blog

Namibië.

Namibië staat vooral bekend om zijn prachtige natuur en dat hebben wij ondervonden de afgelopen weken. Het land bestaat grotendeels uit woestijnvlakte. Het heeft de eer om twee verschillende woestijngebieden binnen de landsgrenzen te hebben. In het oosten de Kalahari-woestijn, vanwaar we onze fietsreis vanuit Botswana gaan vervolgen en de Namib-woestijn die strekt tot aan de kust. De Namib-woestijn is de oudste woestijn ter wereld.
Namibië is het dunst bevolkte land ter wereld en ligt aan de Atlantische oceaan. We willen graag vanuit de woestijn een stuk langs de kust gaan fietsen. Dat lijkt ons een bijzondere ervaring, we hebben de zee in Afrika nog niet gezien.

We vervolgden bij aankomst in Namibië onze route op de Kalahari Highway. Het bruine landschap trok zich, net als in het laatste gedeelte van Botswana, nog steeds als een eindeloze vlakte voor ons uit.
Er zijn veel grote boerderijen in dit gebied en omdat het zo uitgestrekt is, hebben de mensen een uithangbord aan de weg staan om aan te geven waar hun boerderij is. Dat kun je vanaf de weg niet zien.
De uithangborden hebben voor ons bekende namen; heel grappig om te lezen. Er wonen hier veel boeren met europese roots; vooral veel Duitsers maar ook Nederlanders en Engelsen.

Onze eerste ‘echte’ plaats in Namibië was Gobabis, hier konden we boodschappen halen voor de komende dagen richting Windhoek, de hoofdstad van Namibië. We vonden de plaats niet bijzonder en zagen dat er 10 kilometer verderop ook een campsite zat. We zijn nog even doorgefietst en kwamen op een prachtige plek. Dat is het mooie hier, je hoeft maar even van de weg af te zijn en je zit gelijk weer midden in de woestijn. We maakten een kampvuurtje en genoten van de heerlijke avond.

Na Gobabis was het 200 kilometer naar Windhoek. En langzaamaan veranderde de omgeving, het werd voor het eerst weer een beetje glooiend en we zagen heuvels. De uitzichten werden ook gelijk veel mooier!
Na 70 kilometer tikten we die dag de 24.000 kilometer aan! Wow, wat hebben we al veel kilometers weggetrapt op deze mooie aarde en wat geeft het ons iedere dag weer een enorme vrijheid, heerlijk! 
In de 200 kilometer naar Windhoek zat geen dorpje of bebouwing. We zagen wel een soort Welkoopwinkel. Een grote schuur op een terrein waar de boeren uit de wijde omgeving hun spullen kwamen kopen. We hebben gevraagd of we ons tentje op het terrein mochten neerzetten en dat was prima. De man wist ook dat er niets was tot aan Windhoek en wilde ons graag helpen. Er stond zelfs een picknickbank, het was een prima plek om te slapen.
Zo hadden we toch weer een veilige plek voor de nacht gevonden.
De laatste 100 kilometer naar Windhoek werd het weer écht klimmen! En wat voelde dat goed na al die eindeloze rechte wegen. Het was een prachtige route, we hadden mooie uitzichten over de omliggende bergen, we genoten volop!


Aangekomen in Windhoek vonden we een geweldig leuk overnachtingsadresje, Xenia Accomodatie, met een super vriendelijke eigenaar. Het is een echt backpackers onderkomen waar ze een paar kamers verhuren maar waar ze ook een aantal ingerichte tenten hebben staan. Wij kozen voor zo’n ingerichte tent met een heus bed erin! Poeh, wat was dat een luxe zeg, slapen in een bed!
In Windhoek bleven we een paar dagen omdat we wachten op een postpakket uit Nederland.
We hebben een beetje pech met onze slaapmatten. Van beide is de mat al eens stuk gegaan maar van Ming is hij voor de tweede keer stuk en zelfs lek! Hij blaast al twee weken een paar maal per nacht zijn mat op maar na een tijdje ligt hij weer op de grond… En dat is hard en koud…🙄
De volgende dag gingen we als eerste naar het postkantoor maar er was helaas nog geen pakket en er was zelfs ook nog geen zicht op wanneer het pakket wel zou komen. Het enige wat we op de ‘track en trace’ zagen was dat het tussen 12 en 31 mei afgeleverd zou worden. Het kon dus ook nog wel een paar weken duren…

Een grote trekpleister in Namibië is Etosha National Park. Etosha staat bekend om haar diversiteit aan dieren en aan de hoeveelheid die je er van één bepaalde soort kunt zien.
Nederland past in Etosha National Park, zo groot is het.
Het ligt een heel stuk noordelijker dan Windhoek. We wilden het park graag bezoeken maar je mag er door de vele wilde dieren niet fietsen dus dan zouden we een gamedrive door het park moeten maken en dat is erg duur. We hoorden dat je ook met eigen vervoer door het park mag rijden. Dat leek ons erg leuk. Dus we bedachten om te fietsen naar Etosha en daar een auto voor een paar dagen te huren. Maar terplekke kun je geen auto’s huren. Dat kon echter wel in Windhoek dus hebben we voor 4 dagen een leuke Suzuki kunnen huren en gingen we een aantal dagen met de auto op pad richting Etosha. Even van de fiets, we gingen even vreemd…😉
We namen al onze kampeerspullen mee zodat we gewoon in ons tentje konden slapen. Een heus weekendje weg met Hemelvaart, écht super leuk!
En we hoopten natuurlijk dat bij terugkomst ons pakket gearriveerd zou zijn!

De volgende ochtend reden we met onze witte Suzuki de stad uit en waren we al snel weer in een prachtig landschap van leegte en weidsheid. We toerden heerlijk op ons gemakje richting Etosha. De boodschappen hadden we voor alle dagen mee dus konden stoppen waar we wilden. (wat past er dan heerlijk veel in een auto…)🙃🙂🙃
In de middag kwamen we aan bij een lodge met 7 eigen kampeerplekjes. We hadden een geweldig uitzicht over de vallei. Er was niemand en we maakten ’s avonds weer een heerlijk kampvuurtje, wat raken we daarmee toch verwend.
We zaten net een stukje voor de ingang van Etosha National Park.
De volgende ochtend stonden we bij zonsopkomst al voor de ingang van het park. We kochten een permit voor 2 dagen en konden gaan genieten van het wildlife.
Wat een begin van ons Hemelvaartweekend!
We zagen gelijk al na de eerste kilometers een giraffe en verschillende zebra’s.
Al toerend verlieten we vaak de doorgaande weg om naar waterholes te rijden. Daar heb je de meeste kans om dieren te spotten. Het is heerlijk om dan je auto stil te zetten en een tijdlang te genieten van de dieren. We zagen honderden zebra’s die net gingen drinken bij een waterhole, hele groepen impala’s, gnoes en springbokken.
In het park zijn 3 campings waar je veilig kunt overnachten. Rond een uurtje of drie kwamen we aan bij Halali Campsite. Bij de camping was een waterhole waar de dieren ’s avonds komen drinken. Je ziet de pikorde bij de dieren, je kunt er uren naar kijken, het is zooooo fantastisch. We zagen 4 neushoorns, 2 koppels die lange tijd bivakkeerden bij de waterhole. Wat een indrukwekkende eerste dag.
De waterholes bij de campsites zijn écht het hoogtepunt van een Etosha safari: het natuurlijk theater wat tijdens zonsondergang en nog lang erna aan je voorbij trekt, het is een fantastisch schouwspel!

’s Ochtends zaten we nog maar net in onze auto of we zagen vlak voor ons een leeuw oversteken. Hij ging heerlijk liggen, zich opwarmend in het ochtend zonnetje. We konden onze auto er vlak naastzetten en volop genieten. Wat een geluk zeg!
We toerden langs prachtige zoutvlaktes, wat een indrukwekkende oneindigheid! Ondertussen staken er groepen zebra’s, wildebeast en impala’s over de weg.
Na de middag reden we nog langs één waterhole voordat we Etosha gingen verlaten. En daar zagen we 15 giraffes, drinkend en wandelend bij de waterhole. Ook de springbokken, wildebeast en zebra’s waren weer van de partij. Wat een geweldige afsluiting van onze safari!
We overnachtten nog op een campsite buiten het park, voordat we de volgende dag weer terugreden naar Windhoek.
We werden bij Xenia verwelkomd met een heerlijk koud biertje, wat is dat leuk terugkomen! Er was ondertussen een Australisch en Zwitsers stel gekomen, het was een gezellige boel.
Ons weekendje Etosha zat er op, we hebben super genoten!

