. Wat is de wereld toch mooi en wat een tref dat we deze plek hadden gevonden. Verder was er weer helemaal niemand, helemaal het rijk alleen! Hoe bijzonder dat we in deze corona-tijd zo ongelofelijk kunnen genieten van dit mooie continent.

Langzamerhand fietsten we naar het zuiden van het land. We belanden op de T1 richting Livingstone. Het was een mooi geasfalteerde weg en ook nog eens heerlijk rustig. Bovendien was de wind ons dagenlang goedgezind, we fietsten steeds met een lekker windje in de rug richting de Victoria watervallen. De kilometers gleden onder onze trappers vandaan.
In de iOverlander-app hadden we een leuke mogelijkheid gezien om te kamperen in de tuin bij een lodge in het centrum van Choma. Het was een super plekje met geweldige vriendelijke mensen.
We liepen aan het einde van de middag het centrum in en zagen dat de mensen hier langs en aan het spoor leven. Er waren allerlei kraampjes, bedrijfjes en simpele eettentjes. Een hele bijzondere sfeer om zo tussen de lokale bevolking door de straatjes en steegjes te dwalen. Mooi om mee te maken!

Afgelopen zondag kwamen we aan het einde van de middag Livingstone infietsen. Onze fietstocht in Zambia zit er bijna op. Livingstone is een echte toeristenstad maar ook hier was het nu super rustig. De straten leeg en geen toeristen.
Wij gingen op zoek naar een camping helemaal buiten de stad, het moest op een geweldige plek liggen, in het nationale park en nabij de Victoria Falls.
Die gewéldige plek klopte helemaal! Ons tentje staat op een prachtig plekje, middenin het groen. De bordjes op de camping zeggen genoeg: Beware of hippos, beware of elephants…
We horen de geluiden van de vele dieren.

Gisterochtend zijn we naar het plaatselijke ziekenhuis in Livingstone geweest en konden we gelijk getest worden voor onze pcr-test voor Botswana.
’s Middags zijn we naar de watervallen geweest en wat was dat indrukwekkend! Wat een natuurgeweld, wat een schoonheid, echt fantastisch mooi.
In het afgelopen regenseizoen is er in Zambia de meeste regen gevallen sinds de afgelopen 10 jaar. De watervallen zijn daardoor nu nog spectaculairder dan normaal.
Het éne moment zit alles dicht en het volgende moment zie je de geweldige kracht en grootsheid van de watervallen. Het water dendert meer dan 100 meter naar beneden, een oorverdovend kabaal.
En dan steeds die prachtige regenbogen, wat een indrukwekkend schouwspel. We hadden onze regenjassen meegenomen en dat was echt nodig want we werden zeiknat.. maar dat mocht de pret niet drukken.😂
We zijn naar de Victoria Falls Bridge gewandeld, een prachtige oude spoorbrug over de Zambezi. De brug verbindt Zambia met Zimbabwe. Ook van daaruit hadden we nog steeds dat geweldige uitzicht op de Falls.
Wat een dag!

Vanmiddag hebben we de uitslag gekregen van onze pcr-test en morgen wordt nu dus onze laatste fietsdag in Zambia.
We voelen ons zo bevoorrecht dat we dit kunnen doen. De wereld om ons heen nog steeds op slot en toch is in Afrika alles weer open.
Hoe bijzonder is het dat we in deze corona-tijd zo kunnen genieten van onze vrijheid op de fiets.
Dit bijzondere continent met zijn ongelofelijke rijkdom aan natuur en wildlife, zijn ongelofelijke vriendelijke en goedlachse bevolking. Wat zijn we dankbaar!!
Op naar grens met Botswana…….

Tanzania.

Zaterdagmiddag 27 februari maakten we aan het einde van de middag onze eerste fietskilometer in Tanzania. Meer dan die ene kilometer zat er die middag niet in omdat het erg lang duurde voordat we de grens over mochten steken en het daardoor te laat werd om weg te fietsen uit Namanga, de grensplaats. We zochten bij de grens naar een guesthouse, kochten een simkaart en gingen geld wisselen.
We waren in Tanzania, ons 14e land!🚴‍♀️🚴‍♂️ 🇹🇿 Een nieuw avontuur tegemoet, we waren erg nieuwsgierig naar dit Afrikaanse land.


