blog

Ambon & Java.

Ming had kippenvel toen het vliegtuig landde, we waren op Ambon! Hoe gaaf om op je 56e voor het eerst voet te zetten op Ambon en dit samen te kunnen doen. Dan komt er wel wat emotie om de hoek kijken, heel speciaal!

De vlucht was prima, wat heerlijk eenvoudig om zonder fietsen te reizen. Die hadden we achtergelaten in Surabaya, we gingen een weekje rondtoeren op een scooter!
Met alleen handbagage stonden we in een mum van tijd buiten. Onze week op Ambon ging beginnen!
In de middag tuften we gezellig de eerste kilometers over Ambon.

Ambon is het hoofdeiland van de Molukken en bestaat uit een noordelijk en zuidelijk deel. De mooie baai van Ambon (één van de mooiste ter wereld) splitst de beide delen bijna in tweeeën. We reden over de Jembatab Merah Putih, een hoge brug die beide delen met elkaar verbindt, naar het zuidelijk gedeelte.
We toerden heerlijk een paar uurtjes langs de kust voordat we ons eerste overnachtingsplekje op Ambon gingen zoeken.
We wilden de komende week die voor ons lag het hele eiland rondtoeren, op zoek naar de roots van de familie Lekatompessij.

Ambon is niet toeristisch, niet zoals bijvoorbeeld Bali waar alles helemaal is afgestemd op toerisme. Het is nog heel authentiek, we vonden er weinig invloeden van de westerse wereld. Er zijn daarom maar weinig hostels en homestays. Het bleek nog best lastig om iedere dag een ander plekje te vinden. In Ambod-stad zitten genoeg hotels maar het eiland rondtoerend zijn er hele stukken wildernis waar niets zit. Gelukkig waren we op ons scootertje meer mobiel dan we met onze fiets zouden zijn.

Het noordelijk deel van het eiland is voornamelijk islamitisch en het zuiden christelijk.
De familie Lekatompessij komt uit Latuhalat, op het zuidelijk deel en dat wilden we als eerste gaan bezoeken.
Het werd een hele specale dag voor ons en nog veel meer voor Ming. We zijn naar het lievelingsstrand van zijn vader geweest: Pantai Namalatu. We kenden deze plek van foto’s maar wat is het dan gaaf om het echt te zien, daar te staan! Op hetzelfde stukje strand met diezelfde overhangende palmbomen over het water. Super dankbaar dat we hier samen konden zijn.
Het was één en al herkenning voor Ming, de mensen maar ook de taal. Dit was de taal waar hij mee is opgegroeid door zijn ouders.
Hij hoefde maar te zeggen dat hij een ‘Lekatompessij’ was en iedereen wist gelijk te vertellen dat hij uit Latuhulat komt.

Ambon bestaat voornamelijk uit tropisch regenwoud. Naast vulkanen, eindeloos regenwoud en bergen is het eiland bekend om zijn stranden en heldere zee. Langs de kustlijn loopt een weg zodat je het hele eiland over kunt toeren. De kustlijn is grillig, we toerden op-en-af langs zee. Als we dit fietsend hadden moeten doen, was het heel pittig geweest, de hellingen zijn super steil. Maar het is prachtig, de ene baai nog mooier dan de andere. Op de meeste strandjes moet je een kleine entree betalen en zijn er enkele eet- en drinkstalletjes. We hadden alle tijd om te stoppen waar we wilden en te genieten van de geweldige uitzichten.
Minggoes was ’s avonds helemaal moe van alle indrukken, hij zoog alles in zich op.

Via het zuidelijke gedeelte reden we naar het noordelijke gedeelte van het eiland. We bezochten het belangrijkste fort van Ambon, Benteng Amsterdam, gebouwd in de 17e eeuw door de Portugezen maar toen de Nederlanders kwamen en het eiland Ambon innamen, namen ze het gebouw over en veranderden het in een bolwerk. Het fort ligt direct aan zee en kijkt uit over de baai en het eiland Ceram.

Regenen kan het als de beste op Ambon, we snappen waarom het zo’n prachtige groene wildernis is. Bijna alle dagen barstte de hemel aan het einde van de middag open en ging het flink tekeer. We zaten net op onze veranda van een huisje op palen (onze leukste overnachting op Ambon) toen het weer losbarstte: het flitste hevig boven zee, gevolgd door een hoosbui. Wat komt er dan een water naar beneden. Ons uitzicht op het eiland Ceram was binnen een mum van tijd verdwenen. Maar het mooie is dat de volgende ochtend de zon weer aan de hemel staat alsof er geen regen is geweest.

Wat was het gaaf om zo een week over Ambon te toeren en de vele mooie plekjes te verkennen. De route voerde door kleine gehuchtjes, de mensen vriendelijk zwaaiend.
Dwars door de groene jungle waar geen huizen en mensen zijn maar de dierengeluiden oorverdovend zijn. Het klimmen en dalen over de smalle weggetjes met steeds de fantastische uitzichten over zee. De gesprekken met de bewoners, de herkenning voor Ming, dat alles hebben we in onze harten opgesloten. Deze indrukwekkende week voegen we toe aan onze prachtige wereldreis!

Vanuit de lucht wierpen we nog een laatste blik op Ambon manisé om een aantal uurtjes later te landden op Surabaya. We stapten weer op de fiets en hadden een mooie route over Java te gaan naar ons einddoel in Indonesië: Jakarta.
Java is ruim drie keer zo groot als Nederland en heeft meer dan 151(!) miljoen inwoners. Het eiland is veel dichter bevolkt dan andere delen van Indonesië.
Wij vinden Nederland al dichtbevolkt maar dat is niets vergeleken met dit eiland.
Het binnenland heeft een voornamelijk agrarisch karakter. Er zijn 45 actieve vulkanen, er stond ons nog veel moois te wachten.

Ons eerste doel vanuit Surabaya was fietsen naar één van de meest actieve en tevens de meest beroemde vulkaan van Java: Bromo.
Het was heerlijk om ’s ochtends weer op de fiets te stappen. Door kleine straatjes en steegjes verlieten we grote stad Surabaya. In de straatjes waar de gezinnen op straat leven, zijn ongelofelijk veel drempels aangelegd om de vele scooters en brommers rustig te laten rijden. Zelfaangelegde drempels van touw, hout of rubber, wij hobbelden en bobbelden er maar overheen. Snel gaat het niet maar het is ontzettend leuk om het leven van zo dichtbij mee te maken. We krijgen een lach of een zwaai, de mensen zijn open en hartelijk.

Na de grote stad kwamen we langzaam in rustigere gebieden met veel groene rijstvelden.
Onze uitdaging in Java was om steeds de grote doorgaande wegen zo veel mogelijk te vermijden. Die zijn druk en luidruchtig door het vele verkeer.
Er zijn ontelbaar veel weggetjes rondom de doorgaande wegen. Op die weggetjes is het prachtig fietsen. Bijna tot geen verkeer en langs de meest mooie, groene rijstvelden en door leuke kleine gehuchtjes. Zo probeerden we onze routes steeds te maken maar dat was af en toe een flinke puzzel omdat het asfalt  op die kleine weggetjes vaak in hele slechte staat is of de weggetjes zelfs eindigen in een karrespoor en we moesten omkeren. We begonnen ’s ochtends vol goede moed maar na uren hobbelen en bobbelen of stukken terugrijden, besloten we ’s middag, op het heetst van de dag, om toch maar weer een stuk over de doorgaande weg te fietsen. Het bleef kiezen uit die 2 opties.

Malang is een relatief koele stad omdat het hoger gelegen is. We wilden vanuit Malang de vulkaan Bromo gaan bewonderen.
Lang geleden, tijdens de Nederlandse kolonisatie, introduceerden ze in de regio van Malang producten zoals koffie, thee, tabak en rubber vanwege dit koelere klimaat. Tot op de dag van vandaag is dat zo gebleven.
We klommen richting Malang maar voordat we de stad bereikten, wilden we eerst graag een theeplantage bezoeken. Bukit Kuneer ligt ten noorden van Malang. Het was flink klimmen, de theeplantages liggen aan de voet van berg Arjuna op een hoogte van bijna 1000 meter. De benauwdheid op die hoogte is helemaal weg, er waaide een lekker fris windje.
We hebben de fietsen op de parkeerplaats achtergelaten en zijn lopend verder gegaan.
Wandelend tussen de theeplantages richting een mooi uitzichtspunt. Vandaaruit hadden we een geweldig uitzicht over de enorme velden met op de achtergrond Gunung Arjuna en aan de andere kant Bromo. Dit keer geen groene rijstvelden maar een groene wereld van theeplantages.
Nadat we terug waren bij onze fietsen begon er een heerlijke afdaling naar de stad Malang.

Bromo is een van de hoogtepunten van Java en dat wilden we niet missen. We hoopten dat het nog niet te druk zou zijn.
We werden ’s nachts opgehaald door een jeep. Samen met 2 backpack-girls reden we naar de vulkaan. Het duurde ongeveer 3 uur, een groot deel over een hele slechte weg om de berg op te rijden. Boven aangekomen was het koud, gehuld in ons donsjack wachtten we zonsopkomst af. Het was druk, niet met buitenlandse toeristen maar met lokale toeristen. Dat hadden we onderschat….
Na een lekkere warme koffie werd het langzaam licht en werd de berg zichtbaar.
Het was ontzettend genieten, de Bromo vulkaan stond magnifiek in de ochtendzon, met rechts Gunung Batok en daarachter Gunung Semura, de hoogste en meest heilige berg van Java. De wolken hingen prachtig om de berg, een wonderschoon geheel!

Na zonsopkomst zijn we naar de krater gegaan. Eerst liepen we over een sterk stijgend pad door een soort van maanlandschap, daarna beklommen we een lange trap tot de kraterrand. En dan sta je oog in oog met de binnenkant van de Bromo vulkaan.
Bij zonsopkomst zagen we de rookwolken al opstijgen, nu stonden we er vlakbij en zagen vanuit de borrelende diepte het zwavel opstijgen en hoorden het oorverdovende geluid. Wat een sensatie!
Eenmaal terug bij de jeep, begon een spectaculaire afdaling. Eerst naar een vallei van zand: “sea of sand”, een onwerkelijke wereld. Daarna door glooiende groene heuvels, dalend richting Malang. Dit was weer zo’n dag om nooit te vergeten!

In 2016 stond een hele sloppenwijk in Malang klaar om gesloopt te worden en zouden alle bewoners verhuizen. Een groep studenten van de universiteit kwam echter op het idee om het hele gebied een frisse en opmerkelijke verflaag te geven in de hoop de aandacht te trekken van toeristen. De luchtmacht schilderde vervolgens de hele wijk in alle kleuren van de regenboog.
We zijn er naartoe gefietst en hebben door de gezelllige en kleurrijke straatjes gedwaald. Ze vragen bij binnenkomst een kleine entree zodat het dorp inkomsten heeft.
Wat een fantastisch en origineel idee! Als je ziet hoe opgeruimd en leuk alles er nu uitziet, dan besef je hoe eenvoudig het soms is om van niets iets te maken! We hadden écht het idee dat de mensen het best goed hebben in die wijk. Het was niet druk, er waren nog bijna geen toeristen maar als alles weer op gang komt, zullen hier best veel toeristen komen. En dat brengt geld in het laatje!

Vanuit Malang reden we langs de vele rivieren en watertjes die Java rijk is, door heel veel agarische gebieden. Er wordt naast rijst ontzettend veel andere gewassen verbouwd. Er is zoveel te zien onderweg, de mensen zijn druk op de akkers aan het werk. We staken pontjes over en fietsten over leuke hangbruggetjes.
Aten in de kleine eetstalletjes onderweg en kregen zo ontzettend veel belangstelling. Echt iedereen wil met ons op de foto. Mister, mister, selfie?? Making memories?? Het is grappig hoe vaak we die vraag krijgen.

Zeg je Java, dan zeg je Bromo maar ook Prambanan en Borobudur.
Prambanan is het grootste hindoe-javaanse tempelcomplex van Indonesië.
Dit indrukwekkende tempelcomplex werd in de 9e eeuw na Chr. voltooid. Het bestond toendertijd uit 244(!) tempels maar door een aardbeving raakte het complex in verval. In 1830 begon de eerste restauratie en in 1991 kwam Prambanan op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Het complex telt acht gebouwen waarvan de drie hoofdtempels het indrukwekkendst zijn. Het ligt er práchtig, wat een schoonheid. Er hangt een hele mooie sfeer. Het blijft altijd interessant hoe ze in die tijd zulke complexen konden bouwen.
Naast het complex Prambanan kun je nog drie andere tempels op het terrein bewonderen: Candi Lumbung, Candi Bubrah en Candi Sewu.
We zijn er heen gewandeld en hadden het rijk alleen! De Indonesiërs hebben schijnbaar alleen belangstelling voor Prambanan.
Het was heerlijk om die tempels in alle rust te kunnen bekijken, we hebben een super ochtend gehad!

Na de middag zijn we op de fiets gestapt naar Yogyakarta, een kleine 25 kilometer verderop. Deze levendige stad is hip en trekt met name jongeren.
Het heeft de naam het lekkerste street food ter wereld te hebben dus dat hebben we die avond gelijk geprobeerd. In een vierkant park met daaromheen allemaal eetstalletjes, hebben we de gezelligheid van Yogyakarta gezien en natuurlijk geproefd. Ook wij zijn gek op de Indonesische keuken en kunnen bevestigen dat het eten er heerlijk smaakt!!
We zijn een dagje in deze leuke stad gebleven en hebben er heerlijk rondgestruind door alle straatjes en steegjes. Het is er gezellig met veel potten, bakjes en flessen met groene plantjes en street-art op de muren.
De volgende ochtend bij vertrek bleek het ook druk te zijn in het park, er werd volop gesport. Een trainer gaf op muziek ochtendgymnastiek aan een grote groep enthousiastelingen en rondom het park werd er gejogd.

Ons doel die dag was een korte rit naar Borobudur. Al rond twaalven waren we er. We hadden voor 2 nachtjes een overnachting geboekt om de volgende dag bij zonsopkomst naar het boeddhistische heiligdom te gaan. De overnachtingsplek bleek super leuk, wat een goede keuze!
Een hele kleurrijke, super sfeervolle plek met maar 2 kamers, onze privékamer en nog een dormitory, maar daar was niemand. Zo leuk waren we een overnachting nog niet eerder tegengekomen op Java. Een hele creatieve eigenaar. 
’s Middags kwamen we alvast in de stemming en bezochten we Boeddhistische tempel Mendut en Pawon, kleinere broertjes van de Borobudur. Bij Pawon moesten we lang schuilen voor een mega bui. Zittend en wachtend onder een afdakje tot het weer droog werd, kwam een mevrouw ons koffie met wat lekkers brengen. Wat ontzettend lief!


De volgende ochtend was het vroeg dag voor ons. Om 5.00 uur fietsten we in het donker richting Punthuk Setumbu, een panoramisch uitzichtspunt.
De zon kwam prachtig op naast actieve vulkaan Merapi, een heel indrukwekkend uitzicht. We hadden door de mist in het dal niet het geluk dat we de Borobudur zagen liggen, de stoepa stak er niet bovenuit. Maar het was desalniettemin een mooie start van onze dag.

We fietsten terug naar ons hostel waar een heerlijk ontbijt voor ons klaar stond.
En toen togen we naar de ingang van de Borobudur. Het was spannend want we hadden verschillende verhalen gehoord. De één zei dat je de tempel nog mocht beklimmen, de ander zei dat dat sinds de pandemie niet meer mocht. Helaas bleek het laatste waar.
We konden rondom de tempel lopen (de eerste laag) maar daar waarvoor je komt, konden we niet zien: de monumentale stoepa. Ook het cirkelvormige platform met zijn 72 opengewerkte stoepa’s konden we niet zien.
De tempel ziet er zo indrukwekkend uit en is nog zo sterk gebleven. Het ligt majestueus op de vlakte van Kedu met uitzicht op weelderige groene velden, écht fantastisch!
Maar de top niet mogen beklimmen geeft geen voldaan gevoel, alsof je de finale mist.