We staan de volgende ochtend al vroeg bij het postkantoor in Windhoek maar helaas er is nog steeds niets veranderd, het pakket is nog steeds onderweg. Dat wordt dus nog even geduld hebben.
We genieten twee daagjes van Windhoek, het is een leuke stad. Niet te groot, alles is overzichtelijk. Er is een hele leuke buurt, Namibia Craft Centre, waar in voormalige fabrieksgebouwen allemaal kleine ateliertjes zijn gemaakt met lokale verkopers. Dat is erg leuk gedaan. Je kunt er ook op het terras even heerlijk koffie drinken met zelfgebakken taart. Het was echt sightseeing Windhoek voor ons.
De eigenaar van onze accomodatie stelt ons voor om weer op de fiets te stappen. We kunnen op het postkantoor regelen dat hij het pakket bij binnenkomst mag afhalen en hij zal het pakket dan later doorsturen naar Swakopmund, wat later op onze route ligt. Super tof dat hij dat wil doen!
We krijgen een aantal goede tips mee, hij heeft zelf drie jaar op de motor rondgetrokken door Afrika en kent dus veel mooie plekken.
Mede daardoor besluiten we onze route te veranderen. We dachten via Windhoek  rechtstreeks naar Swakopmund te gaan maar gaan nu eerst een stukje noordwaarts, via Omaruru en Uis, voordat we naar de kust gaan.
De eerste dag is het nog fietsen op een prachtige doorgaande asfaltweg en kunnen we kamperen bij een leuke camping in Okahandja. Het is een lekker plekje op het gras en met de woestijn in aantocht is dat nog even genieten.
De route is de volgende dag mooi glooiend, we zakken steeds naar de rivier (het zijn nu zandbeddingen, alle rivieren staan droog) en dan weer omhoog. Links en rechts zien we prachtige rotsformaties, een hele mooie omgeving. Het is heerlijk fietsen! In de middag zien we een plek om te kamperen tussen die prachtige rotsen, het is zo’n plek waar we niet aan voorbij kunnen én willen fietsen. Het is ons tentje opzetten en genieten maar…. 😍
’s Avonds maken we een vuurtje en zien we miljoenen sterren, wat een rijkdom!

We draaien de volgende ochtend na 10 kilometer de gravelroad op richting Omaruru, voorlopig is het gedaan met asfalt.
Het wordt een geweldige dag, we hebben de wind in de rug en het gravel is goed te doen. Niet te veel wasbord, we vinden altijd wel weer een gladde baan om te fietsen. Wat is gravel rijden dan toch leuk. Je voelt je veel meer één met de natuur dan op asfalt. Het is een prachtige omgeving, we raken er maar niet op uitgekeken. Wat is Namibië toch mooi.
De uitzichten, de rust, de ruimte, het alleen zijn op de wereld gevoel, heel bijzonder! We gaan steeds meer houden van dit geweldige land.
We zien een mooie plek om onze tent op te zetten in een rivierbedding. Dat zijn handige plekjes in het droge seizoen. Je staat er lekker verscholen en het is vaak mooi vlak. We genieten van de prachtige zonsondergang, staren naar de sterren en de volgende ochtend staan we met zonsopkomst weer op. Wat een leven zeg, meer heb je toch niet nodig?!

Het is de laatste dagen erg warm. ’s Middags is het in de woestijn erg heet, ook koelt het ’s nachts veel minder af. En dat is vreemd voor deze tijd van het jaar (winter), normaal is het in de woestijn overdag wel warm maar zijn de nachten erg koud.
We hebben ons donsjack ’s avonds nu niet meer nodig.

Een harde wind blaast ons de volgende dag voor de laatste 40 kilometer naar Uis.
Na 130 kilometer door de woestijn zien we weer voor het eerst bebouwing.
Uis is een klein gehuchtje in de woestijn. We komen op een prachtige, kleinschalige campsite met een cactussen kwekerij en koffie-café. Echt hele gave plek midden in het zand met heel veel cactussen. Er zijn 5 plekjes om te kamperen en iedere plek heeft zijn eigen douche, wc en buiten keuken. Super mooi gedaan.
Uis ligt in een van de mooiste regio’s van de Namib-woestijn: het adembenemende bergachtige Damaraland. Een niet te missen attractie in dit gebied is de Brandberg, de hoogste berg van Namibië. Wij hebben vanaf ons plekje een fantastisch uitzicht op de Brandberg, waar je van een geweldige zonsondergang kunt genieten.
We hebben een dagje gewandeld in dit spectaculaire woestijngebied. Het is er heet, kaal, ruig en bizar leeg. De kleuren zijn van een bijzondere schoonheid.
Het is niet uit te leggen en ook niet te fotograferen hoe mooi de woestijn kan zijn. Op de foto lijkt alles veel op elkaar maar in het echt is het overweldigend. De warme kleuren van het landschap, de bergen in alle kleurschakeringen, het is ieder moment van de dag weer anders, van vaal geel naar diep rood/oranje.


Vanuit Uis kunnen we via een gravelroad rechtstreeks naar Hentiesbaai aan de kust maar we zien op de kaart ook een klein weggetje dat ten westen van de Brandberg loopt. We gaan kijken of dat weggetje fietsbaar is en besluiten dan of we nog langer in de woestijn blijven of afzakken naar de kust.
We kopen in de kleine supermarkt van Uis voldoende eten (hopen we) en laden onze fietsen vol met heel veel water. Na 20 kilometer komen we bij de splitsing en zien we dat de weg begaanbaar is. We durven de gok te nemen en rijden verder de woestijn in.
We fietsen vervolgens door zo’n overweldigende natuur, het wordt een hele bijzondere ervaring. We hebben elkaar het afgelopen jaar al vaak aangekeken en geroepen: wat geweldig hè! Maar deze dagen hadden bijna iets buitenaards: de schoonheid, de leegte, de uitzichten op de enorme Brandberg, de fenomenale uitzichten, de maanlandschappen, het is niet te vatten in woorden!
We genoten met al onze zintuigen van deze overweldigende natuur. We zochten aan het einde van de middag een plekje om te overnachten, tussen de zandheuvels om een beetje schaduw te hebben na een hete dag fietsen en zetten onze tent op. We kookten bij maanlicht ons potje en zagen miljoenen sterren. We kregen de mooiste zonsondergangen die je kunt bedenken en de zandheuvels stonden in brand!
Onderweg zagen we het hele stuk niemand, we waren echt alleen in die enorme woestijn, twee poppetjes in de leegte….


Het was ook zwaar en afzien: de weg was soms erg slecht, we hadden stukken flinke tegenwind en in de middag werd het enorm heet. Ook waren we bezorgd of we wel voldoende water en eten hadden, gaan we het wel redden tot aan de kust? En is daar wel een mogelijkheid om gelijk weer water te vinden?!?
Maar het voorrecht om hier te mogen fietsen overwint alles!

De laatste ochtend waren we nog 50 kilometer van de kust verwijderd. We hadden elk nog 1.5 liter water over en nog 6 sneetjes brood, dat was alles….
Gelukkig liep de weg dalend richting zee en konden we een aardige snelheid maken over de keien en de hobbels.
En toen zagen we na zeven dagen woestijn in de verte de zee liggen. We voelden ineens over de zandheuvels een frisse zeewind komen. Echt een sensatie, nadat we dagen de warme föhn uit de woestijn hadden gevoeld.
De woestijn loopt gewoon door tot aan de zee. En daar stonden we dan, wat een geweldig gevoel, we hadden het gered: voor ons de Atlantische oceaan, achter ons de woestijn.
We snakten naar een koud drankje en we zagen een bord: share the moment with Coca-Cola. Hoe lekker kan een koud colaatje dan smaken.
En wat was het mooi om die prachtige golven te zien met die heerlijke frisse wind!

Eten was er nog niet maar we hoorden dat er 12 kilometer noordelijker langs de kust een campsite was met een klein winkeltje.
Op weg naar die campsite kwamen we onverwachts over een prachtige zoutvlakte. Een zoutvlakte in de duinen, nabij de zee. We fietsten er dwars doorheen. Wat een kleuren, een fantastisch gezicht!
De campsite lag recht aan zee, we konden weer wat eten kopen en sloten onze indrukwekkende week af met een lekkere strandwandeling.

Het bleef ook langs de kust een bijzondere wereld: fietsen langs de zee; rechts zagen we steeds de hoge golven van de Atlantische oceaan maar het was ook nog steeds fietsen door de woestijn: links, voor en achter ons die eindeloze vlaktes, kilometers lang zonder een teken van leven, het blijft voor ons Hollanders niet te bevatten.
Het bleef ook zwaar, we hadden volle tegenwind en de wind was hard, vooral in de middag wakkerde hij behoorlijk aan. We kwamen niet verder dan 10 kilometer per uur….
Na 2 dagen kwamen we aan in de eerste ‘echte’ plaats aan de kust: Hentiesbaai.
Hentiesbaai bleek een super ongezellige plaats, een soort van industrieterrein in de woestijn met winkels, 2 campings en grote huizen verscholen achter hoge hekken. Totaal geen sfeer maar er was wel een supermarkt en daar waren we hard naar op zoek. We konden onze voorraad weer aanvullen en konden weer vers fruit en verse groenten kopen, heerlijk!
De volgende ochtend was het een kleine wereld, de tent was kletsnat en de zee zat in een dichte mist. Dat hadden we nog niet meegemaakt in Namibië, we genoten al weken van een strakblauwe hemel. Aan de kust trekt het vaak dicht en dan is het ook gelijk erg koud.
Een heel groot verschil met de woestijn.
We pakten onze tent nat in en vertrokken richting Swakopmund. Er was één voordeel, door de mist waaide het veel minder hard dan de afgelopen dagen. We konden lekker opschieten.

