blog

Cambodja.

Nadat we een maand lang in de watten waren gelegd in perfect fietsland Thailand, gingen we naar ons volgende land Cambodja. Een totaal ander land, Cambodja is het kleinste maar ook het armste land van zuid-oost Azië. Het land bezit het grootste tempelcomplex ter wereld Angkor Wat maar het is ook een land met een heftig verleden. Nog maar ruim 40 jaar geleden is een derde van de bevolking omgekomen onder het wrede regime van Pol Pot.
We traden dit authentieke land met een open vizier tegemoet.

Precies 1 september passeerden we de grens van Thailand naar Cambodja, bij de kleine grensovergang Osmach. De grensovergang ging prima, het was erg rustig en nadat ons visum in orde was gemaakt, konden we beginnen aan onze fietsreis in land nummer 32.
September is de regenmaand bij uitstek, gemiddeld is het die maand 2 dagen droog dus er stond ons nog wat te wachten…
En dat merkten we nog geen uur later nadat we de grens over waren, de regen kwam met bakken uit de hemel. Omdat het eerst volgende dorp met hotel op onze route pas 70 kilometer verderop lag, besloten we te overnachten in grensplaats Osmach. We konden de bui in onze kamer afwachten.

Het eerste gedeelte van onze route liep richting Siem Reap met het nabij gelegen wereldberoemde tempelcomplex Angkor Wat. We gingen wel met een flinke omweg om de grote hoofdweg te vermijden en het plattelandsleven in het noorden van Cambodja te zien en te beleven.
Onze eerste fietsdag volgde de grens oostwaarts maar nu aan Cambodjaanse zijde.
De natuur was nog veelal hetzelfde als het laatste gedeelte in Thailand, een oase van groene rijstvelden. Wat wél heel anders was, is de infrastructuur. De weg is geasfalteerd maar alle opritten zijn van zand. Als je iets koopt bij een winkeltje sta je gelijk in de plassen.
Het leven is eenvoudiger maar het lijkt niet minder gelukkig. De mensen zwaaiden en riepen ons met een lachend gezicht toe: hello, hello! Iedereen is super relaxed en overal zagen we weer een hangmat.
Er wordt veel gefietst in Cambodja. Een aantal schoolkinderen fietsten een stukje met ons mee. Fijn om te zien dat er nog steeds zoveel gefietst wordt en niet iedereen inmiddels op een scooter rijdt.
Het was een leuke eerste fietsdag. Het was wel erg warm, we moesten het bekopen met een flinke bui. In poncho gehuld fietsten we de laatste 15 kilometer naar het dorp Anlong Veng waar we vroeg in de middag aankwamen. We hadden alle tijd om de plaats te bekijken.
We namen een drankje bij een tentje op een groot kruispunt midden in het dorp en zagen het leven van de lokale bevolking aan ons voorbij trekken. Zoooo leuk, je kijkt je ogen uit. Families met z’n vieren op de scooter, de lange tractoren, de rijdende winkels, kindertjes op de fiets, 2 kleine dametjes samen giechelend en genietend van pinda’s, het trok allemaal aan ons voorbij. Het echte plattelandsleven van Cambodja!

Het noordelijk deel van Cambodja is dunbevolkt, de wegen heel erg rustig.
We vertrokken de volgende ochtend lekker vroeg maar het werd al snel weer erg warm. De weg was licht heuvelachtig, een beetje vals plat.We dronken liters water en stopten vaker om in de schaduw even bij te komen van de hitte. Toch kwamen we moe op de plek van bestemming aan, de hitte was killing.
Onze bestemming was super leuk, we kwamen terecht in een houten huisje op palen bij een farmstay. We zaten tussen de schapen, ganzen, eenden en varkentjes.
Ook hier trok nog steeds een levendige voorstelling aan ons voorbij…😊
’s Avonds kregen we een mega onweer- en regenbui over ons rieten hutje. Het dak begon te lekken, gelukkig hadden we een teiltje zodat ons bed niet nat werd… 💦💦
Na een paar uur werd het droog, het dak lekte nog even na en toen konden we heerlijk gaan slapen onder de klamboe met de geluiden van honderden kikkers op de achtergrond. Ze kwaakten er vrolijk op los. ’s Ochtends hing de dauw nog boven de heuvels, een prachtig gezicht.

Nog maar 50 kilometer scheidden ons van Siem Reap, daar wilden we meerdere dagen blijven om de indrukwekkende tempels te bewonderen. We fietsten wederom langs de meest geweldige rijstvelden, zo prachtig groen!
Het laaste stuk gingen we binnendoor naar Siem Reap. Binnendoor hield in, door het complex rondom Angkor Wat.
We hoopten op die manier al wat tempels te kunnen bewonderen. Jaren geleden had Jacoline dat ook gedaan, niemand maalde toen om dat fietsertje maar nu ging het anders…🙃
We fietsten al in de goede richting, het leek prima te gaan maar daar werd opeens ‘stop’ geroepen door 2 mannen. Waar was ons entreebewijs?? Ja meneer, dat hebben we nog niet. We komen vanaf Anlong Veng en zijn nu op weg naar Siem Reap, daar kopen we ons entreebewijs. Die vlieger ging helaas niet op…. 😂 We moesten terug en via de hoofdweg naar Siem Reap, jammer!

Siem Reap is al jaren mega toeristisch en ondertussen van dorp uitgegroeid tot grote stad. We waren erg benieuwd hoe de situatie zou zijn. Het complex is ondertussen al weer een aantal maanden geopend, hoe druk zou het zijn?
We kochten ons ticket en daar waren bijna geen toeristen te bekennen. Er was zelfs een aanbieding: we betaalden de entree voor een dagticket maar mochten daarmee twee dagen naar de tempels. Zo proberen ze weer mensen te lokken.
Een stukje buiten het drukke centrum vonden we een klein appartementje voor 4 nachten met een eigen keukentje. We zaten net buiten de drukte, in de klein straatje tussen de locals en bij de markt. Ook daar zagen we geen toeristen. Goede voortekenen om de tempels in alle rust te kunnen bewonderen!
De volgende dag was het zover, we stonden heel vroeg op en fietsten richting de tempels.
Het is moeilijk in woorden te vatten hoe mooi dit grote gebied is, Angkot Wat moet je zien, moet je voelen! 💫🌟⚡️

Als je in zo’n indrukwekkende tempel staat, voel je de oudheid, een heel intens gevoel, daar word je stil van.
We stapten na een tempel bezoek weer op onze fiets, wind in de haren (althans die van Jacoline dan 😂), op naar de volgende tempel. Één tempel sprong er wat ons betreft echt uit en dat is Ta Prohm. In tegenstelling tot de meeste Ankoriaanse tempels, bevindt Ta Prohm zich in vrijwel dezelfde staat als waarin het werd gevonden: een combinatie van eeuwenoude bomen die uit de ruïnes groeien in een geweldige jungle-omgeving. Prachtig!
En wetende dat we de volgende dag nog zo’n mooie dag tegoed hadden! We voelden ons ontzettend rijk dat we ook dit complex weer in alle rust konden bekijken.

Ook de tweede dag werd een imponerende dag. Er zijn zoveel tempels, wat heeft dit ĺand een rijkdom. Het is teveel om allemaal te bekijken maar het was wederom fantastisch!
Het bleef bewolkt, daardoor minder warm en dan houd je het langer vol. Tussen de bezoeken door fietsten we prachtig tussen de rijstvelden. Dit gebied is zo uitgestrekt, het hele gebied heeft een grootte van ongeveer 5000 voetbalvelden. Je fietst op een dag al snel 40 kilometer om meerdere tempels te bezoeken.
We kozen er die dag voor om ook een aantal kleinere, minder bekende tempels te bekijken. En daar genoten we het meest van. We waren de enigen en dwaalden rondom de tempels uit de 10e t/m 12e eeuw, onvoorstelbaar…
We hopen dat jullie door de foto’s ook een beetje kunnen meegenieten van onze indrukwekkende dagen.

Nog één dagje bleven we in Siem Reap voordat we weer op onze fietsen stapten richting de hoofdstad Phnom Penh. En dat extra dagje bleek een goede keuze want het begon om 11.00 uur te regenen en het stopte niet meer voor het donker werd.
Wat kan het in Cambodja regenen! We zagen vanuit ons appartementje de rode zandweggetjes veranderen in één grote binnenzee…
Wat een geluk dat we de afgelopen 2 dagen Angkor bewonderd hadden. We maakten er een lekker relaxed dagje van in ons appartementje.

Helaas regende het de volgende ochtend weer. Vertrekken in de regen, dat was lang geleden! We startten vroeg, we wilden naar het plaatsje Phumi Moréal, ruim 100 kilometer verderop. Niet dat dat plaatsje bijzonder is, wél de tempels die er dichtbij liggen. Alsof we nog niet genoeg tempels hadden gezien de afgelopen dagen?
Er kon wat ons betreft nog wel een tempelcomplex bij…😉
Tempelcomplex Koh Ker heeft eeuwenlang verborgen gelegen in de bossen van Cambodja. Deze streek is één van de armste en dunstbevolkte gebieden van Cambodja.
Sinds de aanleg van een nieuwe weg is het echter mogelijk om dit tempelcomplex te bezoeken. Het is qua toerisme nog een totaal vergeten gebied.

Het weer werd er richting Phumi Moréal niet beter op, het bleef maar regenen. Het grootste deel van de route was verhard maar we moesten ook een stuk over het zand. En dat was glibberen en glijden… Maar de omgeving was fantastisch en de mensen uiterst vriendelijk, dat maakte de dag tóch weer bijzonder!
De laatste 20 kilometer konden we eindelijk onze poncho uitdoen. Het werd, op en paar spetters na, eindelijk droog.

De volgende ochtend was bij aankomst bij het ticketkantoor alles gesloten, hoewel het al een uur open zou moeten zijn. We spraken een man aan en hij ging voor ons bellen. Even later kwam er een vrouw op haar scooter om de balie te openen. We waren de eerste en enige bezoekers van Koh Ker.

Ook hier konden we de tempels al fietsend bekijken. Er is een 3 kilometer lange trail uitgezet langs de tempels. Het ligt in het bos, je fietst door een prachtige omgeving van de ene naar de andere tempel. Het complex is in slechte staat, het heeft veel geleden onder plunderaars. Koh Ker is de hoofdtempel, een 35 meter hoge piramide. Je kunt de tempel beklimmen en bovengekomen heb je een fantastisch uitzicht over de omliggende bossen. Dan zie je pas echt hoe afgelegen de tempels liggen. Het was een mooie ochtend, zeker de moeite waard!

We kijken ’s avonds meestal naar de route en de overnachtingsmogelijkheden voor de volgende dag en we zagen dat het deze keer lastig werd. Er waren in die streek sowieso weinig dorpen en dus ook heel weinig tot geen guesthouses of hotels.
De volgende mogelijkheid om te overnachten lag pas op 130 kilometer in de plaats Kampung Thum. Daar konden we kiezen uit verschillende opties maar dat vonden we eigenlijk te ver, vooral vanwege de hitte.
Op Google Maps zagen we een hotel op ruim 60 kilometer in plaatsje Phom Daek maar het is sinds Covid altijd de vraag of een accommodatie nog bestaat. Mocht dat niet zo zijn dan moesten we doorfietsen naar Kampung Thum.
De route was super rustig en mooi glooiend, op en af langs vele bananenbomen en cassave/maniokplantages. Cassaveplantages zagen we heel veel, ook in ons laatste stuk van Thailand. We wisten eerst niet wat voor plant dit was en hebben het opgezocht. Cambodja schijnt er jaarlijks 17.5 miljoen ton van te exporteren.
Onze benen waren moe, we hoopten écht dat er een overnachting in Phnom Deak zou zijn.
En dat lukte! We keken vanaf ons balkon uit over het dorpsplein, er speelden kinderen die vrolijk naar ons zwaaiden en er stonden eetstalletjes. Een gezellige zaterdagmiddag in het dorp.

De volgende ochtend was er markt op het dorpsplein. Zodra het licht wordt, komen de Cambodjanen in de weer. Het was er al heel vroeg een drukte van belang.
De beentjes waren weer uitgerust, het fietsen ging heerlijk. We hebben de afgelopen twee jaar geleerd om ook genoeg te rusten. Naast inspanning ook écht ontspanning, dat houdt onze reis zo mooi!
Er was weer heel veel te zien onderweg. Complete families op hun lange tractoren, op zondag is er geen school en gaan ze gezellig met de kids op pad.
De mensen wonen veelal in houten paalwoningen. Sommige niet hoog, andere juist weer heel hoog op de poten. Vaak geschilderd in verschillende kleuren. Er zitten hele grote overkappingen aan, dan houden ze het met de regen lekker droog.
Langzamerhand kwam er meer bebouwing op onze route, we zagen ook meer winkeltjes. De winkeltjes zijn te herkennen aan een grote rode koelbox vooraan de weg. Een ijskast hebben de meesten mensen niet, de koelbox is gevuld met ijsblokken en allerlei drankjes, zodat we onderweg toch een koud drankje konden kopen.

Wat doet de regentijd veel met een land als Cambodja. We hadden een hele mooie maar ook confronterende dag.
We begonnen heerlijk droog aan onze fietsdag. Eerst een stukje over een drukke weg, daarna weer prachtig over een rustige weg door het platteland van Cambodja.
En dan zie je zoveel onderweg, je komt op de fiets zo dichtbij de mensen, dat maakt fietsen zo bijzonder! Wij stoppen op plekken waar nooit toeristen komen, we zijn een vaak een bezienswaardigheid.
Je ziet en beleeft alles wat er om je heen gebeurd heel intens. Hoe de mensen aan het werk zijn, de één in de winkel, de ander op de tractor, een derde die boomstammen aan het inladen is. Het zijn zoveel gebeurtenissen op één weg.
Maar de andere zijde zagen we ook: nat! De weg is geasfalteerd, al het andere is zand. De mensen leven, werken en verkopen vanuit het zand. Het dat is nu net het probleem: alles stond blank, wat een modderboel.
Je wordt er stil van maar het lijkt alsof het de mensen niet deert, ze zijn dit gewend, ieder jaar weer. De kinderen op het schoolplein maken er een mooi waterfeest van, ze glijden al lachend door het water. Het grote voordeel is de warmte, je wordt niet koud van de natheid. Tóch zagen we het grote verschil met bijvoorbeeld Thailand waar ze een stuk verder zijn qua wegen en iedereen op een verharde ondergrond leeft ipv op het rode zand en de modder. Dat gun je deze allervriendelijkste mensen ook zo!

Het laatste stuk naar Phnom Penh wilden we graag fietsend langs de Mekong afleggen. We hadden de afgelopen dagen echter zoveel water gezien dat we het best spannend vonden of het mogelijk was. De weg loopt namelijk dicht langs de rivier.
We gingen het gewoon proberen, de andere optie was de grote weg en daar hadden we niet veel zin in. Na 13 leuke kilometers kwamen we aan bij de machtige rivier de Mekong, de belangrijke levensader van Cambodja.
De rivier stond ontzettend hoog maar gelukkig ging de pont gewoon naar de overkant. We konden door!
Het was leuk fietsen langs de Mekong, het was weer volop genieten van de plattelandsleven van de bevolking. De eerste kilometers gingen over rood zand, daarna was de weg geasfalteerd en was het prima fietsen.
Tot het laatste moment fietsten we over een kleine weg, tussen de eenvoudige winkeltjes en toen ineens zagen we aan de overkant de hoge wolkenkrabbers. De pont bracht ons in een andere wereld, wat een verschil. Welkom in Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja.

We boekten voor 3 nachten een guesthouse dichtbij het Royal Palace. Van daaruit konden we lopend rondom de straatjes van het paleis dwalen en genieten van de marktjes, de vele eetstalletjes en gezelligheid in de stad. De sfeer is gemoedelijk en de streetfood heerlijk.
Op werkelijk alle hoeken van de straat kun je eten kopen. De stad is een feest voor je zintuigen. Overal hoor je typische Aziatische geluiden en ruik je de heerlijke geuren van de lokale markten.
We hebben verschillende kleine tempels bezocht, verscholen in de smalle straatjes.
De stad heeft z’n prachtige ligging te danken aan twee rivieren, de Tonlé Sap en de Mekong die hier samen komen.

Bij een bezoek aan Phnom Penh kun je wat ons betreft niet om de heftige geschiedenis van Cambodja heen. Een bezoek aan de Killing Fields en de S-21(Tuol Sleng) mag niet ontbreken. We gingen als eerste naar Choeung Ek Genocidal Center, een executie- en begraafplaats van slachtoffers van de Rode Khmer, de Killingfields.
Deze plek ligt ruim 12 kilometer buiten de stad, een plek die ten tijde van de genocide zeer geheim moest blijven. We lieten de hoge wolkenkrabbers achter ons en al snel zagen we een heel ander gedeelte van de stad. Armoede in combinatie met heel veel afval, ook in de rivier.
Tussen 1975 en 1979 was Pol Pot met de Rode Khmer aan de macht. Hij stelde het agrarisch socialisme in en dwong alle stadsbewoners te verhuizen naar het platteland en dwangarbeid te verrichten. Hij bestempelde het jaar 1975 als ‘het jaar nul’ en was ervan overtuigd dat de bevolking terug moest naar de ‘basis’.