De volgende ochtend fietsten we door de vruchtbare vallei rondom Borobudur, waar we heel veel papayabomen zagen, richting de kust.
Tot aan de laatste meters werd er van alles verbouwd, vrouwen waren druk bezig om rode pepers te plukken. Er stonden zakken vol met pepers.
En toen stonden we op het strand. Een zwart zandstrand met hele mooie hoge golven. De immens grote Indische Oceaan. Het geeft ons altijd weer een bijzonder gevoel om na een tijd in het binnenland weer aan zee te staan.
We overnachtten die nacht op een aparte locatie. Recht aan zee waren een aantal kleine, simpele hotelletjes en een paar eetstalletjes. Heel eenvoudig en kleinschalig. We hoorden de machtige branding, een mooie plek om te overnachten. Maar wat we ook hoorden, net boven onze hoofden, waren opstijgende en dalende vliegtuigen. Echt vlakbij. Er zat een vliegveld aan zee en wij zaten daartussen. Heel bizar… Ook dat kan hier allemaal…

Verder fietsend langs de kust van Java, kwamen we terecht bij homestay Oemah Pesisir, bij Pantai Karang Bolong, in een prachtige baai met een heel grillige kustlijn.
We werden bijzonder hartelijk ontvangen door de eigenaar. We waren de eerste gasten na 2 jaar en werden helemaal verwend. We werden in zijn 4×4 uitgenodigd om de baai te gaan ontdekken. En een 4×4 heb je daar nodig, anders kom je echt niet omhoog de kliffen op. Zo steil en zoveel keien dat is met een gewone auto en zeker met de fiets, niet te doen. We stopten op de meest mooie plekjes en hadden uitzicht op de prachtige kustlijn en mooie strandjes. Wat een geweldige baai zeg!
Een hele gezellige avond volgde met heerlijk Javaans eten.
De volgende ochtend werden we bij de ouders van de eigenaar uitgenodigd voor het ontbijt. Wat een mooie ontmoeting met deze ontzettend lieve en gastvrije mensen. De vrouw was in tranen omdat ze zo blij was dat er weer gasten waren. We hebben samen mooie foto’s gemaakt.
Een hele grote dank aan Ridho, zijn ouders en vrienden. Een hele speciale ontmoeting op onze reis, een dag om niet te vergeten! ❤

Het laatste stuk richting Jakarta was aangebroken, via de kust fietsten we het binnenland weer in. Noordwaarts, richting de overzijde van het eiland Java. Het werden pittige kilometers om het binnenland over te steken. We passeerden heel veel riviertjes en dan weten we het ondertussen wel, dat is dalen naar de rivier en super steil weer omhoog. De weg is vaak in zo’n erbarmelijke staat, het zweet gutste van ons af.
Het vinden van slaapplekken was deze dagen erg lastig, er was bijna niets. We moesten gewoon eindigen in een grote plaats, anders lukte het niet om wat te vinden. Het werden daardoor een aantal dagen 100+ kilometers om een plek te vinden.
Hotels in grote plaatsen zijn hier echter meestal niet leuk. Grote kale gebouwen, geen spoortje gezelligheid te ontdekken. Maar na een dag zwoegen en ploeteren in de hitte, zijn we snel tevreden. Een koude douche en een bedje volstaan dan prima.
Uitzonderingen bevestigen de regel want in grote plaats Cirebon vonden we een guesthouse van een hele lieve familie. Het was er niet klein en knus maar we werden wel in de watten gelegd door de familie. We kregen een heerlijk Javaans ontbijt met als afsluiting een zoete verwennerijen: Klepon. Dat zijn groene rijstballetjes gevuld met palmsuiker en bedekt met geraspte kokosnoot, heerlijk! Het lag prachtig verpakt in een bananenblad op ons bord. Ook hier moesten er bij vertrek weer foto’s gemaakt worden.

We zijn de afgelopen weken tijdens onze stops vaak uitgenodigd door mensen op straat. Wat zijn Javanen een ontzettend gastvrij volk.
Ze vinden het zo bijzonder dat we hun land fietsend bezoeken en zijn vol belangstelling.
We worden binnen uitgenodigd, de hele familie komt erbij en zittend op de grond krijgen we veel lekkers toegestopt. Als afsluiting altijd een fotoronde, Javanen zijn gek op foto’s maken: ‘Voor memories mister!’

En zo kwamen we aan in Jakarta, city van10 miljoen. Na meer dan 2000 kilometers getrapt te hebben op Indonesische bodem, stonden we samen in deze immense stad, op het plein bij het Nationaal monument.
Een totaal andere wereld, na alle prachtige rijstterrassen en indrukwekkende vulkanen van de afgelopen weken, kwamen we in een mierennest. Wat een drukte, wat een scooters, wat een mensen.

Vanuit Jakarta vliegen we as donderdagochtend naar Kuala Lumpur, Maleisië. Daar gaan we onze reis in zuidoost-Azie vervolgen.
We zijn ook in Jakarta omdat dit de stad is waar familie van Minggoes woont. Het leek ons erg leuk om de familie met een bezoek te verrassen. Hoe bijzonder om daar fietsend aan te komen en elkaar na vele jaren weer te zien!
We genieten deze dagen van ons weerzien met elkaar! Het is zo fijn en mooi om een aantal dagen onderdeel van deze ontzettend lieve familie te mogen zijn. Quality time!! 💕💕
Hoogtepunt van onze reis in Indonesië was Ambon, het was zo indrukwekkend om daar samen te zijn. En om dat nu met de familie te kunnen delen, herinneringen op te halen en er vele gesprekken over te hebben, het is een prachtig einde van ons hoofstuk Indonesië.
We zijn zo ontzettend dankbaar voor alle mensen die op ons pad komen, wat een rijkdom!🙏🙏

40.075: JacoMing around the world!

Nu is het écht zover dat we dit kunnen zeggen: JacoMing around the world. 🚴‍♂️🚴‍♀️ 🌏
We hebben het geflikt, een ronde om de aarde, gelijk aan de lengte van de evenaar.
Wow, wat maakt ons dat trots en dankbaar!! 🙏🙏

2 maart 2020 zijn we vertrokken en nu 2 jaar en 3 maanden later staat onze kilometerteller op de ongelofelijke stand van 40.075. 🥳 🥳 🥳
Ondanks de pandemie is het ons gelukt om te fietsen op 4 continenten, door 29 landen.
Onze vooraf geplande reis liep totaal anders dan gedacht maar wie weet was het op deze manier zelfs mooier. Geen planning meer, alles loslaten wat we in gedachten hadden.
We hebben zo ontzettend veel gezien de afgelopen 2 jaar, zo intens geleefd.
Zoveel verschillende culturen, zoveel landschappen, zoveel prachtige ontmoetingen, we hebben dit voor altijd opgeslagen in onze harten.❤️❤️

En het bijzondere van dit alles is, dat we deze kilometerstand bereiken in Surabaya, de geboorteplaats van de moeder van Minggoes.
En, dat we van hieruit voor een kleine week vertrekken naar Ambon.
Het magische getal 40.075 brengt ons naar de roots van de familie Lekatompessij.
Morgennacht vliegen we naar Ambon en gaan we dit eiland samen ontdekken.
We laten onze fietsen achter in Surabaya. Ambon is een klein eiland dus hebben we besloten om een weekje te gaan backpacken.🙂🙃🙂

Indonesië, het geboorteland van de ouders van Minggoes.
We zijn hier nu 2 weken, nadat we 16 mei de oversteek hebben gemaakt van de Filipijnen naar Denpasar, Bali. Het is bijzonder om hier samen te zijn.

Bij aankomst in Bali kregen we een visum ‘on arrival’ voor 30 dagen. Gelukkig hebben we dit de eerste dagen in Denpasar kunnen verlengen met nog eens 30 dagen. Daardoor kunnen we tot 14 juli in Indonesië blijven.
Na die dagen rondom het regelen van een visum-verlenging in het drukke en overvolle zuiden van Bali, vertrokken we richting het binnenland. Op zoek naar rust, de indrukwekkende rijstvelden en de vele hindoetempels van Bali.
Toen begon het échte genieten: de omgeving rondom Ubud, we fietsten en wandelden dwars door de rijstterrassen, groen, groener, groenst. Een mooiere kleur groen bestaat er niet!

Al fietsend kwamen we langs verschillene ceremonies. Het Balinees hindoeïsme is gebaseerd op vele goden en dat wordt op vele plekken gevierd.
De vrouwen dragen prachtige gewaden en hebben grote manden met fruit op hun hoofd.
Je ruikt de wierook en hoort de rustgevende gamelanmuziek. Overal liggen kleine offertjes met bloemen, rijst, wierook en een sigar

Na Ubud was Jatiluwih aan de beurt. De Jatiluwih-rijstterrassen vertegenwoordigen het traditionele Subak-systeem, een irrigatie-methode die eeuwenlang bewaard is gebleven en van generatie op generatie is doorgegeven.
Dit unieke systeem staat zelfs op de werelderfgoedlijst van Unesco en blijft zodoende beschermd. Het is een adembenemend landschap dat aan de voet ligt van de op één na hoogste vulkaan van Bali, de berg Batukara. Het is een feest om door dit gebied te fietsen. We kwamen ogen te kort.
’s Ochtends heb je de meeste kans dat het helder is en steken de bergen prachtig af tegen de blauwe hemel. In de middag trekt het vaak dicht maar ook dan is het mooi als de donkere wolken afsteken tegen de mega groene rijstterrassen.

We klommen verder noordwaarts naar de Twin Lakes, we zaten ondertussen op ruim 1350 meter hoogte. Buyan en Temblingan zijn twee prachtige meren, je kunt er over een bergkam langs fietsen en genieten van het mooie uitzicht over de meren. Het was er stukken koeler en er was een lekker windje.
Na al dat moois daalden we de volgende dag richting de kust, we waren het eiland Bali overgestoken.
De laatste kilometers reden we langs de kustlijn richting de ferries naar Java.
Bali is een geweldig eiland maar het is er tevens overvol. De bevolkingsdichtheid is heel hoog maar zodra je het zuiden verlaat en de binnenlanden in gaat, is het een weldadig eiland met hele mooie, gezellige overnachtingen voor heel weinig geld.
Wij hadden de tref dat we het eiland bezochten zonder veel toeristen, we konden ongestoord de omgeving van Ubud en het geweldige Jatiluwih bekijken zonder veel toeristen.
De bevolking in Bali zit uiteraard wél weer te wachten op de toeristen, 2 jaar is het land gesloten geweest en dat is 2 jaar geen inkomen. Je word met open armen en een mooie glimlach ontvangen!

De oversteek naar Java is kort, na driekwartier stonden we aan de overkant. Vanuit het Hindoeïstische Bali kwamen we op Islamitisch Java. Op de boot zagen we al veel hoofddoekjes.
Java is veel minder toeristisch en ook authentieker dan Bali. Nadat we drukke stad Ketapang achter ons lieten, kwamen we tussen de landbouwgebieden te fietsen met heel veel rijstvelden. We zagen de werkers op het land met de bekende strooien hoeden als bescherming voor de zon, prachtig om te zien.

Javanen zijn enorm gastvrij, we werden al meerdere keren uitgenodigd om bij een familie te komen slapen. Ze verwennen ons met hapjes en er wordt voor ons gekookt. Het is mooi om zo even onderdeel van een familie te mogen zijn.
De doorgaande wegen zijn ontzettend druk, vol met vrachtwagens, brommers en scooters.
Maar gelukkig lukt het ons tot nu toe steeds via kleine weggetjes en straatjes de drukte te vermijden en te genieten van het authentieke Java. Soms zijn de weggetjes verhard, soms hobbelen en bobbelen we over alle grote keien.🥵

En toen kwamen we aan in Surabaya, op die magische grens van 40.075 kilometer. Maar voordat het zover was, hebben we natuurlijk ook onze 40.000 kilometer vastgelegd!! Op naar Ambon waar we onze super prestatie gaan vieren. 🎉🎉🎉

Filipijnen.

Het startsein van een compleet nieuw avontuur, na onze fietsreis in Europa/Turkije, Afrika, Midden- en Zuid-Amerika.
Het vierde deel van onze wereldreis heeft ons in Zuidoost-Azië gebracht.
De landen waar we in eerste instantie naar op weg gingen bij ons vertrek in maart 2020 maar waar we nooit terecht kwamen.

Na ons Midden- en Zuid-Amerika avontuur zijn we zeven weken in Nederland geweest.
Wat was het fijn om weer samen te zijn met onze lieve familie en vrienden. Echt quality time!
We waren weer welkom bij onze lieve zus & zwager in ’t Harde, we hebben daar eerst
2 weken gebivakkeerd, voordat we voor 3 weken naar een vakantiehuisje in Voorthuizen zijn gegaan. Een plekje dichtbij onze ouders en vrienden. De laatste 2 weken zijn we weer vertrokken naar ’t Harde. Wat is het fijn dat we altijd bij hun terecht kunnen!
We zijn in die weken druk geweest rondom de verkoop van ons huis in Putten. We hadden het huis in maart 2020 voor 2 jaar verhuurd en die termijn liep nu af. Omdat we nog niet klaar zijn met onze worldtrip, (we genieten nog met volle teugen…😊😊) besloten we om ons huis te verkopen. Onze inboedel stond in de schuur opgeslagen en dat moest nu allemaal weg.
We hebben een verkoping gehouden en de spullen die we echt nog willen bewaren, ergens anders opgeslagen.
We waren bij de 20e verjaardag van Merlijn & Sophie én we hadden 8 april een bruiloft van ons allerliefste nichtje. Het was geweldig dat we er op deze speciale dag bij konden zijn.
Zo vlogen de weken voorbij en kwam onze vertrekdatum van 16 april rap dichterbij.
Onze eerste keuze was om het vierde deel van onze reis voort te zetten in Zuidoost-Azië.
We hoopten in onze weken thuis dat het goede bericht zou komen dat dit gedeelte van de wereld ook weer open zou gaan en dat gebeurde!!
Na bijna 2 jaar gingen de Filipijnen open, Indonesië en Maleisië volgden. Nog wel met allerlei restricties maar we namen de gok: we gingen naar Zuidoost-Azie en boekten een reis op 16 april naar de Filipijnen!

De Filipijnen staan voor ons voor een tropisch fietsparadijs. De stranden, kusten, bergen en jungle, het schijnt nog redelijk ongerept te zijn. En vooral omdat deze archipel voor 2 jaar gesloten is geweest, zal het er nog erg rustig zijn qua toerisme.

Zaterdag 16 april vlogen we via Istanbul naar Manilla. Het afscheid was na zo’n intensieve en heerlijke tijd ‘thuis’ emotioneel en lastig. We waren de afgelopen 7 weken weer helemaal in de ‘normale wereld’ gezogen.
Op Schiphol werden we hartelijk uitgezwaaid, echt zooo mooi!
En toen was het tijd om door de douane te gaan, het nieuwe avontuur tegemoet.