Afgelopen zondag kwamen we in Swakopmund aan. Het is een leuke plaats en omdat we hopen dat ons pakket uit Nederland hier uiteindelijk zal arriveren, wisten we dat we hier een aantal dagen zouden blijven. We wilden echt een leuk plekje opzoeken en dat hebben we gevonden!
Het is net zo’n soort plekje als in Windhoek. Een backpackers onderkomen: je kunt er je tentje opzetten, ze verhuren een aantal kamers en er is plaats voor een aantal campertjes. Dat alles in een leuke gezellige tuin met een gezamenlijke keuken.
.
We merken de afgelopen dagen dat het goed voor ons is om even uit te rusten en bij te komen van de inspanningen van afgelopen weken. Straks gaan we weer voor langere tijd de woestijn in om naar de prachtige zandduinen van Sossusvlei te fietsen. Nu is het tijd om even te relaxen.
We wandelen heerlijk langs het strand, genieten van een lekker biertje op een terras en kijken hoe de zon ondergaat in de Atlantische oceaan.
Onze fietsjes en tassen krijgen weer een goede nakijkbeurt na al het gehobbel en gebobbel over de gravelwegen.
En ondertussen is er nog een reden waarom we hier in Swakopmund blijven. We zijn gewaarschuwd dat er vanaf woensdag of donderdag voor een aantal dagen een woestijnstorm opkomst is met windkracht 11 of 12. De wind komt dan vanuit de woestijn en dat gaat gepaard met een verwachte temperatuur van 40/45 graden. Dit schijnt heel bijzonder te zijn voor de tijd van het jaar. (winter)
Je wordt dan echt gezandstraald en dan kun je in de woestijn niet zijn met je fiets en je tentje.
We wachten hier op ons beschutte plekje in de tuin van Swakopmund af wat er gebeuren gaat de komende dagen….

Botswana.

Een klein pontje bracht ons over de Zambezi  naar Botswana, ons volgende Afrikaanse land.
Welgeteld 1 vrachtauto en onze 2 fietsen pastten er op de pont. De mensen van de pont waren weer erg nieuwsgierig naar ons en wilden graag met ons op de foto. Ze konden maar niet geloven dat we op de fiets vanaf Nairobi kwamen…. Uuuhhh…. Nairobi???
We lieten zoals zo vaak, onze fietskilometers zien op ons tellertje. De Afrikanen kunnen zich niet voorstellen waarom je een jaar gaat fietsen. De vraag is dan altijd: voor een goed doel? Of: de overheid betaalt jullie daar dan toch wel voor?
Wat vinden ze ons toch een rare Nederlanders dat we het voor ons plezier doen…

Aan Botswaanse grenszijde kregen we voor het eerst, naast de pcr-test, nog een sneltest.
Na 15 minuten wachten op de uitslag en ons begeerde Botswana-stempel in ons paspoort konden we op de fiets stappen en een nieuw land gaan ontdekken.
We werden door de dames van het grenskantoortje gewaarschuwd: willen jullie op de fiets naar Nata? Er zijn olifanten hier, dat is te gevaarlijk op de fiets. Neem de bus!
De weg tussen Kasana en Nata, een lange eindeloze weg midden in de bush, wordt
‘elephant highway’ genoemd. Rechtdoor, plat, ruim 300 km lang…
Botswana heeft ongeveer 130.000 olifanten, de grootste populatie van deze dieren ter wereld. Ze leven niet in een afgeschermd National Park maar leven vrij in de bush.
De ‘elephant highway’ wordt geacht de weg te zijn waar je de meeste olifanten ziet. En dat hebben we gemerkt….

We kochten in Kazungula eerst weer een nieuwe simkaart en pinden pula’s voor de komende weken in de bush. We zagen een leuk backpackers adresje net buiten Kazungula, dat was een mooi plekje om onze tent neer te zetten voor onze eerste nacht in Botswana.
Voordat we écht op pad gingen op de ‘elephant highway’, wilden we de volgende dag eerst een kort stukje fietsen naar het nabij gelegen Kasana. Kasana biedt toegang tot het Chobe National Park. En dat kun je niet overslaan als je in Botswana bent.
Chobe National Park is een waar natuurparadijs voor dieren en vogels. De Chobe-rivier stroomt door het park en trekt een verscheidenheid aan wilde dieren. Een weelderige vegetatie door de vele waterwegen en eilandjes.
Het was fantastisch om daar ’s middags met een bootje doorheen te varen. Je vaart tussen de poedelende en badderende olifanten, op de oevers van de rivier zie je giraffen, krokodillen, kudu’s, buffels en vele anderen dieren.
En aan het einde van de middag trakteerde de zon ons op een gewéldige zonsondergang boven de Chobe-rivier. Wat een indrukwekkende middag om Botswana te leren kennen!

De volgende ochtend deden we boodschappen voor de komende 3 dagen en gingen we met overvolle tassen vroeg op pad. Om Nata, ruim 300 kilometer verderop, te bereiken hadden we 2 tussenstops nodig om te overnachten.
Het was best een beetje spannend de eerste ochtend. Hoe zou dat gaan als we olifanten zouden zien?!?
Er staan overal borden langs de kant van de weg dat uitstappen voor eigen risico is. En wij waren hier gewoon op ons fietsje….
Na een aantal kilometers zagen we inderdaad de eerste 2 olifanten. Gelukkig is de ‘elephant highway ‘ een brede, rechte weg en kun je de dieren al van verre zien. Ze lopen over de weg en verdwijnen daarna de bush weer in. Je wilt graag foto’s maken maar je durft ook niet te dichtbij te komen.
We wachtten steeds netjes totdat ze overgestoken waren en fietsten dan weer verder.
Één keertje stond er een olifant zo dicht aan de weg, heerlijk etend aan een boom, dat we er niet langs durfden te fietsen. We wachtten net zo lang tot er een auto aankwam en hebben gevraagd of we naast de auto fietsend mochten passeren. Dat ging prima!

Na 110 kilometer kwamen we aan in Panda Rest Camp. Een prachtige lodge met campsite. De wrattenzwijntjes keuvelden heerlijk langs onze tent. Onderweg hadden we maar liefst 8 olifanten gezien, wat zijn het toch imponerende en indrukwekkende dieren!
De volgende dag werd de fietsdag nog langer, we moesten ruim 150 kilometer overbruggen om een campsite te bereiken. Net voor donker fietsten we de zandweg op voor de laatste 2 kilometer naar de campsite. Alleen de hoofdwegen in Botswana zijn geasfalteerd, zodra je afslaat naar een camping, is het duwen en trekken. Je zakt met je fiets diep weg in het mulle zand.
Bij aankomst zagen we dat het kamp prachtig lag rondom een ‘waterhole’ waar de olifanten kwamen drinken. Wat fantastisch om daar de olifanten, giraffen en impala’s vanuit je tentje te zien drinken. Wederom een prachtplek midden in de natuur. Dat maakte onze lange, vermoeiende dag weer helemaal goed.

Aangekomen in Nata kregen we de tip om niet gelijk door te fietsen richting Maun maar om eerst de zoutvlaktes van Nata Sanctuary te bezoeken. En dat was een gouden tip!
Bij de ingang was een campsite dus we konden al onze tassen bij de tent achterlaten en met onze lichte fietsjes richting de zoutvlaktes fietsen.
Wat is dat indrukwekkend fietsen zeg, over die geweldige vlaktes. Onderweg zagen we groepen wildebeast, dravend over de vlakte.
Na een prachtige zonsondergang en de opkomst van de volle maan, kwamen we net voor donker weer bij ons tentje. Écht donker werd het die avond niet: wat een maanlicht, wat een sterrenhemel, fantastisch!

De natuur is ondertussen enorm veranderd, het weelderige groen van Kenia, Tanzania en Zambia heeft plaatsgemaakt voor de woestijn. Wat een vlaktes, wat een uitgestrektheid. Dit is écht Afrika! Fietsen over de eindeloze Kalahari desert van Botswana.