Verspreid over het land waren er meer dan 200 martelcentrums voordat de mensen terechtkwamen in Choeung Ek. Daar werden ze onder wrede omstandigheden vermoord. Bij de ingang staat ter nagedachenis een stupa. Achter de glazen panelen van het paviljoen liggen duizenden schedels, ingedeeld op leeftijd en geslacht. Van kleine kinderen tot oudere mensen. Allemaal zonder reden gemarteld en vermoord. Omdat ze leraar of arts waren. Zelfs brildragers omdat ze konden lezen… Alle intellectuelen waren overbodig en werden vermoord.
We zagen de massagraven. Mannen gescheiden van vrouwen. Vrouwen samen met hun kinderen. In 1980 is dit allemaal gevonden, niemand was hiervan op de hoogte.

Na deze indrukwekkende plek zijn we naar Genocidemuseum Tuol Sleng (S21) gefietst. Dit museum is een voormalige middelbare school. Vroeger een vredige plek midden in de stad.
Nadat alle bewoners van Phnom Penh in 1975 in 3(!) dagen de stad uit waren verjaagd, werd deze school door de Rode Kmer in gebruik genomen als martelcentrum. Naar schatting werden er 20.000 mensen opgesloten en gemarteld.
Wat een trieste geschiedenis. Dit museum neemt je mee in de gruwelijkheid van de jaren 1975-1979 in Cambodja. Alles staat er nog, de bedden waarop de mensen gemarteld werden, de houten cellen die gebouwd werden in de oude schoollokalen, heel veel foto’s van de gevangenen met grote verschrikte ogen, het prikkeldraad: ongelofelijk triest om te zien!
We kregen een headset mee en je hoort de beschrijvingen van de martelingen. Wat een heftige tijd was dat voor de Cambodjanen. Één derde van de bevolking is omgekomen.

Des te knapper en bijzonderder is de veerkracht en weerbaarheid die wij de afgelopen weken hebben ervaren in dit land. Het is eigenlijk zo kort geleden, ruim 40 jaar nog maar. Door dit indrukwekkende museum en de Killingfields zal en mag deze tijd nooit vergeten worden. We hebben grote bewondering voor de nieuwe generatie mensen, een hele jonge bevolking die vooruit kijkt!

Na alle indrukken en een vol hoofd zijn we ’s avonds de stad ingegaan, wandelend over de boulevard langs de Tonlé Sap rivier.
Al wandelend namen we een gezellige wereld in ons op: gezinnetjes lekker etend bij het water, een groep jongens druk een balletje aan het schoppen, er werd op muziek gesport en kindertjes die lachend over de boulevard renden. Wat een andere wereld! ❤️ Prachtig om te zien, dat is het Cambodja van nu!🙏

Na onze dagen in Phnom Penh was het weer tijd om op de fiets te stappen. We gingen noordwaarts, de Mekong volgend, richting Laos.
We staken met het pontje de Tonlé Sap en de Mekong over. We zagen heel duidelijk de kleurverschillen van het water, de Mekong heeft een rood/bruine kleur, het was een mooi gezicht. Volgens een meneer op de pont mengt het water niet snel omdat er op die plek niet zoveel stroming in de rivier is.
We lieten de hoogbouw van de stad achter ons en gingen terug naar de Mekong-zijde, daar waar we drie dagen geleden aangekomen waren. Het eerste gedeelte van de route ging op dezelfde manier terug. We hadden ook de mogelijkheid om aan de andere zijde van de rivier terug te fietsen maar dat is een drukke weg en dit stuk was goed bevallen dus helemaal niet erg om het in tegengestelde richting nog een keer te fietsen.

Er was een beetje wind, het was heerlijk om weer de fiets te zitten! We passeerden de levendigheid in de dorpjes. Vaak fietsten we tussen de schoolkinderen, giechelend en lachend om twee van die gekke fietsers met grote tassen…
We staken de rivier verschillende keren met een pontje over en overnachtten bij ‘Natural Bungalow’ met een super aardige en vriendelijke eigenaar. Hij heeft een aantal hele basic huisjes op het water. Heel eenvoudig maar lekker rustig en met een mooi uitzicht op de rijstvelden. ’s Avonds  hoorden we vanaf onze veranda de kikkers en de krekels, een heerlijk plekje!
We volgden die dagen het leven langs de machtige Mekong rivier. Het water staat in de regentijd zo ontzettend hoog zodat hele velden blank stonden.
Eenmaal staken we de Mekong niet per pont over maar over een mooie, grote brug. Deze nieuwe brug bij Stueng Trang is nog maar een maand of 8 in gebruik. Het was leuk en afwisselend om de rivier verschillende keren over te steken en de route aan de andere kant te vervolgen.
We fietsten over een soort dijk en hadden mooie uitzichten, aan de éne zijde de Mekong, aan de andere zijde moerasachtige gebieden met prachtige waterplanten.
Bij veel paalwoningen liepen een paar koetjes (ze leven onder het huis😊) en we zagen veel hooibergen. Hele grappige, puntige hooibergen, heel anders dan in NL.
In de omgeving van Cham zagen we voor het eerst sinds lange tijd weer een aantal moskeeën. Maar 2% van de bevolking van Cambodja is moslim. De belangrijkste religie van de Cham-minderheid is de islam. We fietsten plotseling weer tussen de hoofddoekjes, een flashback naar onze tijd in Indonesië en Maleisië.

Voordat we de grens naar Laos zouden oversteken wilden we het eilandje Kaoh Trong graag bezoeken, het ligt midden in de Mekong. We hadden er zoveel positieve verhalen over gelezen.
Op zondagochtend kwamen we bij het pontje. Tot onze verrassing zat de pont bomvol. Het waren geen toeristen maar lokale mensen. Ze waren allemaal netjes gekleed en waren op weg naar de tempel op het eiland.
We kregen veel belangstelling op de pont, vooral de mannen waren erg geïnteresseerd in onze fietsen. Een fiets met een riem ipv een ketting hadden ze nog nooit gezien.
Na een aantal minuutjes waren we op het eilandje. Na een hartelijk afscheid en een gezamenlijke foto bij de tempel begonnen we aan een rondje om het eiland. Het is van top tot teen maar 8 kilometer.
Het is er weelderig groen met een paar kleine gehuchtjes en grazende koeien.
In het midden van het eiland zagen we mega groene rijstvelden, een lust voor het oog.
Ook hier geen buitenlandse toeristen, het was er nog helemaal uitgestorven.
We vonden een super leuke overnachting bij een familie in een traditionele paalwoning. Er werd een slaapplekje gecreëerd en de vrouw des huizes kookte heerlijk voor ons. Echt een gave ervaring om bij een Cambodjaanse familie in een traditionele paalwoning te overnachten.
De homestays op het eilandje horen bij de Koh Trong Community.
De prijzen ligt vast, bij aankomst op het eiland staat er een bord. Homestay $5,- Food $5,- dat is p/p. Dat geld komt ten goede aan de gemeenschap. En voor dat geld werden we helemaal verwend. Heerlijk avondeten en de volgende ochtend stond er alweer een ontbijt voor ons klaar.
Om 7.00 uur namen we de eerste pont naar de overkant. Al hoewel, 7.00 uur zóu de pont vertrekken maar ze werken hier niet op de klok en hebben zéker geen haast, het was bijna half acht voordat iedereen op de pont zat en we vertrokken. Voor de dames staan er stoeltjes klaar om even te kunnen zitten…😉

We hadden nog 2 fietsdagen nodig om bij de grens te komen. De eerste werd een lange dag in de regen. De eerste 40 kilometer was het wegdek super slecht, het was een vreselijk gehobbel en gebobbel. Daarna hadden we geluk en kwamen we op een prachtige nieuwe weg met strak asfalt, aangelegd door jawel: de chinezen.
Bij aankomst in Pong Moan, op 125 kilometer zagen we een mega guesthouse van zeven verdiepingen hoog. We keken elkaar aan en de keuze was snel gemaakt: stoppen! Heerlijk de natte boel uit en onder de douche.
Zo overnacht je in een traditionele paalwoning en zo zit je in een mega hotel.
Ook dat hoort bij fietsen….🙃

De laatste 80 kilometer in Cambodja waren aangebroken.
Bij vertrek was het gelukkig droog en de eerste 17 kilometer naar Steung Treng gingen prima. Daarna werd het steeds lastiger. Het wegdek werd steeds beroerder. Eerst was het asfalt met stukken zand, later werd het net andersom, er was bijna geen asfalt meer te ontdekken. Het werd een glibber- en glijpartij over de natte, rode zandwegen. Ruim 60 kilometer fietsen naar de grens bleek nog een heel eind.
Maar we hadden geluk dat het droog bleef, daar waren we echt dankbaar voor!
De laatste 10 kilometer liep de weg vlak langs de grens en daar aangekomen zagen we asfalt, yeah!! Wat kan dat een opluchting zijn.

Onder de rode modder kwamen we aan bij de grensovergang.
En zo horen we het land eigenlijk ook te verlaten want dat is fietsen door ongerept Cambodja. Het waren prachtige weken in een heel boeiend en fascinerend land.
We zijn echt onder de indruk geraakt van de bevolking. Wat een veerkracht, wat staan ze enorm positief in het leven! Het gezin staat centraal, ze leven heel hecht samen.
Ongelofelijk veel bewondering voor dit mooie land met zijn mooie bewoners! ❤️

Thailand.

Thailand kennen we van eerdere fietsreizen, Thailand is genieten en verwend worden, in alle opzichten. Qua fietsen: rustige en goede wegen, mooie natuur. Qua eten: overal eet- en drinkstalletjes, 7-Elevens en thais eten is bovendien héérlijk. Qua overnachtingen: super leuke en knusse accomodaties, vaak recht aan zee, voor heel weinig geld. Qua gevoel: de Thai zijn open, vrolijk, gastvrij met altijd een grote glimlach.
Dat alles maakt Thailand het perfecte fietsland, je wordt in al deze opzichten in de watten gelegd. We hoefden eigenlijk alleen nog maar te trappen….

Als Nederlander heb je geen visum nodig, je mag 30 dagen in Thailand verblijven, als je langer wilt blijven dan moet je dat in het land regelen.
We eindigden onze fietsreis in Maleisië met een laatste klim. Bovengekomen konden we een laatste blik werpen over de prachtige omgeving met zijn bijzondere rotsformaties, voordat we daalden naar de grens. De grensovergang bij Wang Prachan is een kleine grensovergang, geen drukte en verkopertjes die naar je toekomen, het was heerlijk rustig.
We kregen een stempel in ons paspoort en stonden in Thailand, het 31e land alweer!
De maand in Maleisië was omgevlogen, het lijkt steeds sneller te gaan…

We wisselden onze overgebleven Ringgit voor Baht en aten ons eerste bordje thaise nasi-goreng. Onze fietsroute aan de westkust van Thailand ging beginnen!
Na een aantal kilometers kleurde de hemel steeds donkerder, er kwam een fikse bui. We vonden een prima plek om te schuilen maar het bleef maar regenen dus haalden we sinds lange tijd onze regenjassen weer uit de tas te voorschijn. Het werd een natte eerste middag in ons nieuwe land.

De volgende ochtend zag het er allemaal weer heel anders uit, de zon kwam er weer door.
We verlieten de kalkstenen rotsformaties en fietsten geleidelijk aan een ander gebied in. Over binnendoorweggetjes door een gebied met heel veel boomsoorten.
De winnaar was de rubberboom, we fietsten door heel veel rubberboomplantages. Thailand en Indonesië zijn twee van de toonaangevende rubberproducenten.
Rubber wordt voornamelijk geoogst in de vorm van de latex van de rubberboom. Er hangen opvangbekers aan de boom waarin de melkachtige latex wordt verzameld.

De wegen waren opvallend goed, ook de kleine weggetjes hadden prima asfalt. Navigatie heb je zeker nodig, de verkeersborden maken je niet veel wijzer…..🙃


Het werd een lekkere eerste fietsdag die we heel leuk afsloten door het mooie plekje dat we vonden. Een klein huisje, super smaakvol en leuk ingericht. Het bleek van een creatieve dame die ons liet kennismaken met de gastvrijheid van Thailand. Communiceren was best lastig, ze sprak maar een enkel woordje engels dus dat ging met handen en voeten en de vertaal-app kwam goed van pas!
Nadat we een traditioneel thais gerecht kregen opgediend, nodigde de mevrouw ons uit om mee te rijden naar haar school, ze is lerares.
We bekeken de grote school en vervolgens haalde ze een vriendin op. We gingen een ‘snack’ halen vertelde ze. (met vertaalapp…😉) Er was avondmarkt, het was gezellig druk op straat. We belandden in een straat met allemaal eettentjes. We werden helemaal verwend met allerlei thaise hapjes. Wat leuk om onze eerste eerste dag in Thailand zo tussen de lokale mensen af te sluiten!
Toen we de volgende ochtend opstonden, stond er al weer een heerlijk ontbijt voor ons klaar, we kregen zelfs eten mee voor de lunch!
We werden opnieuw helemaal verwend door ‘onze lerares’. Wat was het een bijzondere dame, ze is lerares drama en dat past écht bij haar. Ze was heel chaotisch, sprong van de hak op de tak maar heeft een hart van goud! 💛 Wat heeft ze ons verwend!
Afscheid nemen was er niet echt bij, onverwachts sprong ze in haar auto, ze moest naar school…😉

In het centrum van Kantang namen we de ferry die ons aan de overzijde van de rivier afzette. We wilden ons eerste stuk langs de Thaise kust gaan fietsen, we waren er niet ver meer vandaan.
Na een tijdje zagen we in de verte de punten van karstgebergte opdoemen. Daar wilden we graag naar toe.
Bij aankomst aan zee, zagen we het mooie gebergte dat uit zee oprijst. Een prachtig stuk volgde, heel indrukwekkend om daar langs de fietsen.
De komende dagen hadden we nog veel van deze rotsformaties tegoed, de omgeving rondom Krabi is fantantastisch en wonderschoon. We fietsten dagen door het indrukwekkende karstgebergte, links en rechts van ons, we kwamen ogen te kort. Wat een bijzonder fenomeen, zulke verticale pieken midden in het landschap en de zee.

We hadden gelezen dat je vanuit Ao Laek heel mooi de beroemde baai van Phang Nga kunt bezoeken.
We vonden net buiten de plaats op een heel rustig plekje bij die mooie rotspartijen een overnachtingsplekje.
De eigenaresse sprak warempel Engels en zodoende konden we aan haar vragen of ze wist waar we een boottrip konden regelen.
Ze pakte gelijk de telefoon en regelde dat we ’s middags om 16.00 uur opgehaald zouden worden om vervolgens naar de pier te rijden waar de longtailboten vertrekken.
En wat werd dat een gave middag en avond zeg! We waren maar met z’n tweetjes, samen met de schipper en een kokkin.
De boottocht was prachtig, wat een ongelofelijke mooie baai is dat, wat een schoonheid van de natuur. Onvoorstelbaar gewoon.
Na een tijdje legden we aan in een baaitje bij drijvende vlonders op het water waar veel vis wordt gevangen. We stapten af op een vlonder en ons diner werd klaargemaakt.
Een  heel luxe diner: krab, garnalen, makreel en Tom Yam soep.
Wat een bijzondere locatie om hier te eten!
Na het eten gingen we nog weer even het water op om te genieten van de zonsondergang tussen die mooie rotsen. Een dag met een gouden randje!

Na die prachtige boottocht, besloten we dat we nog wat langer van Phang Nga baai wilden genieten voordat we verder noordwaarts zouden gaan.
We gingen op zoek naar een mooi overnachtingsplekje voor 2 nachtjes.
40 kilometer verderop, helemaal aan de baai zagen we bij Booking een klein huisje op het water. Dat leek ons een leuk plekje om een dagje te blijven!
Net waar de rivier uitmondt in zee, stonden 2 huisjes gebouwd op het water, tussen de mangrovebossen.
Iets verderop zat een bruggetje over de rivier. Daar leeft de Ban Bang Phat gemeenschap. Ze wonen in houten huizen op palen, echt boven de rivier. Er waren een paar visrestaurantjes en wat winkeltjes, ook op palen gebouwd.
Voor de pandemie was het waarschijnlijk best druk, nu waren er alleen wat lokale toeristen die kwamen voor verse vis.
Op het moment dat wij er waren, was het eb en stond alles droog onder de huisjes. Het was leuk om even over de vlonders te lopen, je voelt de verbondenheid van de mensen die er wonen. Maar we zagen dat ook hier de pandemie er flink in heeft gehakt, al ruim 2 jaar geen toeristen, is al ruim 2 jaar bijna geen inkomen.

Na deze mooie dagen aan de westkust, gingen we via Khao Sok National Park de oversteek maken naar de oostkust, de Golf van Thailand.
We fietsten eerst een stukje terug naar de hoofdweg om van daaruit via een kleine weg noordwaarts te gaan. De weg was heerlijk rustig, er was bijna geen verkeer. Een enkele auto of scooter, daar bleef het bij. De natuur was mooi, het was fijn fietsen!
We stopten een paar keer in de schaduw om even af te koelen (een koud colaatje doet dan altijd wonderen) en voor we het doorhadden stond er al 80 kilometer op de teller.
We aten bij een lief vrouwtje een lekkere thaise soep en hadden nog maar 10 kilometer te gaan naar onze overnachting bij Khao Sok NP. Die laatste 10 waren prachtig maar ook erg heet. We zagen het karstlandschap alweer opduiken. Via een klein weggetje bereikten we Rai Eingpu.
Rai Eingpu ligt 2.5 kilometer van de Ratchaprapha Dam. Achter deze dam ligt Cheow Lan Lake, behorend bij Khao Sok NP. Ook hier kun je met een longtailboot of kano tussen de vele hoge rotsen varen. We hebben het deze keer bij mooie wandelingen gehouden, we hadden een prachtig uitzicht over het meer.