Zondagavond 17 april landden we (Filipijnse tijd) om 18.30 uur in Manilla. We hadden een prima vlucht. Het duurde op de luchthaven nog een tijd voordat alle formaliteiten waren afgerond, tegenwoordig moet je met zoveel paperassen vliegen, het is een beetje anders dan vroeger toen alleen je paspoort voldoende was.
Uiteindelijk kregen we het belangrijke stempel in ons paspoort voor 30 dagen, welkom op de Philippines!
We zetten onze fietsen in elkaar op een rustig hoekje van de luchthaven. We hadden gelijk al veel belangstelling van de lokale bevolking: Selfie?!?, Where are you going??, Where are you come from?? en ‘Welcome to the Philippines’.🙂
Rond een uurtje of 21.30 uur waren we zover en reden we vanuit de aankomsthal de zwoele zomeravond in. De warmte viel als een deken over ons heen.
We hadden een klein ritje te gaan naar ons geboekte hostel, 8 kilometer vanaf de luchthaven. We konden de sfeer van onze nieuwe wereld al een beetje proeven in deze drukke stad: de eetstalletjes op alle hoeken, de scooters en tuk-tuks, alle geluiden, het was een drukte van belang. We waren weer in Azië!!
In een smal steegje, een gezellig straatje, zat ons backpackers hostel. We konden douchen en heerlijk gaan slapen!

De volgende ochtend kon ons Azië avontuur écht beginnen. We zochtten de bagage uit en vulden onze tassen, rond de middag waren we zover: onze eerste rit op de Filipijnen ging van start.
Het was gelijk een leuke start, we hoefden niet over grote, drukke wegen de stad uit te fietsen maar konden via kleine weggetjes, langs verschillende wijken en winkeltjes de stad uitkomen. Het voelde ook gelijk weer vertrouwd om in Azië te zijn: de levendige sfeer, alle stalletjes, de fietstaxi’s, maar ook de warmte en de smeulende afvalhoopjes, het hoort er allemaal bij.
Aan het einde van de middag vonden we een pekje bij een strandtent. We kregen zelfs een tent te leen en konden onze eerste avond koken op het strand en genieten van een mooie zonsondergang.

Taal vulkaan ligt een stukje onder Manilla, de volgende dag gingen we op pad om deze bijzondere vulkaan te bekijken. De vulkaan heeft een kratermeer en de vulkaan ligt zelf ook weer binnen een meer op een eiland. Het is een van de gevaarlijkste vulkanen in Zuidoost-Azië. In januari 2020 zijn er nog duizenden mensen geëvacueerd bij een uitbarsting.
We klommen gestaag naar 630 meter en kregen op het hoogste punt een prachtig uitzicht over de vulkaan liggend in het meer.
We daalden vervolgens over een super steil weggetje (heel belangrijk dat je remmen dan in orde zijn…🙃) naar het meer met de meest mooie uitzichten.


We konden nog een heel aantal kilometers langs het meer fietsen voordat de route er weer vanaf liep.
Het leuke van de Filipijnen zijn de vele eilanden, het zijn er meer dan 7000 in totaal. We willen de 30 dagen dat we hier zijn, liever niet meer vliegen en proberen alles met de boot te overbruggen.
Van het éne naar het volgende eiland hoppen en daar weer verder fietsen in een andere omgeving.
Nadat we de Taal vulkaan hadden verlaten, gingen we de volgende dag voor het eerst een ferry op naar het eiland Mindoro. We mochten samen met onze fietsen op een passagiersboot en stonden na anderhalf uur varen in havenplaatsje Balatero. Een nieuw eiland voelt toch weer een beetje als een nieuw land, leuk is dat.
We volgden het oostelijk deel van het eiland met een route veelal langs de kustlijn. Het was klimmen en dalen langs de ruige kustlijn met af en toe zicht op prachtige strandjes. De stukken in het binnenland leverden ook weer mooie plaatjes op. Groene rijstvelden, zo ontzettend veel, we werden aan alle kanten verwend en op de achtergrond de bergen. We zagen op Mindoro veel fietsers, vooral ook veel racefietsers. We werden ingehaald door een clubje fietsers, ze fietsten een stukje met ons mee. Ze waren helemaal geïnteresseerd in onze reis, vonden het fantastisch wat we deden. Natuurlijk moesten er bij het afscheid foto’s gemaakt worden en Insta- en Fb-accounts worden gedeeld.
Aan het einde van de middag zagen we 2 fietsers van het clubje weer terug, het bleek de coach met zijn grootste talent te zijn. De jongen is super talentvol en heeft al meerdere prijzen gewonnen. We houden nog contact met elkaar, kunnen we hem een beetje volgen.
Ze wisten een leuk overnachtingsadres voor ons, de coach vond het een eer om ons deze plek te wiijzen. We zijn achter ze aangefietst en kwamen in een grote tuin met rieten hutjes, een hele fijne plek om te overnachten. De mensen zijn zo ontzettend gastvrij en vriendelijk, dat zijn de mooie ontmoetingen onderweg!🙏

De volgende ochtend fietsten we naar Roxas waar de ferries vertrekken naar Panay, ons volgende eiland. Deze keer was de boot groter en gingen er ook verschillende auto’s en zelfs vrachtwagens op de boot. De overtocht duurde 4 uur, gelukkig was het heel rustig en konden we bovendeks zitten met een lekker windje.
Rond half vijf stapten we van boord en hebben we op dit nieuwe eiland nog een uurtje langs de kust gefietst voordat we onze tent konden opzetten naast een bar aan zee. De bar werd gerund door een hele lieve familie bestaande uit de ouders met hun zoon & schoondochter en 2 kinderen. Het was vrijdagavond en we werden op het strand uitgenodigd om een biertje met ze te komen drinken. Mooi om te zien hoe zo’n familie daar leeft en met elkaar omgaat. Een heerlijk simpel plekje onder de palmbomen aan zee. We kregen de volgende ochtend een kokosnoot aangeboden, dan besef je weer hoe weinig je nodig hebt om gelukkig te zijn. Ze vissen in zee, halen de kokosnoten uit de boom en hebben een paar kipjes en een varken die er rondscharrelen.

Op het eiland Panay fietsten we door een waterrijk gebied, een beetje Biesbosch-achtig maar dan in een tropisch klimaat. We fietsten over smalle paadjes, aan beide zijden water. We zagen de vele felgekleurde vissersbootjes en kwamen door kleine gehuchtjes. De was hing kleurrijk aan de lijn en de kinderen speelden in de straatjes met elkaar. Van alle kanten werden we aangesproken en zegden ze ons gedag. Deze dingen maken onze fietsreis zo bijzonder, dichtbij de lokale bevolking, het allerdaagse leven volgen in de straatjes.
We eindigden onze dag wederom aan zee. Er zijn hier vele plekken aan zee waar op een terrein allemaal rieten hutjes staan. Hele families komen er op zondag samen om lekker in zee te zwemmen, te relaxen en te eten in de rieten hutjes. Wij kwamen hier net op een zondag en het was een drukte van belang. Maar net voor donker, zo rond 18.30 uur werd het weer rustig en ging iedereen huiswaarts. De boel werd opgeruimd en de rust keerde weder. We hoorden alleen nog de branding van zee..

’s Nachts werden we wakker van regen, dat was onze eerste tropische bui op de Filipijnen. Ook overdag bleef het een regendag. Soms fietsten we gewoon door, het blijft warm, maar soms ging het zo hard dat we toch maar even gingen schuilen. Gelukkig komt de zon er na zo’n tropische bui al snel weer door en sprongen we weer op onze fietsjes.

Het hangt op de Filipijnen vol met kandidaten affiches voor de verkiezingen afgelopen 9 mei. Ze hangen echt overal, het hele land hangt vol. We zagen onderweg mensen bezig om afiches op te hangen, zagen bijeenkomsten met toespraken van kandidaten. De opkomst is groot, het stond er vol met scooters, brommers en tuk-tuks.
Het laatste gedeelte van ons fietsreis op Panay was nog zo onaangetast, dat het vinden van een overnachtingplekje soms moeilijk was. We waren aan zee geweest maar er was niets. We trokken het binnenland weer in naar Barotac Nuevo en hebben aan een agent gevraagd of hij wat voor ons wist. We mochten achter hem aanrijden en hij bracht ons bij een pension. Echt super vriendelijk dat hij ons daarmee hielp.
We wilden ons net gaan wassen toen de eigenaresse van het pension thuiskwam. We kwamen aan de praat en ze bood ons een andere kamer aan, de familiekamer. Een super mooie, grote kamer voor een klein prijsje. Er zat een groot dakterras op het pand zodat we daar heerlijk konden koken. Wat viel ons weer een gastvrijheid ten deel! En we mochten er gelijk 2 nachten blijven!

Na ons Panay avontuur gingen we naar het eiland Negros. We kwamen aan in grote stad Bacolod. Dit keer geen leuke aankomst in een klein havenplaatsje maar een grote haven met heel veel containers.Dat werd snel de drukte van de grote stad uitfietsen, op zoek naar rustigere wegen. We zagen in de stad veel super lange taxi’s/bussen. Ze zijn open aan de zijkant zodat het niet te warm is en iedereen kan er aan de achterkant op- en afstappen.
We volgden deze dagen de prachtige kustlijn van zuidelijk Negros. We fietsten vaak net langs zee. Aan de ene zijde de zee, aan de andere zijde de groene rijstvelden met daarachter de heuvels. Het zijn geen hoge beklimmingen op de Filipijnen maar wel heel veel korte klimmetjes, het gaat op- en af en daardoor voelt het toch wel als pittig fietsen, natuurlijk ook door de warmte. Vooral klimmen in de zon is bijzonder zweten, we zitten de hele dag kletsnat op de fiets.
Soms kregen we een tropische bui over ons heen, je kunt de bui al zien aankomen, de lucht wordt steeds donkerder. We schuilden onder een afdakje en fietsten weer verder. Eenmaal bleef het niet bij een korte, harde bui maar bleef het maar regenen. Nadat we een tijdje geschuild hadden, haalden we voor de eerste keer onze regenkleding uit onze tassen. Gehuld in regenjas en -broek gingen we verder. Bij aankomst aan de kust konden we geen plekje vinden, het was weekend en de lokale bevolking genoot aan zee. Zoeken naar een plek in de regen is niet fijn, gelukkig werden we geholpen door een mevrouw van een strandhuis. Ze had aan de overzijde van de weg nog een huis, waar we wel konden overnachtten. Een groot, geel huis, veel te groot voor ons tweeën en ook ver boven ons budget maar we namen het aanbod aan, konden onze natte kleding uittrekken en douchen.
De volgende ochtend scheen het zonnetje weer heerlijk en waren onze natte spullen gedroogd. We kwamen langs een grote zondagsmarkt, de weg was afgezet, het stond er vol met scooters, tuk-tuks en tricycle’s. We haalden er fruit en groenten, het is heerlijk dat je overal zoveel fruit en groenten kunt kopen. Meloenen, mango’s, kokosnoten en avocado’s, de keuze is heel groot.


Via Dumaguete, een leuke studentenstad, vertrokken we naar het piepkleine eilandje Siquijor. We wilden ook graag het leven op zo’n klein eilandje beleven. Hier was het nog meer easy-going dan op de andere eilanden waar we geweest waren.
Het duurde een tijd voor we op het eiland waren, de eerste boot vertrok niet, de tweede liet ook nog anderhalf uur op zich wachtten, zo konden we ons al aanpassen aan het tempo op het eiland….🙃
We zijn het eiland rondgefietst en hebben er 2 nachtjes geslapen. Twee super mooie plekjes aan zee.De eerste was een heel simpel huisje in een gezellige tuin met beneden ons de zee. Bij een hele lieve meneer die erg blij was dat we er waren. We raakten aan de praat en dan hoor je steeds de trieste verhalen over de Covid-periode. 2 jaar pandemie is 2 jaar geen inkomen. Gelukkig had hij een dochter die in Europa werkt en geld stuurde naar haar ouders zodat hij toch eten kon kopen.
De tweede nacht vonden we een cottage op palen. Het lag hoog op een heuvel, we kregen de overnachting niet cadeau. Tjonge, wat liep die weg steil omhoog. Het was zigzaggend fietsen over het smalle paadje en stukken lopen. Maar het was het waard: we kregen een fenomenaal uitzicht over Siquijor maar ook over een vulkaan op het eiland Negros. En een prachtige zonsondergang achter de vulkaan volgde!

En weer stapten we op de ferry, op naar misschien wel het mooiste eiland van de Filipijnen: Bohol.
Het bleef leuk dat eiland hoppen, het lijkt alsof je iedere keer weer in een nieuw land aankomt. Ieder eiland is weer anders.
Bohol is beroemd om de Loboc-rivier, de Chocolate-Hills en de keine tarsiers. Deze bijzondere beestjes behoren tot de kleinste primaten en hebben de grootste ogen van alle zoogdieren in verhouding tot hun lichaamsgewicht. De spookdiertjes leven in het zuidoostelijke deel van de archipel, met name op Bohol, Samar en Leyte.
Wij zijn naar het kleinschalige Tarsier Sanctuary gefietst om deze beestjes te gaan bewonderen. Ze zijn in het echt nog veel kleinder dan foto’s doen vermoeden. Ze kijken je met hun grote ogen aan en blijven rustig in de boom hangen, heel bijzonder om te zien.
Daarna volgde het plaatsje Loboc aan de gelijknamige rivier. Een rivier zo groen, met onvoorstelbaar helder water. De rivier wordt omrimgd door torenhoge bomen. Deze plek is een toerische trekpleister voor Bohol. Er is zelfs een Loboc River Cruise, waar je tijdens een rondreis over de rivier, op een grote houten boot, eten krijgt geserveerd met een muziekje aanboord.
We hebben ons niet aan die toeristische attractie gewaagd maar vonden wel een mooi plekje in dit serene dorp aan de rivier.

We hadden het de afgelopen al vaker gehoord; in december heeft er een tyfoon over de Filipijnen geraasd, waar de gevolgen nog altijd zichtbaar van zijn: daken van huizen en ingestorte gebouwen, overal ligt er nog puin. Er zijn veel mensen bezig met herstel maar er zijn er ook genoeg die daar geen geld voor hebben. Zoals eerder gezegd: 2 jaar pandemie is 2 jaar geen geld, men kan dus niet opknappen. Het toerisme komt nu langzaam weer opgang maar als je je accomodatie niet kunt opknappen, kun je het ook niet verhuren en komt er nog geen geld binnen. We werden meerdere malen weggestuurd omdat ze ons nog niet konden ontvangen. Heel triest….
Ook de huisjes aan de rivier de Loboc hadden onder water gestaan. De mensen waar we overnachtten, gaven aan hoe hoog het water had gestaan, niet te bevatten.

Vanuit Loboc trokken we verder langs de indrukwekkende kustlijn met de ruige kliffen. De weg loopt er meermaals vlak langs zee, het water spatte af en toe over de weg.
We kwamen in Anda, beroemd om de witte zandstranden. Het is iedere keer weer zo mooi om onze fietsdag af te sluiten aan zee, steeds op een andere plek, wat is dat luxe!

Midden op het eiland Bohol liggen de Chocolate Hills. 1268 heuvels liggen op een vrijwel vlak plateau in een gebied van meer dan 50 vierkante kilometer. Het zijn vrijwel gelijke heuvels van circa 30/50 meter hoog. Ze zijn begroeid met gras en in het droge jaargetijde krijgen ze een bruine tint. De heuvels doen dan denken aan chocoladebergen.
Men denkt dat de Chocolate Hills zijn gevormd uit kalkstenen overblijfselen van koraalriffen uit die tijd.                                   
We kwamen op een camping middenin dat gebied, een unieke plek. Vanuit deze plek konden we trappen beklimmen naar een plateau waar we een fantastisch uitzicht hadden op deze unieke heuvels. Vooral zonsondergang moet enorm indrukwekkend zijn, helaas hadden wij dat geluk niet. De lucht kleurde mooi roze maar het zonlicht kwam door de bewolking niet op de heuvels.