Zondagochtend gingen we op pad naar Longido.
Het was een korte route naar Tembo Guesthouse. Dit guesthouse hadden we in Istanbul al voor één nachtje vastgelegd bij onze visumaanvraag voor Kenia. We moesten een adres doorgeven wanneer we Kenia gingen verlaten.
We hadden vanuit Nederland een pakket naar Tembo Guesthouse laten opsturen en we hoopten dat het pakket ondertussen binnen zou zijn. De slaapmat van Jacoline was stuk en we hoopten nu op een nieuwe mat zodat we weer lekker in ons tentje konden slapen.
Helaas was het pakket bij aankomst in Longido nog niet binnen, we konden maandagochtend bij het postkantoor gaan informeren.
Om 8.00 uur stonden we de volgende ochtend bij het postkantoor maar het duurde tot 9.15 uur voordat er iemand kwam. Tja…. African time; we leren het steeds beter…😉   
Helaas was ons pakket ook nog niet op het postkantoor in Longido en na wat gebel, bleek ons pakket op het postkantoor in Arusha te zijn.    
Arusha lag op onze route dus we besloten om zelf naar Arusha te fietsen om ons pakket op te gaan halen.
De weg was glooiend en het landschap leek eerst nog veel op Kenia. Ook hier nog steeds veel Masai herders met hun koeien, ezels, geiten en schapen. De natuur veranderde richting Arusha National Park: mooie glooiende bergen met op de voorgrond jonge, groene maisplantjes.
Arusha is hét toeristenbolwerk van Tanzania, de plaats waar iedere toerist zijn safari boekt voor de Kilimanjaro, de Serengeti, de Ngorongoro krater of Manyara Lake.
En dat merkten we goed, zodra we de stad infietsten was het gedaan met de rust. Het is net een mierennest, wat een brommertjes, wat een tuks-tuks, wat een taxibusjes….
Zodra ze een mzungu zien, denken ze dat er geld te verdienen is. Gelukkig konden wij al fietsend richting het postkantoor de meeste mensen wel van ons af schudden.
Ons pakket bleek inderdaad in Arusha te zijn, we waren super blij met onze nieuwe slaapmat! (nogmaals dank voor het opsturen Wilma!)

Aangezien we de Kilimanjaro vanaf de Keniaanse kant al zo mooi hadden gezien, besloten we daar niet naartoe te fietsen maar de andere kant op te gaan richting de Serengeti, Ngorongoro krater en Manyara Lake.
Helaas hoorden we dat Tanzania een paar jaar geleden de toegangsprijzen tot de Nationale Parken enorm hebben verhoogd. En die bedragen vonden wij echt niet leuk meer, de entree voor alleen de Ngorongoro krater is $ 80,– p/p en dan moet je nog een auto regelen om erin te mogen, kosten $300,– Dan ben je, plus het bedrag voor de chauffeur, meer dan $500,– kwijt voor 1 dagje….
We lazen dat je rondom het Manyara National Park wel mocht fietsen dus daar gingen we als eerste naartoe.
Omdat we in een toeristengebied fietsten, de safariauto’s kwamen ons steeds voorbij, konden we de eerste nachten steeds op prachtige campings overnachten. Hele mooie plekjes, middenin de natuur, super leuk om er na een dag fietsen onze tent te kunnen opzetten.
Manyara National Park is een geweldig mooi natuurgebied, al klimmend hadden we steeds een prachtig uitzicht over het mooie meer. We trokken echt door de binnenlanden van Tanzania, wat een natuurschoon, wat een weelde om doorheen te fietsen. Het hele gebied romdom het Park gaat klimmend en dalend over rode zandwegen. Het was heel zwaar maar het was er ook zo rustig en stil. Fietsend door de geweldige bergen, uitzichten op de vele groene gewassen en af en toe een paar rode bakstenen huisjes, het was echt genieten geblazen!