En toen kwamen we in de stad Surat Thani, aan de Golf van Thailand, we waren het binnenland overgestoken. Deze kustlijn gingen we volgen richting Bangkok.
Midden in deze stad vonden we een juweeltje: BaanNokhook Garden. Een geweldig leuk en mooi hostel. Een groen plekje in de stad. Er zit een cafeetje bij, er staan bistro-setjes buiten en overal zijn leuke zitjes gemaakt. Het leek warempel Frankrijk wel….😉
In Surat Thani is de Night Market heel beroemd. Iedere dag van 16.00 tot 21.00 uur is er een echte Thaise avondmarkt met allemaal authentieke Thaise gerechtjes. Wat een eetstalletjes, wat een keuze. Je kunt terplekke eten maar ook afhalen. Er zijn ook ontzettend veel kleine hapjes: van sushi tot allerlei zoetigheid. Je kunt het zo gek niet bedenken, het is één groot smakenpalet!
Terugwandelend naar ons mooie plekje deed ons weer beseffen: wat hebben we het toch goed!🙏

De Golf van Thailand is prachtig, ook hier zagen we de ondertussen de bekende rotsen uit zee.
Er staat zelfs een bord: Thailand Riviera! De route voerde soms dicht langs zee, dan weer een stukje door het binnenland.
We fietsten een tijdje langs een klein spoortje, een erg leuk stuk! Een soort van boerenweggetje langs een spoortje en bijna geen verkeer. Lekker vlak, af en toe een huisje en een paar koetjes. Op een gegeven moment hoorden we een snoeiharde toeter, er was een trein opkomst. De machinist zwaaide vrolijk naar ons. We zagen een paar mooie spoorhuisjes, het was een vredig en sereen gebied. Het laatste stuk langs het spoor kwam opeens het karstlandschap weer op ons af. Omdat de pieken verticaal in het landschap staan, hoef je geen bergrug over. De weg wordt er gewoon omheen gelegd, je kunt vlak blijven fietsen en genieten van al het moois om je heen.

We zagen aan de kust veel viskwekerijen en vrouwen die druk aan het werk waren om vis uit te zoeken en te laten drogen. We stopten even om te kijken, er werd gelijk naar ons gezwaaid en gelachen, het was er een gezellige boel.
Ondertussen verdween de zon en werd het steeds donkerder. En ja hoor, na een tijdje begon het te storten.
Helaas zie je dan niet veel meer van de mooie route, het is alleen maar trappen. Na een tijdje fietsten we een dorp in en besloten vroeg te gaan eten in de hoop dat de bui na het eten afgelopen zou zijn..
En dat geluk hadden we, het druppelde nog wat na maar het benauwde was veel minder geworden. Een plekje vinden aan de kust bleek soms lastig, we zagen veel verlaten en/of gesloten adressen. De Thaise Riviera is verworden tot een verlaten oord.
Een stukje landinwaarts vonden we wél een plekje. Wederom een leuk huisje, wat hebben ze dat in Thailand toch goed voor elkaar.

De route liep de laatste paar dagen langs de Golf van Thailand vooral door de zoutvelden. Aan de kust wordt door verdamping zout uit de zoutbekkens verkregen. De meeste velden stonden onder water maar in de vele loodsen zagen we heel veel zout. Het was een mooi gezicht om doorheen te fietsen, het water kleurt prachtig rood.

Het laatste gedeelte fietsten we langs de rivier het binnenland in.
Langs vele watertjes en over vele bruggen kwamen we rond de middag aan in Amphawa.
In dit gebied zijn er meerdere drijvende markten. Damnoen Saduak is de beroemste, dit is het langste kanaal van Thailand. Het kanaal is 32 kilometer lang en heeft meer dan 200 vertakkingen. In het verleden vond de dagelijkse handel vooral plaats langs de rivieren en kanalen. Ook nu is er nog altijd een dagelijkse drijvende markt waar heel veel groenten en fruit worden verhandeld.
Maar Damnoen is ook erg toeristisch geworden, er zijn heel veel toeristische winkeltjes.
Wij gingen eerst naar Amphawa Floating Market, deze markt wordt meer door de Thai zelf bezocht.
We vonden een heel leuk onderkomen in jaren ’60 stijl, tussen de kanalen. We hebben heerlijk rondgestruind langs de kanaaltjes met bruggetjes en de mooie houten boten langs de kade. Aan beide zijden zijn er prachtige houten panden met paneeldeuren. ’s Avonds was de rust weergekeerd en was het super sfeervol met overal oude lampen. Een hele mooi sfeer: kinderen die een hengeltje uitgooiden, mensen gezellig zittend voor hun winkel met een drankje, sommige nog even een duik nemend in de gracht. Leuk om dat mee te maken!

De volgende ochtend zijn we heel vroeg vanuit Amphawa naar Damnoen Saduak gefietst, lekker zonder bagage fietsten we de 13 kilometer naar de markt. Het was een leuk tochtje door kokosnootplantages. Bij aankomst was het nog heel rustig.
Het was super gaaf om al de mooie houten boten vol met fruit en groenten te zien. We hebben prachig langs de kanalen gewandeld. Bruggetje over en weer verder wandelend aan de andere zijde. Er was nog geen toerist te zien.
Na een paar uurtjes struinen kwamen we terug bij het beginpunt en was het een andere wereld geworden. De winkels langs de kade waren ondertussen geopend en het was erg druk geworden. De vele toeristen laten zich in bootjes door de kanalen varen en de verkopers proberen je allemaal wat te verkopen. Het leek Giethoorn wel…
Wat zijn wij dan toch blij dat we onze fiets hebben. In vrijheid kunnen we gaan en staan waar we willen, zo fijn is dat!
We hebben onze fiets gepakt en zijn teruggegaan naar ons rustige plekje in Amphawa.

Er restte ons nog 85 kilometer naar het kloppend hart van Bangkok.
Het eerste gedeelte leidde ons langs een spoortje richting de grote stad. Een leuk klein weggetje met uitzichten op de zoutwinning. We passeerden wat huisjes langs het spoortje en zagen hoe eenvoudig de mensen er leven. We werden vrolijk toegezwaaid!
We staken met een pontje de rivier over en kwamen in grote stad Samut Sakhon.
Daarna was het wel zo’n beetje gebeurd met de groene route en de leuke uitzichten, de laatste 30/35 kilometer werd een betonroute.

Gelukkig was er een brede strook langs de weg, we bleven de gang er lekker in houden. De navigatie stuurde ons feilloos de stad in naar het backpackers-gebied rondom de beroemde Khao San Road. Het voelde gaaf om deze wereldstad fietsend te bereiken!
Nabij de Khao San Road vonden we in een klein straatje een hotel met een gezellige binnentuin. Een rustige oase nabij het levendige uitgaansgebied.
Ook een fijne plek om de volgende dag de stad te gaan bekijken.
We combineerden die dag het nuttige met het aangename. Nuttig was Jacoline’s bezoek aan de kapster en we zijn naar de Decathlon geweest, dat was ook erg nuttig: onze T-shirtjes waren hard toe aan vervanging. Nu hadden we de kans!
Het leuke is, we konden er met de Express-boot naar toe. Er wordt in Bangkok heel veel met de rivierboot gereisd, je kunt je voor een habbekrats per boot door de stad laten vervoeren. Een leuke manier om de stad vanaf de rivier te bekijken.
Na die nuttige dingen zijn we op de fiets gestapt richting Chinatown.  Een hele grote Chinese wijk in de stad. Het is altijd bizar wat die Chinezen allemaal verkopen. Dwalend door de smalle steegjes kijk je werkelijk je ogen uit, wat een spullen!! Van de mooiste groenten en fruit tot allerlei prullaria.

We hebben bij een stalletje een noedelsoep gegeten en zijn naar tempelcomplex Wat Pho gegaan. En dat was echt de moeite waard!
Wat Pho is de grootste en oudste Wat in Bangkok en biedt onderdak aan meer dan 1000 Boeddhabeelden. Daarnaast is de tempel beroemd om de grootste enkelvoudige Boeddha. Deze liggende Boeddha is 46 meter lang en 15 meter hoog!
Het is een  enorm complex en bestaat uit 2 ommuurde gedeelten waar we heel lang hebben rondgewandeld en veel foto’s hebben gemaakt. Een prachtig complex!
Na dat bezoek waren we aardig gaar. Een dagje stad is leuk maar weer op de fiets stappen is nog leuker….🙃

Het laatste gedeelte van onze reis in Thailand was aangebroken. We hadden nog een weekje over van onze 30 dagen, we gingen onderweg naar de grens met Cambodja.
Er is een grote weg die rechtstreeks van Bangkok naar grensplaats Poipet loopt. Dit is de grootste grensovergang die de meeste mensen kiezen. Uit eerdere fiets-ervaringen wisten we dat dat geen leuke route is. Een stuk oostelijker is ook een grensovergang, de kleine grensovergang bij Chong Chom en we lazen dat deze grensovergang sinds een paar maanden weer open is voor buitenlandse toeristen. Zo hadden we nog wat meer kilometers tegoed in het rustige, oostelijke deel van Thailand.

We stapten heel vroeg op de fiets om de drukte in de stad een beetje voor te zijn. Maar nadat we in Jakarta gefietst hebben, is alles voor ons nu een meevaller, valt al het andere in het niet. Zo’n gekkenhuis als daar maak je in het verkeer niet vaak mee.😉
We trapten in een lekker gangetje door de stad. Het was bewolkt, prima weer om de stad uit te fietsen.
We kwamen langs wat kleine marktjes en reden daarna weer over de grote, drukke betonroute. Pas na een kilometer of 60 werd het beter.
We stopten om wat te eten en kregen van een lief klein meisje een fles water aangeboden. Wat een schat!🥰
Daarna schoven we aan een tafeltje en probeerden eten te bestellen. Met handen en voeten kwamen we er uit en kregen we een heerlijk bordje rijst met groenten.
Achter ons zat een echtpaar te eten en wat bleek, bij het afrekenen hoorden we dat ze voor ons betaald hadden. Hoe gaaf weer!! Mensen willen zo graag hun gastvrijheid tonen, ons een warm welkom heten in hun land. Prachtig!

Na het drukke Bangkok kwamen we in een heel ander gedeelte van Thailand. De route voerde door een groene wereld van enorme rijstvelden, zover het oog reikte, tot aan moerasachtige gebieden met veel soorten bomen.

De wegen ontzettend rustig, de verkeersborden staan veelal alleen in het Thais aangegeven en wij zijn op de fiets weer een bijzonderheid. Toeristen komen hier nauwelijks, dit is authentiek Thailand.
We aten bij stalletjes langs de weg, de hele familie werd opgetrommeld, iedereen wilde met ons op de foto. Zo grappig!

We genoten volop van de mooie omgeving en hoorden de vogels fluiten.
Wél waren de middagen erg heet. Gelukkig hoefden we niet veel te klimmen, dit gedeelte is vrij vlak, anders was het bijna niet te doen.
We sliepen bij een leuk Oostenrijks/Thais echtpaar. Ze verhuren op een heel mooi aangelegd terrein een aantal huisjes. Een prachtige plek om uit te rusten na een warme, lange fietsdag.

In de avonden en nachten regende het vaak. We snappen waarom het zo enorm groen is, bijna alle dagen valt er een fikse bui. Tussen april en oktober is de regentijd maar we begrepen van de lokale mensen dat er dit jaar wel erg veel regen valt. Het water in de rivieren staat torenhoog. Dat is even wat anders dan in Nederland, waar we horen over de droogte en de juist lage waterstand.
Gelukkig hadden wij er zelf niet zoveel last van, overdag bleef het bijna altijd droog en waren we (soms net aan) voor de buien binnen.
Dit oostelijke deel van Thailand is zo prachtig, zo rustig en zo groen.
We fietsten via National Park Ta Phraya, waar nog olifanten in het wild leven naar Phanom Rung.
Nabij Phanom Rung ligt Phanom Rung Historical Park en dat wilden we graag bezoeken. Ruim 10 jaar geleden is Jacoline daar ook geweest en had er mooie herinneringen aan.
Bij aankomst in Phanom Rung aten we wat bij een stalletje en gingen op zoek naar Baan BongOhn Resort. Op Google hadden we erg leuke foto’s gezien van deze accommodatie en het was maar 7 kilometer vanaf het tempelcomplex.
De foto’s hadden niets teveel laten zien, wat een gave accommodatie zeg! Als we ooit nog weer eens ergens willen settelen, hebben we hier een heel mooi voorbeeld aan.
Ze hebben ingerichte containers en 4 fantastische huisjes op palen, alles in vintage-stijl. Zo creatief, zo mooi gemaakt, we waren écht onder de indruk. Alles klopte!

We hebben onze tassen achtergelaten en zijn richting het tempelcomplex gefietst. En in dat kleine stukje van 7 kilometer werd het flink zweten. De tempel ligt op een vulkanische heuvel en de weg liep de laatste kilometers steil omhoog, zelfs zonder tassen was het super zwaar. Daar hadden we even niet op gerekend…
Maar het hindoeïstische Khmer-tempelcomplex maakte alles weer goed. Ze zeggen dat dit de best gerestaureerde Khmer-tempel ter wereld is.
Het complex werd tussen de 10e en 13e eeuw gebouwd. Het is prachtig onderhouden en ligt heel mooi temidden van een park. Heerlijk om er een tijd rond te dwalen.
De weg terug was óók heerlijk, we daalden weer naar het dorp en onze fantastische overnachting. Dat is leuk ‘thuiskomen’…

De laatste kilometers in Thailand was het feest! (hoewel fietsen in Thailand steeds een feest is….)
Onze kilometerteller sprong op 45.000 kilometer!
Als je dat van te voren bedenkt, kun je het haast niet voorstellen en toch staat het op onze teller.
Wat hebben we veel gezien en beleefd de afgelopen 2.5 jaar. Dat is niet te vangen in woorden. Als we foto’s terug kijken, beseffen we pas goed wat we gezien en gedaan hebben.
We hebben ongelofelijk veel geleerd, dingen die je niet op school leert. De vele ontmoetingen onderweg, de bijzondere natuur op onze mooie aarde, zoveel liefde en gastvrijheid onderweg, dat is het mooiste geschenk wat we konden ontvangen!

Ook fietsend sloten we onze laatste dag in Thailand feestelijk af, de route ging dwars door de groene rijstvelden, de grassen wuivend in de wind. Wat een genot!
In een dorpje was er zelfs één of andere optocht, het feest kon niet op. 🥳🥳
En als afsluiting sliepen we in een huisje tussen die groene rijstvelden, wat een mooi einde van onze maand in Thailand.
We hebben er 2000 kilometer getrapt en genoten van dit heerlijke fietsland met zijn enorm vriendelijke bevolking, de mooie stranden, de prachtige natuur en niet te vergeten de super leuke overnachtingen!!
Op naar Cambodja, een heel ander land, het kleinste maar ook het armste land van Zuidoost-Azië.

Maleisië.

Voordat we aan onze wereldreis begonnen, hadden we al heel wat keertjes in Zuidoost-Azië gefietst. Maar nog nooit in Maleisië. Op de één op andere manier trok dat minder dan andere landen in Azië. Misschien denkend dat het daar te westers is omdat ze economisch verder zijn dan andere landen in Zuidoost-Azië? We weten nu in ieder geval dat dat vooroordeel totaal niet klopt.
Maleisië is geweldig, vooral langs de oostkust nog zo authentiek en de mensen zo vriendelijk en gastvrij. 
3.5 maand fietsend en verblijvend (Indonesië en Maleisië) onder de moslimbevolking heeft ons wederom doen zien hoe ongelofelijk gastvrij deze mensen zijn. Dat wisten natuurlijk al na onze lange tijd in Turkije maar heeft het nu nog weer extra bevestigd.

Na onze prachtige dagen bij familie Sahetapy in Jakarta was het tijd om afscheid te nemen. Wat was dit bezoek bij deze lieve familie een ontzettend mooi einde van onze tijd in Indonesie! Mooier kon gewoon niet.
De wekker stond om 04.00 uur, om vijf uur reden we samen met de familie naar het vliegveld.
Na een warm en innig afscheid gingen we door de douane, op naar Maleisië, ons 30e land!
De vlucht van Jakarta naar Kuala Lumpur is kort, na 2 uurtjes stonden we op de luchthaven te wachten op onze bagage en fietsen.
We vonden een rustig hoekje waar we onze fietsen konden uitpakken en weer rijklaar konden maken. Tassen er weer aan en onze reis in dit nieuwe land kon gaan beginnen.
En het begon ook gelijk goed, Jacoline haalde op de luchthaven bij een winkel water en brood voor onderweg. Bij het afrekenen leek het alsof er een klant voordrong maar wat bleek: hij had de boodschappen voor ons betaald en wenste ons welkom in Maleisië. Hij vond het een eer dat we zijn land bezochten. Wat een mooie start!