Bij vertrek vanaf de camping fietsten we eerst nog kilometers lang langs de heuvels.
In ieder dorp waar we doorfietsten zagen we lange rijen mensen, Election Day was aangebroken. Deze dag is hier zelfs een vrije dag, de mensen nemen er de tijd voor. Bij ons gaat iedereen even snel stemmen maar hier staan eetstalletjes en maken ze het met een hapje en een drankje gezellig met elkaar.
De laatste 20 kilometer daalden we via een kleine weg richting de kust. Deze kilometers waren echt fantastisch! We fietsten dwars door de jungle, zo groen, zo indrukwekkend,  wat een bomenpracht!
Af en toe een klein gehuchtje waar we de kinderen hoorden roepen en zwaaien, verder alleen een smalle weg door het groen.


We eindigden in Tubigon aan de kust, we waren het indrukwekkende binnenland van Bohol overgestoken.
In Tubigon vertrekken de boten naar Cebu, de stad waar een einde gaat komen aan onze reis op de Filipijnen. Vanuit Cebu vliegen we aanstaande zondag naar Bali, Indonesië.

We fietsten bij aankomst in de stad naar Bugoy Bikers Hostel. De eigenaar is een Duitser die al 20 jaar op de Filipijnen woont en ook lange afstandsfietser is. Hij heeft veel van de wereld gezien, er hangen prachtige foto’s van zijn reizen in het hostel. Naast het hostel organiseerde hij ook vele fietsreizen op de Filipijnen, hij heeft met zijn vriend zelfs een boek uitgegeven: Cycling Philippines.
Door de pandemie kwam ook hier alles stil te liggen en de tyfoon heeft zijn rieten bamboehutten totaal verwoest. Ondertussen is hij leraar in Cebu.
Wij waren zijn eerste gasten na zo’n lange tijd, er werd in de dorm 2 bedden voor ons gereedgemaakt en we konden blijven. En hele gezellige avond volgde, mooi om zoveel verhalen te kunnen delen.
Doordat we een paar dagen eerder dan gedacht op Cebu waren, hadden we nog een aantal dagen over voordat onze vlucht vertrekt. We regelden het één en ander voor onze vlucht (afspraak pcr-test, fietsdozen e.d.) en namen de volgende ochtend de boot van 06.00 uur naar Camotes, een klein rustig eiland, nog heel puur en authentiek.
We voelden gelijk de gezelligheid en saamhorigheid van zo’n klein eiland. We fietsten over kleine weggetjes, door kleine gehuchtjes, de mensen vol belangstelling. De wuivende palmbomen, de helderblauwe zee, de vele vissersbootjes, het was een heerlijk dagje het eiland rond! Aan het einde van de dag genoten we op ons overnachtingsplekje van een mooie zonsondergang. Een geweldige afsluiting van onze fietsreis op de Filipijnen!


Vanochtend zijn we met de boot weer terug gegaan naar Cebu, nu is het inpakken, dingen regelen en over 2 dagen naar Indonesië, de roots van Minggoes!
Het begin van onze reis in Zuidoost-Azië was veelbelovend, op naar het vervolg van onze reis

Ecuador.

Het op drie na kleinste land van Zuid-Amerika is de thuisbasis van besneeuwde bergtoppen en kustwoestijn, stromende vulkanen en kratermeren en natuurlijk het Amazone-regenwoud. Het maakt het land voor de echte natuurliefhebber een van de meest aantrekkelijke landen ter wereld, de verscheidenheid aan landschappen is enorm.
We hebben ruim 5 weken genoten van de wonderschone natuur in dit indrukwekkende land.

14 januari stonden we aan de grens bij Ipiales, we vonden het best spannend omdat de grens nog maar een aantal weken geopend was, nadat hij bijna 2 jaar was gesloten  vanwege de pandemie.
Maar we hadden ons goed voorbereid, onze PCR-test op zak dus we hoopten er het beste van! Gelukkig was het niet druk en ging het prima. We kregen ons stempel van Ecuador in ons paspoort en konden beginnen aan ons tweede Zuid-Amerikaanse land en ons 27e land tot nu toe!

We hadden gelezen dat de klimmen in Ecuador steil zijn, heel erg steil zelfs. Waar ze in andere landen met haarspeldbochten een lange klim over een bergwand uitsmeren, lijken ze in Ecuador recht omhoog te willen.
De grens ligt op 2750 meter en we gingen gelijk omhoog, klimmen geblazen! Na een aantal kilometers kwamen we in Tulcán, de eerste plaats na de grens. We kochten een nieuwe simkaart, haalden wat te eten en vervolgens klommen we door naar 3300 meter, een nieuw record voor ons. Het is tijdens zo’n zware inspanning goed te merken dat je minder zuurstof binnen krijgt, het was puffen en hijgen.
Maar toen we eenmaal boven waren en we konden genieten van de mega groene heuvels, vergaten we de inspanning snel!
Gehuld in 3 jassen begonnen we aan de afdaling, er was een super koude wind, we waren nat van het zweten, dan is het goed inpakken en dalen maar!
We overnachtten onze eerste nacht in San Gabriel, het stadje was een echte verrassing voor ons. Midden in het historische gedeelte, in een heel oud pand zat een hostal. Eenvoudige kamertjes maar een super sfeervol pand. Een mooie binnenkomer in dit nieuwe land!

Onze vooraf gemaakte route in Ecuador, was ongeveer 750 kilometer. Het is niet zo’n groot land, we verwachtten er ongeveer twee weken te blijven. Maar het lastige was, dat we wisten dat de grens naar Peru, ons volgende land, nog gesloten was. Dat maakte het een beetje lastig hoe we gingen fietsen. Onze gemaakte route volgen en naar de grensplaats met Peru fietsen en gokken dat de grens open zou gaan, of toch andere opties bedenken.
We besloten eerst naar hoofdstad Quito te fietsen en dan te gaan  bedenken hoe we het verder gingen aanpakken.
Het werden heerlijke maar ook pittige dagen in de Andes. We schroefden onze dagafstand een beetje terug, want de voorspellingen kwamen helemaal uit: de weg gaat soms écht recht omhoog! Het was steeds klimmend maar ook weer net zo hard dalend door de indrukwekkende Andes. Eindigden we een dag in een vallei, dan was de temperatuur rond de 20 graden en genoten we van de aangename temperatuur. Eindigden we op hoogte, dan was het vooral ’s avonds erg koud en sliepen we onder 3 wollen dekens.
Kamperen was lastig, t/m april is het in Ecuador nog regentijd. Vooral in de nachten komen er soms harde buien en dan moet je ’s ochtends alles nat in pakken. En dat is geen pretje, we kregen onze spullen gewoon niet meer droog. Ook overdag bleef het vochtig zodat niets opdroogde en al onze spullen nat bleven. We besloten om zoveel mogelijk hostals op te zoeken waar ze bijna altijd een gezamenlijke keuken hebben, zodat we zelf konden blijven koken.

Fietsen in de Andes is zo bijzonder, het is haast niet uit te leggen hoe indrukwekkend dat is. Je voelt je als fietser zo ontzettend nietig tussen die enorme bergen.
Al na een aantal dagen konden we gaan genieten van ons eerste kratermeer in Ecuador. Laguna Cuicocha ligt aan de voet van vulkaan Cotacachi. We besloten om 2 nachten in de  plaats Cotacachi te blijven, onze bagage achter te laten in ons hostal en de tweede dag naar het kratermeer te fietsen.
We troffen het enorm, de zon scheen heerlijk, we zagen de bergen rondom Cotacachi allemaal liggen tegen de helder blauwe lucht. Beter weer konden we ons niet wensen om rondom het kratermeer te gaan wandelen. Er is een hike uitgezet over smalle paadjes en bergruggen, aan de ene zijde zagen we het helderblauwe water van het kratermeer, aan de andere zijde het uitzicht op de vulkaan. Echt genieten!

Fietsen in de Andes betekende ook het dagelijkse leven zien van de traditionele bergbewoners. In Otavalo is de grootste markt van Ecuador. De stad dankt zijn naam aan de Otavalo-indianenenstam. Deze stam is erin geslaagd om haar eigen cultuur te behouden en aan te passen aan de huidige tijd. In het weekend en op woensdag vind je hier veel locals die van heinde en verre komen om hun spullen maar ook lama’s te verhandelen. En er is iedere dag een markt met vooral textielnijverheid. De markt is legendarisch, ze verkopen prachtige poncho’s, hoedjes, mutsen, tassen en nog veel meer, allemaal in mooie felle kleuren. We waren er vroeg en het was lekker rustig. Op ons gemakje konden we over de markt struinen. Het is zo mooi om de prachtig geklede mensen te zien in hun kleurrijke kleding. Wat zijn ze klein allemaal, ze komen tot aan onze elleboog, wij zijn er reuzen bij. Het was een belevenis om zo onder de lokale bevolking te komen.

En toen kwamen we na dagen klimmen en dalen aan in Quito, de hoofdstad van Ecuador. Quito ligt in een vallei, ondanks dat het op 2850 meter hoogte ligt. De stad wordt aan alle kanten omgeven door bergen. De laatste kilometers voordat we de stad bereikten waren erg druk maar gelukkig was het eenmaal in de stad prima te doen. Er zijn zelfs veel fietspaden in de stad, Quito bleek een echte fietsstad! Iedere zondag worden er hele straten afgezet en mogen die dag alleen gebruikt worden voor fietsers, kilometers lang. En daar wordt volop gebruikt van gemaakt, van jong naar oud, van mountainbike tot racefiets, iedereen zit op de fiets!

Omringd door indrukwekkende bergen heeft Quito geen gebrek aan uitzichtspunten.
Het maximale uitzichtspunt is vanaf de top van de Pichincha-vulkaan, op een hoogte van bijna 4000 meter. Je kunt er met een kabelbaan vanuit de stad naar toe. In ongeveer 18 minuutjes stonden we boven met een fantastisch uitzicht over de stad en de omliggende vulkanen. Er zijn mooie wandelroutes uitgezet, je kunt er echt een aantal uren blijven. Ook hier moest de inspanning niet te groot worden, anders liepen we gelijk weer te hijgen. Wat  een verschil met de lokale bevolking die bijna rennend omhoog gaan.

In Quito was het moment aangebroken om te beslissen hoe we verder zouden gaan.
De situatie was nog niet veranderd, de grens met Peru was nog steeds gesloten, we begrepen dat het wel begin maart kon worden voordat de grens weer open zou gaan.
We besloten langer in Ecuador te blijven en vakantie te gaan houden! We huurden een auto om de vele vulkanen in de Andes per auto te gaan verkennen. Op de fiets is dat bijna niet te doen. We maakten een mooie route langs de vele hoogtepunten van Ecuador die we graag wilden zien en gingen negen dagen op pad. Ons start- en eindpunt was Quito.
De eerste dag was ons doel Mindo, een klein dorp verscholen tussen nevelwouden. Maar eerst reden we naar Mitad del Mundo, precies op de evenaar. In Kenia waren we er dichtbij geweest maar hadden we het exacte punt niet gezien, nu wilden we er wel graag heen. Er staat een groot monument om de locatie van de evenaar te markeren, je kunt het monument ook beklimmen, van bovenaf heb je een mooi uitzicht over de omgeving.
Daarna vervolgden we onze route naar Mindo. De natuur veranderde enorm, de dag begon stralend maar halverwege kwamen we in de jungle terecht en werd het mistig en vochtig. Een totaal andere wereld, we waren in het regenwoud. We maakten bij aankomst een trail door de mysterieuze jungle en overnachtten in een soort blokhut met alle geluiden uit de jungle om ons heen, een oorverdovend gezang!


Vanuit het regenwoud reden we naar National Park Cotopaxi. Cotopaxi is één van de hoogste actieve vulkanen ter wereld. Het is tevens de op één na hoogste berg van Ecuador.
We sliepen in ons tentje en waren al vroeg uit de veren. De meeste kans om de vulkaan te zien, is ’s ochtends, dan is het vaak het helderst. Er hingen nog wat wolkenflarden maar het zag er goed uit. We sliepen vlakbij de ingang van het park en waren daardoor lekker vroeg bij de vulkaan. En wat hadden we een geluk, de laatste wolkjes trokken weg en het werd helemaal helder. Aan de voet van de vulkaan ligt Lagune de Limpiopungo, daar hebben we onze auto geparkeerd en zijn gaan wandelen rondom de lagune. Ondertussen was de hele berg zichtbaar en konden we volop genieten van de imposante reus met de witte top, afstekend tegen de blauwe hemel. Na een paar uur wandelen trok alles weer dicht en verdween de vulkaan weer net zo snel als hij ’s ochtends tevoorschijn was gekomen.


We reden van het ene hoogtepunt naar het andere hoogtepunt. We bezochten kratermeer Quilotoa. Dit meer ligt in een vulkaankrater op een hoogte van 3850 meter. De route door de Andes was fantastisch, we bleven ons maar verwonderen over de immense bergtoppen. Bij aankomst liepen we naar het meer en zagen het blauw/groene kratermeer onder ons liggen, wat een uitzicht! We dronken een biertje op onze geweldige dag, toen het plots helemaal dichttrok. Het meer waar we een paar minuten eerder mooie foto’s van hadden gemaakt, was niet meer zichtbaar. En het werd koud. In het familiehotelletje waar we overnachten was een houtkachel waar we ons heerlijk konden opwarmen. De volgende ochtend was het weer strak blauw en genoten we van een prachtige wandeling langs het meer.

Alausi is bekend van de Nariz del Diablo of Devil’s Nose. Vanuit Quito start er een treinreis naar de kust waar bijzondere trajecten de revue passeren. Het wordt één van ’s werelds mooiste treinreizen genoemd. Het meest bijzondere traject is het gedeelte waar de trein langs een kloof rijdt. De mythische Duivelsneus met een spectaculaire zig-zag afdaling. En deze start in Alausi.
Alausi is een klein, kleurrijk stadje met veel oude gebouwen. We vonden een hostal net aan het spoortje waar de mooie wagons staan. Helaas hoorden we bij het inchecken dat de trein al sinds het begin van de pandemie niet meer rijdt. Dat was erg jammer maar gelukkig hoorden we dat er een hele mooie wandeling is door de kloof die een prachtig uitzicht geeft op de Duivelsneus.
We vertrokken de volgende ochtend in dichte mist maar volgens de locals zou het na een paar uur goed komen. Bij aankomst bij de Duivelsneus trok het inderdaad open en zagen we in de diepte van de kloof het spoortje liggen met de scherpe haarspeldbochten en zigzagrails. Wat ontzettend knap dat ze dit spoor hebben kunnen aanleggen.

Eén stad wilden we in onze ‘vakantiedagen’ graag aandoen en dat was koloniale stad Cuenca. Na Quito de belangrijkste koloniale stad van Ecuador.
In het historische gedeelte van deze mooie stad, vonden we een hostal in een oud, statig pand met groot dakterras. Vanaf het dakterras hadden we een geweldig uitzicht over Cuenca en in het bijzonder Catedral Immaculada Concepcion. Met haar hoge, azuurblauwe koepels is het een symbool voor de stad. Het is een gigantische kerk, het heeft een capaciteit van ongeveer 8000 mensen. Dagelijks trekt het honderden bezoekers, er is zelfs 100 jaar aan de kerk gebouwd.


Vanuit Cuenca bezochten we Cajas National Park. Dit park heeft hele ruige landschappen, het deed ons denken aan de Schotse Hooglanden, met rotsachtige groene bergen afgewisseld met kristalheldere meren en beekjes. Er zijn ontelbaar veel meren en beekjes in het gebied, Cajas is erkend als een wetland van internationaal belang.
De landschappen zijn bedekt met mooie bloemen, er lopen lama’s, alpaca’s en wilde paarden. Het weer is er erg onvoorspelbaar maar we troffen het enorm, we maakten een prachtige hike rondom Laguna Llaviucu en het weer bleef gelukkig steeds goed.

Na al dit natuurschoon, was onze vakantie bijna voorbij en reden we in twee dagen weer terug naar Quito. Wat hadden we veel gezien van de indrukwekkende Andes, de vele vulkanen en kratermeren. De nationale parken en de bergdorpjes met de kleurrijke, gastvrije bevolking. Het was een erg leuke afwisseling om even van de fiets te zijn en onszelf wat rust te gunnen.