Na drie fietsdagen langs Lake Manyara, lieten we het National Park achter ons en kwamen we weer op een doorgaande asfaltweg terecht. We fietsten naar Babati; een leuke, gezellige plaats met weer veel kleurrijke mensen langs de weg. Mannen die buiten achter hun naaimachine kleding zitten te repareren, roepende en spelende kinderen achter rollende fietsbanden met stokjes ( jaja, dat deden wij vroeger ook..) mannen op hun verlengde fiets waar ze echt alles op transporteren, wat is het toch leuk om dat allemaal te bekijken.
En we blijven ook nooit onopgemerkt, binnen de korste keren weet het hele dorp dat er een mzungu is…. En dat wij dan een koppel zijn, dat vinden ze wel heel interessant….
De engelse taal zijn ze in Tanzania veel minder machtig dan in Kenia. We krijgen daardoor moeilijker contact met de kinderen. Als we langs fietsen zijn ze meer bedachtzaam en afwachtender dan in Kenia. Maar als we dan voorbij zijn, beginnen ze te giechelen en te lachen.
Het levert soms ook grappige situaties op: Als wij roepen: Goodmorning! antwoorden de kinderen: I’m fine… 😊

Na Lake Manyara trokken we langzaam zuidwaarts. We wilden eigenlijk niet rechtstreeks via Dorduma naar grensplaats Tunduma fietsen en hadden een mooie route gemaakt om via het oosten naar Tunduma te fietsen. Dat betekende meer kilometers maar we hebben geen haast en we wilden graag dit rustige deel van Tanzania zien.
En daar hebben we geen minuut spijt van gehad. We hebben 2 weken geweldig gefietst in deze streek. Het was een gebied waar volgens ons bijna nooit toeristen komen.
Nog zo ongerept, niet zoals in toeristisch Arusha, waar iedereen wat van je wil en aan je loopt te trekken, maar gewoon hartelijk en belangstellend. Het ‘Karibu’ klonk vele keren per dag: ‘welkom’ in Tanzania.
Er was zoveel natuur, zo ongelofelijk veel ruimte, zo ontzettend veel gewassen, we kwamen ogen te kort. En alles is zo groen, dat hadden we niet verwacht in Afrika.
Maar dat komt omdat we nu in de regentijd zitten. Februari en maart zijn de regenmaanden. In juli en augustus is het echt anders, dan is alles dor, droog en geel.

We gingen de bergen weer in en hadden de mooiste uitzichten over de vele groene rijstvelden, de prachtige maisvelden wuivend in de wind en niet te vergeten de mooie zonnebloemvelden. Geweldige kleuren combinaties samen met prachtige luchten.
In de regentijd komt er ’s middags, vooral in de bergen, vaak een enorme hoosbui. Daarom kan hier natuurlijk ook zoveel verbouwd worden, het is er heel vruchtbaar door de zon én de regen.
Het levert geweldige mooie luchten op,  je ziet de donkere wolken aankomen waar de zon soms toch ook nog even doorheen prikt, een fantastisch schouwspel in het groene landschap met de gele zonnebloemen.
Soms konden we voor een bui schuilen onder een afdakje of bij een huisje maar meestal was er niets en trokken we ons regenpak aan en fietsten we gewoon door. Het is bijna altijd een korte bui en omdat het niet koud is, is het ook niet zo erg. Na een aantal kilometers ging het regenpak weer uit en konden we in korte broek verder.

Fietsend richting Tabora verbaasden we ons over de kwaliteit van het asfalt. We reden over práchtig glad asfalt en dat was best verrassend in zo’n afgelegen, rustig gebied. Er was heel weinig verkeer en vaak fietsten we dan nog over ‘rough roads’.
Ondertussen weten we dat deze wegen door Chinezen worden aangelegd.  Ze zijn in dat hele mooie gebied allemaal nieuwe wegen aan het aanleggen, ook dwars door natuurgebieden. Heel bizar….. Hele stukken was de weg nog ‘under construction’. Het ene moment hobbelden we over de rode zandweg, het volgende moment gleden we over asfalt zo glad als een biljartlaken… En alles wordt ingevoerd: materieel en personeel. Ze wonen in soort kampen bij elkaar. Dat gebeurd nu in vele Afrikaanse landen.

In Tabora zagen we erg veel fietsers, we vertrokken ’s ochtends  met veel medefietsers uit het stadje. Alles wordt vervoerd op de fiets, van potten en pannen tot een bed of zelfs een bankstel. Je kunt het zo gek niet bedenken of het wordt gewoon op de fiets vervoerd.
Onderweg kregen we gezelschap van Saïde, hij fietste een heel stuk met ons mee. Een hele vrolijke man die een aardig woordje engels sprak dus we konden van alles aan hem vragen over Tanzania. En op het moment dat we samen met Saïde fietsten, sprong onze kilometerteller op 20.000 kilometer. Daar moesten we natuurlijk weer even een fotootje van maken!🥳🥳
Super gaaf dat we, na iets meer dan een jaar, al 20.000 super mooie kilometers hebben gemaakt! Saïde kon het bijna niet geloven…..