Eigenlijk is Botswana geen fietsland. Omdat het zo dunbevolkt is, (het is maar liefst 16x zo groot als Nederland en er wonen maar ruim 2 miljoen mensen) wonen de mensen veelal
in- en rondom de weinige dorpen en steden die er zijn. Daar buiten is het bush, bush, bush. Dus fietsen is voor de mensen geen optie. In Zambia zagen we vele fietsers, alle schoolkindertjes fietsten naar school maar daar is dit land te uitgestrekt voor.
Het land leeft grotendeels van toerisme en ze hebben geweldige campsites op de meest mooie plekken in de natuur maar gericht op auto-afstanden. Voor ons als fietsers was dat nog wel eens lastig om de grote afstanden tussen de campsites op één dag te overbruggen.

Via de uitgestrekte Kalahari vlaktes bereikten we na 3 dagen Maun. Maun is de toegangspoort tot de Okavangodelta. Het is de grootste binnenlandse delta ter wereld. We wilden dit natuurwonder niet overslaan.
Normaal gesproken is Maun een waar toeristenbolwerk, net zoals Livingstone in Zambia dat is door de Victoria watervallen. Maar ook hier was het nu rustig.
De vele vliegtuigjes en helikopters waarmee over de delta wordt gevlogen, stonden nu veelal aan de grond.
Wij wilden ons graag in een mokoro (kano) door de delta laten varen. Om 7.30 uur stond de auto op onze camping klaar om ons naar de Okavangodelta te brengen. Na een uurtje over de ‘bumpyroads’ door de woestijn kwamen we aan in kleine nederzetting. Het blijft bijzonder dat je dwars door de woestijn in zo’n groene waterrijke delta terechtkomt.
We maakten kennis met onze poler en voeren de delta in. Het is prachtig om zo laag op het water door de groene grassen en waterlelies te glijden.
Na een aantal uurtjes legden we aan bij een eiland en kregen we mooie bushwalk door het prachtige gebied.
Tegen vieren kwamen we in onze mokoro weer terug bij de nederzetting en werden we weer netjes teruggebracht naar onze camping. Het was een heerlijke rustige dag in de natuur, we hebben volop genoten.

Na onze 2 fijne rustdagen in Maun liep onze route via Ghanzi richting de grens van Namibië. We stapten weer helemaal uitgerust op onze fietsen. Ghanzi lag 300 kilometer verderop, we maakten weer 2 lange fietsdagen om slaapplekjes te vinden. En die slaapplekjes zijn iedere keer weer zo geweldig, wat een rust hier!
Langzamerhand wordt het winter in Afrika. De avonden en ochtenden worden erg fris. Het koelt af naar 4 graden. Het is dan heerlijk om ’s avonds een vuurtje te maken om lekker warm te blijven en de sterrenhemel te bewonderen. In de Kalahari woestijn is het écht donker, wat een sterrenpracht! ’s Ochtends verwelkomen we de zon met heel veel enthousiasme, dan worden we langzaam weer warm.

De locale bevolking zien we al met dikke winterjassen en ijsmutsen. Ook voor ons komen de sokken en ons donsjack weer onderuit onze tassen.
Overdag is het strak blauw, we zien al dagen geen wolken. Het is dan rond de 26/27 graden; heerlijk fietsweer. Het blijven gelukkig wel Afrikaanse winters!😉

In Ghanzi kunnen we in het plaatselijke ziekenhuis een pcr-test laten doen voor Namibië. De volgende dag krijgen we de uitslag en kunnen we op pad voor onze laatste 200 kilometer in Botswana.
Buiten bij het ziekenhuis ontmoeten we Youssef uit Marokko. Hij fietst al meer dan 3 jaar door Afrika. Wat heeft hij al veel van Afrika gezien.
’s Middags komt hij ons opzoeken bij onze bushkamp. Youssef is fotograaf en heeft geweldige foto’s en filmpjes van alle Afrikaanse landen. Het is geweldig om zijn verhalen te horen. Hij heeft een drone en laat ons de meest mooie beelden zien, wat is Afrika toch een fantastisch continent!

10 kilometer voor de grens doen we in Charles Hill nog een laatste bezoek aan een supermarkt voor onze boodschapjes voor de komende dagen en dan zijn we in Mamuno, de grensplaats met Namibië.
Na 2.5 week Botswana, komen we aan in ons volgende land: Namibië, ons 16e land!🇳🇦
We hebben genoten van dit uitgestrekte land. Door de enorme afstanden was het soms best afzien. Het is ook zo’n totaal ander land dan Kenia, Tanzania en Zambia. We hadden hier minder ontmoetingen met de plaatselijke bevolking, het vele zwaaien, gedag zeggen en een praatje maken onderweg, gebeurde hier niet; we zagen bijna geen mensen onderweg.
Soms vonden we dat best jammer maar de vele wilde dieren, de rust, de ruimte en de prachtige overnachtingsplekjes midden in de natuur, maakten dit land zo bijzonder voor ons.
Zittend bij het kampvuurtje, starend naar de sterren, de geluiden van de wilde dieren en de vele vogels, wat was dat genieten!!

Botswana, het land van de vele olifanten en de prachtige, uitgestrekte natuur!🐘🦓🦛🦒🦌
❤❤❤

Zambia.

Afgelopen zondagmiddag zijn we aangekomen in Livingstone, de stad nabij de wereldberoemde Victoria Watervallen. Daarmee komt er ook alweer bijna een einde aan ons Zambia avontuur. Morgen fietsen we nog één dag van Livingstone naar grensplaats Kazungula en daar hopen we de grens met Botswana over te gaan.
Een bijzondere grens omdat het een 4-landen punt is, Zambia grenst hier aan 3 andere landen: Botswana, Zimbabwe en Namibië. De grens met Botswana is slechts 150 meter en daarmee de korste grens ter wereld. De Zambezi vormt de grens, we gaan met de ferry naar Botswana.

Het duurde wel even voordat ons Zambia avontuur kon beginnen. We zijn een volle week in grensplaats Tunduma, Tanzania geweest voordat we de grens overkonden. De regering van Tanzania ontkent in zekere mate de Covid-19. Ze zeggen dat er geen corona is in Tanzania. Maar wij moesten in dat land wel een pcr-test laten doen voor Zambia.
Zambia staat heel anders tegenover corona en er worden serieuze maatregelen genomen ter bestrijding van de pandemie.
Via via kregen we contact met een arts en kregen we te horen dat we de test in het plaatselijke ziekenhuis in Tunduma konden laten doen. De testresultaten zouden worden opgestuurd naar Dar es Salaam, de hoofdstad van Tanzania en 2 dagen later zouden we de uitslag krijgen.
Op zondagochtend gingen we naar het ziekenhuis, we kregen het idee dat de arts de test voor het eerst deed, het ging erg onwennig….
Helaas kregen we 2 dagen later te horen dat de test niet goed genoeg was en we opnieuw moesten testen. En om dan de uitslag uiteindelijk ook nog in het engels te krijgen, toen was er zomaar een week voorbij. ‘African time’ zullen we maar zeggen….
Maar na die week konden we dan toch eindelijk naar de grens en toen was het met de juiste papieren een fluitje van een cent. We waren in Zambia!!

We regelden een nieuwe simkaart, pinden heel veel kwacha’s om de komende tijd van te leven en vonden een erg leuk rustig plekje, net buiten grensplaats Nakonde om onze eerste nacht te slapen.
Het grappige was dat we ineens in dezelfde tijdzône als Nederland kwamen te leven. We hadden steeds 2 uur tijdsverschil maar doordat het in Zambia een uurtje vroeger is en jullie in Nederland net dat weekend de klok een uur verzetten, was ons tijdsverschil ineens verdwenen.
Een hele andere wereld, zo’n totaal ander continent, op het zuidelijk halfrond, maar wel dezelfde tijd….😊

Zondagochtend maakten we onze eerste echte fietskilometers in Zambia. De doorgaande weg vanaf de grens was bijzonder slecht. Wat een gaten en kuilen, er stond ons nog wat te wachten verwachten we…. We kochten  bij een stalletje wat fruit en groenten en de dames van de markt waren bijzonder vriendelijk en geïnteresseerd. Een prachtige start in Zambia.

Het noorden van Zambia is ontzettend dunbevolkt. Er zijn bijna geen plaatsen te vinden. Er zit soms meer dan 100 kilometer tussen een volgende plaats. Dat maakte het voor ons best lastig om overnachtingsplekjes te vinden. We fietsten soms lange dagen om iets te vinden. En vonden we een plaats, dan moesten we ook echt voldoende water en eten inslaan om mee te nemen voor de volgende dag, onderweg konden we niets kopen.
Daartegenover stond dat het er één en al natuur is, zo overweldigend, zo mooi! Wat een groene weldaad, wat een bossen, wat een oerwoud. Af en toe zagen we boven de groene rietstengels een paar rieten dakjes uitsteken van de hutjes. Mooi om te zien maar we zagen ook hoe arm het hier is. De mensen hebben echt nog niets, leven rondom hun hutjes, verbouwen wat groenten en dat is het. Ze halen met grote vaten water bij de dichtstbijzijnde rivier en moeten daar soms kilometers voor lopen. En alles gaat op het hoofd, wat is dat toch prachtig om te zien. De mensen zijn ook hier ontzettend vriendelijk en hartelijk. We zwaaien wat af op een dag, de kindertjes rennen naar de weg en roepen ons uit volle borst toe: How are you, how are you?!?
Het leuke van Zambia is dat de officiële taal hier Engels is. De kindertjes leren dus al van kleins af aan engels op school. We krijgen daardoor meer contact met ze dan in Tanzania, waar ze pas op de secundaire school engels krijgen.