Ecuador heeft een lange kustlijn en dit gedeelte was nog helemaal onbekend voor ons. We hadden de Pacific in Midden-Amerika gezien maar nog niet in Zuid-Amerika. Dat werd ons volgende doel: fietsen langs de kust van Ecuador.
Onze eerste fietsdag werd een regendag. Het miezerde al bij vertrek in Quito en het werd er in de loop van de dag niet beter op. Het eerste gedeelte van de route kenden we al van onze autorit, vanuit de stad richting het nevelwoud. Daar aangekomen was alles groen, groener, groenst. Veel watervallen en prachtige bloemen en vogels. We zagen honderden kolibrie’s, ze vlogen letterlijk om onze oren. Er wordt ‘in het midden van de wereld’ heel veel chocolade verbouwd (Andes Choco) en dat schijnt als een magneet op de mooie vogeltjes te werken. Net voor een plaatsje zagen we een hospedaje, midden in de natuur. Totaal nat kwamen we aan maar na een lekkere douche kwamen we weer helemaal bij en genoten van de geluiden van het ruisende water en de talloze vogels.


De Andes hadden we nu echt verlaten en via het regenwoud daalden we richting zee. De temperatuur steeg, de dikke jas, muts en schoenen werden ingewisseld voor korte broek,
T-shirt en Teva’s. We kwamen aan in Pedernales aan zee. Net voor donker konden we nog genieten van het laatste zonlicht boven zee. We waren sinds lange tijd weer op zeeniveau. Het verschil was groot, het fietsen ging weer makkelijk, dit is toch meer zoals wij het gewend zijn in Holland.
We genoten volop van het lekkere weer na onze koude weken in de Andes. Het werd weer 27/28 graden en dat was heerlijk fietsen: de route was rustig, tijdens de lunch genoten we van de mooie plekjes aan zee, we maakten mooie strandwandelingen en kwamen door kleine vissersdorpjes. Ook de overnachtingsplekjes waren steeds vlak aan zee. Via de
i-Overlander-app hadden we een mooi plekje op het oog: een hostal aan zee waar je ook je tent mocht opzetten. Bij aankomst zagen we een heel mooi hostal helemaal van bamboe gemaakt met een fantastisch uitzicht over zee. De eigenaresse was Belgisch, getrouwd met een Ecuadoriaan. Ze wonen al 8 jaar op deze bijzonder mooie plek met hun 2 kinderen.
Het gedeelte voor de tenten was echter helemaal verwaarloosd omdat er sinds de pandemie bijna geen toeristen meer kwamen. Daardoor mochten we voor hetzelfde geld een nachtje in een kamertje slapen, een super deal!
In Ecuador is bijna geen stukje van de route vlak, ook langs de kust was het klimmen en dalen. De weg loopt soms stukken het binnenland in en dan werd het gelijk weer klimmen om daarna weer met de mooiste uitzichten te dalen naar zee.
We stonden op en gingen naar bed met het geluid van het ruisen van de zee.

Ook langs de kust bleven de mensen super vriendelijk en hartelijk, wat kregen we een begroetingen onderweg en wat werden we vaak toegezwaaid!
Op een gegeven moment stopte er een stukje voor ons een auto. We kregen van het echtpaar wat lekkers voor onderweg toegestopt en een uitnodiging om zelfs bij hun te komen slapen! Ze waren zelf motorrijders, dol op reizen en waren erg benieuwd naar onze verhalen. We beloofden te komen, dat was weer zo’n mooie ontmoeting die op ons pad kwam.
We werden aan het einde van de middag warm onthaald door het echtpaar, wat een lieve mensen, wat een gastvrijheid. We werden helemaal verwend, we zijn naar zee gereden en hebben daar lekker gegeten. Een hele gezellige avond volgde met heel veel mooie verhalen!
Toen ze hoorden dat wij op weg waren naar Guayaquil, werden we voor de tweede keer van harte uitgenodigd, ze bleken ook een huis te hebben in Guayaquil. Een mooi vooruitzicht!

Onze laatste plaats aan de kust was Salinas. Van daaruit kun je fietsen naar La Chocolatera, het meest westelijke puntje van Ecuador. We vonden een leuke plek voor onze tent in Salinas en fietsten heerlijk zonder bagage door naar La Chocolatera. Twee zeestromingen veroorzaken hier een golfslag tegen de rotsen. Door de kracht waarmee dat gepaard gaat, doen het geluid en de beweging van de golven denken aan het koken van chocolade: La Chocolatera.
Er zijn verschillende wandelroutes en uitkijkpunten waar we uitzicht hadden op het opspattende water tegen de kliffen, een mooi stukje natuur!
Terug bij de camping konden we onze tent op een soort dakterras van bamboe zetten. Een heel gezellig plekje waar we genoten van onze laatste avond aan de kust.
Onze keuze om langs de kust te gaan fietsen was een hele goede keuze geweest. De kustlijn van Ecuador is prachtig en de route was heerlijk rustig.


De volgende dag fietsten we de eerste 20 kilometer nog langs de Pacific en toen was het gedaan, we trokken het binnenland weer in, op weg naar Guayaquil.
Aangekomen in grote stad Guayaquil wachtte ons weer de gastvrijheid van het echtpaar waar we eerder een nacht hadden geslapen. We werden ontvangen door de zoon des huizes en ook zijn oma woonde daar. Een heel lief, broos mensje van 92 jaar. We zijn er twee nachtjes gebleven. Ze hebben ons de stad laten zien, Ming mocht zelfs een tochtje op hun motor maken (hij was helemaal gelukkig) en we genoten van de gezelligheid. Communiceren bleef best lastig: een beetje engels van hun kant, wij probeerden het in het spaans en af en toe kwam de vertaal-app heel goed van pas. We genoten van de enorme gastvrijheid van deze lieve familie!

Na Guayaquil moesten we weer kiezen: verder naar het zuiden, richting de grens of terug naar Quito? Er was nog steeds geen zicht op verandering dus we besloten richting Quito te gaan fietsen.
Er braken zowaar een aantal dagen aan dat we vlak hebben gefietst. Tjonge, wat voelde dat bijzonder, wat gaat het dan makkelijk!
We fietsten door de wetlands en zagen heel veel rijstplantages. Van kleine plantjes, net boven het water uitstekend, tot volle groene velden. Het groen van de rijstvelden is het mooiste groen wat er is!
We fietsten door een bananengebied, een enorm gebied met duizenden bomen. De bomen worden met palen ondersteund, zo zwaar zijn de enome trossen. Het is jammer dat de bananentrossen in plastic zakken hangen, dat zagen we met name in Turkije ook al zoveel. Het plastic verdwijnt allemaal in de natuur, het schijnt niet anders meer te kunnen….😓
In deze regio (Quevedo) wordt onzettend veel verbouwd. We bleven maar fietsen langs heel veel verschillende gewassen. Naast rijst en bananen zagen we veel maïs, cacao en palmolie. De agrarische industrie van Quevedo is een van de grootste exporteurs in de wereld van bananen, cacao, passievruchten en koffiebonen.
De cacaoboom wordt geteelt in landen rondom de evenaar, we hebben ze meerdere keren gezien. Het is een bijzondere vrucht/peul om te zien.

En toen kwamen we weer terug in Quito, ons rondje langs de kust was compleet. Wat hadden we de afgelopen weken al veel gezien van dit mooie land met haar indrukwekkende Andes, de vulkanen en kratermeren, het regenwoud en de mooie kustlijn.
Maar wat we nog niet hadden gezien was het Amazone-regenwoud. En ook dat bevind zich in Ecuador. Öriente is een regio in het oosten van het land, bestaande uit de oostelijke hellingen van de Ecuadoraanse Andes. Daar wilden we graag naar toe.
Vanuit Quito vertrekken er bussen naar plaatsjes in het Amazone-gebied. We gingen naar Puerto Misahualli en lieten onze fietsen achter in ons hostal in Quito.
Het was een lange rit, om 8.00 uur ’s ochtends stapten we in de bus voor een 5 uur durende rit naar Tena. De verschillende landschappen en klimaatzones die vervolgens aan ons voorbij trokken, waren weer enorm. We blijven dat bijzonder vinden.
Vanuit Quito (2850 mtr) reden we door de Andes richting de Amazone. De bus had grote moeite met de steile beklimmingen, we zagen op de hoogtemeter dat we weer  boven de 4000 meter kwamen. De Andes trok aan ons voorbij met haar imponerende kale bergen, hangend in de mist. Daarna begon de daling en kwamen we in het regenwoud, overdadig groen met vele mooie watervallen. Aangekomen in Tena zaten we nog maar op 500 meter hoogte en was het weer warm, drukkend warm. We stapten voor de laatste 22 kilometer over in een andere bus, die ons in Puerto Misahualli bracht. Ons onderkomen stond aan de rivier. Vanaf het balkon hoorden we de geluiden uit de jungle, wat een rijkdom!


De volgende dag trokken we voor twee dagen per bootje verder de jungle in. We gingen samen met drie franse dames en een gids op pad. Het eten en drinken voor de komende dagen werd in het bootje geladen en we trokken over de rivier verder de Amazone in. Onderweg hadden we verschillende stops, waaronder een bezoek bij een lokale familie op een kleine cacaofarm. Het was leuk om het proces te volgen hoe de cacaobonen tot chocolade worden verwerkt. En vooral als je dan ook nog mag proeven…🙃


Na de lunch voeren we weer verder richting de lodge waar we gingen overnachten. De uitzichten vanaf het water waren steeds prachtig, wat een natuur!
De lodge lag in de ‘middle of nowhere’, een schitterende plek, afgesloten van de bewoonde wereld. ’s Avonds trokken, we met onze hoofdlampjes op, de jungle in. We zagen diverse soorten vogels en insecten, waaronder verschillende vogelspinnen…😨
Slapen en wakker worden in de jungle is heel bijzonder, de geluiden zijn oorverdovend, het lijkt alsof er een mega koor aan het zingen is. We zetten onze stoeltjes al heel vroeg op onze veranda en zagen de jungle ontwaken.We genoten van alles wat we hoorden en voorbij kwam vliegen.


Na een lekker ontbijt met de drie franse dames, trokken we opnieuw te voet de jungle in. Onze gids kon ons heel veel vertellen over de flora en fauna van de Amazone, vooral de medicinale werking van de verschillende planten. Zo maakte hij met een mes een inkeping in een boom en ving het ‘Dragonblood’ op uit de boom. We smeerden het rode bloed op onze armen en het werd een wit-achtige creme. Het wordt veel verkocht als anti-muggencreme. De natuur levert alle producten, zo mooi om dat allemaal te horen.
De bomen in het regenwoud zijn ongelofelijk indrukwekkend, de wortels zijn metersbreed en de bomen mega hoog. De natuur explodeert in dit tropische klimaat.
De volgende ochtend was het tijd om afscheid te nemen van de Amazone, we zijn weer een hele mooie ervaring rijker.

Terug naar Quito hield voor ons in dat er een einde ging komen aan onze reis in Ecuador. Een reis die helemaal anders liep dan verwacht omdat de grens naar Peru gesloten bleef.
Onze planning was om de tweede of derde week van maart onze reis te onderbreken en naar Nederland te vliegen. Begin april hebben we een bruiloft in Nederland waar we heel graag bij willen zijn en we hebben ons huis verkocht, waar we ook het nodige voor moeten regelen. Onze verwachting was dat we rond die tijd in Peru of Bolivia zouden zijn, maar dat was nu niet gelukt.
We besloten daardoor eerder terug te keren en ‘vakantie’ in Nederland te gaan vieren! Een heerlijk gevoel om onze lieve ouders, kinderen, familie en vrienden weer te zien.❤

Onze reis in Midden- en Zuid-Amerika is voorbij gevlogen. 13 augustus stonden we in Mexico aan de start van een nieuw avontuur, na onze reis in Afrika. En nu waren we in Ecuador, bijna 10.000 kilometer verder. Heel bijzonder hoe snel dat gaat, tijd lijkt niet meer te bestaan voor ons. Leven in vrijheid, samen op de fiets de wereld ontdekken, het is voor ons nog steeds het mooiste dat er is! Ieder land met zijn eigen cultuur en gewoontes. Alle mensen die ons begroeten, naar ons zwaaien, die stoppen voor een praatje of ons water/eten geven. Mensen die ons zelfs uitnodigen om langs te komen of waar we mogen blijven slapen. Wat een ongelofelijke gastvrijheid!
Iedere dag fietsend over onze mooie aarde, we hebben zoveel gezien en beleefd: de maya-tempels, de vulkanen en kratermeren, onze vulkaan beklimming, het regenwoud, de stranden, de indrukwekkende Andes, de Amazone, het is teveel om op te noemen.
Wat een indrukken, wat een enorm voorrecht dat we dit kunnen doen!
En de wereld is nog zoveel groter, er is nog zoveel te ontdekken!

Een hele grote dank aan alle lieve mensen die op ons pad kwamen het afgelopen half jaar en ons een warm welkom gaven. Dat maakt fietsen voor ons onbetaalbaar!

Ondertussen zijn we alweer ruim een week in ons vertrouwde Holland. We genieten ontzettend van onze tijd met onze lieve ouders, kinderen, familie en lieve vrienden.
Wat is dat fijn ‘thuis komen’!

In april hopen we onze reis een vervolg te gaan geven. De komende weken gaan we bekijken wat onze mogelijkheden zijn. Langzaam gaat de wereld weer open, misschien kunnen we zelfs gaan kiezen….😉
Na Europa/Turkije, Afrika, Centraal-Amerika en een stukje Zuid-Amerika gaan we zien waar het vierde deel van onze ons zal gaan brengen!?

Colombia.

We hebben het jaar 2021 afgesloten in Salento, Colombia. Wat was het een indrukwekkend jaar voor ons. Eerst een half jaar in Afrika, daarna de oversteek naar Centraal Amerika. Heel veel mooie fietskilometers om nooit te vergeten, heel veel mooie ontmoetingen die we voor altijd in ons hart bewaren. Zien en ervaren hoeveel vriendelijkheid, hartelijkheid en liefde we van onze medemensen hebben gekregen, daar zijn geen woorden voor! Een grote dank aan alle lieve mensen die we onderweg ontmoet hebben!

Op 1 december stonden we op de kade in de haven van Cartagena, na 5 dagen op zee. Het voelde fijn om weer vaste wal onder onze voeten te hebben, vooral Ming weet nu dat hij geen zeebenen heeft, geef ons de fiets maar!
Cartagena heeft een prachtige oude binnenstad, de stadsmuren zijn nog intact, je kunt er overheen lopen om de skyline van de stad te zien en genieten van mooie zonsondergangen.
We hadden voor 2 nachtjes in de wijk Getsemani een hostal geboekt. Een super leuk hostal, middenin de gekleurde straatjes van Cartagena.
En Cartagena is fantastisch, wat een geweldige binnenstad! Zo kleurrijk, er hangen in de straatjes en steegjes overal vlaggetjes en paraplu’s, zo’n leuk gezicht. Er zijn ongelofelijk veel muurschilderingen, echt geweldig om door de straatjes te struinen en alle muurschilderingen te bewonderen.
Het was ook nodig om na onze zeilreis weer even te aarden. Zelfs ’s nachts in ons hostal wiebelden we nog steeds in ons bed. We waren nog zeeziek in ons hostal, heel bijzonder om dat te ervaren… 😉 We hoorden het ook van onze mede-reizigers aan boord, ook zij hadden er nog last van.
Cartagena staat bekend om zijn warmte en het was er inderdaad erg heet. In de namiddag en avond komt de stad nog meer tot leven, er wordt gegeten en gedronken op de vele pleintjes en wij genoten van de vrolijke Caribische sfeer.
De mensen zetten hun stoeltjes op de stoep en genieten met elkaar van de zwoele avonden met levendige salsa muziek.
Een heerlijke start van ons grote, nieuwe Zuid-Amerika avontuur.