We maakten lange fietsdagen in deze streek omdat er onderweg heel weinig plaatsjes waren en er dus ook heel weinig overnachtingsmogelijkheden waren.
We kwamen door een aantal prachtige natuurgebieden waar werkelijk niets was. Super mooi om doorheen te fietsen maar we moesten wél zorgen dat we voldoende water en eten meenamen, onderweg konden we niets meer kopen.
En in zo’n mooi natuurgebied begon onze ellende, we werden aangevallen door tseetseevliegen. Wat een ramp zeg, ze prikten gewoon door onze kleding heen. We besloten, ondanks de hitte, om onze regenkleding aan te trekken, we hoopten dat ze daar niet doorheen konden prikken. Al rennend over de weg en de vliegen van ons afslaand, probeerden we ons regenpak aan te trekken. Helemaal ingepakt met alleen onze ogen nog vrij en onze handschoenen aan, gingen we verder. Maar het was zo ontzettend zweten in dat regenpak, bijna niet vol te houden met die hitte. En toen kwam onze redding: we hoorden een vrachtauto aankomen. Hij stopte en we mochten onze fietsen en bagage in de oplegger zetten. Wat een ongelofelijk geluk!! Na 20 kilometer stopte de chauffeur en konden we weer op de fiets stappen, de plaag was voorbij.🙏


Aangekomen in Inyonga zaten we er aardig doorheen. Bovendien kregen we daar van de immigratiedienst te horen dat het erg gevaarlijk is om in dit gebied te fietsen, er zitten leeuwen, luipaarden en hyena’s. Je kunt er eigenlijk alleen veilig met de auto of motor doorheen rijden.
We besloten daarom om de volgende ochtend met de plaatselijke bus naar Mpanda te gaan, we wilden het risico niet nemen dat we oog in oog met een leeuw zouden komen te staan….
Onze fietsen werden op het dak van de bus vastgemaakt, tussen alle andere bagage.
Gelukkig konden we de volgende dag weer veilig op onze fietsjes stappen richting Katavi National Park. Daar vonden we een super mooi plekje aan de Katuma rivier om onze tent op te zetten. Wat een rust en wat een geluiden om ons heen. Er was niemand, we hadden alleen de apen als buren. 😉 En wat een sterrennacht, overweldigend mooi!


In Katavi National Park mag je niet fietsen vanwege de wilde dieren dus hebben we ’s ochtends vroeg een gamedrive gedaan met onze fietsen op het dak van de auto. Dwars door het park naar de uitgang aan de andere kant van het park. Het was een geweldige ochtend: de nijlpaarden lagen heerlijk in de rivier, een groep buffels rustig grazend, vele impala’s die ons pad kruisten en een groep wilde honden die lagen te relaxen. Wat een rijkdom!
Om 10.00 uur stapten we weer op onze fiets en konden we onze route vervolgen. Langzaam maar zeker naderden we de grens naar Tunduma.
Omdat het ook in dit laatste gedeelte van de route één en al natuur was en er bijna geen dorpen waren, maakten we weer lange fietsdagen. Bovendien klommen we vanuit de vlaktes van Katavi National Park richting de 2000 meter hoogte. We genoten van de gewéldige uitzichten in de bergen. Het landschap was weer overweldigend groen en uitbundig. Maar het was ook zwaar. De weg bleef maar op en neer gaan. Telkens was er weer een rivier en daalden we naar beneden,  waarna we ook gelijk weer steil omhoog gingen. Samen met de warmte in de middagen kostte dat heel veel energie.