De luchthaven ligt een heel stukje buiten de stad Kuala Lumpur. We zijn geen stadsmensen maar wilden deze stad toch wel graag bekijken. Fietsend leek ons niet zo handig, dan zit je in de stad altijd met de vraag waar je je fiets veilig achter kunt laten.
Vanaf de luchthaven fietsten we 25 kilometer naar Nilai, daar hadden we een hotelletje geboekt voor onze eerste 2 nachten in Maleisië. Onze fietsen mochten zelfs mee de lift in, naar onze kamer.
De volgende ochtend gingen we met de trein naar Kuala Lumpur stad. We stapten op Centraal uit en moesten nog een stukje met de metro om recht tegenover de Petronas Twin Towers uit te stappen.
Wow, wat een indrukwekkende glazen torens, wat een hoogte! De torens zijn de iconen van Maleisië en symboliseren de vooruitgang van de stad.
We zijn naar de 86e verdieping geweest, onvoorstelbaar hoog. Op verdieping 43 stapten we uit en konden we, op de brug die beide torens met elkaar verbindt, van het uitzicht over de stad genieten.
Daarna gingen we met een pijlsnelle lift naar de 86e verdieping en kwamen op het observatieplatvorm. Het uitzicht over de stad is fenomenaal, prachtig om daar te staan.
De andere beroemde bezienswaardigheden zijn we lopend gaan verkennen. Het KLCC park, het Koningspaleis, het Merdeka-plein en de mooie nationale Moskee van Maleisië.
Het was een belevenis om KL te zien maar wij waren blij dat we de volgende dag op de fiets konden stappen om het land te gaan ontdekken. Dat is meer ons ding….😉

Vanuit KL wilden we als eerste naar de oostkust. Onze eerste fietsdag beviel goed. Wat opviel waren de goede wegen en vooral ook de rustige wegen. Dat was even anders dan we de afgelopen weken op Java gewend waren. Daar zochten we steeds de kleine weggetjes op omdat we op de doorgaande wegen gek werden van al het verkeer, de honderden scooters en ronkende vrachtwagens.
Het was wel (nog) meer zweten, waarschijnlijk lag dat niet aan een hogere temperatuur maar meer aan de hogere luchtvochtigheid. We kregen een aantal pittige klimmetjes voor de kiezen, waren binnen no-time drijfnat en het voelde heel erg benauwd aan.
We hadden 2 homestays op het oog maar bij aankomst bleken beide vol te zitten. De dame van de tweede homestay wist nog een ander adres voor ons, acht kilometer verderop. Ze belde en we konden er terecht. Vervolgens stelde ze voor om voor ons uit te rijden, echt super lief!
Wat we toen nog niet wisten maar de volgende dagen zouden ontdekken: het offerfeest van de moslims was begonnen, van zaterdag tot woensdag. En zijn dan heel veel mensen vrij. Ze trekken er op uit en heel veel homestays zijn volgeboekt. Ook de meeste winkels zijn gesloten.
En dat was voor ons onderweg soms best lastig…

Maleisië, een land van veel cultuur en tradities, is een smeltkroes van religies. Het grootste deel is moslim maar er leven ook  veel chinezen, indiers en koreanen.
Wij zagen die eerste dagen in Maleisië vooral heel veel chinezen. Alles staat ook in het chinees aangegeven.
Omdat door het offerfeest bijna alles gesloten was en het daardoor moeilijk was om onderweg eten te kopen, waren wij die eerste dagen blij met de chinezen.
De chinezen waren geopend dus het was steeds kijken naar een chinees eettentje.
Chinezen zijn over het algemeen best afwachtend en hebben een aardige gesloten gemeenschap. Wij waren dan ook een opvallende verschijning, twee mensen bepakt op een fiets, die stopten om te komen eten. Maar zakelijk als ze zijn, staan ze gelijk voor je klaar en maken een heerlijke maaltijd voor je klaar. De klant is koning!

Fietsend door het groene binnenland van Maleisië richting de oostkust, zagen we dat het groen van de prachtige jungle ook vaak het groen van kilometerslange palmolieplantages was.
In Maleisie heeft er de afgelopen decennia grootschalige ontbossing plaatsgevonden. Ongeveer 25% van de ontbossing, tropisch regenwoud is opgeofferd om oliepalmen aan te planten. Heel bizar om dat te bedenken als je er langs fietst….😥
We hebben begrepen dat het eindelijk begint door te dringen dat tropisch regenwoud van levensbelang is en dat de regering heeft besloten geen nieuwe vergunningen meer af te geven.
Maar het schijnt dat de grote ondernemingen zich nu verplaatsen naar Indonesië waar die regels nog niet zijn.

We volgden een aantal dagen de Pahang rivier die bij Pekan uitmondt in zee. Een heerlijke rustige route, er was bijna geen verkeer.
De route liep op- en af richting de rivier. We hoorden de machtige vogelgeluiden uit de jungle en de aapjes slingerden in de bomen. Soms springend en zittend op de weg, ze kijken je vol belanstelling aan. Wat een pracht!

Deze route hield echter wel in dat er onderweg bijna geen winkels of eetstalletjes waren. En als we wat zagen, was het gesloten door het offerfeest. We moesten weer even schakelen dat we vooraf voldoende water en eten meenamen voor onderweg. Dat was de afgelopen maanden in Indonesië totaal niet nodig en daardoor een beetje vergeten.
We sliepen bij een hele lieve familie, allemaal vrij door het offerfeest en werden helemaal verwend met allerlei traditionle gerechtjes die ze tijdens deze dagen eten. Wat is het toch mooi om in ieder land zo gastvrij te worden ontvangen.
De laatste kilometers voordat we de Zuid-Chinese Zee bereikten werden vlakker, de meeste heuvels hadden we achter ons gelaten.
We vonden een fijne, kleinschalige plek aan zee, we zijn er 2 nachtjes gebleven om van onze mooie plek te genieten.

Na de kust gingen we het binnenland weer in. Onderweg naar Taman Negara, het nationale park met het oudste tropische regenwoud ter wereld.
Gelukkig waren ondertussen alle winkels en eettentjes weer open. Het zag er allemaal veel gezelliger uit en wij konden weer overal eten en drinken kopen.
We besloten onze fietsdagen zo vroeg mogelijk te beginnen en vroeg in de middag te stoppen want het was bloedheet in de jungle. Klimmend was het ”s middags bijna niet te doen.
Het weerbeeld was iedere dag een beetje hetzelfde: ’s ochtends bleef het nog een tijdje bewolkt, rond en uurtje of 11.00 kwam de zon erbij en werd het echt heel heet. De eerste uurtjes waren de lekkerste fietsuren.
De plaats Kuala Tahan is de toegangspoort tot Nationaal Park Taman Negara, voordat we daar waren fietsten we door een groene zee van bomen maar helaas wel opnieuw palmoliebomen.

In Jerantut sloegen we een kleine weg in, die de rivier Tembeling volgde, naar Kuala Tahan. Vanaf daar volgde een geweldig stuk, de palmbomen vedwenen, we fietsten door het regenwoud. Zo hoort het hier te zijn, wat een pracht, wat een oorverdovende geluiden uit de jungle. Het was puur genieten.

Helaas hoorden we op een gegeven moment harde geluiden: bomenkap! Vrachtwagens vol met met boomstammen. het was weer gedaan met het oerwoud, de palmbomen kwamen terug, echt bijna tot aan het eindpunt in Kuala Tahan.
Net buiten Kuala Tahan vonden we een leuk huisje, middenin de natuur. Een mooie plek om de volgende dag het nationale park te bezoeken.
’s Avonds konden we genieten van een prachtige sterrenhemel en luisteren naar het concert van de dieren uit het oerwoud.
De volgende ochtend liepen we al vroeg naar de rivier in Kuala Tahan om met een bootje over te varen naar Taman Negara. Het was nog heel rustig, we waren de enige in het bootje.
Taman Negara is 4.343 vierkante kilometer groot en diep in de jungle leven nog veel wilde dieren, waaronder olifanten, tijgers en luipaarden. Je zult die dieren niet zelf tegen komen maar je kunt wel apen, tapirs, slangen, herten en heel veel vogels zien.
Je zit echt midden in het regenwoud en dat blijft iets heel bijzonders. De geluiden zijn prachtig en al lopend zie je steeds meer.
De eeuwenoude, reusachtige bomen maken zo veel indruk, je voelt je als mens zo nietig en klein.
Er zijn verschillende hikes uitgezet in het park, waaronder de beroemde Canopy Walk. Deze hangende touwbrug is meer dan 500 meter lang. Je kunt vanaf de brug heel mooi over de bomenpracht kijken.
We zijn door de jungle naar Bukit Teresek gelopen en genoten van een mooi uitzicht op Gunung Tahan. We keken tegen een indrukwekkende muur van alle tinten groen. Wat een oerwoud!
Bij terugkomst aan de rivier hebben we even verkoeling gezocht bij een van de vier restaurantjes die drijven op de rivier. We waren drijfnat, het is ongelofelijk zweten tijdens het lopen. Je loopt veelal in de schaduw van de bomen maar het is zo klam en vochtig, je bent in no-time nat. Wat hebben we genoten van deze indrukwekkende dag, het was (ondanks de zondag) niet druk, we konden in alle rust genieten van alle bomen, planten, vogels, dieren en enorme geluiden om ons heen.

De meeste bezoekers van Taman Negara komen per boot over de rivier Tembeling naar Kuala Tahan. Wij hadden die 60 kilometer langs de rivier per fiets afgelegd. Het leek ons leuk om de terugweg wel per boot af te leggen. De fietsen mochten mee en zo voeren we de volgende ochtend per boot terug naar de bewoonde wereld. We konden de jungle vanuit de boot bekijken en dat is toch weer heel anders dan vanaf de fiets.
Het was een goede keuze, het was prachtig om de vele vogels en dieren vanaf de rivier te zien. Een hele mooie afsluiting van ons bezoek aan Taman Negara.
Na 2.5 uur varen kwamen we aan Kuala Tembeling, ongeveer 25 kilometer verder dan waar we zaterdag richting de jungle waren vertrokken. We laadden onze fietsen uit en konden onze route weer oppikken.

Het was inmiddels al bijna rond de middag, we aten een broodje en stapten op het heetst van de dag op de fiets.
De route was práchtig, ook hier fietsten we nog door de jungle. Erg fijn om te zien dat er buiten het beschermde nationaal park ook nog ongerepte natuur is!
Maar het fietsen op het heetst van de dag was pittig. De weg bleef continu op-en-af gaan en er was bijna geen wind. Toch overwon in zo’n mooie omgeving het ‘wow dat wij dit allemaal kunnen zien’ het van de zwaarte van de tocht.

Vanuit het binnenland trokken we weer richting de kust, we reden een beetje zigzaggend door het land om alle mooie hoogtepunten te zien.
We wilden graag naar een eiland aan de oostkust omdat we gelezen hadden dat de eilanden aan de oostkust zo mooi zijn. De zee kristalhelder, ongerepte stranden en een prachtige onderwaterwereld. Je kunt de eilanden aan de oostkust alleen in het droge seizoen bezoeken, van april tot september. Voor ons nu dus een goede tijd om een eiland te bezoeken. We kozen voor de Perhentian eilanden omdat die eilandengroep het meest op onze route lag.
Voordat we de kust waren, lag er wederom een jungle voor ons. We hoopten dat we één van die dagen olifanten zouden zien. Er leven nog zo’n 1500 olifanten in het wild in Maleisië. Helaas wordt hun leefgebied door de ontbossing steeds kleiner. We wisten dan ook dat de kans dat je ze zouden zien erg klein is maar je hoopt er toch op. We zagen meerdere keren waarschuwingsborden voor overstekende olifanten maar daar bleef het helaas bij.
Fietsen door de jungle is en blijft fascinerend en indrukwekkend. Het had een nacht veel geregend en de volgende ochtend hing de mist prachtig om de mysterieuze heuvels. Wat mooi om een dag zo te kunnen beginnen, we genoten volop van het mooie binnenland!

Voordat we Kuala Besut bereikten, de plaats waar de ferries naar de Perhentian eilanden vertrekken, kwamen we vanuit de jungle in een totaal andere wereld. De natuur veranderde enorm, we lieten de mysterieuze heuvels achter ons en kwamen op vlak terrein tussen de groene rijstvelden terecht. Die hadden we nog niet gezien in Maleisië.
Ook dat was weer erg mooi fietsen: over smalle paadjes in de lichtgroene wereld van rijstvelden. Het was ook weer even erg lekker voor de beentjes, die waren best toe aan een beetje rust na al het geklim in de jungle.

De eilanden kwamen zodoende op een goed moment, hier konden we een paar daagjes uitrusten.
De Perhentian eilanden zijn een kleine groep koraal omzoomde eilanden. Besar en Kecil zijn de twee belangrijkste en bekendste eilanden. Wij gingen naar Kecil, de kleinste van de twee.
Na een overnachting in Kuala Besut stonden we de volgende ochtend al voor 8.00 uur bij het kantoortje om ons te melden voor de boottocht naar Perhentian Kecil.
We hadden allebei één fietstas mee als bagage, de rest bleef achter in onze homestay in Besut.
Het duurde even voordat de boot vertrok maar tegen half tien stapten we uit op de pier bij Coral Bay. We zagen een echt bounty-eiland met witte stranden en een mega blauwe zee.
We liepen over het strand naar Butterfly Chalets, waar we voor 2 nachten een houten huisje hadden gehuurd. Het plekje was fantastisch, helemaal aan het einde van de baai maar het was wél een hele oude boel, helemaal verwaarloosd. Tjonge, hier was 2 jaar helemaal niets meer gebeurd.
Dan zou je verwachten,  nu alles na lange tijd weer open is, ruim de boel op! Overal lag troep, van stukken dakplaten tot plastic flessen. Niet te begrijpen op zo’n geweldige plek. Je handen jeuken gewoon….

We keken vanaf onze veranda prachtig over de baai. We hingen in ons simpele hutje onze klamboe op voor de beestjes en zaten op het mooiste plekje op de wereld!
We hebben ongelofelijk genoten van onze dagen op het eiland.
Het eiland is heel klein, er zijn geen wegen, het vervoer gaat per watertaxi. Er zijn een paar paden maar daar is alles ook mee gezegd.
We zagen best wat toeristen maar het was heel rustig. Als we de hoeveelheid huisjes zagen, moet het toch een enorm toeristisch eiland geweest zijn.
We hebben een kano gehuurd en zijn langs de kustlijn gaan peddelen. De ruige rotsen met daar tussen prachtige witte strandjes. Het water zo blauw en helder, het is écht een bounty-eiland!
Ook de onderwaterwereld was prachtig. Zoveel vissen met de meest mooie kleuren. Fantastisch om er tussen te zwemmen.
Maar, niet alleen in de jungle, ook in zee zien we de keerzijde van de medaille: er is nog maar weinig over van het prachtige koraal, het strand ligt er vol mee. Heel treurig en confronterend om te zien.
Wat doen we onze wereld toch aan. Reizend over de wereld zien en genieten we van onze prachtige planeet maar we zien zéker ook de keerzijde en dat doet je iedere keer weer beseffen wat we als mens aanrichten.

Na al dat relaxen hadden we veel zin om weer op de fiets te stappen. Voordat we het land weer gingen oversteken, ditmaal naar de westkust, wilden we eerst nog naar Kota Bharu.
Kota Bharu ligt ook aan de oostkust, helemaal in het noordelijke puntje, vlakbij de grens met Thailand.
De bevolking van Kota Bharu is overwegend islamitisch. Er wonen hier overwegend maleisiërs, minder chinezen en indiërs. De islamitische regels worden hier streng nageleefd, er zijn heel weinig westerse invloeden.
Als eerste zijn we naar de Siti Khadijah markt gegaan, een leuke plek om kennis te maken met de lokale cultuur. De geuren en kleuren van de vele fruit- en groentesoorten kwamen ons direct tegemoet. Er waren veel kraampjes met specerijen maar bijvoorbeeld ook met batikstoffen en kleding. Jacoline heeft er zelfs haar gescheurde lakenzak laten maken. De naaister wilde er niets voor hebben, helemaal gratis!
We zijn door straatjes gedwaald vol met street-art. Het pro-palenstijnse denken komt hier veel tot uitdrukking. Maar ook straatjes waar de uitstekende keuken van Kota Bharu vertaald wordt. Wij vinden het altijd geweldig hoe kleurrijk en levendig een stad wordt van mooie beschilderingen.
’s Avonds hebben we de gezelligheid geproefd bij een stalletje aan de rivier. Ze hadden allemaal gekleurde lampjes opgehangen, de kindertjes speelden en renden op het plein, het is een gezellige stad.
Het leven in het binnenland van Maleisië, de oostkust en deze islamitische stad hebben veel indruk op ons gemaakt. De moslimbevolking nog zo authentiek, bijzonder behulpzaam en gastvrij, dat vonden wij Maleisië op zijn best!

We waren zo dichtbij de thaise grens maar het voelde nog niet al klaar, we wilden toch ook nog graag de westkust zien. We lazen zulke mooie berichten over het eiland Penang met street-art stad Georgetown, daar wilden we nog naar toe voordat we naar ons volgende land Thailand zouden gaan.
Om het land van oost naar west over te steken in het noorden van het land, moet je een flinke bergpas over. Ook daar leven olifanten dus we kregen nog een tweede kans om de dieren in de jungle te zien.

Vanuit de stad weer naar de jungle. De eerste kilometers waren nog druk en luidruchtig, daarna kwamen we snel op rustiger wegen. Na een kilometer of 40 werd het mooier en mooier.
We hebben ons in Maleisië de afgelopen weken al heel vaak verbaasd over de grote hoeveelheden hoge schuren zonder ramen. Wat zou daar toch inzitten? Er zitten geen grote deuren in de schuren. Het meest bijzondere waren de geluiden. Om het gebouw heen hoor je opgenomen zwaluwgeluiden. En daardoor vliegen er ook echt veel zwaluwen om het gebouw heen. Vaak zien we de schuren bij oliepalmplantages maar we horen de geluiden zelfs ook bij winkelpanden. De winkels zitten op de begane grond en in de punt van de daken horen we de opgenomen zwaluwgeluiden.
We bleven maar gokken wat het toch kon zijn en wat blijkt, het is big business in Maleisië, er wordt heel veel geld mee verdiend.
Gierzwaluwen maken door de geluiden uit de schuur daar hun nestje. Ze maken hun nestje niet van takjes en bladeren  maar van hun eigen speeksel. Deze nestjes zijn een delicatesse voor chinezen, gedreven door hun onverzadigbare drang naar vogelnestjessoep!😳 Ze betalen er grof geld voor, € 7300,– per kilo! Het is het kaviaar van het oosten, hoe bizar….
Ze geloven dat de nestjes allerlei gezondheidsvoordelen hebben, van een beter immuunsysteem tot het tegengaan van veroudering tot de genezing van kanker.
Voor ons gevoel probeert de halve bevolking van Maleisië een graantje mee te pikken, de vaste lasten zijn laag, arbeid minimaal en de vraag mega groot.