En toen was het tijd om weer op onze fiets te stappen, wat hadden we er zin in, de wind om je oren, de vrijheid tegemoet. We wisten dat dit prachtige stuk van de wereld een hele andere reis zou gaan worden. Er moet flink geklommen worden in Zuid-Amerika, we gaan de Andes tegemoet. Fantastisch maar ook spannend of het haalbaar is voor ons.
Maar eerst gingen we een stukje noordwaarts. In het noorden ligt Tayrona National Park, een beschermd natuurgebied en beroemd om zijn geweldige stranden. En de Sierra Nevada, het hoogtste kustgebergte ter wereld. De hoogste toppen zijn 5.775 meter en liggen slechts 42 kilometer van de Caribische zee.
De route liep de eerste dagen mooi langs zee, een lekker begin na al onze fietsloze dagen. Het waren hele warme, zonnige dagen, de regentijd leek nu echt voorbij. De luchten veel blauwer en niet meer van dat benauwde bewolkte weer.
We overnachtten in mooi waterrijk gebied, een moerasgebied langs zee, het leek Terschelling wel…😉 Een paradijs voor vogels, we zagen er zelfs een groep flamingo’s.

Het plaatsje Minca wordt het verborgen paradijs in de Sierra Nevada genoemd. Vanuit de kustweg was het 650 meter klimmen naar het charmante plaatsje. Het dorp staat bekend om zijn mooie watervallen maar ook om zijn koffie en cacao. Het is populair onder de backpackers, je kunt er heel veel trekkings maken.
Na een stevige klim kwamen we rond de middag in Minca aan. We vonden er een leuke camping, net buiten het dorp. Vanaf het terras hadden we een geweldig uitzicht over de mooie omgeving. Wow, wat een mooi gebied!
De volgende dag zijn we door het weelderige tropische bos naar de watervallen gewandeld. Een heerlijk dagje in de bergen.


Na onze klim naar Minca, daalden we twee dagen later met een heerlijke afdaling van 12 kilometer weer terug naar de kust om Tayrona National park te bezoeken.
Tayrona National Park is een beschermd natuurgebied, het is verboden om er met eigen auto te rijden. Je wordt met taxi’s naar een bepaald punt gebracht en van daaruit is het wandelen naar de verschillende baaien met prachtige strandjes. We hoopten dat wij met de fiets wel het park in mochten maar na een discussie bij de ingang, kregen we toch geen toestemming. De wegen zouden te slecht zijn, ze wilden de verantwoording niet nemen als er iets zou gebeuren. Vertel dat maar eens aan 2 Nederlanders! Maar we kregen het niet voor elkaar.
Er kwam een man naar ons toe die goed Engels sprak en hij bood aan dat we bij hem mochten overnachten. Hij had net buiten het park een viskwekerij en we mochten onze tent in zijn tuin zetten. Een super aanbod! Zo waren we toch dichtbij het park en stonden onze fietsen veilig bij hem.
De volgende dag konden we Tayrona national Park dan toch echt bezoeken. Je vind er 150 km2 aan jungle en kilometers lang strand. Omdat het beschermd is en niemand er zomaar in kan, blijft het zo mooi onaangetast zonder grote hotels en/of restaurants. Het is nog ongerept.Op een paar plekjes kun je bij de locals wat te drinken of eten halen.
Het is een waar paradijs met heel veel baaitjes en geweldige stranden. Het water is kraakhelder en diepblauw en er staan heel veel geweldig grote cactussen.We liepen door de jungle van de ene naar de andere baai, bergop de jungle in en bergaf weer richting een nieuwe baai. Het was er zeldzaam rustig, we zagen bijna geen andere mensen, het was ongelofelijk genieten. We hebben nog even gesnorkeld en zagen prachtig gekleurde vissen, wat een schoonheid!


Juan, de eigenaar van de viskwekerij waar we sliepen is een aantal jaren geleden in Nederland geweest. Hij is zelfs op Texel geweest en had nog een vlag! Bij ons afscheid moest daar natuurlijk een foto van gemaakt worden. Wat hebben we een mooie gesprekken gehad met deze man, het was supergaaf om er 2 nachten te kamperen.


We vervolgden de kustlijn en hadden onderweg steeds mooie uitzichten op de hoge toppen van de Sierra Nevada, de wolken hingen er prachtig omheen. Op de hoogste toppen zagen we zelfs sneeuw. Op advies van Juan zijn we naar het plaatsje Camarones gefietst. Dit kustplaatsje grenst aan natuurgebied Los Flamencos. Dit gebied staat bekend om zijn flamingo’s. Tegen zonsondergang kwamen we langs het meer de plaats binnenfietsen. We hadden hier niet op een beter moment langs kunnen komen. De lucht veranderde ieder moment van kleur, we bleven maar stoppen om te genieten van de schoonheid van het meer in alle kleuren oranje met daarachter de hoge bergtoppen. Op afstand zagen we honderden flamingo’s, het was een prachtig schouwspel.
Het was ondertussen donker voor we het plaatsje binnen fietsten maar we vonden toch een prima kamertje om te overnachten!


Het laatste stuk noordwaarts veranderde de natuur enorm. Het groen verdween, de natuur werd dor en geel. Het was super heet, geen schaduw van de bomen, de volle zon op onze bol, het was lang geleden dat het zo warm was.
Het noordelijkste stuk van Colombia is woestijn, daar waren we nog niet maar we zagen wel dat het in deze streek heel erg droog was. Geen bomen meer, alleen laag struikgewas. De droge periode was aangebroken, het regent hier dan vanaf begin december t/m april niet meer. En dat zagen we aan de natuur, wat een droogte, nu al in december. Het is voor de mensen die hier wonen een groot probleem, ze hebben geen water meer.
Riohacha was ons noordelijkste punt, vanaf daar gingen we langzaam zuidwaarts richting Medellin. De wind was ons nu steeds goedgezind, met een heerlijk windje in de rug vervolgden we onze route. Ook de natuur zagen we langzaam weer veranderen, de bomen kwamen terug en het werd steeds groener.
Nu we de kust verlaten hadden, zagen we geen toeristen meer maar ook geen campings. We zagen het gewone Colombiaanse leven vanaf onze fiets. De route was veelal vlak en met het windje in de rug was het lekker fietsen. De route liep door een soort vallei, aan beide zijden hadden we uitzicht op de bergen. Na een aantal dagen op asfalt, besloten we een binnendoor weg te nemen naar Santa Cruz de Mompox, een historisch stadje aan de rivier. We kwamen op een gravel/zandweg terecht en er volgde een geweldige route, dwars door de natuur, geen bebouwing, niets. We waren één met de natuur met de vele vogelgeluiden en de krekels. We sliepen in een klein gehuchtje bij een hospedaje, bij een super vriendelijke familie. Ze hadden er ook een restaurantje bij dus we konden na een lange dag fietsen ’s avonds zo aanschuiven! Ook de volgende dag was geweldig! Wat is Colombia prachtig.
De route ging over gravel, zand en keien maar het was zoooo ontzettend mooi! Langs hacienda’s met vele koeien en cowboys te paard. Door niemandsland, alleen maar natuur. Het deed ons zelfs denken aan de uitgestrektheid van Afrika: het rode zand, de droogte en kale vlaktes. Het alleen zijn op de wereld gevoel….
We aten onder een boompje in de schaduw om bij te komen van de hitte.


Na een kilometer of 70 kwamen we aan bij de rivier in San Sebastian de Buenavista. Daar namen we een pontje naar de overkant van de rivier.
Het verschil in de natuur was enorm, na de droge, kale vlaktes fietsten we nu langs de rivier in een super groen landschap. Dat deed ons weer beseffen dat water van levensbelang is!
Aangekomen in Santa cruz de Mompox vonden we een heel leuk hostel in de historische kern van het plaatsje. Hier konden we heerlijk afkoelen en relaxen in de schommelstoel.
De volgende dag hebben we genoten van het historische stadje. We zagen de Spaanse invloeden, alles is prachtig gerenoveerd en het stadje staat zelfs op de Unesco werelderfgoedlijst.
Het was heel rustig, we konden lekker door de straatjes dwalen. Wel steeds de schaduw opzoekend want het was super heet. Er waren leuke pleintjes met vele straatverkopers: schoenenpoetsers, we zagen technische luitjes zittend aan een tafeltje waar je je telefoon kon laten repareren, boekenverkopers en natuurlijk de vele eetstalletjes. En overal hoor je de Colombiaanse muziek.


Na ons ontspannende dagje in historisch Mompox, stapten we weer op de fiets. Langzaam richting de bergen. We wilden de kerstdagen graag vieren in Guatapé, het meest kleurrijke stadje van Colombia. Maar daar lagen nog heel wat kilometers tussen. We kozen ervoor om het eerste gedeelte de grote weg te nemen en later meer de binnendoor weggetjes naar Guatapé. De paar dagen over de grote weg waren best saai, ’s ochtends ging het nog prima maar vooral ’s middags waren er veel vrachwagens en dat is nooit leuk fietsen. Er waren weinig dorpjes, het was gewoon flink doorfietsen.
Op de kaart zagen we een kilometer of 5 van de route een klein dorp en daar vonden we een leuke hospedaje. Dat bevalt ons erg goed, het zijn leuke kleinschalige overnachtingen bij een familie. We waren bij een wat ouder echtpaar, bijzonder lieve mensen. Voordat we de volgende ochtend vertrokken, kwam de lieve meneer van de hospedaje op ons kamertje. Hij wilde ons graag Gods zegen meegeven op onze verdere reis. We stonden met z’n drietjes, onze handen samen vasthoudend, terwijl hij ons toesprak. Het was natuurlijk in het spaans, wij konden maar woordjes volgen maar het was kippenvel. Een heel bijzonder moment…..
Onze dag kon niet meer stuk!
Na een aantal dagen op de grote weg, wachten de bergen op ons. Het was nog 170 kilometer naar Guatapé. Je zou zeggen makkelijk te doen in 2 dagen om met kerstavond in Guatapé te zijn. Maar dat viel flink tegen. Buiten het klimmen, kwamen we een heel groot gedeelte op gravel/zandwegen terecht. En dat werd super zwaar! Het was geen gewone gravelweg, het waren alleen maar keien, gaten en grote kuilen. Eén dag maakten we nog vol, we hobbelden en bobbelden de hele dag, we gingen maar 5 kilometer per uur. We kwamen net voor donker het dorp Puerto Garza binnen fietsen en vonden een hospedaje. De kamer werd nog snel schoongemaakt voor ons en we konden douchen. We waren helemaal leeg.


Na het douchen werden we door de familie uitgenodigd om aan te schuiven bij het eten, echt super leuk! Er werd uitgebreid gekookt, het leek al een beetje kerst. De muziek ging aan, de drankjes kwamen op tafel en er werd wat gedanst. Wat heerlijk om zo te kunnen ontspannen na een zware fietsdag.
We begonnen de volgende ochtend nog vol goede moed aan het vervolg van onze route maar de weg bleef net zo slecht. En we moesten alleen maar omhoog.
We wilden heel graag een beetje op tijd in San Rafael zijn (Guatapé was al niet haalbaar meer) om daar kerstavond te vieren, maar dat ging op de fiets op deze manier nooit lukken.
En toen kwam ons een vrachtwagentje voorbij dat pakketten bezorgde. We mochten meerijden! En hoe bijzonder, hun einddoel die dag was San Rafael. We grepen de mogelijkheid om mee te mogen rijden met beide handen aan. De fietsen werden ingeladen en zittend op grote zakken zout, suiker en steenkool vervolgden we onze weg. De voor- en achterkant van de auto waren open dus we konden blijven genieten van de geweldige bergen. Maar ook voor de vrachtwagenchauffeur was het geen makkelijke route, er was bijna geen doorkomen aan. Uiteindelijk hebben we over de 60 kilometer naar San Rafael
4.5 uur gereden! Maar we waren op tijd om kerstavond te vieren. We vonden een leuke plek middenin het gezellige dorp vol met lampjes en lichtjes. Het hele dorpsplein was versierd, echt prachtig om te zien. Om 22.00 uur begon de nachtmis, het werd een prachtige kerstavond voor ons!


Kerstochtend hadden we nog een korte maar o zo mooie kerstrit tegoed naar Guatapé.
Het was maar een kort ritje van 35 kilometer maar toch wel weer een rit met 1000 hoogtemeters. Maar we fietsten nu op asfalt, het was een heerlijke rit.
Guatapé ligt aan een groot stuwmeer, op een gegeven moment zagen we vanuit de bergen het prachtige meer liggen.


De laatste kilometers fietsten we langs het meer voordat we Guatapé binnen fietsten. In dit gekleurde stadje hebben we onze kerstdagen gevierd. We hebben heerlijk door de kleurrijke straatjes gedwaald, wat hebben ze er hier een kunstwerkjes van gemaakt, heel gaaf om te zien. De huizen zijn in meerdere kleuren geverfd met heel veel houten balkons. Maar het meest in het oog springend zijn de plinten. Ze zijn prachtig versierd met tekeningen en schilderijen met reliëf. Ieder huis heeft weer zijn eigen unieke tekening, heel leuk om te zien.


2e Kerstdag zijn we naar La Piedra del Peñol gewandeld, een wonder van de natuur. Het is een 220 meter hoge monoliet. Je kunt de rots beklimmen, met 702 treden sta je boven. Eenmaal boven heb je een panoramisch uitzicht over het stuwmeer met verschillende groene eilandjes. Ook het stadje zie je mooi liggen.
Heerlijke kerstdagen om even te ontspannen, wetend dat er nog heel veel bergen op ons wachtten op het vervolg van onze reis in Colombia.

Omdat we op hoogte zaten, was het stukken koeler. We verlieten een fris Guatapé via Piedra El Penõl, de rots hing in de wolken.
We trokken verder zuidwaarts en wilden graag Salento bezoeken. Ons volgende hoogtepunt in Colombia. Maar daar lagen nog heel wat klim kilometers tussen!
We kwamen door prachtig historisch bergdorp El Retiro, het deed een beetje denken aan een wintersport dorp. Iedereen vrij tussen kerst en oud en nieuw (in Colombia is het vakantie in dec-jan) en er waren volop feesten en optredens in het dorp.
Er brandden ongelofelijk veel lampjes, hele straten waren versierd, super leuk om te zien.
En het was koud, we zagen restaurants en bars waar een vuurtje brandde. En mensen met jassen en mutsen op. Wat een andere wereld ineens…
Ook wij haalden ’s avonds onze schoenen weer te voorschijn, dat was erg lang geleden.
We hadden een hostal middenin het oude gedeelte, we konden ’s avonds vanaf onze balustrade genieten van alle drukte op straat.

Klimmend en dalend fietsten we verder. De éne dag eindigden we op hoogte en deden we ’s avonds ons thermoshirt aan, de volgende dag waren we weer gedaald en zaten we ook ’s avonds nog heerlijk in korte broek en T-shirt.
De bergen zijn overweldigend groen en mooi. Wat is het Andesgebergte indrukwekkend. Je kunt op iedere hoek wel stoppen om foto’s te maken. Het is volop genieten!
We fietsten door de beroemde koffiestreek in een koffiedriehoek tussen de steden Manizales, Pereira en Armenia. We genoten van de gewéldige uitzichten over de groene heuvels met al de koffieplantages. Én we dronken en genoten bij aankomst in de plaatsjes van heerlijke Colombiaanse koffie.