Doordat het zo dunbevolkt is in het noorden, is er ook bijna geen verkeer. De mensen die er wonen hebben geen auto, alles gaat te voet of met de fiets. Ook de talrijke brommers en scooters zoals in Kenia en Tanzania zijn hier niet. En dat is voor ons als fietsers heerlijk!!
We hoorden alleen de geluiden van de natuur. Heel af en toe een vrachtauto en dat was het. We genoten van de vele vogelgeluiden, het zijn zulke andere geluiden dan bij ons, prachtig!

Het regenseizoen is meestal eind maart afgelopen maar die eerste dagen in Zambia was dat nog zeker niet het geval. Elke dag fietsten we wel een tijdje in de regen. Soms ’s ochtends vroeg bij vertrek maar ook aan het einde van de middag, net voor we een plekje vonden om te slapen. We kwamen dan als verzopen katjes op de plek van bestemming aan.
We hebben door de regen onze route ook moeten veranderen. De hoofdwegen zijn geasfalteerd en goed te fietsen, de gaten en kuilen kunnen we wel omzeilen maar zodra je de hoofdweg af gaat, is het gebeurd met het asfalt. En dan zie je hoe snel die wegen na een harde bui veranderen in een snelstromende rivier…. het water gutst en stroomt aan alle kanten over de weggetjes.
We wilden graag naar de Chishimba Falls en North Luangwa National Park maar dat was nu met de fietst niet te doen.
We bleven fietsen op de T2 richting het zuiden en omdat het zo’n heerlijke rustige weg was, was dat absoluut geen straf. We moesten het regenseizoen eerst afwachten voordat we een National Park konden bezoeken.

Het is ontzettend leuk dat er zoveel gefietst wordt in Zambia, hier het vervoermiddel bij uitstek. En alles gaat natuurlijk op weer gewoon mee op de fiets: watervaten, zakken vol met houtskool, (soms wel 3 grote zakken op een fiets) bossen aanmaakhout, lange ijzeren staven die gewoon over de weg sleuren en zelfs meubels: stoelen en bedden… We hebben zelfs iemand zien fietsen met een doodskist achterop.
En dan wordt er natuurlijk altijd vrolijk gezwaaid en hartelijk gedag gezegd. Zwaaien is iets van over de hele wereld, mooi is dat.

Bij een bezoekje aan een markt ’s ochtends vroeg, was Jacoline op zoek naar avocado’s. Er is hier heel weinig broodbeleg en avocado’s en tomaat smaken heerlijk op je brood.
Het lukte niet om avocado’s te vinden maar het gonsde over de markt: de mzungu zoekt avocado’s…
We stapten uiteindelijk op onze fiets, toen er na een aantal kilometers opeens een meneer hard voorbij fietste. Hij riep en wij stopten. Hij had een emmer achterop zijn fiets en die zat vol met… jawel avocado’s!! Wat gaaf zeg, dat is nog eens klantvriendelijk.😊

Na de eerste week was het toch echt gedaan met het regenseizoen. Het werd iedere dag heerlijk fietsweer. Het zonnetje, een wolkje en een lekker windje. Niet te heet, zo rond de 25 graden, beter fietsweer konden we ons niet wensen. De ochtenden waren nog lekker fris, zodat we bij een vroege start soms eerst nog even starten met ons windjackje maar daarna was het alle dagen heerlijk fietsen in korte broek en t-shirt. De regenkleding kon eindelijk de tas in, die hadden we niet meer nodig.
Door het mooie weer overdag, werden de nachten ook helder. En wat zagen we een sterrenhemel, waanzinnig mooi om te zien. Er zijn bijna geen plaatsjes, de rieten hutjes hebben geen elektriciteit dus donker is hier ook echt donker. Het is ongelofelijk genieten als je naar boven staart. Het noorden van het land lijkt wel één groot natuurpark.

Ook het kamperen is nu veel fijner geworden, we hoeven niet meer alles nat in te pakken. We rollen ’s ochtends onze tent op en klaar is Kees! Super fijn.
In de middle-of-nowhere waren we op zoek naar een camping. We hadden 12 kilometer over een paadje gehobbeld en moesten volgens onze routeplanner op de plek van bestemming zijn maar we zagen geen camping.
Opeens kwam er een auto aan, die stopte. Het bleken de eigenaren van de camping te zijn. De vrouw stapte uit en vroeg ons achter haar aan te lopen een bergweggetje op. Er waren 3 kampeerplekjes, die prachtig tussen de rotsen lagen. Een geweldige plek, middenin de natuur. Ieder plekje had een eigen gebouwtje met een wc en een buitendouche. En als je de rotsen beklom, zag je op de top een klein zwembadje  met een fantastisch uitzicht over de omgeving. Er was geen elektriciteit dus ’s avonds zaten we heerlijk bij het vuurtje te staren naar de sterrenhemel. Het échte ‘alleen zijn op de wereld gevoel’…
Een betere eindbestemming na een fietsdag bestaat niet!

Ondertussen waren we alweer 11 dagen in Zambia en hadden we bijna 1000 kilometer gefietst door dit mooie land.
Er was veel veranderd onderweg, buiten het weer, was ook de omgeving erg veranderd.
Zoals verteld, is het noorden erg arm. Mensen wonen veelal in hutjes en alles wordt lopend of fietsend vervoerd, er was bijna geen verkeer en het is er erg dunbevolkt.
Maar nu we Lusaka (de hoofdstad van Zambia) naderden, werd het drukker op de weg, we zagen veel meer auto’s. Ook zagen we meer bedrijven langs de weg en mooiere winkels. We zagen zelfs een supermarkt met luxe broodjes en gebak.
Ook de schooltenue’s van de kinderen zagen er verzorgder en netter uit.
Het merendeel van de bevolking lijkt het hier wat beter te hebben.

Ongeveer 1% van de bevoling van Zambia is blank en de meesten wonen in de omgeving van Lusaka.
We zagen hier grote bedrijven met enorme landerijen; grote maisvelden en fleurige zonnebloemvelden.
Wat een verschil met het noorden, het leek af en toe Europa wel…

We kregen via via een uitnodiging van een Nederlands gezin om mee te eten en een nachtje bij hun te slapen. Het gezin uit Nunspeet (ja, vlakbij Putten…) woont sinds 2.5 jaar in Kabwe. Super leuk en bijzonder om ze te ontmoeten.

De familie van Asselt woont met hun 3 kinderen op een gezellige stek met een heerlijke tuin in het centrum van Kabwe. De kinderen kunnen er heerlijk spelen. Achter in de tuin verhuren ze een appartementje wat nu leeg stond en daar mochten wij onze slaapmatjes neerleggen en de nacht doorbrengen.
We hebben een hele mooie en fijne avond samen gehad. Ze kookten lekker voor ons en buiten aan de grote tafel was het erg goed toeven. Ze houden ook van reizen en zijn ook erg sportief. Er viel heel veel te kletsen.
We hoorden dat ze graag meer zingeving aan hun leven wilden geven. Door hun werk als fysio- en manueel therapeut konden ze via een christelijke organisatie aan de slag in Zambia. Ze werken in een kindertehuis voor gehandicapte kinderen, in een hospice en bezoeken mensen in de gevangenis. Wat kunnen ze hier veel betekenen voor de medemens, echt indrukwekkend om te horen!
Het was geweldig om door deze mensen uitgenodigd te worden. Wat staan ze mooi in het leven, fijn om zo even onderdeel van hun gezin te mogen zijn.

Nu het regenseizoen voorbij was, wilden we graag naar de Lower-Zambezi. De Zambezi is geweldig, daar moesten we écht naartoe.
We fietsten eerst dwars door grote stad Lusaka. De hoofdweg door de stad was erg druk met veel vrachtverkeer dus we besloten om de kleine weggetjes door de stad te nemen. En dat was leuk, we fietsten langs vele kleine stalletjes en winkeltjes. Uiteindelijk kwamen we in het rijke gedeelte van de stad en zagen we veel grote huizen en grote hotels. We zagen zelfs een Spar!
We konden op 2 manieren naar de Zambezi, via een doorgaande geasfalteerde weg of via de Leopards Hill road. Dat is een off-road route richting de rivier. We hadden van het Nederlandse stel gehoord dat het een prachtige maar ook heel zware route was. We kozen tóch voor de off-road route. En dat hebben we geweten… Hele stukken moesten we elkaar helpen om de fiets duwend naar boven te krijgen. En steeds dat wasbord, we trilden ons helemaal suf. Maar het was inderdaad een fantastische route: wat een geweldige natuur, dat maakte alles tóch steeds weer goed.