Hoe verder we de jungle in kwamen, hoe heuvelachtiger het werd. Het was ondertussen super heet, geen wind en een hele hoge luchtvochtigheid. Wat was het zweten..💦💦💦
Na 90 kilometer waren we in Jeli, hier konden we stoppen omdat er een overnachtingsplek was. We haalden veel boodschappen voor de volgende dag omdat er onderweg geen mogelijkheden meer zouden zijn.
Vroeg uit de veren en vroeg op pad was het motto voor de volgende dag. En dat werkte heel goed! Onze klim begon na 15 kilometer, de temperatuur was nog lekker om te klimmen. Na alle regen die er ’s nachts was gevallen, hing de mist prachtig rondom de bergen.

Het was genieten. Heel gestaag klommen we omhoog. De groene wereld om ons heen was fantastisch! We hoopten vandaag olifanten te zien maar helaas bleef het bij wederom bij waarschuwingsborden langs de weg. We zagen wél hun poep, 2x zelfs verse poep maar de indrukwekkende dieren waren alweer verdwenen in de jungle.
We aten op onze stoeltjes langs de weg een broodje en klommen weer verder.
Na 56 kilometer waren we op het hoogste punt, we zaten boven de 1000 mtr. En daar was warempel een eetstalletje. We hebben een kopi-susu besteld voordat we aan onze welverdiende afdaling van maar liefst 17 kilometer begonnen.
Wat geweldig om zonder inspanning door de jungle te zoeven!
De laatste kilometers moesten we nog weer even flink op de trappers om bij Lake Temenggor uit te komen. Daar hadden we een nachtje op een woonboot geboekt.
We waren gisteren op zoek geweest naar een overnachting voor vandaag. De eerst volgende plaats na Jeli, waar wij vanochtend startten, lag 125 kilometer verderop met maar liefst meer dan 2000 hoogtemeters. Dat vonden we erg veel. We kregen de tip dat er rondom het Lake Temenggor jungle-activiteiten waren. Op google zagen we een houten chalet op het water waar je kon overnachten. We belden maar het bleek dat de chalets in renovatie waren doordat ze al 2 jaar niet meer gebruikt waren. Dat ging dus niet door maar de man had nog wel een woonboot waar we een nachtje konden slapen. Dat was goed nieuws.
We hebben het plekje gevonden en hadden een geweldig uitzicht over het meer. Het is niet echt een woonboot zoals wij die kennen, het is meer een platte schuit waar een aantal kamertjes op zijn gemaakt. Heel simpel maar super doeltreffend, een top plekje om een nachtje te blijven en de volgende dag weer verder te klimmen.

Poehee en toen kregen we een heftige avond/nacht. Het begon met een harde bui met onweer, dat hadden we al vaker meegemaakt maar nu kwam er wind bij. We zaten op onze boot waar aan de zijkant zeilen hingen als bescherming voor de hitte maar nu dus voor de regen. Eerst zaten we nog heerlijk droog op het voordek. In een flits veranderde het weer, er kwam storm. De zeilen klapperden als een gek, niet tegen deze wind bestand. We vluchtten naar ons kamertje waar het gelukkig droog bleef. Het dak was goed!
Maar de zeilen hielden het niet en belandden in het water. De mannen zijn tot 04.00 uur ’s nachts bezig geweest om alles te herstellen en weer droog te maken. De volgende ochtend om 11.00 uur moest alles weer klaar zijn, dan kwam er een groep mensen om het meer op te gaan.
Wij stapten weer op onze fiets, het leek alsof er geen storm was geweest. We fietsten over de brug naar het eiland in dit grote, mooie merengebied en via het eiland weer naar vastewal. Daar begon onze klim. Het was nog ontzettend klam en vochtig van de vele regen, we waren binnen no-time doornat, ontelbare zweetdruppels….💦💦💦
Onderweg zagen we weer veel dieren: aapjes slingerend door de bomen, wilde zwijnen met kleintjes maar van olifanten geen spoor.
Het werden pittige maar ook zulke bijzondere dagen in de bizarre jungle.
De vroege ochtenduren zijn het mooist: Mistig, mysterieus, práchtig! Geen verkeer, samen fietsend en genietend van al die enorme geluiden uit een ontwakende jungle. Dat is niet uit te leggen, zooooo mooi!

Met een heerlijke daling lieten we de jungle en de bergen langzaam achter ons.
Het werd fietsen (wederom) langs kilometerslange palmolieplantages. Sommige stukken jungle nog maar net ontgonnen. Kale heuvels en de nieuwe palmplantjes nog maar net gepoot. Het doet gewoon pijn aan je hart….😪😪
We aten in een klein gehuchtje een flink bord rijst en konden er weer tegenaan om de laatste 30 kilometer te fietsen naar Butterworth. We zagen van verre de torenhoge flats al opdoemen. Butterworth ligt aan zee, de oversteek van de oost- naar de westkust was voltooid! Deze laatste oversteek en fietsweek hadden we zeker niet willen missen. Om het echte Maleisië te zien, moet je het binnenland in, daar zijn we het samen helemaal over eens!

Het schiereiland Pedang wordt door 2 lange bruggen verbonden met het vaste land. Voor de fietsers/brommers en wandelaars is er een ferry.
De ferry bracht ons de volgende ochtend om 11.00 uur in een klein half uurtje in Georgetown. Wow, wat een stad, wat een skyline.
Maar het is ook de stad van de street-art, de oude binnenstad staat zelfs op Unesco Werelderfgoedlijst. Daar ging ons hart naar uit!
Voordat wij die oude binnenstad wilden gaan bewonderen fietsten wij eerst door naar het nationale park van Penang.
Fietsend langs de kust richting het nationale park, bleek ook de kustweg vol te zijn gebouwd met hoogbouw. Wat een luxe allemaal, niets voor ons.
Gelukkig lieten we het laatste stukje de hoogbouw achter ons en belandden in een klein vissersdorpje, net voor de ingang van het park.
Hier hadden we een huisje (jawel, een héél huisje!🙃) gehuurd voor 2 nachten. Het was een super knus huisje, vlakbij een haventje.
We wandelden naar het haventje en overal lagen gekleurde bootjes. Iedereen was druk met de verwerking van vis en overal eetstalletjes met visverkoop. Een heerlijke levendige, gezellig sfeer. Dit was een mooie aankomst op het eiland Penang.

We werden de volgende ochtend wakker van de regen, regen in de ochtend was nieuw, dat was voor het eerst sinds we in Maleisië waren. Gelukkig was het op een fietsloze dag, we wilden het nationale park gaan bezoeken.
Door de regen gingen we later op pad dan gedacht, opnieuw de jungle in, ditmaal op een eiland. En ook hier waren we weer onder de indruk van al de geluiden, het is een vol gezang.
We zijn het eiland al klimmend en dalend overgestoken, richting het strand van Kerachut en Lake Meromictic.
Bij aankomst zagen we rechts het strand en het meer aan de linkerkant. Beide zijn verbonden door een kleine rivier. Het is een interessant natuurverschijnsel omdat het zoute en zoete water niet met elkaar wil mengen. Een prachtige aankomst vanuit de jungle.
’s Middags zijn we weer teruggelopen, nat en bezweet kwamen we aan in ons huisje. Of het nu fietsend of hikend is, inspanning is hier zweten en totaal nat worden!

En ja, toen werd het 3 augustus, tijd voor een feestje ter ere van Ming z’n verjaardag in Georgetown!🥳🥳
De oude binnenstad van Georgetown is mooi, hier is het helemaal een smeltkroes van culturen en geloven. Via Chinatown naar Little India, het is allemaal op loopafstand van elkaar. Je loopt van de ene wijk naar de andere, ondertussen genietend van heel veel street-art.
Het is heel bijzonder dat je in enkele minuten in een totaal andere wereld terechtkomt. De straatversieringen, de kleding, de geuren, het eten, écht alles is anders. Iedere cultuur zijn eigen wijk, zijn eigen gewoontes. Mooi dat het hier allemaal samen komt.
Ook de verschillende tempels liggen dicht bij elkaar. We liepen van de indrukwekkende Kapitan Keling moskee naar een mooi versierde chinees boeddhistische tempel en van daaruit naar de Sri Mahamariamman Tempel, de oudste hindoetempel van Georgetown uit 1833.
En dan steeds tussendoor die mooie muurschilderingen, het was heerlijk dwalen door de straatjes.
Als afsluiting van deze feestelijke dag hebben we gegeten bij een foodcourt. Dank lieve vrienden Dirk & Loes voor dit heerlijke cadeau! We kozen voor de thaise keuken, alvast een voorproefje op ons nieuwe avontuur.

Nog slechts 200 kilometer scheidde ons vanaf Georgetown naar de thaise grens. Het werden 2 prachtige dagen met 2 hele mooie overnachtingen.
De fietsroute was prachtig, de route liep over kleine paadjes en weggetjes langs watertjes en over bruggetjes, dwars door de rijstvelden. Een geweldig waterrijk gebied vol met vogels. Het leek af en toe Holland wel, ware het niet dan de rijstvelden dan groene weilanden zouden zijn.
Bij het naderen van de grens met Thailand kwamen er plots weer heuvels tevoorschijn aan de horizon. Van die aparte, losse ‘puisten’ midden in het landschap, zoals we al eerder hadden gezien. Een fantastische route, we werden volop verwend!

Ook de laatste 2 overnachtingen waren bijzonder!
Eerst vonden we een heel leuk plekje aan een rivier. Aan de achterzijde keken we uit over de rijstvelden. Er waren verschillende zitjes in de tuin, écht een gezellig plekje. We werden door de voltallige familie verwelkomt en gelijktijdig gefilmd. Het bleek een echt familiebedrijf, iedereen had zijn eigen taak. Van ‘moeder overste’ kregen we beide een set kleding. Jacoline een sarung met blouse, Minggoes een sarung met een zwarte moslimhoed. Na de verfrissende douche werden we samen op de foto gezet, Ming net een echte Maleisiër!😉

De volgende ochtend stond er op een prachtig plekje met uitzicht op de mooie rijstvelden een traditioneel ontbijt voor ons klaar met allerlei lekkernijen.
Bij het afscheid nemen stond ‘moeder overste’ erop dat we de kleding zouden houden. Tjonge, wat een bijzonder cadeau!🙏
En dan onze laatste overnachting in Maleisië bij een chinese familie: we werden uitgenodigd op het 50e verjaardagsfeestje van de eigenaar!
Net voor de grens waren we in Kaki Bukit gestopt. Dit plaatsje is bekend vanwege cave Gua Kelam. Deze cave is gedurende vele eeuwen door een ondergrondse stroom uitgehouwen uit het kalksteenmassief. Vroeger was Gua Kelam een tinmijn gebied.
Net bij de ingang naar de cave hadden we gezien dat je in een container kunt overnachten. Het leek ons leuk om zo onze reis in Maleisië af te sluiten. En het werd nog leuker dan we dachten omdat we werden uitgenodigd door de chinese eigenaar.
De man vierde met vrienden en familie zijn 50e verjaardag. Heel speciaal om bij dit selecte groepje chinezen aanwezig te mogen zijn. Het werd een prachtige laatste avond in Maleisië.

Wat heeft dit land ons aangenaam verrast, we hebben echt genoten afgelopen maand. De mensen zo gastvrij, het indrukwekkende tropisch regenwoud met de immense geluiden, de goede wegen, het land heeft het goed voor elkaar. Hulde aan Maleisië!
De volgende ochtend restten ons nog 12 kilometer naar de grens met Thailand. Op naar een mooi, nieuw avontuur!

Ambon & Java.

Ming had kippenvel toen het vliegtuig landde, we waren op Ambon! Hoe gaaf om op je 56e voor het eerst voet te zetten op Ambon en dit samen te kunnen doen. Dan komt er wel wat emotie om de hoek kijken, heel speciaal!

De vlucht was prima, wat heerlijk eenvoudig om zonder fietsen te reizen. Die hadden we achtergelaten in Surabaya, we gingen een weekje rondtoeren op een scooter!
Met alleen handbagage stonden we in een mum van tijd buiten. Onze week op Ambon ging beginnen!
In de middag tuften we gezellig de eerste kilometers over Ambon.

Ambon is het hoofdeiland van de Molukken en bestaat uit een noordelijk en zuidelijk deel. De mooie baai van Ambon (één van de mooiste ter wereld) splitst de beide delen bijna in tweeeën. We reden over de Jembatab Merah Putih, een hoge brug die beide delen met elkaar verbindt, naar het zuidelijk gedeelte.
We toerden heerlijk een paar uurtjes langs de kust voordat we ons eerste overnachtingsplekje op Ambon gingen zoeken.
We wilden de komende week die voor ons lag het hele eiland rondtoeren, op zoek naar de roots van de familie Lekatompessij.

Ambon is niet toeristisch, niet zoals bijvoorbeeld Bali waar alles helemaal is afgestemd op toerisme. Het is nog heel authentiek, we vonden er weinig invloeden van de westerse wereld. Er zijn daarom maar weinig hostels en homestays. Het bleek nog best lastig om iedere dag een ander plekje te vinden. In Ambod-stad zitten genoeg hotels maar het eiland rondtoerend zijn er hele stukken wildernis waar niets zit. Gelukkig waren we op ons scootertje meer mobiel dan we met onze fiets zouden zijn.

Het noordelijk deel van het eiland is voornamelijk islamitisch en het zuiden christelijk.
De familie Lekatompessij komt uit Latuhalat, op het zuidelijk deel en dat wilden we als eerste gaan bezoeken.
Het werd een hele specale dag voor ons en nog veel meer voor Ming. We zijn naar het lievelingsstrand van zijn vader geweest: Pantai Namalatu. We kenden deze plek van foto’s maar wat is het dan gaaf om het echt te zien, daar te staan! Op hetzelfde stukje strand met diezelfde overhangende palmbomen over het water. Super dankbaar dat we hier samen konden zijn.
Het was één en al herkenning voor Ming, de mensen maar ook de taal. Dit was de taal waar hij mee is opgegroeid door zijn ouders.
Hij hoefde maar te zeggen dat hij een ‘Lekatompessij’ was en iedereen wist gelijk te vertellen dat hij uit Latuhulat komt.

Ambon bestaat voornamelijk uit tropisch regenwoud. Naast vulkanen, eindeloos regenwoud en bergen is het eiland bekend om zijn stranden en heldere zee. Langs de kustlijn loopt een weg zodat je het hele eiland over kunt toeren. De kustlijn is grillig, we toerden op-en-af langs zee. Als we dit fietsend hadden moeten doen, was het heel pittig geweest, de hellingen zijn super steil. Maar het is prachtig, de ene baai nog mooier dan de andere. Op de meeste strandjes moet je een kleine entree betalen en zijn er enkele eet- en drinkstalletjes. We hadden alle tijd om te stoppen waar we wilden en te genieten van de geweldige uitzichten.
Minggoes was ’s avonds helemaal moe van alle indrukken, hij zoog alles in zich op.

Via het zuidelijke gedeelte reden we naar het noordelijke gedeelte van het eiland. We bezochten het belangrijkste fort van Ambon, Benteng Amsterdam, gebouwd in de 17e eeuw door de Portugezen maar toen de Nederlanders kwamen en het eiland Ambon innamen, namen ze het gebouw over en veranderden het in een bolwerk. Het fort ligt direct aan zee en kijkt uit over de baai en het eiland Ceram.

Regenen kan het als de beste op Ambon, we snappen waarom het zo’n prachtige groene wildernis is. Bijna alle dagen barstte de hemel aan het einde van de middag open en ging het flink tekeer. We zaten net op onze veranda van een huisje op palen (onze leukste overnachting op Ambon) toen het weer losbarstte: het flitste hevig boven zee, gevolgd door een hoosbui. Wat komt er dan een water naar beneden. Ons uitzicht op het eiland Ceram was binnen een mum van tijd verdwenen. Maar het mooie is dat de volgende ochtend de zon weer aan de hemel staat alsof er geen regen is geweest.

Wat was het gaaf om zo een week over Ambon te toeren en de vele mooie plekjes te verkennen. De route voerde door kleine gehuchtjes, de mensen vriendelijk zwaaiend.
Dwars door de groene jungle waar geen huizen en mensen zijn maar de dierengeluiden oorverdovend zijn. Het klimmen en dalen over de smalle weggetjes met steeds de fantastische uitzichten over zee. De gesprekken met de bewoners, de herkenning voor Ming, dat alles hebben we in onze harten opgesloten. Deze indrukwekkende week voegen we toe aan onze prachtige wereldreis!

Vanuit de lucht wierpen we nog een laatste blik op Ambon manisé om een aantal uurtjes later te landden op Surabaya. We stapten weer op de fiets en hadden een mooie route over Java te gaan naar ons einddoel in Indonesië: Jakarta.
Java is ruim drie keer zo groot als Nederland en heeft meer dan 151(!) miljoen inwoners. Het eiland is veel dichter bevolkt dan andere delen van Indonesië.
Wij vinden Nederland al dichtbevolkt maar dat is niets vergeleken met dit eiland.
Het binnenland heeft een voornamelijk agrarisch karakter. Er zijn 45 actieve vulkanen, er stond ons nog veel moois te wachten.