31 december fietsten we ’s ochtends de laatste kilometers naar Salento om oudejaarsavond te vieren in dit mooie, ook kleurrijke stadje.
Salento is na Cartagena de meest bezochte plek van Colombia. Nabij Salento ligt de wonderschone Cocora Valley. En dat trekt vele Colombiaanse mensen vanuit de steden Bogata, Medellin en Cali naar deze vallei om te genieten en te ontspannen.
Wij hadden niets gereserveerd en bij aankomst bleek dat het stadje Salento vol zat voor de komende dagen. We vonden in het prachtige gebied rondom het plaatsje een mooie farm om de komende dagen te verblijven. Oudejaarsavond vieren, onze beentjes rust geven na al het klimmen én de Cocora Valley bezoeken. Ming was niet fit, verkouden en grieperig dus we deden het de eerste paar dagen in het nieuwe jaar rustig aan. We konden ons geen betere plek wensen, middenin de glooiende heuvels.

De Cocora Valley is beroemd om zijn palmsoort. De waxpalmen die hier groeien worden wel 45 meter hoog, soms wel tot 60 meter en hebben een zeer dunne stam. Uniek in de wereld. Je kunt in deze vallei een korte of lange hike maken, we kozen voor de lange vijf uur durende hike.
We startten al vroeg en liepen eerst door een dicht nevelwoud, langs een rivier. We staken verschillende gammele hangbruggetjes over voordat we écht moesten gaan klimmen. Bovengekomen kom je bij Finca la Montana, op een hoogte van 2900 meter. Hier hadden we een prachtig uitzicht over de omgeving.
We aten er een broodje en ineens trok het helemaal dicht en begon het zelfs te regenen. Gelukkig hadden we onze regenkleding mee. Gehuld in regenjas en -broek begonnen we aan onze afdaling richting de vallei. We kwamen langs een aantal viewpoints en zagen ondanks de mist de geweldig indrukwekkende waxpalmen. Tussen de lichtgroene heuvels staan honderden van die bomen, in de mist een heel mysterieus en surrealistisch gezicht, prachtig!
Al verder dalend door de dennenbossen trok de mist steeds meer weg en kwamen we in de vallei aan. Een wonderschone vallei, niet eerder zo’n mooie vallei gezien. Een fantastisch begin van 2022.


Het was na die heerlijke nieuwjaarsdagen best lastig afscheid nemen, we hadden het gevoel alsof we er een week waren geweest in plaats van een aantal dagen.
En toen begonnen we aan het laatste gedeelte van onze geweldige fietsreis in Colombia. Het was een zwaar gedeelte waarin we heel moest moesten klimmen. Maar ook een fantastisch mooi gedeelte, vooral het departement Cauca. We hebben een aantal dagen langs de Rio Cauca gefietst, een mooie rivier die kronkelend door het landschap loopt. In dat gebied wordt veel rietsuiker verbouwd, we zagen ze van kleine plantjes tot hele hoge stengels met daarachter steeds de indrukwekkende bergen. Heerlijke fietsdagen. We kwamen door grote stad Cali, waar het door de drukte van al het verkeer niet leuk fietsen was. Vele kilometers met veel vrachtverkeer, dat zijn we altijd snel zat. Maar ook dat hoort bij fietsen, niet alle kilometers kunnen altijd mooi zijn.
De benen werden iedere dag volop getest, we bleven maar klimmen en dalen. We waren
’s avonds altijd blij als we weer een plekje hadden gevonden en we na het koken in onze stoeltjes konden relaxen. Genieten van de rust momentjes.

9 januari was het oudjaarsdag voor Jacoline. De route die dag was onbeschrijflijk mooi, de bergen in de Andes zijn zo anders dan wij ze kennen in Europa. Allemaal lichtgroene heuvels, vele achter elkaar. Het lijken wel allemaal plakjes, heel indrukwekkend en bijzonder.
We kwamen door verschillende dorpen waar het feest was. Begin januari viert Colombia Carnaval de Blancos y Negros: een feest ter ere van de etnische verscheidenheid. Grote praalwagens kwamen ons voorbij en mensen bekogelen elkaar op pleinen met meel, schuim en waterballonnen. Ook wij kwamen niet ongeschonden uit de strijd….😉
We wilden aan het einde van die middag graag een leuke overnachting vinden en daar twee nachten blijven om de verjaardag te vieren. Helaas konden we na onze geweldige route niks leuks vinden. Er waren bijna geen overnachtingsplekjes in dit uitgestrekte gebied. We vonden een hotel langs de weg, dat werd dus tóch fietsen op de verjaardag, hier wilden we geen twee dagen blijven.
We hadden wel een lekker balkon tot onze beschikking en Ming had slingers en champagne gescoord onderweg dus we konden de verjaardag tóch leuk inluiden!
De volgende ochtend stonden er prachtige ingezongen berichtjes in de WhatsApp en konden we videobellen met onze ouders en zus & zwager. Een super leuke start van de verjaardag.


Om half tien stapten we op de fiets voor een korte ochtendrit naar Puento de Cumbaras. Daar hoopten we wél een leuk hotelletje te vinden om de verjaardag te vieren.
De rit was weer even mooi als gisteren maar bij aankomst in het plaatsje zagen we geen leuke plek om te overnachten.
We hadden steeds gehoopt om de verjaardag in Pasto te vieren maar dat lag nog ruim 80 kilometer verderop, hoog in de bergen dus dat was te ver voor die middag.
We stonden langs de weg te overleggen toen er een grote bus stopte, waarop Ipiales stond. Ipiales is de grensplaats naar Ecuador, 80 kilometer voorbij Pasto. We vroegen de buschauffeur of hij via Pasto naar Ipiales ging en dat was het geval.
We konden onze fietsen en tassen in de laadruimte van de bus leggen en daar gingen we al, op naar Pasto. Soms zit alles mee!
Om half vier stonden we middenin Pasto, op een hoogte van ruim 2500 meter.
Daar vonden we het leuke hostel waar we naar op zoek waren! Een hele gezellige plek met een mooi uitzicht over de stad. Een mooi verjaardags cadeau! We boekten er gelijk twee nachtjes om de volgende dag de stad te bekijken en te genieten van deze mooie plek! We hebben er ’s avonds in de stad heerlijk op geproost!
De volgende dag in Pasto was heerlijk, lekker rondwandelen in het historische gedeelte van de stad en de kerken bekijken. De plaats staat bekend om zijn vele kerken. Een taartje eten, nog ter ere van de verjaardag en genieten vanaf onze mooie balustrade bij het hostel. Onze kleren werden weer een keertje met de machine gewassen en de fietsen nagekeken.

Ondertussen waren we bijna bij de grens met Ecuador, zouden we ons avontuur kunnen vervolgen in dit land?
17 december 2021 hebben Colombia en Ecuador de grens bij Ipiales weer heropend. Sinds maart 2020 was de grens door de pandemie gesloten.
We hebben uit het bericht dat we hebben gelezen, begrepen dat de grens eerst voor 30 dagen open is en dat er dan een evaluatie komt.
Zouden we nu net het geluk hebben en de grens over kunnen?
De afgelopen paar weken zaten die 30 dagen steeds in ons achterhoofd, we wilden vóór 17 januari bij de grens zijn. Maar in Pasto bedachten we dat 30 dagen vanaf 17 december niet 17 januari is maar waarschijnlijk al 15 januari!
We hadden nog maar een paar dagen om de grens over te gaan vóór die datum. En we moesten ook nog een pcr-test doen, waarvan we de uitslag pas 36 uur later kregen.
Dat deed ons besluiten om niet in 2 dagen naar Ipiales te fietsen maar om het laatste stuk met de bus te doen. De volgende ochtend stonden we al vroeg bij het busstation. Eén fiets pastte achterin de laadruimte,  de andere fiets mocht mee naar binnen en stond in het gangpad. Dat is het mooie van Colombia, ze denken altijd in oplossingen en kennen geen problemen. Ze proberen iedereen te helpen. Colombianen zijn ontzettend sociaal en vriendelijk.
Na een prachtige busrit door de bergen, waren we al om 1.00 uur in Ipiales. We gingen diezelfde middag naar het laboratorium voor de pcr-test. We moesten mega lang wachten maar uiteindelijk stonden we om 16.30 uur weer buiten en waren we getest. De uitslag zou 36 uur later per email naar ons toegestuurd worden.
We hadden dus nog een hele dag in Ipiales tegoed voordat we naar de grens konden.

Acht kilometer buiten Ipiales ligt het heiligdom van Las Lajas. Het wordt beschouwd als een architectonisch wonder. Wij dachten dat het bij Pasto lag maar het ligt veel dichter bij Ipiales. Een mooie gelegenheid om deze wonderschone basiliek te bezoeken.
De basiliek is gebouwd in een kloof waardoor de rivier de Guaitara stroomt. Reden dat het tot de mooiste van Amerika behoort. We fietsten richting de basiliek toen we zagen dat je er het laatste stuk met een kabelbaan naar toe kunt. De kabelbaan is 1400 meter lang en doorkruist tot tweemaal toe de Guaitara-rivierkloof,  met uitzicht op de prachtige landschappen van het Nariño gebied. Na een kwartiertje stonden we beneden bij de basiliek. Vanuit de kabelbaan hadden we er al een prachtig uitzicht op gehad.
We hebben er een heerlijk rondgewandeld, er was een dienst, we konden naar binnen en hoorden de prachtige muziek. Een mooi moment van bezinning!


Deze mooie dag was een geweldige afsluiting van onze ruim zes weken in Colombia. We hebben ruim 2300 kilometer gefietst in dit bijzonder mooie land met zijn bijzonder open en hartelijke bevolking.
Het land heeft alles: mooie stranden, prachtige meren, de indrukwekkende Andes, de kleurrijke dorpen. Het heeft, anders dan bijvoorbeeld Costa Rica en Panama waar de Amerikaanse invloeden heel groot zijn, zijn eigen authenticiteit behouden.
En de vele mooie en bijzondere ontmoetingen onderweg, maakte Colombia ons favoriete land tot nu toe in Amerika!

’s Avonds ontvingen we de uitslag van de pcr-test in onze mail en de volgende ochtend togen we naar de grens. We gingen eerst nog even langs het laboratorium omdat we onze uitslag ook op papier nodig hadden. En toen op naar de grens met Ecuador!
Spannend bleef het wel, we hadden gelezen dat Ecuador maar vijf vaccins erkend en daar zat het vaccin van Janssen niet bij..
Gelukkig ging alles goed en keken ze meer naar de pcr-test.
En zo stonden we met een stempel van Ecuador in ons paspoort in ons 27e land! 🇪🇨 🇪🇨
We kunnen in ieder geval weer één land door, wat een goed gevoel! 🎉🎉🎉
Peru heeft zijn landgrenzen nog gesloten.

Panama & San Blas Islands.

We begonnen onze fietsreis in Panama uiterst relaxed…. Nadat we ’s ochtends de  grensovergang bij Sixaola hadden gepasseerd, fietsten we ’s middags naar Almirante.

Vanuit Almirante vertrekken boten naar een Caribische eilanden archipel.
Bocas del Toro is de hoofdstad en van daaruit kun je ook de andere eilanden bezoeken.
Daar wilden we onze beentjes graag een aantal dagen rust gaan geven.
Het was die middag te laat om de oversteek nog te maken, we hebben een hostel gezocht in Almirante zodat we de volgende ochtend al vroeg op een boot konden stappen richting Bocas del Toro. We waren de enige op het bootje, de fietsen pasten er prima op.
Na een half uur stonden we al op het eiland. Op de i-Overlander-app hadden we een leuke plek gezien waar we onze tent konden neerzetten, naast een restaurant aan zee.
Op onze laatste camping in Costa Rica hadden we een leuk Spaans gezin onmoet en ze waren een dag voor ons naar Bocas vertrokken met hun camper. We kregen al leuke foto’s doorgestuurd van deze prachtige plek, pal aan zee.
We waren van harte uitgenodigd door een Braziliaans echtpaar, de eigenaren van het restaurant.
We fietsten na aankomst op het eiland, nadat we wat boodschappen hadden gedaan, rechtstreeks naar Paki Point. Het restaurant ligt een kilometer of zeven buiten de drukte van de plaats, aan een rustig zandweggetje.
Bij aankomst werden we hartelijk ontvangen door het Spaanse gezin, super gezellig om ze weer te zien. De plek was inderdaad fantastisch, een geweldige plek om je tent neer te zetten. We mochten gebruik maken van de buitendouche en het toilet van het restaurant dus dat was helemaal top voor de komende dagen!


Genieten, relaxen, een beetje fietsend het eiland verkennen en mooie strandwandelingen maken, wat een leven op dit heerlijke eiland met z’n relaxte Caribische sfeer. Helaas was het weer niet altijd even goed, we hebben heel wat buien gehad maar omdat de temperatuur zo heerlijk blijft, is dat toch minder erg dan bij ons in Nederland.
Na 3 dagen genieten en ‘vakantie vieren’ begon het weer te kriebelen en wilden we onze fiets graag weer op, Panama ontdekken!
We werden uitgezwaaid door het lieve Spaanse gezin waar we het de afgelopen dagen super gezellig mee hadden gehad. Een prachtig gezin, ze trekken met hun 3 kinderen in een campertje door Midden- en later ook Zuid-Amerika. Zij is lerares en geeft haar kinderen elke ochtend les. Mooi om te zien hoe ze dat allemaal klaarspelen!

We stapten in Bocas weer op de ferry en zetten een half uurtje later voet aan vaste wal.
Om onze route te vervolgen moesten we een bergketen over. We wisten dat het de komende dagen pittig zouden worden.
De hoeveelheid klimmetjes bleken ontelbaar, we bleven maar klimmen en dalen.
De route was echter fenomenaal, wat een prachtig oerwoud. Onzettend gaaf om dit stuk van Panama te zien. Het was een hele rustige weg, door de stilte hoor je de indringende oerwoud geluiden, de brulapen lieten zich weer goed horen. Ook de zee zagen we steeds in de diepte liggen, wat steeds uitbundige kreten van ons opleverde: aaahh, kijk hier of wow, zie je dat……


We zagen kleine gehuchtjes en schooltjes, overal hingen vlaggetjes van Panama, een heel vrolijk gezicht. In deze omgeving wonen de meeste mensen in houten huizen op palen.
Het zijn vaak huizen met een grote veranda er omheen. Prima woonplekken, in een bijzonder mooie omgeving.
Na twee pittige klimdagen kwamen we aan in een klein dorp Gualaca. Gualaca was tevens het hoogste punt, de volgende dag konden we gaan dalen.
We zochten naar een hostel dat door vrijwilligers gerund wordt maar bij aankomst bleek er niemand aanwezig, er zat een dik slot op het hek. Dat was een tegenvaller….
We fietsten nog een stukje verder en moesten weer klimmen (en daar heb je geen zin meer in als je denkt dat je er bent…)
Uiteindelijk vonden we een geweldig leuk huisje. Een huisje wat normaal via Airbnb wordt verhuurd. Het was nu niet verhuurd en we mochten er voor een mooi prijsje een nacht in slapen. Super lief! Het was een huisje van natuursteen, in de bergen met een magnifiek uitzicht. Iedere 10 minuten was het uitzicht weer anders. De wolken gleden tussen de bergen, de zon kleurde de hemel oranje, een fantastisch gezicht. En dat allemaal vanaf onze veranda…. wat een luxe!

En ja, de volgende ochtend konden we aan onze heerlijke afdaling beginnen. We zoefden 20 kilometer lang door een prachtige omgeving, haalden soms een snelheid van 80 kilometer per uur. Wat is dat genieten! De volgende 20 kilometer brachten ons naar de Pan-American Highway. Het was gedaan met de mooie, rustige weg.
Er is eigenlijk maar één weg die naar Panama-City loopt en dat is de Pan-American Highway, een brede vier-baansweg. Deze weg verbindt de uiteinden van het Amerikaanse continent met elkaar, van Alaska tot Vuurland.
Deze weg zouden we de komende 400 km. grotendeels moeten volgen om in Panama-City te komen. Gelukkig viel het mee met de drukte en konden we prima fietsen. De weg liep glooiend door een groen landschap.
Na een lange fietsdag kwamen we aan in San Felix. We wilden die dag graag de kust bereiken, we waren Panama ondertussen overgestoken en waren bijna aan de Pacifische kust, het was nog maar 12 kilometer. Maar regen gooide roet in het eten, we kregen een geweldige bui over ons heen. Dat werd geen tentje opzetten aan de kust….
We vonden in San Felix een leuk hostal en na een douche en droge kleren, konden we op het buitenterras heerlijk ons potje koken.