Afgelopen zaterdag kwamen we aan het einde van de middag moe, maar heel gelukkig na onze prachtige weken in Tanzania, aan in grensplaats Tunduma. Hier hopen we de oversteek naar Zambia te maken maar eerst moesten we weer een pcr-test laten maken. Dat is hier nog niet zo simpel, het kan eigenlijk alleen maar in de hoofdstad en die ligt hier een héél eind vandaan. Gelukkig konden we de test zondagochtend tóch in het plaatselijke ziekenhuisje in Tunduma laten doen en sturen ze de test door naar het ziekenhuis in Dar es Salaam. We hopen de uitslag morgen of overmorgen te krijgen zodat we de grens mogen oversteken naar Zambia. Op naar ons volgende Afrikaanse land!

Kwaheri Kenia.

Gisteren zijn we na 4 mooie, fijne, indrukwekkende en prachtige weken de grens overgestoken naar Tanzania. We gaan onze reis in dit buurland van Kenia vervolgen.
De taal blijft hetzelfde, ze spreken allebei Swahili maar de munteenheid is bijvoorbeed wel anders.
Het is altijd weer spannend en leuk om naar een ander land te gaan, weer nieuwe dingen ontdekken en andere mensen ontmoeten.
Maar grenzen oversteken is in dit Covid-tijdperk niet simpel meer, we moesten uren wachten aan de grens maar het is ons gelukt: We zijn in Tanzania, ons 14e land!

Nadat we via het Victoria Lake het binnenland weer ingetrokken waren, kwamen we aan op de eindeloze vlaktes van de Maasai Mara. Een geweldig indrukwekkend gebied wat we kennen van de prachtige natuurseries op tv: de keniaanse Maasai Mara en de enorme Serengeti in Tanzania. De wegen in dit natuurgebied zijn allemaal zandwegen, wat ook past in deze ongerepte omgeving, maar dat hield voor ons als fietsertjes in dat we 150 kilometer lang hebben gehobbeld, gebobbeld en gestuiterd.
Maar dat was het allemaal dubbel en dwars waard, want het is er onbeschrijflijk mooi. Fietsend langs zebra’s, giraffen, wildebeast, gnoes, struisvogels en honderden impala’s; de olifanten families zien drinkend bij de rivier; het is er zoooo prachtig!


In het gebied zitten alleen een aantal super-de-luxe lodges waar je kunt overnachten, dus we wisten niet goed waar we zouden gaan slapen omdat de tent opzetten in de Maasai Mara geen optie is, dat is te gevaarlijk door alle wilde dieren.
We stonden aan het einde van de middag even stil om te overleggen, toen er een brommertje voorbij kwam. De man stopte en vroeg of we oké waren en waar we gingen slapen. We gaven aan dat we dat niet wisten en hij nodigde ons uit om bij zijn familie de tent op te zetten. Dat aanbod namen we graag aan. We reden achter hem aan naar een geweldige locatie met een fantastisch uitzicht over de Maasai Mara. We mochten de tent naast het huis opzetten en maakten kennis met de Maasai familie. De man had 4 vrouwen dus het was één grote familie met veel kinderen. Wat ontzettend leuk om een avond samen met de familie door te mogen brengen. De man sprak goed engels dus we konden prima samen praten. Het is in Kenia normaal dat als je veel land hebt, je ook veel vrouwen hebt: 4 of 5 vrouwen is heel gewoon. En meestal krijgen de vrouwen ook nog veel kinderen zodat een familie dan zo maar uit 40 personen kan bestaan.
Het nationale gerecht in Kenia is ugali of chapatti. De vrouwen waren ’s avonds in de keuken ugali aan het koken en Jacoline mocht komen helpen. Het hele hutje stond blauw van de rook, de tranen sprongen in je ogen maar het was veel te leuk om in de pot te mogen roeren. Het is overigens super zwaar om te doen, die vrouwen zijn echt sterk!
Nadat het donker werd, werd het vuur aangestoken en zaten we samen rond het kampvuur met heerlijke Afrikaanse thee.
Wat was het een bijzondere ontmoeting met deze eenvoudige mensen met tegelijkertijd hun geweldige rijkdom en kennis. En wat leven ze op een prachtige plek.