Helemaal moe kwamen we, net voor donker, aan bij een gewéldige plek aan de Zambezi, we hadden het gehaald!
We zetten onze tent op aan de rivier en hoorden de geluiden van de nijlpaarden en de olifanten. Wat en pracht plek, een juweeltje aan de Zambezi!
De dame van de Pakasangano lodge & campsite ging ook nog eens heerlijk voor ons koken, de tafel stond prachtig gedekt aan het water en de kaarsjes branden gezellig. Wat een verwennerij!
We besloten hier een dag te blijven en een kano-safari te gaan maken op de Kafue en Zambezi rivier. De camping zit net bij de splitsing van beide rivieren.
Het was de volgende dag heerlijk wakker worden met de vele mooie geluiden op de achtergrond.
Om half tien stapten we in onze kano. We zien olifanten drinkend langs de oevers, koppels nijlpaarden die lekker in het water liggen te sproeien en heel veel mooie vogels. De dag ervoor was het écht afzien maar nu wisten we weer waarvoor we fietsen. Wat is de wereld toch mooi en wat een tref dat we deze plek hadden gevonden. Verder was er weer helemaal niemand, helemaal het rijk alleen! Hoe bijzonder dat we in deze corona-tijd zo ongelofelijk kunnen genieten van dit mooie continent.

Langzamerhand fietsten we naar het zuiden van het land. We belanden op de T1 richting Livingstone. Het was een mooi geasfalteerde weg en ook nog eens heerlijk rustig. Bovendien was de wind ons dagenlang goedgezind, we fietsten steeds met een lekker windje in de rug richting de Victoria watervallen. De kilometers gleden onder onze trappers vandaan.
In de iOverlander-app hadden we een leuke mogelijkheid gezien om te kamperen in de tuin bij een lodge in het centrum van Choma. Het was een super plekje met geweldige vriendelijke mensen.
We liepen aan het einde van de middag het centrum in en zagen dat de mensen hier langs en aan het spoor leven. Er waren allerlei kraampjes, bedrijfjes en simpele eettentjes. Een hele bijzondere sfeer om zo tussen de lokale bevolking door de straatjes en steegjes te dwalen. Mooi om mee te maken!

Afgelopen zondag kwamen we aan het einde van de middag Livingstone infietsen. Onze fietstocht in Zambia zit er bijna op. Livingstone is een echte toeristenstad maar ook hier was het nu super rustig. De straten leeg en geen toeristen.
Wij gingen op zoek naar een camping helemaal buiten de stad, het moest op een geweldige plek liggen, in het nationale park en nabij de Victoria Falls.
Die gewéldige plek klopte helemaal! Ons tentje staat op een prachtig plekje, middenin het groen. De bordjes op de camping zeggen genoeg: Beware of hippos, beware of elephants…
We horen de geluiden van de vele dieren.

Gisterochtend zijn we naar het plaatselijke ziekenhuis in Livingstone geweest en konden we gelijk getest worden voor onze pcr-test voor Botswana.
’s Middags zijn we naar de watervallen geweest en wat was dat indrukwekkend! Wat een natuurgeweld, wat een schoonheid, echt fantastisch mooi.
In het afgelopen regenseizoen is er in Zambia de meeste regen gevallen sinds de afgelopen 10 jaar. De watervallen zijn daardoor nu nog spectaculairder dan normaal.
Het éne moment zit alles dicht en het volgende moment zie je de geweldige kracht en grootsheid van de watervallen. Het water dendert meer dan 100 meter naar beneden, een oorverdovend kabaal.
En dan steeds die prachtige regenbogen, wat een indrukwekkend schouwspel. We hadden onze regenjassen meegenomen en dat was echt nodig want we werden zeiknat.. maar dat mocht de pret niet drukken.😂
We zijn naar de Victoria Falls Bridge gewandeld, een prachtige oude spoorbrug over de Zambezi. De brug verbindt Zambia met Zimbabwe. Ook van daaruit hadden we nog steeds dat geweldige uitzicht op de Falls.
Wat een dag!

Vanmiddag hebben we de uitslag gekregen van onze pcr-test en morgen wordt nu dus onze laatste fietsdag in Zambia.
We voelen ons zo bevoorrecht dat we dit kunnen doen. De wereld om ons heen nog steeds op slot en toch is in Afrika alles weer open.
Hoe bijzonder is het dat we in deze corona-tijd zo kunnen genieten van onze vrijheid op de fiets.
Dit bijzondere continent met zijn ongelofelijke rijkdom aan natuur en wildlife, zijn ongelofelijke vriendelijke en goedlachse bevolking. Wat zijn we dankbaar!!
Op naar grens met Botswana…….

Tanzania.

Zaterdagmiddag 27 februari maakten we aan het einde van de middag onze eerste fietskilometer in Tanzania. Meer dan die ene kilometer zat er die middag niet in omdat het erg lang duurde voordat we de grens over mochten steken en het daardoor te laat werd om weg te fietsen uit Namanga, de grensplaats. We zochten bij de grens naar een guesthouse, kochten een simkaart en gingen geld wisselen.
We waren in Tanzania, ons 14e land!🚴‍♀️🚴‍♂️ 🇹🇿 Een nieuw avontuur tegemoet, we waren erg nieuwsgierig naar dit Afrikaanse land.


Zondagochtend gingen we op pad naar Longido.
Het was een korte route naar Tembo Guesthouse. Dit guesthouse hadden we in Istanbul al voor één nachtje vastgelegd bij onze visumaanvraag voor Kenia. We moesten een adres doorgeven wanneer we Kenia gingen verlaten.
We hadden vanuit Nederland een pakket naar Tembo Guesthouse laten opsturen en we hoopten dat het pakket ondertussen binnen zou zijn. De slaapmat van Jacoline was stuk en we hoopten nu op een nieuwe mat zodat we weer lekker in ons tentje konden slapen.
Helaas was het pakket bij aankomst in Longido nog niet binnen, we konden maandagochtend bij het postkantoor gaan informeren.
Om 8.00 uur stonden we de volgende ochtend bij het postkantoor maar het duurde tot 9.15 uur voordat er iemand kwam. Tja…. African time; we leren het steeds beter…😉   
Helaas was ons pakket ook nog niet op het postkantoor in Longido en na wat gebel, bleek ons pakket op het postkantoor in Arusha te zijn.    
Arusha lag op onze route dus we besloten om zelf naar Arusha te fietsen om ons pakket op te gaan halen.
De weg was glooiend en het landschap leek eerst nog veel op Kenia. Ook hier nog steeds veel Masai herders met hun koeien, ezels, geiten en schapen. De natuur veranderde richting Arusha National Park: mooie glooiende bergen met op de voorgrond jonge, groene maisplantjes.
Arusha is hét toeristenbolwerk van Tanzania, de plaats waar iedere toerist zijn safari boekt voor de Kilimanjaro, de Serengeti, de Ngorongoro krater of Manyara Lake.
En dat merkten we goed, zodra we de stad infietsten was het gedaan met de rust. Het is net een mierennest, wat een brommertjes, wat een tuks-tuks, wat een taxibusjes….
Zodra ze een mzungu zien, denken ze dat er geld te verdienen is. Gelukkig konden wij al fietsend richting het postkantoor de meeste mensen wel van ons af schudden.
Ons pakket bleek inderdaad in Arusha te zijn, we waren super blij met onze nieuwe slaapmat! (nogmaals dank voor het opsturen Wilma!)

Aangezien we de Kilimanjaro vanaf de Keniaanse kant al zo mooi hadden gezien, besloten we daar niet naartoe te fietsen maar de andere kant op te gaan richting de Serengeti, Ngorongoro krater en Manyara Lake.
Helaas hoorden we dat Tanzania een paar jaar geleden de toegangsprijzen tot de Nationale Parken enorm hebben verhoogd. En die bedragen vonden wij echt niet leuk meer, de entree voor alleen de Ngorongoro krater is $ 80,– p/p en dan moet je nog een auto regelen om erin te mogen, kosten $300,– Dan ben je, plus het bedrag voor de chauffeur, meer dan $500,– kwijt voor 1 dagje….
We lazen dat je rondom het Manyara National Park wel mocht fietsen dus daar gingen we als eerste naartoe.
Omdat we in een toeristengebied fietsten, de safariauto’s kwamen ons steeds voorbij, konden we de eerste nachten steeds op prachtige campings overnachten. Hele mooie plekjes, middenin de natuur, super leuk om er na een dag fietsen onze tent te kunnen opzetten.
Manyara National Park is een geweldig mooi natuurgebied, al klimmend hadden we steeds een prachtig uitzicht over het mooie meer. We trokken echt door de binnenlanden van Tanzania, wat een natuurschoon, wat een weelde om doorheen te fietsen. Het hele gebied romdom het Park gaat klimmend en dalend over rode zandwegen. Het was heel zwaar maar het was er ook zo rustig en stil. Fietsend door de geweldige bergen, uitzichten op de vele groene gewassen en af en toe een paar rode bakstenen huisjes, het was echt genieten geblazen!