De volgende dag hadden we de mogelijkheid om de Pan-American Highway af te gaan, we sloegen rechtsaf een kleine weg in. Deze weg zou ons ruim 100 kilometer verder met een omweg bij Santiago de Veraguas weer op de Pan-American Highway brengen.
Het bleek een hele goede keuze, het was een spectaculaire mooie route, veel mooier dan de Pan-American Highway. Het was een en al natuur, bijna geen dorpen en bebouwing. Natuurlijk bracht zo’n mooie weg ook weer veel klimwerk met zich mee maar het was geweldig fietsen. Wat is Panama prachtig!
Mogelijkheden om te overnachten waren er bijna niet, we kwamen na bijna 100 kilometer moe aan in Sonà, de eerste echte plaats. Daar vonden we een prima kamer om lekker uit te rusten.


De volgende dag hadden we nog een kleine 50 kilometer tegoed op deze mooie rustige weg, voordat we bij Santiago de Veraguas de Pan-American Highway weer opreden.
De Pan-American Highway loopt op een aantal plekken vlak langs de Pacifische kust. Een leuke mogelijkheid om nog een nachtje aan zee te slapen.We hadden gezien dat je in San Carlos bij een surfschool kon kamperen. Dat leek ons een leuke plek, vlak aan zee.
Aangekomen op de plek van bestemming zag het er inderdaad gaaf uit. Een surfschool met een klein restaurantje en mogelijkheden om je tent op te zetten onder rieten palapas.
Helaas hoorden we dat ze gesloten waren wegens Covid. Maar toen de dame hoorde dat het maar voor één nachtje was, ging ze toch haar baas bellen.
We kregen toestemming en stonden op een prachtig plekje aan zee, heerlijk met de voetjes in zand. Het werd een prachtige avond, lekker ons potje koken met de geluiden van de branding voor onze neus en dan de volgende ochtend wakker worden door de zon en de zee… dat is kamperen op z’n best! Het had die nacht niet geregend dus we konden
’s ochtends heerlijk droog inpakken.


Het werd onze laatste dag op de Pan-American Highway, we wilden die dag over de bekende brug, de Puente de las Americas, over het Panama kanaal, Panama-City binnen fietsen.
Een bijzonder gevoel om deze grote stad te bereiken. Het was nog niet helemaal het einde van onze reis in Panama en daarmee onze reis in Midden-Amerika, maar deze grote stad is wel een ijkpunt. We hebben Panama-City bereikt! Wow….
De lucht kleurde het laatste stuk voor we de brug bereikten echter steeds donkerder en donkerder. We waren net op tijd om nog wat leuke foto’s te maken voordat de regen opnieuw met bakken uit de hemel kwam. Midden op de brug snel ons regenjack uit de tas gehaald en op de fiets gesprongen om naar het hostal te fietsen waar we 3 nachtjes hadden geboekt.


We waren in Panama-City, de grote wereldstad met zijn imponerende skyline.
Onze reis in Midden-Amerika na ruim 6.000 kilometer al bijna ten einde.
Hoe snel gaat het allemaal, onvoorstelbaar……
Maar eerst gingen we 3 dagen genieten van de stad.

Casco Viejo is Panama-stad zoals het er meer dan een eeuw geleden uitzag. Tegenwoordig is deze oude wijk werelderfgoed en het mooiste stukje van de stad. In de smalle straatjes staan opgeknapte gebouwen naast ruïnes. Gietijzeren balkonnetjes en gebogen ramen. We zijn de eerste ochtend gelijk naar het historische centrum gewandeld. Het was leuk om door de straatjes te wandelen en de mooie gekleurde panden maar ook de ruïnes te zien. Helaas vonden wij de wijk een beetje te luxe, het is een super dure wijk geworden. De ziel van een oude, gezellige wijk is eruit. Dat was de reden dat we bijvoorbeeld zo ontzettend hebben genoten van Antigua Guatemala. Daar is het allemaal in stijl gerenoveerd met behoudt van de sfeer en het ‘gewone leven’ van de mensen in de stad. Dat misten we hier.
Antigua Panama ligt aan zee, er is een rondweg met fietspad gemaakt over het water, rondom de oude stad. Het fietsgedeelte is afgescheiden door boompjes en bloemen.
’s Middags hebben we met een heerlijk zeewindje de stad fietsend verkend. Het was super leuk fietsen, je kijkt tegen de oude stad aan en tegelijkertijd zie je de skyline van de stad. Wat een enorm verschil….
Er is ook nog een fietspad langs een schiereiland, de Amador Causeway. Een erg leuk stuk, er staan diverse bankjes waar je even kunt genieten van het mooie uitzicht op de vele boten met daarachter de skyline van Panama.

Zeg je Panama, dan zeg je Panamakanaal. Daar moesten we natuurlijk ook naar toe. Ten noorden van de stad ligt bezoekerscentrum Miraflor. Hier heb je een prachtig uitzicht op de sluizen en de mega grote schepen die door de sluis komen en er maar net doorpassen.
We stapten ’s ochtends op onze fiets maar hadden helaas geen geluk, toen we aankwamen was er net een grote boot gepasseerd en er zou pas rond 14.00 uur weer een schip komen.
We besloten om dan eerst naar Parque Natural Metropolitano te fietsen en ’s middags terug te gaan naar de sluizen.
Parque Natural Metropolitana is een tropisch regenwoud in de stad. Je kunt er wandelingen maken en genieten van de vele dieren en vogels.
Het was bijzonder om midden in zo’n grote stad in een tropisch bos te lopen. We zagen verschillende dieren en beklommen een heuvel waar we een heel mooi uitzicht hadden over de skyline van de stad.
We liepen terug om weer naar de sluis te fietsen, toen we werden overvallen door een mega bui. Gelukkig konden we daar schuilen.
De regen duurde echter zo lang dat het te laat werd om terug te fietsen naar de sluizen.
We hadden de boot gemist…

De volgende ochtend stapten we weer op onze fiets om aan onze laatste kilometers in Panama te gaan beginnen. Via Colon, Portobello naar Puerto Lindo. De plek waar onze zeilboot naar Colombia vertrekt. Maar eerst gingen we weer even langs Miraflor, het bezoekerscentrum. Het lag op onze route en we wilden het nogmaals proberen, kijken of we die dag meer geluk hadden.
Helaas komen de schepen niet op vaste tijden en zou er pas ’s middags een schip komen.
Dat was pech…
We besloten om verder te fietsen. Na een kilometer of vijftig kwamen we bij een stuwdam van het Panamakanaal. Een indrukwekkend gezicht om het enorme hoogteverschil van het water te zien.
Nadat we het kanaal verlieten, fietsten we een geweldig stuk door het tropisch regenwoud. Dat is het bijzondere van Panama, ’s ochtends waren we nog in de stad tussen de torenhoge flats en een paar uur later weer in het regenwoud. Zo dicht ligt dat bij elkaar!
De laatste tien kilometer fietsten we door de jungle naar Eco Jungle Reserve, aan het meer van Gatún. Een bijzonder mooie plek om in de jungle te kamperen.
Net voordat we er aankwamen brak de hemel weer open en werden we het laatste stukje nog zeiknat.
We konden onze tent onder een hele grote overkapping neerzetten met een geweldig uitzicht op het meer. Omdat het er zo vochtig is, zaten er ontzettend veel muggen.
We hebben onze klamboe rondom onze stoeltjes opgehangen en konden ’s avonds rustig genieten van de mooie plek en de jungle geluiden zonder die irritante muggen.
Toen we de volgende ochtend onze tent uitkwamen, was de zon terug en genoten we van een mooie zonsopkomst boven het meer. Dat was nog eens mooi ontbijten!
Nadat we nog even langs het meer hadden gewandeld, namen we afscheid van de Canadese eigenaar van dit mooie Eco Reserve. Hij heeft grootste plannen om nog heel wat nieuwe eco reserves te openen, van Brazilië tot zelfs in Azië.

We wilden die dag naar Portobello, net een stukje voor Puerto Lindo. Portobello is een mooi gekleurd havenstadje met veel oude ruïnes. De vestingwerken vallen onder UNESCO erfgoed.
Nog maar net op de fiets of de zon verdween al weer, de regenjas moest weer aan. De jassen waren nog niet eens droog van gisteren.
Het bleef dit keer echter niet bij een bui, het bleef maar regenen. En dat was erg jammer want de route was o zo mooi! We reden grotendeels langs zee en hadden geweldige uitzichten. Foto’s maken was echter geen optie, het was tassen goed dichthouden en trappen maar.
Aangekomen in Portobello vonden we een hostal middenin het gekleurde stadje. Toen het even droog was, konden we uiteindelijk tóch het stadje nog even in wandelen om de gekleurde huizen met de oude ruïnes te bekijken. Ze hebben zelfs de satellietschotels op de daken in allemaal vrolijk kleuren geschilderd.

Er is geen grensovergang over land van Panama naar Colombia. Dat is het oerwoud waar de Farc jarenlang actief was. Er lopen geen wegen, de enige mogelijkheid om van Panama naar Colombia te gaan is per vliegtuig of boot.
We hadden gehoord dat je met een zeilboot via de paradijselijke San Blas eilanden naar Colombia kunt zeilen. We zijn gaan informeren en vonden een bedrijf gevonden die dat regelt.
We reserveerden een plekje op zeilboot Quest en we zouden 26 november voor 5 dagen aan boord stappen. Het startpunt van die zeilreis was in Puerto Lindo.
Vanaf Portobello was het nog maar 20 kilometer naar Puerto Lindo. We zaten ruim in onze dagen, het duurde nog 4 dagen voordat de Quest vertrok. We waren van plan om het kleine havenplaatsje even in te fietsen om te kijken waar we 26 november zouden vertrekken en dan door te fietsen om de kustlijn nog een stukje te volgen.
We zagen in de baai een mooi plekje, een restaurantje pal aan het water. Toen we er even een kopje koffie dronken, hoorden we dat het echtpaar ook een paar appartementjes in de verhuur had boven het restaurant, waren we gelijk verkocht.
Wat een mooie plek voor de resterende dagen voor vertrek. We besloten om de omgeving vanuit deze plek te gaan bekijken en niet door te fietsen. Achteraf een heel goed besluit want er stond ons veel regen te wachten. We hoorden van de eigenaar dat het hier in dit gebied ‘Sierra Desgarradora’ heet: tranende berg….
De regentijd stopt rondom deze tijd in Panama maar hier regent het door die bergen het hele jaar door. En dat hebben we geweten….. 💧💧💧

De 4 dagen in Puerto Lindo gingen snel voorbij. Het regende heel veel, we waren erg blij met onze grote veranda waar we heerlijk droog zaten. We konden er iedere avond koken en genieten van ons prachtige uitzicht op de baai met verschillende zeilboten voor anker. Tussen de buien door fietsten en wandelden we wat om de omgeving te verkennen en zijn we naar eiland Isla Grande geweest.
Isla Grande is een klein eilandje en maar 500 meter verwijderd van vaste wal. We hebben er gewandeld en zagen het beeld wat we tijdens onze reis nu al vaker hebben gezien: geen toeristen, alles leeg en stil. En dan zie je, nu er al bijna 2 jaar geen toeristen komen, het verval van de leuke gekleurde huisjes en hostals.
Het water staat de mensen werkelijk tot aan de lippen.Tuintjes staan blank, we zagen zelfs planken voor de deuren om het water enigszins buiten de deur te houden.
Er is hard onderhoud nodig maar daar is geen geld voor, er zijn geen inkomsten.
Erg naar om te zien!

En toen werd het vrijdag 26 november, de dag van vertrek voor onze grote zeilavontuur richting Colombia en kwam er bij de aanlegsteiger in Puerto Lindo een einde aan onze fietsreis in Midden-Amerika. We zijn weer een hele ervaring rijker!
De indrukwekkende jungle, het tropisch regenwoud met alle oerwoud geluiden, de prachtige eilanden die we hebben bezocht, de mooie plekjes aan de kust, de indrukwekkende Maya-tempels, de imponerende vulkanen, het barrièrerif, de mooie begroetingen onderweg, de leuke contacten, het is teveel om op de noemen. We hebben ruim 6.000 kilometer getrapt en ongelofelijk veel gezien en beleefd!

San Blas is een eilanden archipel met ongeveer 350 eilandjes. Er zijn er maar ongeveer 40 bewoond door de Kuan-stam. Deze stam heeft als enige permissie om hier te mogen wonen. Het zijn paradijselijke eilandjes met mooie strandjes. Er kan vooral ook prachtig gesnorkeld worden door het omliggende rif.
Onze zeilreis gaat via de San Blas eilanden richting Colombia. De eerste 3 dagen wordt er rondom de eilanden gezeild, je kunt zwemmen, snorkelen en de eilandjes bezoeken. De laatste 2 dagen wordt er echt koers gezet richting Colombia. Na 5 dagen kom je aan in Cartagena. Daar gaat onze fietsreis in Zuid-Amerika beginnen!

’s Ochtends om 11.30 uur hadden we een ‘meeting’ met de captain. We ontmoeten daar ook de andere 8 opvarenden. Het was gelijk een goed gevoel, de captain was open en vriendelijk en ook met de andere koppels hadden we leuk contact. Ook luitjes die al lang op reis zijn en hun reis in Zuid-Amerika willen voortzetten. De ene als backpacker, de ander met een camper. De camper wordt in een container verscheept naar Colombia, zelf doen ze het per zeilboot. Leuke verhalen om te horen.
Om 18.30 uur gingen we aan boord van de Quest. Het is een prachtige zeilboot, de schipper zeilt al ruim 10 jaar hier in het Caribisch gebied. Het was donker toen alle bagage ingeladen werd. Onze fietsen kregen een prima plekje op het voordek, stevig met touwen vastgemaakt.
Rond 22.00 uur vertrokken we uit de haven en gingen we richting de San Blas eilanden. Wij zochten ons bedje op, de schipper had een lange nacht te gaan. De zee was behoorlijk onrustig, slapen viel niet mee. Ming had behoorlijk last van de deining en heeft een tijd buiten gezeten, het was een pittige eerste nacht.
Maar toen het licht ’s ochtends door het luik naar binnenviel en we de kajuit uitkwamen, zagen we de prachtige eilandjes. De zon kwam er, ondanks de zware bewolking, nog even door en wilde ons even verwelkomen. We gingen voor één van de eilandjes voor anker, onze eerste stop. Welkom in het paradijs….

Het weer was die eerste dag net zo slecht als aan vaste wal, het regende bijna de hele dag. Dit had de kapitein in de 10 jaar dat hij in dit gebied zeilt, nog niet eerder zo meegemaakt, zoveel regen op één dag.
We zijn daardoor die dag het eiland niet opgeweest maar ’s middags hebben we onze snorkelspullen toch opgezocht en zijn de warme zee ingesprongen.
Het koraal was prachtig, we zagen vissen in de mooiste kleuren, schitterend om te zien.
De regendruppels vielen hard op onze rug maar het was toch niet koud. De temperatuur van het water is hier ongeveer 27 graden!
’s Avonds werd het gelukkig droog en kregen we op het achterdek een heerlijk gerecht voorgeschoteld. We hebben een super kokkin aanboord!
We hebben met z’n allen geproost op de mooie avond met kokosnoot en rum!