We kregen die nacht een geweldige regenbui over onze tent, het hoosde over de vlaktes. Wat kan het in Kenia toch tekeer gaan, heel bizar wat er tijdens zo’n bui naar beneden komt.
Nadat we de volgende ochtend alles nat hadden ingepakt, werden we uitgezwaaid door de familie en trokken we verder over de natte wegen met kuilen, gaten en keien.
Na 150 kilometer kwamen we weer op een doorgaande weg met asfalt en dat was dan toch ook wel weer lekker na al dat geploeter.
De Maasai Mara uitfietsen hield in dat er weer geklommen moest worden. We klommen naar 2300 meter hoogte en hadden weer geweldige uitzichten.
We wilden onze route nu graag richting het zuid-oosten van Kenia gaan verplaatsen maar dat hield ook in dat we toch eerst weer richting Nairobi moesten fietsen. De wegen daar zijn erg druk met een lint van vrachtwagens met rokende uitlaten. Daar hadden we niet zoveel zin in. We zagen boven Nairobi een kleine witte weg op de kaart en namen de gok om die te nemen om de drukke weg te ontlopen.
Dat hobbelpad liep echter zo steil omhoog, dat het fietsend niet meer te doen was en we moesten duwen, trekken en sjorren. Tjonge, en dat op het heetst van de dag, de weg leek wel op een rivierbedding. Het kostte ons ontelbare zweetdruppels….
Maar de omgeving was zo ongelofelijk mooi: zo stil, zo groen, zoveel vogelgeluiden, dat we wisten dat we toch de juiste beslissing hadden genomen door de drukke hoofdweg te mijden.
Na 10 kilometer duwen en trekken kwamen we op het hoogste punt aan in Kimende en besloten we te stoppen. We zagen de donkere wolken alweer aankomen en we waren net op tijd binnen voor weer een geweldige bui.

De volgende ochtend konden we ons harde werken van gisteren gaan omzetten in een heerlijke daling langs de mooiste theeplantages die je je kunt voorstellen. Zo mooi groen, alsof we door het paradijs fietsten. Na de thee kwam de koffie en reden we kilometers lang langs de koffieplantages. Wat een dag, wat een schoonheid, wat een pracht!

We daalden in een paar dagen tijd  van ruim 2600 meter hoogte naar 1200 meter en de natuur veranderde enorm. De super groene omgeving maakte plaats voor drogere gebieden, het werd kaler en vlakker. Het werd daardoor ook veel heter en we kregen last van muggen. Op hoogte zie je ze niet maar nu moesten we echt oppassen. Ondanks dat we sokken en lange mouwen aandeden, werden we alsnog gestoken. Ze prikken gewoon door je kleding heen.

In het zuiden van Kenia ligt de beroemde Kilimanjaro met daarbij Amboseli National Park. In dat park leven heel veel olifanten. Vanuit het oosten wilden we daar graag naartoe fietsen. We zagen een mooie kleine weg op de kaart, die ons er naar toe zou leiden. Maar die weg liep dwars door het park en vervolgde zijn weg aan de andere kant van het park, richting de grens van Tanzania, waar we naartoe wilden. Er is maar één grens open voor toeristen en dat is de grens bij Namanga.
Fietsend mochten we niet door het park omdat er ook leeuwen in het park leven. Maar als we niet door het park konden, moesten we via een omweg eerst weer richting Nairobi fietsen, om vervolgens over een drukke weg naar de grens te kunnen. Dat leek ons niet optimaal.
Bij de ingang van het park zagen we dat er een camping was. We hebben de camping gebeld en gevraagd of ze ons met onze fietsen naar de andere kant van het park konden brengen om onze route te kunnen vervolgen richting de grens. Dat was geen probleem dus konden we de mooie, kleine weg nemen richting Amboseli National Park.
Aangekomen bij de camping zagen we de prachtige ligging. De camping ligt aan de voet van de Kilimanjaro. Vanuit onze tent keken we zo naar die geweldige witte top. We besloten om hier een paar dagen te blijven en te genieten van deze unieke omgeving.
We hadden geluk met het weer: het was mooi helder om de Kilimanjaro goed te kunnen zien. Wat een indrukwekkende berg.
’s Avonds was het volle maan en konden we nog steeds de mooie witte top zien, prachtig!
We bleven maar foto’s maken……

De volgende ochtend bij zonsopkomst bleek dat er een olifant rond de tent had gewandeld, hij was nog binnen de omheining van de campsite. Wow, wat is het gaaf om zo’n geweldig beest van zo dichtbij te kunnen bekijken. Maar spannend was het ook, het blijft toch een wild dier. We zagen aan de houding van de Masai dat ze er niet gerust op waren. Ze vonden het zelf ook prachtig maar zij weten natuurlijk nog veel beter hoe gevaarlijk olifanten kunnen zijn. We probeerden nog een paar mooie foto’s te maken toen de olifant opeens recht op ons af kwam. Dat was het moment dat het sein werd gegeven: rennen!
Wat een opwnding in de vroege ochtend….