Na drie fietsdagen langs Lake Manyara, lieten we het National Park achter ons en kwamen we weer op een doorgaande asfaltweg terecht. We fietsten naar Babati; een leuke, gezellige plaats met weer veel kleurrijke mensen langs de weg. Mannen die buiten achter hun naaimachine kleding zitten te repareren, roepende en spelende kinderen achter rollende fietsbanden met stokjes ( jaja, dat deden wij vroeger ook..) mannen op hun verlengde fiets waar ze echt alles op transporteren, wat is het toch leuk om dat allemaal te bekijken.
En we blijven ook nooit onopgemerkt, binnen de korste keren weet het hele dorp dat er een mzungu is…. En dat wij dan een koppel zijn, dat vinden ze wel heel interessant….
De engelse taal zijn ze in Tanzania veel minder machtig dan in Kenia. We krijgen daardoor moeilijker contact met de kinderen. Als we langs fietsen zijn ze meer bedachtzaam en afwachtender dan in Kenia. Maar als we dan voorbij zijn, beginnen ze te giechelen en te lachen.
Het levert soms ook grappige situaties op: Als wij roepen: Goodmorning! antwoorden de kinderen: I’m fine… 😊

Na Lake Manyara trokken we langzaam zuidwaarts. We wilden eigenlijk niet rechtstreeks via Dorduma naar grensplaats Tunduma fietsen en hadden een mooie route gemaakt om via het oosten naar Tunduma te fietsen. Dat betekende meer kilometers maar we hebben geen haast en we wilden graag dit rustige deel van Tanzania zien.
En daar hebben we geen minuut spijt van gehad. We hebben 2 weken geweldig gefietst in deze streek. Het was een gebied waar volgens ons bijna nooit toeristen komen.
Nog zo ongerept, niet zoals in toeristisch Arusha, waar iedereen wat van je wil en aan je loopt te trekken, maar gewoon hartelijk en belangstellend. Het ‘Karibu’ klonk vele keren per dag: ‘welkom’ in Tanzania.
Er was zoveel natuur, zo ongelofelijk veel ruimte, zo ontzettend veel gewassen, we kwamen ogen te kort. En alles is zo groen, dat hadden we niet verwacht in Afrika.
Maar dat komt omdat we nu in de regentijd zitten. Februari en maart zijn de regenmaanden. In juli en augustus is het echt anders, dan is alles dor, droog en geel.

We gingen de bergen weer in en hadden de mooiste uitzichten over de vele groene rijstvelden, de prachtige maisvelden wuivend in de wind en niet te vergeten de mooie zonnebloemvelden. Geweldige kleuren combinaties samen met prachtige luchten.
In de regentijd komt er ’s middags, vooral in de bergen, vaak een enorme hoosbui. Daarom kan hier natuurlijk ook zoveel verbouwd worden, het is er heel vruchtbaar door de zon én de regen.
Het levert geweldige mooie luchten op,  je ziet de donkere wolken aankomen waar de zon soms toch ook nog even doorheen prikt, een fantastisch schouwspel in het groene landschap met de gele zonnebloemen.
Soms konden we voor een bui schuilen onder een afdakje of bij een huisje maar meestal was er niets en trokken we ons regenpak aan en fietsten we gewoon door. Het is bijna altijd een korte bui en omdat het niet koud is, is het ook niet zo erg. Na een aantal kilometers ging het regenpak weer uit en konden we in korte broek verder.

Fietsend richting Tabora verbaasden we ons over de kwaliteit van het asfalt. We reden over práchtig glad asfalt en dat was best verrassend in zo’n afgelegen, rustig gebied. Er was heel weinig verkeer en vaak fietsten we dan nog over ‘rough roads’.
Ondertussen weten we dat deze wegen door Chinezen worden aangelegd.  Ze zijn in dat hele mooie gebied allemaal nieuwe wegen aan het aanleggen, ook dwars door natuurgebieden. Heel bizar….. Hele stukken was de weg nog ‘under construction’. Het ene moment hobbelden we over de rode zandweg, het volgende moment gleden we over asfalt zo glad als een biljartlaken… En alles wordt ingevoerd: materieel en personeel. Ze wonen in soort kampen bij elkaar. Dat gebeurd nu in vele Afrikaanse landen.

In Tabora zagen we erg veel fietsers, we vertrokken ’s ochtends  met veel medefietsers uit het stadje. Alles wordt vervoerd op de fiets, van potten en pannen tot een bed of zelfs een bankstel. Je kunt het zo gek niet bedenken of het wordt gewoon op de fiets vervoerd.
Onderweg kregen we gezelschap van Saïde, hij fietste een heel stuk met ons mee. Een hele vrolijke man die een aardig woordje engels sprak dus we konden van alles aan hem vragen over Tanzania. En op het moment dat we samen met Saïde fietsten, sprong onze kilometerteller op 20.000 kilometer. Daar moesten we natuurlijk weer even een fotootje van maken!🥳🥳
Super gaaf dat we, na iets meer dan een jaar, al 20.000 super mooie kilometers hebben gemaakt! Saïde kon het bijna niet geloven…..

We maakten lange fietsdagen in deze streek omdat er onderweg heel weinig plaatsjes waren en er dus ook heel weinig overnachtingsmogelijkheden waren.
We kwamen door een aantal prachtige natuurgebieden waar werkelijk niets was. Super mooi om doorheen te fietsen maar we moesten wél zorgen dat we voldoende water en eten meenamen, onderweg konden we niets meer kopen.
En in zo’n mooi natuurgebied begon onze ellende, we werden aangevallen door tseetseevliegen. Wat een ramp zeg, ze prikten gewoon door onze kleding heen. We besloten, ondanks de hitte, om onze regenkleding aan te trekken, we hoopten dat ze daar niet doorheen konden prikken. Al rennend over de weg en de vliegen van ons afslaand, probeerden we ons regenpak aan te trekken. Helemaal ingepakt met alleen onze ogen nog vrij en onze handschoenen aan, gingen we verder. Maar het was zo ontzettend zweten in dat regenpak, bijna niet vol te houden met die hitte. En toen kwam onze redding: we hoorden een vrachtauto aankomen. Hij stopte en we mochten onze fietsen en bagage in de oplegger zetten. Wat een ongelofelijk geluk!! Na 20 kilometer stopte de chauffeur en konden we weer op de fiets stappen, de plaag was voorbij.🙏


Aangekomen in Inyonga zaten we er aardig doorheen. Bovendien kregen we daar van de immigratiedienst te horen dat het erg gevaarlijk is om in dit gebied te fietsen, er zitten leeuwen, luipaarden en hyena’s. Je kunt er eigenlijk alleen veilig met de auto of motor doorheen rijden.
We besloten daarom om de volgende ochtend met de plaatselijke bus naar Mpanda te gaan, we wilden het risico niet nemen dat we oog in oog met een leeuw zouden komen te staan….
Onze fietsen werden op het dak van de bus vastgemaakt, tussen alle andere bagage.
Gelukkig konden we de volgende dag weer veilig op onze fietsjes stappen richting Katavi National Park. Daar vonden we een super mooi plekje aan de Katuma rivier om onze tent op te zetten. Wat een rust en wat een geluiden om ons heen. Er was niemand, we hadden alleen de apen als buren. 😉 En wat een sterrennacht, overweldigend mooi!


In Katavi National Park mag je niet fietsen vanwege de wilde dieren dus hebben we ’s ochtends vroeg een gamedrive gedaan met onze fietsen op het dak van de auto. Dwars door het park naar de uitgang aan de andere kant van het park. Het was een geweldige ochtend: de nijlpaarden lagen heerlijk in de rivier, een groep buffels rustig grazend, vele impala’s die ons pad kruisten en een groep wilde honden die lagen te relaxen. Wat een rijkdom!
Om 10.00 uur stapten we weer op onze fiets en konden we onze route vervolgen. Langzaam maar zeker naderden we de grens naar Tunduma.
Omdat het ook in dit laatste gedeelte van de route één en al natuur was en er bijna geen dorpen waren, maakten we weer lange fietsdagen. Bovendien klommen we vanuit de vlaktes van Katavi National Park richting de 2000 meter hoogte. We genoten van de gewéldige uitzichten in de bergen. Het landschap was weer overweldigend groen en uitbundig. Maar het was ook zwaar. De weg bleef maar op en neer gaan. Telkens was er weer een rivier en daalden we naar beneden,  waarna we ook gelijk weer steil omhoog gingen. Samen met de warmte in de middagen kostte dat heel veel energie.