Ons eerste doel vanuit Surabaya was fietsen naar één van de meest actieve en tevens de meest beroemde vulkaan van Java: Bromo.
Het was heerlijk om ’s ochtends weer op de fiets te stappen. Door kleine straatjes en steegjes verlieten we grote stad Surabaya. In de straatjes waar de gezinnen op straat leven, zijn ongelofelijk veel drempels aangelegd om de vele scooters en brommers rustig te laten rijden. Zelfaangelegde drempels van touw, hout of rubber, wij hobbelden en bobbelden er maar overheen. Snel gaat het niet maar het is ontzettend leuk om het leven van zo dichtbij mee te maken. We krijgen een lach of een zwaai, de mensen zijn open en hartelijk.

Na de grote stad kwamen we langzaam in rustigere gebieden met veel groene rijstvelden.
Onze uitdaging in Java was om steeds de grote doorgaande wegen zo veel mogelijk te vermijden. Die zijn druk en luidruchtig door het vele verkeer.
Er zijn ontelbaar veel weggetjes rondom de doorgaande wegen. Op die weggetjes is het prachtig fietsen. Bijna tot geen verkeer en langs de meest mooie, groene rijstvelden en door leuke kleine gehuchtjes. Zo probeerden we onze routes steeds te maken maar dat was af en toe een flinke puzzel omdat het asfalt  op die kleine weggetjes vaak in hele slechte staat is of de weggetjes zelfs eindigen in een karrespoor en we moesten omkeren. We begonnen ’s ochtends vol goede moed maar na uren hobbelen en bobbelen of stukken terugrijden, besloten we ’s middag, op het heetst van de dag, om toch maar weer een stuk over de doorgaande weg te fietsen. Het bleef kiezen uit die 2 opties.

Malang is een relatief koele stad omdat het hoger gelegen is. We wilden vanuit Malang de vulkaan Bromo gaan bewonderen.
Lang geleden, tijdens de Nederlandse kolonisatie, introduceerden ze in de regio van Malang producten zoals koffie, thee, tabak en rubber vanwege dit koelere klimaat. Tot op de dag van vandaag is dat zo gebleven.
We klommen richting Malang maar voordat we de stad bereikten, wilden we eerst graag een theeplantage bezoeken. Bukit Kuneer ligt ten noorden van Malang. Het was flink klimmen, de theeplantages liggen aan de voet van berg Arjuna op een hoogte van bijna 1000 meter. De benauwdheid op die hoogte is helemaal weg, er waaide een lekker fris windje.
We hebben de fietsen op de parkeerplaats achtergelaten en zijn lopend verder gegaan.
Wandelend tussen de theeplantages richting een mooi uitzichtspunt. Vandaaruit hadden we een geweldig uitzicht over de enorme velden met op de achtergrond Gunung Arjuna en aan de andere kant Bromo. Dit keer geen groene rijstvelden maar een groene wereld van theeplantages.
Nadat we terug waren bij onze fietsen begon er een heerlijke afdaling naar de stad Malang.

Bromo is een van de hoogtepunten van Java en dat wilden we niet missen. We hoopten dat het nog niet te druk zou zijn.
We werden ’s nachts opgehaald door een jeep. Samen met 2 backpack-girls reden we naar de vulkaan. Het duurde ongeveer 3 uur, een groot deel over een hele slechte weg om de berg op te rijden. Boven aangekomen was het koud, gehuld in ons donsjack wachtten we zonsopkomst af. Het was druk, niet met buitenlandse toeristen maar met lokale toeristen. Dat hadden we onderschat….
Na een lekkere warme koffie werd het langzaam licht en werd de berg zichtbaar.
Het was ontzettend genieten, de Bromo vulkaan stond magnifiek in de ochtendzon, met rechts Gunung Batok en daarachter Gunung Semura, de hoogste en meest heilige berg van Java. De wolken hingen prachtig om de berg, een wonderschoon geheel!

Na zonsopkomst zijn we naar de krater gegaan. Eerst liepen we over een sterk stijgend pad door een soort van maanlandschap, daarna beklommen we een lange trap tot de kraterrand. En dan sta je oog in oog met de binnenkant van de Bromo vulkaan.
Bij zonsopkomst zagen we de rookwolken al opstijgen, nu stonden we er vlakbij en zagen vanuit de borrelende diepte het zwavel opstijgen en hoorden het oorverdovende geluid. Wat een sensatie!
Eenmaal terug bij de jeep, begon een spectaculaire afdaling. Eerst naar een vallei van zand: “sea of sand”, een onwerkelijke wereld. Daarna door glooiende groene heuvels, dalend richting Malang. Dit was weer zo’n dag om nooit te vergeten!

In 2016 stond een hele sloppenwijk in Malang klaar om gesloopt te worden en zouden alle bewoners verhuizen. Een groep studenten van de universiteit kwam echter op het idee om het hele gebied een frisse en opmerkelijke verflaag te geven in de hoop de aandacht te trekken van toeristen. De luchtmacht schilderde vervolgens de hele wijk in alle kleuren van de regenboog.
We zijn er naartoe gefietst en hebben door de gezelllige en kleurrijke straatjes gedwaald. Ze vragen bij binnenkomst een kleine entree zodat het dorp inkomsten heeft.
Wat een fantastisch en origineel idee! Als je ziet hoe opgeruimd en leuk alles er nu uitziet, dan besef je hoe eenvoudig het soms is om van niets iets te maken! We hadden écht het idee dat de mensen het best goed hebben in die wijk. Het was niet druk, er waren nog bijna geen toeristen maar als alles weer op gang komt, zullen hier best veel toeristen komen. En dat brengt geld in het laatje!

Vanuit Malang reden we langs de vele rivieren en watertjes die Java rijk is, door heel veel agarische gebieden. Er wordt naast rijst ontzettend veel andere gewassen verbouwd. Er is zoveel te zien onderweg, de mensen zijn druk op de akkers aan het werk. We staken pontjes over en fietsten over leuke hangbruggetjes.
Aten in de kleine eetstalletjes onderweg en kregen zo ontzettend veel belangstelling. Echt iedereen wil met ons op de foto. Mister, mister, selfie?? Making memories?? Het is grappig hoe vaak we die vraag krijgen.

Zeg je Java, dan zeg je Bromo maar ook Prambanan en Borobudur.
Prambanan is het grootste hindoe-javaanse tempelcomplex van Indonesië.
Dit indrukwekkende tempelcomplex werd in de 9e eeuw na Chr. voltooid. Het bestond toendertijd uit 244(!) tempels maar door een aardbeving raakte het complex in verval. In 1830 begon de eerste restauratie en in 1991 kwam Prambanan op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Het complex telt acht gebouwen waarvan de drie hoofdtempels het indrukwekkendst zijn. Het ligt er práchtig, wat een schoonheid. Er hangt een hele mooie sfeer. Het blijft altijd interessant hoe ze in die tijd zulke complexen konden bouwen.
Naast het complex Prambanan kun je nog drie andere tempels op het terrein bewonderen: Candi Lumbung, Candi Bubrah en Candi Sewu.
We zijn er heen gewandeld en hadden het rijk alleen! De Indonesiërs hebben schijnbaar alleen belangstelling voor Prambanan.
Het was heerlijk om die tempels in alle rust te kunnen bekijken, we hebben een super ochtend gehad!

Na de middag zijn we op de fiets gestapt naar Yogyakarta, een kleine 25 kilometer verderop. Deze levendige stad is hip en trekt met name jongeren.
Het heeft de naam het lekkerste street food ter wereld te hebben dus dat hebben we die avond gelijk geprobeerd. In een vierkant park met daaromheen allemaal eetstalletjes, hebben we de gezelligheid van Yogyakarta gezien en natuurlijk geproefd. Ook wij zijn gek op de Indonesische keuken en kunnen bevestigen dat het eten er heerlijk smaakt!!
We zijn een dagje in deze leuke stad gebleven en hebben er heerlijk rondgestruind door alle straatjes en steegjes. Het is er gezellig met veel potten, bakjes en flessen met groene plantjes en street-art op de muren.
De volgende ochtend bij vertrek bleek het ook druk te zijn in het park, er werd volop gesport. Een trainer gaf op muziek ochtendgymnastiek aan een grote groep enthousiastelingen en rondom het park werd er gejogd.

Ons doel die dag was een korte rit naar Borobudur. Al rond twaalven waren we er. We hadden voor 2 nachtjes een overnachting geboekt om de volgende dag bij zonsopkomst naar het boeddhistische heiligdom te gaan. De overnachtingsplek bleek super leuk, wat een goede keuze!
Een hele kleurrijke, super sfeervolle plek met maar 2 kamers, onze privékamer en nog een dormitory, maar daar was niemand. Zo leuk waren we een overnachting nog niet eerder tegengekomen op Java. Een hele creatieve eigenaar. 
’s Middags kwamen we alvast in de stemming en bezochten we Boeddhistische tempel Mendut en Pawon, kleinere broertjes van de Borobudur. Bij Pawon moesten we lang schuilen voor een mega bui. Zittend en wachtend onder een afdakje tot het weer droog werd, kwam een mevrouw ons koffie met wat lekkers brengen. Wat ontzettend lief!


De volgende ochtend was het vroeg dag voor ons. Om 5.00 uur fietsten we in het donker richting Punthuk Setumbu, een panoramisch uitzichtspunt.
De zon kwam prachtig op naast actieve vulkaan Merapi, een heel indrukwekkend uitzicht. We hadden door de mist in het dal niet het geluk dat we de Borobudur zagen liggen, de stoepa stak er niet bovenuit. Maar het was desalniettemin een mooie start van onze dag.

We fietsten terug naar ons hostel waar een heerlijk ontbijt voor ons klaar stond.
En toen togen we naar de ingang van de Borobudur. Het was spannend want we hadden verschillende verhalen gehoord. De één zei dat je de tempel nog mocht beklimmen, de ander zei dat dat sinds de pandemie niet meer mocht. Helaas bleek het laatste waar.
We konden rondom de tempel lopen (de eerste laag) maar daar waarvoor je komt, konden we niet zien: de monumentale stoepa. Ook het cirkelvormige platform met zijn 72 opengewerkte stoepa’s konden we niet zien.
De tempel ziet er zo indrukwekkend uit en is nog zo sterk gebleven. Het ligt majestueus op de vlakte van Kedu met uitzicht op weelderige groene velden, écht fantastisch!
Maar de top niet mogen beklimmen geeft geen voldaan gevoel, alsof je de finale mist.

De volgende ochtend fietsten we door de vruchtbare vallei rondom Borobudur, waar we heel veel papayabomen zagen, richting de kust.
Tot aan de laatste meters werd er van alles verbouwd, vrouwen waren druk bezig om rode pepers te plukken. Er stonden zakken vol met pepers.
En toen stonden we op het strand. Een zwart zandstrand met hele mooie hoge golven. De immens grote Indische Oceaan. Het geeft ons altijd weer een bijzonder gevoel om na een tijd in het binnenland weer aan zee te staan.
We overnachtten die nacht op een aparte locatie. Recht aan zee waren een aantal kleine, simpele hotelletjes en een paar eetstalletjes. Heel eenvoudig en kleinschalig. We hoorden de machtige branding, een mooie plek om te overnachten. Maar wat we ook hoorden, net boven onze hoofden, waren opstijgende en dalende vliegtuigen. Echt vlakbij. Er zat een vliegveld aan zee en wij zaten daartussen. Heel bizar… Ook dat kan hier allemaal…

Verder fietsend langs de kust van Java, kwamen we terecht bij homestay Oemah Pesisir, bij Pantai Karang Bolong, in een prachtige baai met een heel grillige kustlijn.
We werden bijzonder hartelijk ontvangen door de eigenaar. We waren de eerste gasten na 2 jaar en werden helemaal verwend. We werden in zijn 4×4 uitgenodigd om de baai te gaan ontdekken. En een 4×4 heb je daar nodig, anders kom je echt niet omhoog de kliffen op. Zo steil en zoveel keien dat is met een gewone auto en zeker met de fiets, niet te doen. We stopten op de meest mooie plekjes en hadden uitzicht op de prachtige kustlijn en mooie strandjes. Wat een geweldige baai zeg!
Een hele gezellige avond volgde met heerlijk Javaans eten.
De volgende ochtend werden we bij de ouders van de eigenaar uitgenodigd voor het ontbijt. Wat een mooie ontmoeting met deze ontzettend lieve en gastvrije mensen. De vrouw was in tranen omdat ze zo blij was dat er weer gasten waren. We hebben samen mooie foto’s gemaakt.
Een hele grote dank aan Ridho, zijn ouders en vrienden. Een hele speciale ontmoeting op onze reis, een dag om niet te vergeten! ❤

Het laatste stuk richting Jakarta was aangebroken, via de kust fietsten we het binnenland weer in. Noordwaarts, richting de overzijde van het eiland Java. Het werden pittige kilometers om het binnenland over te steken. We passeerden heel veel riviertjes en dan weten we het ondertussen wel, dat is dalen naar de rivier en super steil weer omhoog. De weg is vaak in zo’n erbarmelijke staat, het zweet gutste van ons af.
Het vinden van slaapplekken was deze dagen erg lastig, er was bijna niets. We moesten gewoon eindigen in een grote plaats, anders lukte het niet om wat te vinden. Het werden daardoor een aantal dagen 100+ kilometers om een plek te vinden.
Hotels in grote plaatsen zijn hier echter meestal niet leuk. Grote kale gebouwen, geen spoortje gezelligheid te ontdekken. Maar na een dag zwoegen en ploeteren in de hitte, zijn we snel tevreden. Een koude douche en een bedje volstaan dan prima.
Uitzonderingen bevestigen de regel want in grote plaats Cirebon vonden we een guesthouse van een hele lieve familie. Het was er niet klein en knus maar we werden wel in de watten gelegd door de familie. We kregen een heerlijk Javaans ontbijt met als afsluiting een zoete verwennerijen: Klepon. Dat zijn groene rijstballetjes gevuld met palmsuiker en bedekt met geraspte kokosnoot, heerlijk! Het lag prachtig verpakt in een bananenblad op ons bord. Ook hier moesten er bij vertrek weer foto’s gemaakt worden.

We zijn de afgelopen weken tijdens onze stops vaak uitgenodigd door mensen op straat. Wat zijn Javanen een ontzettend gastvrij volk.
Ze vinden het zo bijzonder dat we hun land fietsend bezoeken en zijn vol belangstelling.
We worden binnen uitgenodigd, de hele familie komt erbij en zittend op de grond krijgen we veel lekkers toegestopt. Als afsluiting altijd een fotoronde, Javanen zijn gek op foto’s maken: ‘Voor memories mister!’

En zo kwamen we aan in Jakarta, city van10 miljoen. Na meer dan 2000 kilometers getrapt te hebben op Indonesische bodem, stonden we samen in deze immense stad, op het plein bij het Nationaal monument.
Een totaal andere wereld, na alle prachtige rijstterrassen en indrukwekkende vulkanen van de afgelopen weken, kwamen we in een mierennest. Wat een drukte, wat een scooters, wat een mensen.

Vanuit Jakarta vliegen we as donderdagochtend naar Kuala Lumpur, Maleisië. Daar gaan we onze reis in zuidoost-Azie vervolgen.
We zijn ook in Jakarta omdat dit de stad is waar familie van Minggoes woont. Het leek ons erg leuk om de familie met een bezoek te verrassen. Hoe bijzonder om daar fietsend aan te komen en elkaar na vele jaren weer te zien!
We genieten deze dagen van ons weerzien met elkaar! Het is zo fijn en mooi om een aantal dagen onderdeel van deze ontzettend lieve familie te mogen zijn. Quality time!! 💕💕
Hoogtepunt van onze reis in Indonesië was Ambon, het was zo indrukwekkend om daar samen te zijn. En om dat nu met de familie te kunnen delen, herinneringen op te halen en er vele gesprekken over te hebben, het is een prachtig einde van ons hoofstuk Indonesië.
We zijn zo ontzettend dankbaar voor alle mensen die op ons pad komen, wat een rijkdom!🙏🙏

40.075: JacoMing around the world!

Nu is het écht zover dat we dit kunnen zeggen: JacoMing around the world. 🚴‍♂️🚴‍♀️ 🌏
We hebben het geflikt, een ronde om de aarde, gelijk aan de lengte van de evenaar.
Wow, wat maakt ons dat trots en dankbaar!! 🙏🙏

2 maart 2020 zijn we vertrokken en nu 2 jaar en 3 maanden later staat onze kilometerteller op de ongelofelijke stand van 40.075. 🥳 🥳 🥳
Ondanks de pandemie is het ons gelukt om te fietsen op 4 continenten, door 29 landen.
Onze vooraf geplande reis liep totaal anders dan gedacht maar wie weet was het op deze manier zelfs mooier. Geen planning meer, alles loslaten wat we in gedachten hadden.
We hebben zo ontzettend veel gezien de afgelopen 2 jaar, zo intens geleefd.
Zoveel verschillende culturen, zoveel landschappen, zoveel prachtige ontmoetingen, we hebben dit voor altijd opgeslagen in onze harten.❤️❤️

En het bijzondere van dit alles is, dat we deze kilometerstand bereiken in Surabaya, de geboorteplaats van de moeder van Minggoes.
En, dat we van hieruit voor een kleine week vertrekken naar Ambon.
Het magische getal 40.075 brengt ons naar de roots van de familie Lekatompessij.
Morgennacht vliegen we naar Ambon en gaan we dit eiland samen ontdekken.
We laten onze fietsen achter in Surabaya. Ambon is een klein eiland dus hebben we besloten om een weekje te gaan backpacken.🙂🙃🙂

Indonesië, het geboorteland van de ouders van Minggoes.
We zijn hier nu 2 weken, nadat we 16 mei de oversteek hebben gemaakt van de Filipijnen naar Denpasar, Bali. Het is bijzonder om hier samen te zijn.