De volgende dag gingen we op bezoek in Amboseli National Park. Gelijk na binnenkomst stonden er al vier olifanten heerlijk te drinken bij een watertje, vlakbij onze auto.
Beter begin van de dag kon niet….
We bleven ons die dag verbazen: wat een wildlife in het park. Er is ook een prachtig merengebied waar ongelofelijk veel flamingo’s, lepelaars, pelikanen en andere vogels leven, een waar paradijs voor die dieren.
Vanaf een observatie heuvel kun je prachtig over de vlaktes kijken en de vele olifanten zien poedelen in het waterijke gebied met steeds de Kilimanjaro op de achtergrond. Fantastisch!


Na al dat moois was het de volgende dag tijd om verder te gaan.
’s Ochtends werden onze fietsen opgeladen in de auto en vertrokken we naar de gate. We reden ditmaal rechtstreeks naar de andere kant van het park maar door al de hobbelwegen, konden we toch nog weer 2 uur genieten van de dieren. We hadden zelfs het geluk dat we een groep van 8 leeuwen zagen! Dan begrijp je nog weer beter waarom we niet door het park kunnen fietsen….

Bij de uitgang werd het tijd om onze fietsen weer op te pakken en de laatste 50 kilometer naar de grens te fietsen. 50 kilometer door de bush zonder een dorpje of gehuchtje. Na die laatste mooie kilometers in Kenia zagen we Namanga liggen.
Na 4 weken in een prachtig, gastvrij en bijzonder mooi land te hebben gefietst, is het nu tijd voor een nieuw hoofdstuk: Tanzania, ons 14e land!

2 maart 2020 zijn we op de fietst gestapt en wie had kunnen vermoeden dat we bijna een jaar later op 27 februari 2021 in Tanzania zouden zijn met 19.000 geweldige kilometers op de trappers.
Wat een bijzonder jaar, wat een ondekkingstocht, wat een mooie wereld!

Kenia.

Mzungu, mzungu, how are you?!?
Dit horen we de afgelopen anderhalve week honderden keren per dag.
Zelfs Ming is hier een mzungu…..

Zondagochtend 7 februari kwamen we ’s nachts om half vier aan in Nairobi. Na een prima rechtstreekse vlucht van 6.5 uur, konden we onze bagage en fietsen weer gaan uitpakken. We vonden een mooie rustige hoek in de aankomsthal om de fietsen en de bagage weer klaar te maken voor vertrek. Na een paar uurtjes werk stonden ons fietsjes weer klaar: trappers er weer aan, stuur vast, lucht in de bandjes en de tassen weer aan het frame.
Nadat we Keniaanse Shillings hadden gepind en bij de telefoonwinkel een simkaart hadden gekocht, konden we op pad.
Ondertussen was het licht geworden en fietsten we heerlijk rustig de luchthaven af. Nairobi is een super drukke stad maar nu op dit vroege zondagochtend tijdstip was het heel rustig. We waren moe na de nachtvlucht maar wilden toch graag eerst de stad uitfietsen. We hadden 50 km verderop een klein hostel gereserveerd, buiten de stad om daar lekker uit te rusten.
Nairobi ligt op 1600 meter hoogte en we moesten  klimmen naar 2150 meter. De weg liep heel gestaag omhoog en zo konden we de eerste indrukken opdoen van Kenia. Het was heerlijk weer met een lekker fris windje op die hoogte en we hoorde heel veel gospelmuziek. Er zijn heel veel kerken en van alle kanten hoorden we de muziek. Iedereen op pad naar de kerk of wandelend langs de weg, wat een vrolijkheid.
’s Middags arriveerden we bij het hostel. Er bleken allemaal studenten te wonen. Niemand wist dat we geboekt hadden en na wat rondgebeld te hebben, bleek er geen kamertje meer over te zijn voor ons. Gelukkig mochten we onze tent in hun tuin zetten en zo sliepen we onze eerste nacht in Kenia heerlijk in ons eigen tentje.