Bij aankomst in Bali kregen we een visum ‘on arrival’ voor 30 dagen. Gelukkig hebben we dit de eerste dagen in Denpasar kunnen verlengen met nog eens 30 dagen. Daardoor kunnen we tot 14 juli in Indonesië blijven.
Na die dagen rondom het regelen van een visum-verlenging in het drukke en overvolle zuiden van Bali, vertrokken we richting het binnenland. Op zoek naar rust, de indrukwekkende rijstvelden en de vele hindoetempels van Bali.
Toen begon het échte genieten: de omgeving rondom Ubud, we fietsten en wandelden dwars door de rijstterrassen, groen, groener, groenst. Een mooiere kleur groen bestaat er niet!

Al fietsend kwamen we langs verschillene ceremonies. Het Balinees hindoeïsme is gebaseerd op vele goden en dat wordt op vele plekken gevierd.
De vrouwen dragen prachtige gewaden en hebben grote manden met fruit op hun hoofd.
Je ruikt de wierook en hoort de rustgevende gamelanmuziek. Overal liggen kleine offertjes met bloemen, rijst, wierook en een sigar

Na Ubud was Jatiluwih aan de beurt. De Jatiluwih-rijstterrassen vertegenwoordigen het traditionele Subak-systeem, een irrigatie-methode die eeuwenlang bewaard is gebleven en van generatie op generatie is doorgegeven.
Dit unieke systeem staat zelfs op de werelderfgoedlijst van Unesco en blijft zodoende beschermd. Het is een adembenemend landschap dat aan de voet ligt van de op één na hoogste vulkaan van Bali, de berg Batukara. Het is een feest om door dit gebied te fietsen. We kwamen ogen te kort.
’s Ochtends heb je de meeste kans dat het helder is en steken de bergen prachtig af tegen de blauwe hemel. In de middag trekt het vaak dicht maar ook dan is het mooi als de donkere wolken afsteken tegen de mega groene rijstterrassen.

We klommen verder noordwaarts naar de Twin Lakes, we zaten ondertussen op ruim 1350 meter hoogte. Buyan en Temblingan zijn twee prachtige meren, je kunt er over een bergkam langs fietsen en genieten van het mooie uitzicht over de meren. Het was er stukken koeler en er was een lekker windje.
Na al dat moois daalden we de volgende dag richting de kust, we waren het eiland Bali overgestoken.
De laatste kilometers reden we langs de kustlijn richting de ferries naar Java.
Bali is een geweldig eiland maar het is er tevens overvol. De bevolkingsdichtheid is heel hoog maar zodra je het zuiden verlaat en de binnenlanden in gaat, is het een weldadig eiland met hele mooie, gezellige overnachtingen voor heel weinig geld.
Wij hadden de tref dat we het eiland bezochten zonder veel toeristen, we konden ongestoord de omgeving van Ubud en het geweldige Jatiluwih bekijken zonder veel toeristen.
De bevolking in Bali zit uiteraard wél weer te wachten op de toeristen, 2 jaar is het land gesloten geweest en dat is 2 jaar geen inkomen. Je word met open armen en een mooie glimlach ontvangen!

De oversteek naar Java is kort, na driekwartier stonden we aan de overkant. Vanuit het Hindoeïstische Bali kwamen we op Islamitisch Java. Op de boot zagen we al veel hoofddoekjes.
Java is veel minder toeristisch en ook authentieker dan Bali. Nadat we drukke stad Ketapang achter ons lieten, kwamen we tussen de landbouwgebieden te fietsen met heel veel rijstvelden. We zagen de werkers op het land met de bekende strooien hoeden als bescherming voor de zon, prachtig om te zien.

Javanen zijn enorm gastvrij, we werden al meerdere keren uitgenodigd om bij een familie te komen slapen. Ze verwennen ons met hapjes en er wordt voor ons gekookt. Het is mooi om zo even onderdeel van een familie te mogen zijn.
De doorgaande wegen zijn ontzettend druk, vol met vrachtwagens, brommers en scooters.
Maar gelukkig lukt het ons tot nu toe steeds via kleine weggetjes en straatjes de drukte te vermijden en te genieten van het authentieke Java. Soms zijn de weggetjes verhard, soms hobbelen en bobbelen we over alle grote keien.🥵

En toen kwamen we aan in Surabaya, op die magische grens van 40.075 kilometer. Maar voordat het zover was, hebben we natuurlijk ook onze 40.000 kilometer vastgelegd!! Op naar Ambon waar we onze super prestatie gaan vieren. 🎉🎉🎉

Filipijnen.

Het startsein van een compleet nieuw avontuur, na onze fietsreis in Europa/Turkije, Afrika, Midden- en Zuid-Amerika.
Het vierde deel van onze wereldreis heeft ons in Zuidoost-Azië gebracht.
De landen waar we in eerste instantie naar op weg gingen bij ons vertrek in maart 2020 maar waar we nooit terecht kwamen.

Na ons Midden- en Zuid-Amerika avontuur zijn we zeven weken in Nederland geweest.
Wat was het fijn om weer samen te zijn met onze lieve familie en vrienden. Echt quality time!
We waren weer welkom bij onze lieve zus & zwager in ’t Harde, we hebben daar eerst
2 weken gebivakkeerd, voordat we voor 3 weken naar een vakantiehuisje in Voorthuizen zijn gegaan. Een plekje dichtbij onze ouders en vrienden. De laatste 2 weken zijn we weer vertrokken naar ’t Harde. Wat is het fijn dat we altijd bij hun terecht kunnen!
We zijn in die weken druk geweest rondom de verkoop van ons huis in Putten. We hadden het huis in maart 2020 voor 2 jaar verhuurd en die termijn liep nu af. Omdat we nog niet klaar zijn met onze worldtrip, (we genieten nog met volle teugen…😊😊) besloten we om ons huis te verkopen. Onze inboedel stond in de schuur opgeslagen en dat moest nu allemaal weg.
We hebben een verkoping gehouden en de spullen die we echt nog willen bewaren, ergens anders opgeslagen.
We waren bij de 20e verjaardag van Merlijn & Sophie én we hadden 8 april een bruiloft van ons allerliefste nichtje. Het was geweldig dat we er op deze speciale dag bij konden zijn.
Zo vlogen de weken voorbij en kwam onze vertrekdatum van 16 april rap dichterbij.
Onze eerste keuze was om het vierde deel van onze reis voort te zetten in Zuidoost-Azië.
We hoopten in onze weken thuis dat het goede bericht zou komen dat dit gedeelte van de wereld ook weer open zou gaan en dat gebeurde!!
Na bijna 2 jaar gingen de Filipijnen open, Indonesië en Maleisië volgden. Nog wel met allerlei restricties maar we namen de gok: we gingen naar Zuidoost-Azie en boekten een reis op 16 april naar de Filipijnen!

De Filipijnen staan voor ons voor een tropisch fietsparadijs. De stranden, kusten, bergen en jungle, het schijnt nog redelijk ongerept te zijn. En vooral omdat deze archipel voor 2 jaar gesloten is geweest, zal het er nog erg rustig zijn qua toerisme.

Zaterdag 16 april vlogen we via Istanbul naar Manilla. Het afscheid was na zo’n intensieve en heerlijke tijd ‘thuis’ emotioneel en lastig. We waren de afgelopen 7 weken weer helemaal in de ‘normale wereld’ gezogen.
Op Schiphol werden we hartelijk uitgezwaaid, echt zooo mooi!
En toen was het tijd om door de douane te gaan, het nieuwe avontuur tegemoet.

Zondagavond 17 april landden we (Filipijnse tijd) om 18.30 uur in Manilla. We hadden een prima vlucht. Het duurde op de luchthaven nog een tijd voordat alle formaliteiten waren afgerond, tegenwoordig moet je met zoveel paperassen vliegen, het is een beetje anders dan vroeger toen alleen je paspoort voldoende was.
Uiteindelijk kregen we het belangrijke stempel in ons paspoort voor 30 dagen, welkom op de Philippines!
We zetten onze fietsen in elkaar op een rustig hoekje van de luchthaven. We hadden gelijk al veel belangstelling van de lokale bevolking: Selfie?!?, Where are you going??, Where are you come from?? en ‘Welcome to the Philippines’.🙂
Rond een uurtje of 21.30 uur waren we zover en reden we vanuit de aankomsthal de zwoele zomeravond in. De warmte viel als een deken over ons heen.
We hadden een klein ritje te gaan naar ons geboekte hostel, 8 kilometer vanaf de luchthaven. We konden de sfeer van onze nieuwe wereld al een beetje proeven in deze drukke stad: de eetstalletjes op alle hoeken, de scooters en tuk-tuks, alle geluiden, het was een drukte van belang. We waren weer in Azië!!
In een smal steegje, een gezellig straatje, zat ons backpackers hostel. We konden douchen en heerlijk gaan slapen!

De volgende ochtend kon ons Azië avontuur écht beginnen. We zochtten de bagage uit en vulden onze tassen, rond de middag waren we zover: onze eerste rit op de Filipijnen ging van start.
Het was gelijk een leuke start, we hoefden niet over grote, drukke wegen de stad uit te fietsen maar konden via kleine weggetjes, langs verschillende wijken en winkeltjes de stad uitkomen. Het voelde ook gelijk weer vertrouwd om in Azië te zijn: de levendige sfeer, alle stalletjes, de fietstaxi’s, maar ook de warmte en de smeulende afvalhoopjes, het hoort er allemaal bij.
Aan het einde van de middag vonden we een pekje bij een strandtent. We kregen zelfs een tent te leen en konden onze eerste avond koken op het strand en genieten van een mooie zonsondergang.

Taal vulkaan ligt een stukje onder Manilla, de volgende dag gingen we op pad om deze bijzondere vulkaan te bekijken. De vulkaan heeft een kratermeer en de vulkaan ligt zelf ook weer binnen een meer op een eiland. Het is een van de gevaarlijkste vulkanen in Zuidoost-Azië. In januari 2020 zijn er nog duizenden mensen geëvacueerd bij een uitbarsting.
We klommen gestaag naar 630 meter en kregen op het hoogste punt een prachtig uitzicht over de vulkaan liggend in het meer.
We daalden vervolgens over een super steil weggetje (heel belangrijk dat je remmen dan in orde zijn…🙃) naar het meer met de meest mooie uitzichten.


We konden nog een heel aantal kilometers langs het meer fietsen voordat de route er weer vanaf liep.
Het leuke van de Filipijnen zijn de vele eilanden, het zijn er meer dan 7000 in totaal. We willen de 30 dagen dat we hier zijn, liever niet meer vliegen en proberen alles met de boot te overbruggen.
Van het éne naar het volgende eiland hoppen en daar weer verder fietsen in een andere omgeving.
Nadat we de Taal vulkaan hadden verlaten, gingen we de volgende dag voor het eerst een ferry op naar het eiland Mindoro. We mochten samen met onze fietsen op een passagiersboot en stonden na anderhalf uur varen in havenplaatsje Balatero. Een nieuw eiland voelt toch weer een beetje als een nieuw land, leuk is dat.
We volgden het oostelijk deel van het eiland met een route veelal langs de kustlijn. Het was klimmen en dalen langs de ruige kustlijn met af en toe zicht op prachtige strandjes. De stukken in het binnenland leverden ook weer mooie plaatjes op. Groene rijstvelden, zo ontzettend veel, we werden aan alle kanten verwend en op de achtergrond de bergen. We zagen op Mindoro veel fietsers, vooral ook veel racefietsers. We werden ingehaald door een clubje fietsers, ze fietsten een stukje met ons mee. Ze waren helemaal geïnteresseerd in onze reis, vonden het fantastisch wat we deden. Natuurlijk moesten er bij het afscheid foto’s gemaakt worden en Insta- en Fb-accounts worden gedeeld.
Aan het einde van de middag zagen we 2 fietsers van het clubje weer terug, het bleek de coach met zijn grootste talent te zijn. De jongen is super talentvol en heeft al meerdere prijzen gewonnen. We houden nog contact met elkaar, kunnen we hem een beetje volgen.
Ze wisten een leuk overnachtingsadres voor ons, de coach vond het een eer om ons deze plek te wiijzen. We zijn achter ze aangefietst en kwamen in een grote tuin met rieten hutjes, een hele fijne plek om te overnachten. De mensen zijn zo ontzettend gastvrij en vriendelijk, dat zijn de mooie ontmoetingen onderweg!🙏

De volgende ochtend fietsten we naar Roxas waar de ferries vertrekken naar Panay, ons volgende eiland. Deze keer was de boot groter en gingen er ook verschillende auto’s en zelfs vrachtwagens op de boot. De overtocht duurde 4 uur, gelukkig was het heel rustig en konden we bovendeks zitten met een lekker windje.
Rond half vijf stapten we van boord en hebben we op dit nieuwe eiland nog een uurtje langs de kust gefietst voordat we onze tent konden opzetten naast een bar aan zee. De bar werd gerund door een hele lieve familie bestaande uit de ouders met hun zoon & schoondochter en 2 kinderen. Het was vrijdagavond en we werden op het strand uitgenodigd om een biertje met ze te komen drinken. Mooi om te zien hoe zo’n familie daar leeft en met elkaar omgaat. Een heerlijk simpel plekje onder de palmbomen aan zee. We kregen de volgende ochtend een kokosnoot aangeboden, dan besef je weer hoe weinig je nodig hebt om gelukkig te zijn. Ze vissen in zee, halen de kokosnoten uit de boom en hebben een paar kipjes en een varken die er rondscharrelen.

Op het eiland Panay fietsten we door een waterrijk gebied, een beetje Biesbosch-achtig maar dan in een tropisch klimaat. We fietsten over smalle paadjes, aan beide zijden water. We zagen de vele felgekleurde vissersbootjes en kwamen door kleine gehuchtjes. De was hing kleurrijk aan de lijn en de kinderen speelden in de straatjes met elkaar. Van alle kanten werden we aangesproken en zegden ze ons gedag. Deze dingen maken onze fietsreis zo bijzonder, dichtbij de lokale bevolking, het allerdaagse leven volgen in de straatjes.
We eindigden onze dag wederom aan zee. Er zijn hier vele plekken aan zee waar op een terrein allemaal rieten hutjes staan. Hele families komen er op zondag samen om lekker in zee te zwemmen, te relaxen en te eten in de rieten hutjes. Wij kwamen hier net op een zondag en het was een drukte van belang. Maar net voor donker, zo rond 18.30 uur werd het weer rustig en ging iedereen huiswaarts. De boel werd opgeruimd en de rust keerde weder. We hoorden alleen nog de branding van zee..

’s Nachts werden we wakker van regen, dat was onze eerste tropische bui op de Filipijnen. Ook overdag bleef het een regendag. Soms fietsten we gewoon door, het blijft warm, maar soms ging het zo hard dat we toch maar even gingen schuilen. Gelukkig komt de zon er na zo’n tropische bui al snel weer door en sprongen we weer op onze fietsjes.

Het hangt op de Filipijnen vol met kandidaten affiches voor de verkiezingen afgelopen 9 mei. Ze hangen echt overal, het hele land hangt vol. We zagen onderweg mensen bezig om afiches op te hangen, zagen bijeenkomsten met toespraken van kandidaten. De opkomst is groot, het stond er vol met scooters, brommers en tuk-tuks.
Het laatste gedeelte van ons fietsreis op Panay was nog zo onaangetast, dat het vinden van een overnachtingplekje soms moeilijk was. We waren aan zee geweest maar er was niets. We trokken het binnenland weer in naar Barotac Nuevo en hebben aan een agent gevraagd of hij wat voor ons wist. We mochten achter hem aanrijden en hij bracht ons bij een pension. Echt super vriendelijk dat hij ons daarmee hielp.
We wilden ons net gaan wassen toen de eigenaresse van het pension thuiskwam. We kwamen aan de praat en ze bood ons een andere kamer aan, de familiekamer. Een super mooie, grote kamer voor een klein prijsje. Er zat een groot dakterras op het pand zodat we daar heerlijk konden koken. Wat viel ons weer een gastvrijheid ten deel! En we mochten er gelijk 2 nachten blijven!

Na ons Panay avontuur gingen we naar het eiland Negros. We kwamen aan in grote stad Bacolod. Dit keer geen leuke aankomst in een klein havenplaatsje maar een grote haven met heel veel containers.Dat werd snel de drukte van de grote stad uitfietsen, op zoek naar rustigere wegen. We zagen in de stad veel super lange taxi’s/bussen. Ze zijn open aan de zijkant zodat het niet te warm is en iedereen kan er aan de achterkant op- en afstappen.
We volgden deze dagen de prachtige kustlijn van zuidelijk Negros. We fietsten vaak net langs zee. Aan de ene zijde de zee, aan de andere zijde de groene rijstvelden met daarachter de heuvels. Het zijn geen hoge beklimmingen op de Filipijnen maar wel heel veel korte klimmetjes, het gaat op- en af en daardoor voelt het toch wel als pittig fietsen, natuurlijk ook door de warmte. Vooral klimmen in de zon is bijzonder zweten, we zitten de hele dag kletsnat op de fiets.
Soms kregen we een tropische bui over ons heen, je kunt de bui al zien aankomen, de lucht wordt steeds donkerder. We schuilden onder een afdakje en fietsten weer verder. Eenmaal bleef het niet bij een korte, harde bui maar bleef het maar regenen. Nadat we een tijdje geschuild hadden, haalden we voor de eerste keer onze regenkleding uit onze tassen. Gehuld in regenjas en -broek gingen we verder. Bij aankomst aan de kust konden we geen plekje vinden, het was weekend en de lokale bevolking genoot aan zee. Zoeken naar een plek in de regen is niet fijn, gelukkig werden we geholpen door een mevrouw van een strandhuis. Ze had aan de overzijde van de weg nog een huis, waar we wel konden overnachtten. Een groot, geel huis, veel te groot voor ons tweeën en ook ver boven ons budget maar we namen het aanbod aan, konden onze natte kleding uittrekken en douchen.
De volgende ochtend scheen het zonnetje weer heerlijk en waren onze natte spullen gedroogd. We kwamen langs een grote zondagsmarkt, de weg was afgezet, het stond er vol met scooters, tuk-tuks en tricycle’s. We haalden er fruit en groenten, het is heerlijk dat je overal zoveel fruit en groenten kunt kopen. Meloenen, mango’s, kokosnoten en avocado’s, de keuze is heel groot.


Via Dumaguete, een leuke studentenstad, vertrokken we naar het piepkleine eilandje Siquijor. We wilden ook graag het leven op zo’n klein eilandje beleven. Hier was het nog meer easy-going dan op de andere eilanden waar we geweest waren.
Het duurde een tijd voor we op het eiland waren, de eerste boot vertrok niet, de tweede liet ook nog anderhalf uur op zich wachtten, zo konden we ons al aanpassen aan het tempo op het eiland….🙃
We zijn het eiland rondgefietst en hebben er 2 nachtjes geslapen. Twee super mooie plekjes aan zee.De eerste was een heel simpel huisje in een gezellige tuin met beneden ons de zee. Bij een hele lieve meneer die erg blij was dat we er waren. We raakten aan de praat en dan hoor je steeds de trieste verhalen over de Covid-periode. 2 jaar pandemie is 2 jaar geen inkomen. Gelukkig had hij een dochter die in Europa werkt en geld stuurde naar haar ouders zodat hij toch eten kon kopen.
De tweede nacht vonden we een cottage op palen. Het lag hoog op een heuvel, we kregen de overnachting niet cadeau. Tjonge, wat liep die weg steil omhoog. Het was zigzaggend fietsen over het smalle paadje en stukken lopen. Maar het was het waard: we kregen een fenomenaal uitzicht over Siquijor maar ook over een vulkaan op het eiland Negros. En een prachtige zonsondergang achter de vulkaan volgde!

En weer stapten we op de ferry, op naar misschien wel het mooiste eiland van de Filipijnen: Bohol.
Het bleef leuk dat eiland hoppen, het lijkt alsof je iedere keer weer in een nieuw land aankomt. Ieder eiland is weer anders.
Bohol is beroemd om de Loboc-rivier, de Chocolate-Hills en de keine tarsiers. Deze bijzondere beestjes behoren tot de kleinste primaten en hebben de grootste ogen van alle zoogdieren in verhouding tot hun lichaamsgewicht. De spookdiertjes leven in het zuidoostelijke deel van de archipel, met name op Bohol, Samar en Leyte.
Wij zijn naar het kleinschalige Tarsier Sanctuary gefietst om deze beestjes te gaan bewonderen. Ze zijn in het echt nog veel kleinder dan foto’s doen vermoeden. Ze kijken je met hun grote ogen aan en blijven rustig in de boom hangen, heel bijzonder om te zien.
Daarna volgde het plaatsje Loboc aan de gelijknamige rivier. Een rivier zo groen, met onvoorstelbaar helder water. De rivier wordt omrimgd door torenhoge bomen. Deze plek is een toerische trekpleister voor Bohol. Er is zelfs een Loboc River Cruise, waar je tijdens een rondreis over de rivier, op een grote houten boot, eten krijgt geserveerd met een muziekje aanboord.
We hebben ons niet aan die toeristische attractie gewaagd maar vonden wel een mooi plekje in dit serene dorp aan de rivier.

We hadden het de afgelopen al vaker gehoord; in december heeft er een tyfoon over de Filipijnen geraasd, waar de gevolgen nog altijd zichtbaar van zijn: daken van huizen en ingestorte gebouwen, overal ligt er nog puin. Er zijn veel mensen bezig met herstel maar er zijn er ook genoeg die daar geen geld voor hebben. Zoals eerder gezegd: 2 jaar pandemie is 2 jaar geen geld, men kan dus niet opknappen. Het toerisme komt nu langzaam weer opgang maar als je je accomodatie niet kunt opknappen, kun je het ook niet verhuren en komt er nog geen geld binnen. We werden meerdere malen weggestuurd omdat ze ons nog niet konden ontvangen. Heel triest….
Ook de huisjes aan de rivier de Loboc hadden onder water gestaan. De mensen waar we overnachtten, gaven aan hoe hoog het water had gestaan, niet te bevatten.

Vanuit Loboc trokken we verder langs de indrukwekkende kustlijn met de ruige kliffen. De weg loopt er meermaals vlak langs zee, het water spatte af en toe over de weg.
We kwamen in Anda, beroemd om de witte zandstranden. Het is iedere keer weer zo mooi om onze fietsdag af te sluiten aan zee, steeds op een andere plek, wat is dat luxe!

Midden op het eiland Bohol liggen de Chocolate Hills. 1268 heuvels liggen op een vrijwel vlak plateau in een gebied van meer dan 50 vierkante kilometer. Het zijn vrijwel gelijke heuvels van circa 30/50 meter hoog. Ze zijn begroeid met gras en in het droge jaargetijde krijgen ze een bruine tint. De heuvels doen dan denken aan chocoladebergen.
Men denkt dat de Chocolate Hills zijn gevormd uit kalkstenen overblijfselen van koraalriffen uit die tijd.                                   
We kwamen op een camping middenin dat gebied, een unieke plek. Vanuit deze plek konden we trappen beklimmen naar een plateau waar we een fantastisch uitzicht hadden op deze unieke heuvels. Vooral zonsondergang moet enorm indrukwekkend zijn, helaas hadden wij dat geluk niet. De lucht kleurde mooi roze maar het zonlicht kwam door de bewolking niet op de heuvels.


Bij vertrek vanaf de camping fietsten we eerst nog kilometers lang langs de heuvels.
In ieder dorp waar we doorfietsten zagen we lange rijen mensen, Election Day was aangebroken. Deze dag is hier zelfs een vrije dag, de mensen nemen er de tijd voor. Bij ons gaat iedereen even snel stemmen maar hier staan eetstalletjes en maken ze het met een hapje en een drankje gezellig met elkaar.
De laatste 20 kilometer daalden we via een kleine weg richting de kust. Deze kilometers waren echt fantastisch! We fietsten dwars door de jungle, zo groen, zo indrukwekkend,  wat een bomenpracht!
Af en toe een klein gehuchtje waar we de kinderen hoorden roepen en zwaaien, verder alleen een smalle weg door het groen.


We eindigden in Tubigon aan de kust, we waren het indrukwekkende binnenland van Bohol overgestoken.
In Tubigon vertrekken de boten naar Cebu, de stad waar een einde gaat komen aan onze reis op de Filipijnen. Vanuit Cebu vliegen we aanstaande zondag naar Bali, Indonesië.

We fietsten bij aankomst in de stad naar Bugoy Bikers Hostel. De eigenaar is een Duitser die al 20 jaar op de Filipijnen woont en ook lange afstandsfietser is. Hij heeft veel van de wereld gezien, er hangen prachtige foto’s van zijn reizen in het hostel. Naast het hostel organiseerde hij ook vele fietsreizen op de Filipijnen, hij heeft met zijn vriend zelfs een boek uitgegeven: Cycling Philippines.
Door de pandemie kwam ook hier alles stil te liggen en de tyfoon heeft zijn rieten bamboehutten totaal verwoest. Ondertussen is hij leraar in Cebu.
Wij waren zijn eerste gasten na zo’n lange tijd, er werd in de dorm 2 bedden voor ons gereedgemaakt en we konden blijven. En hele gezellige avond volgde, mooi om zoveel verhalen te kunnen delen.
Doordat we een paar dagen eerder dan gedacht op Cebu waren, hadden we nog een aantal dagen over voordat onze vlucht vertrekt. We regelden het één en ander voor onze vlucht (afspraak pcr-test, fietsdozen e.d.) en namen de volgende ochtend de boot van 06.00 uur naar Camotes, een klein rustig eiland, nog heel puur en authentiek.
We voelden gelijk de gezelligheid en saamhorigheid van zo’n klein eiland. We fietsten over kleine weggetjes, door kleine gehuchtjes, de mensen vol belangstelling. De wuivende palmbomen, de helderblauwe zee, de vele vissersbootjes, het was een heerlijk dagje het eiland rond! Aan het einde van de dag genoten we op ons overnachtingsplekje van een mooie zonsondergang. Een geweldige afsluiting van onze fietsreis op de Filipijnen!


Vanochtend zijn we met de boot weer terug gegaan naar Cebu, nu is het inpakken, dingen regelen en over 2 dagen naar Indonesië, de roots van Minggoes!
Het begin van onze reis in Zuidoost-Azië was veelbelovend, op naar het vervolg van onze reis

Ecuador.

Het op drie na kleinste land van Zuid-Amerika is de thuisbasis van besneeuwde bergtoppen en kustwoestijn, stromende vulkanen en kratermeren en natuurlijk het Amazone-regenwoud. Het maakt het land voor de echte natuurliefhebber een van de meest aantrekkelijke landen ter wereld, de verscheidenheid aan landschappen is enorm.
We hebben ruim 5 weken genoten van de wonderschone natuur in dit indrukwekkende land.

14 januari stonden we aan de grens bij Ipiales, we vonden het best spannend omdat de grens nog maar een aantal weken geopend was, nadat hij bijna 2 jaar was gesloten  vanwege de pandemie.
Maar we hadden ons goed voorbereid, onze PCR-test op zak dus we hoopten er het beste van! Gelukkig was het niet druk en ging het prima. We kregen ons stempel van Ecuador in ons paspoort en konden beginnen aan ons tweede Zuid-Amerikaanse land en ons 27e land tot nu toe!

We hadden gelezen dat de klimmen in Ecuador steil zijn, heel erg steil zelfs. Waar ze in andere landen met haarspeldbochten een lange klim over een bergwand uitsmeren, lijken ze in Ecuador recht omhoog te willen.
De grens ligt op 2750 meter en we gingen gelijk omhoog, klimmen geblazen! Na een aantal kilometers kwamen we in Tulcán, de eerste plaats na de grens. We kochten een nieuwe simkaart, haalden wat te eten en vervolgens klommen we door naar 3300 meter, een nieuw record voor ons. Het is tijdens zo’n zware inspanning goed te merken dat je minder zuurstof binnen krijgt, het was puffen en hijgen.
Maar toen we eenmaal boven waren en we konden genieten van de mega groene heuvels, vergaten we de inspanning snel!
Gehuld in 3 jassen begonnen we aan de afdaling, er was een super koude wind, we waren nat van het zweten, dan is het goed inpakken en dalen maar!
We overnachtten onze eerste nacht in San Gabriel, het stadje was een echte verrassing voor ons. Midden in het historische gedeelte, in een heel oud pand zat een hostal. Eenvoudige kamertjes maar een super sfeervol pand. Een mooie binnenkomer in dit nieuwe land!

Onze vooraf gemaakte route in Ecuador, was ongeveer 750 kilometer. Het is niet zo’n groot land, we verwachtten er ongeveer twee weken te blijven. Maar het lastige was, dat we wisten dat de grens naar Peru, ons volgende land, nog gesloten was. Dat maakte het een beetje lastig hoe we gingen fietsen. Onze gemaakte route volgen en naar de grensplaats met Peru fietsen en gokken dat de grens open zou gaan, of toch andere opties bedenken.
We besloten eerst naar hoofdstad Quito te fietsen en dan te gaan  bedenken hoe we het verder gingen aanpakken.
Het werden heerlijke maar ook pittige dagen in de Andes. We schroefden onze dagafstand een beetje terug, want de voorspellingen kwamen helemaal uit: de weg gaat soms écht recht omhoog! Het was steeds klimmend maar ook weer net zo hard dalend door de indrukwekkende Andes. Eindigden we een dag in een vallei, dan was de temperatuur rond de 20 graden en genoten we van de aangename temperatuur. Eindigden we op hoogte, dan was het vooral ’s avonds erg koud en sliepen we onder 3 wollen dekens.
Kamperen was lastig, t/m april is het in Ecuador nog regentijd. Vooral in de nachten komen er soms harde buien en dan moet je ’s ochtends alles nat in pakken. En dat is geen pretje, we kregen onze spullen gewoon niet meer droog. Ook overdag bleef het vochtig zodat niets opdroogde en al onze spullen nat bleven. We besloten om zoveel mogelijk hostals op te zoeken waar ze bijna altijd een gezamenlijke keuken hebben, zodat we zelf konden blijven koken.

Fietsen in de Andes is zo bijzonder, het is haast niet uit te leggen hoe indrukwekkend dat is. Je voelt je als fietser zo ontzettend nietig tussen die enorme bergen.
Al na een aantal dagen konden we gaan genieten van ons eerste kratermeer in Ecuador. Laguna Cuicocha ligt aan de voet van vulkaan Cotacachi. We besloten om 2 nachten in de  plaats Cotacachi te blijven, onze bagage achter te laten in ons hostal en de tweede dag naar het kratermeer te fietsen.
We troffen het enorm, de zon scheen heerlijk, we zagen de bergen rondom Cotacachi allemaal liggen tegen de helder blauwe lucht. Beter weer konden we ons niet wensen om rondom het kratermeer te gaan wandelen. Er is een hike uitgezet over smalle paadjes en bergruggen, aan de ene zijde zagen we het helderblauwe water van het kratermeer, aan de andere zijde het uitzicht op de vulkaan. Echt genieten!

Fietsen in de Andes betekende ook het dagelijkse leven zien van de traditionele bergbewoners. In Otavalo is de grootste markt van Ecuador. De stad dankt zijn naam aan de Otavalo-indianenenstam. Deze stam is erin geslaagd om haar eigen cultuur te behouden en aan te passen aan de huidige tijd. In het weekend en op woensdag vind je hier veel locals die van heinde en verre komen om hun spullen maar ook lama’s te verhandelen. En er is iedere dag een markt met vooral textielnijverheid. De markt is legendarisch, ze verkopen prachtige poncho’s, hoedjes, mutsen, tassen en nog veel meer, allemaal in mooie felle kleuren. We waren er vroeg en het was lekker rustig. Op ons gemakje konden we over de markt struinen. Het is zo mooi om de prachtig geklede mensen te zien in hun kleurrijke kleding. Wat zijn ze klein allemaal, ze komen tot aan onze elleboog, wij zijn er reuzen bij. Het was een belevenis om zo onder de lokale bevolking te komen.

En toen kwamen we na dagen klimmen en dalen aan in Quito, de hoofdstad van Ecuador. Quito ligt in een vallei, ondanks dat het op 2850 meter hoogte ligt. De stad wordt aan alle kanten omgeven door bergen. De laatste kilometers voordat we de stad bereikten waren erg druk maar gelukkig was het eenmaal in de stad prima te doen. Er zijn zelfs veel fietspaden in de stad, Quito bleek een echte fietsstad! Iedere zondag worden er hele straten afgezet en mogen die dag alleen gebruikt worden voor fietsers, kilometers lang. En daar wordt volop gebruikt van gemaakt, van jong naar oud, van mountainbike tot racefiets, iedereen zit op de fiets!

Omringd door indrukwekkende bergen heeft Quito geen gebrek aan uitzichtspunten.
Het maximale uitzichtspunt is vanaf de top van de Pichincha-vulkaan, op een hoogte van bijna 4000 meter. Je kunt er met een kabelbaan vanuit de stad naar toe. In ongeveer 18 minuutjes stonden we boven met een fantastisch uitzicht over de stad en de omliggende vulkanen. Er zijn mooie wandelroutes uitgezet, je kunt er echt een aantal uren blijven. Ook hier moest de inspanning niet te groot worden, anders liepen we gelijk weer te hijgen. Wat  een verschil met de lokale bevolking die bijna rennend omhoog gaan.

In Quito was het moment aangebroken om te beslissen hoe we verder zouden gaan.
De situatie was nog niet veranderd, de grens met Peru was nog steeds gesloten, we begrepen dat het wel begin maart kon worden voordat de grens weer open zou gaan.
We besloten langer in Ecuador te blijven en vakantie te gaan houden! We huurden een auto om de vele vulkanen in de Andes per auto te gaan verkennen. Op de fiets is dat bijna niet te doen. We maakten een mooie route langs de vele hoogtepunten van Ecuador die we graag wilden zien en gingen negen dagen op pad. Ons start- en eindpunt was Quito.
De eerste dag was ons doel Mindo, een klein dorp verscholen tussen nevelwouden. Maar eerst reden we naar Mitad del Mundo, precies op de evenaar. In Kenia waren we er dichtbij geweest maar hadden we het exacte punt niet gezien, nu wilden we er wel graag heen. Er staat een groot monument om de locatie van de evenaar te markeren, je kunt het monument ook beklimmen, van bovenaf heb je een mooi uitzicht over de omgeving.
Daarna vervolgden we onze route naar Mindo. De natuur veranderde enorm, de dag begon stralend maar halverwege kwamen we in de jungle terecht en werd het mistig en vochtig. Een totaal andere wereld, we waren in het regenwoud. We maakten bij aankomst een trail door de mysterieuze jungle en overnachtten in een soort blokhut met alle geluiden uit de jungle om ons heen, een oorverdovend gezang!