Afgelopen zaterdag kwamen we aan het einde van de middag moe, maar heel gelukkig na onze prachtige weken in Tanzania, aan in grensplaats Tunduma. Hier hopen we de oversteek naar Zambia te maken maar eerst moesten we weer een pcr-test laten maken. Dat is hier nog niet zo simpel, het kan eigenlijk alleen maar in de hoofdstad en die ligt hier een héél eind vandaan. Gelukkig konden we de test zondagochtend tóch in het plaatselijke ziekenhuisje in Tunduma laten doen en sturen ze de test door naar het ziekenhuis in Dar es Salaam. We hopen de uitslag morgen of overmorgen te krijgen zodat we de grens mogen oversteken naar Zambia. Op naar ons volgende Afrikaanse land!

Kwaheri Kenia.

Gisteren zijn we na 4 mooie, fijne, indrukwekkende en prachtige weken de grens overgestoken naar Tanzania. We gaan onze reis in dit buurland van Kenia vervolgen.
De taal blijft hetzelfde, ze spreken allebei Swahili maar de munteenheid is bijvoorbeed wel anders.
Het is altijd weer spannend en leuk om naar een ander land te gaan, weer nieuwe dingen ontdekken en andere mensen ontmoeten.
Maar grenzen oversteken is in dit Covid-tijdperk niet simpel meer, we moesten uren wachten aan de grens maar het is ons gelukt: We zijn in Tanzania, ons 14e land!

Nadat we via het Victoria Lake het binnenland weer ingetrokken waren, kwamen we aan op de eindeloze vlaktes van de Maasai Mara. Een geweldig indrukwekkend gebied wat we kennen van de prachtige natuurseries op tv: de keniaanse Maasai Mara en de enorme Serengeti in Tanzania. De wegen in dit natuurgebied zijn allemaal zandwegen, wat ook past in deze ongerepte omgeving, maar dat hield voor ons als fietsertjes in dat we 150 kilometer lang hebben gehobbeld, gebobbeld en gestuiterd.
Maar dat was het allemaal dubbel en dwars waard, want het is er onbeschrijflijk mooi. Fietsend langs zebra’s, giraffen, wildebeast, gnoes, struisvogels en honderden impala’s; de olifanten families zien drinkend bij de rivier; het is er zoooo prachtig!


In het gebied zitten alleen een aantal super-de-luxe lodges waar je kunt overnachten, dus we wisten niet goed waar we zouden gaan slapen omdat de tent opzetten in de Maasai Mara geen optie is, dat is te gevaarlijk door alle wilde dieren.
We stonden aan het einde van de middag even stil om te overleggen, toen er een brommertje voorbij kwam. De man stopte en vroeg of we oké waren en waar we gingen slapen. We gaven aan dat we dat niet wisten en hij nodigde ons uit om bij zijn familie de tent op te zetten. Dat aanbod namen we graag aan. We reden achter hem aan naar een geweldige locatie met een fantastisch uitzicht over de Maasai Mara. We mochten de tent naast het huis opzetten en maakten kennis met de Maasai familie. De man had 4 vrouwen dus het was één grote familie met veel kinderen. Wat ontzettend leuk om een avond samen met de familie door te mogen brengen. De man sprak goed engels dus we konden prima samen praten. Het is in Kenia normaal dat als je veel land hebt, je ook veel vrouwen hebt: 4 of 5 vrouwen is heel gewoon. En meestal krijgen de vrouwen ook nog veel kinderen zodat een familie dan zo maar uit 40 personen kan bestaan.
Het nationale gerecht in Kenia is ugali of chapatti. De vrouwen waren ’s avonds in de keuken ugali aan het koken en Jacoline mocht komen helpen. Het hele hutje stond blauw van de rook, de tranen sprongen in je ogen maar het was veel te leuk om in de pot te mogen roeren. Het is overigens super zwaar om te doen, die vrouwen zijn echt sterk!
Nadat het donker werd, werd het vuur aangestoken en zaten we samen rond het kampvuur met heerlijke Afrikaanse thee.
Wat was het een bijzondere ontmoeting met deze eenvoudige mensen met tegelijkertijd hun geweldige rijkdom en kennis. En wat leven ze op een prachtige plek.

We kregen die nacht een geweldige regenbui over onze tent, het hoosde over de vlaktes. Wat kan het in Kenia toch tekeer gaan, heel bizar wat er tijdens zo’n bui naar beneden komt.
Nadat we de volgende ochtend alles nat hadden ingepakt, werden we uitgezwaaid door de familie en trokken we verder over de natte wegen met kuilen, gaten en keien.
Na 150 kilometer kwamen we weer op een doorgaande weg met asfalt en dat was dan toch ook wel weer lekker na al dat geploeter.
De Maasai Mara uitfietsen hield in dat er weer geklommen moest worden. We klommen naar 2300 meter hoogte en hadden weer geweldige uitzichten.
We wilden onze route nu graag richting het zuid-oosten van Kenia gaan verplaatsen maar dat hield ook in dat we toch eerst weer richting Nairobi moesten fietsen. De wegen daar zijn erg druk met een lint van vrachtwagens met rokende uitlaten. Daar hadden we niet zoveel zin in. We zagen boven Nairobi een kleine witte weg op de kaart en namen de gok om die te nemen om de drukke weg te ontlopen.
Dat hobbelpad liep echter zo steil omhoog, dat het fietsend niet meer te doen was en we moesten duwen, trekken en sjorren. Tjonge, en dat op het heetst van de dag, de weg leek wel op een rivierbedding. Het kostte ons ontelbare zweetdruppels….
Maar de omgeving was zo ongelofelijk mooi: zo stil, zo groen, zoveel vogelgeluiden, dat we wisten dat we toch de juiste beslissing hadden genomen door de drukke hoofdweg te mijden.
Na 10 kilometer duwen en trekken kwamen we op het hoogste punt aan in Kimende en besloten we te stoppen. We zagen de donkere wolken alweer aankomen en we waren net op tijd binnen voor weer een geweldige bui.

De volgende ochtend konden we ons harde werken van gisteren gaan omzetten in een heerlijke daling langs de mooiste theeplantages die je je kunt voorstellen. Zo mooi groen, alsof we door het paradijs fietsten. Na de thee kwam de koffie en reden we kilometers lang langs de koffieplantages. Wat een dag, wat een schoonheid, wat een pracht!

We daalden in een paar dagen tijd  van ruim 2600 meter hoogte naar 1200 meter en de natuur veranderde enorm. De super groene omgeving maakte plaats voor drogere gebieden, het werd kaler en vlakker. Het werd daardoor ook veel heter en we kregen last van muggen. Op hoogte zie je ze niet maar nu moesten we echt oppassen. Ondanks dat we sokken en lange mouwen aandeden, werden we alsnog gestoken. Ze prikken gewoon door je kleding heen.

In het zuiden van Kenia ligt de beroemde Kilimanjaro met daarbij Amboseli National Park. In dat park leven heel veel olifanten. Vanuit het oosten wilden we daar graag naartoe fietsen. We zagen een mooie kleine weg op de kaart, die ons er naar toe zou leiden. Maar die weg liep dwars door het park en vervolgde zijn weg aan de andere kant van het park, richting de grens van Tanzania, waar we naartoe wilden. Er is maar één grens open voor toeristen en dat is de grens bij Namanga.
Fietsend mochten we niet door het park omdat er ook leeuwen in het park leven. Maar als we niet door het park konden, moesten we via een omweg eerst weer richting Nairobi fietsen, om vervolgens over een drukke weg naar de grens te kunnen. Dat leek ons niet optimaal.
Bij de ingang van het park zagen we dat er een camping was. We hebben de camping gebeld en gevraagd of ze ons met onze fietsen naar de andere kant van het park konden brengen om onze route te kunnen vervolgen richting de grens. Dat was geen probleem dus konden we de mooie, kleine weg nemen richting Amboseli National Park.
Aangekomen bij de camping zagen we de prachtige ligging. De camping ligt aan de voet van de Kilimanjaro. Vanuit onze tent keken we zo naar die geweldige witte top. We besloten om hier een paar dagen te blijven en te genieten van deze unieke omgeving.
We hadden geluk met het weer: het was mooi helder om de Kilimanjaro goed te kunnen zien. Wat een indrukwekkende berg.
’s Avonds was het volle maan en konden we nog steeds de mooie witte top zien, prachtig!
We bleven maar foto’s maken……

De volgende ochtend bij zonsopkomst bleek dat er een olifant rond de tent had gewandeld, hij was nog binnen de omheining van de campsite. Wow, wat is het gaaf om zo’n geweldig beest van zo dichtbij te kunnen bekijken. Maar spannend was het ook, het blijft toch een wild dier. We zagen aan de houding van de Masai dat ze er niet gerust op waren. Ze vonden het zelf ook prachtig maar zij weten natuurlijk nog veel beter hoe gevaarlijk olifanten kunnen zijn. We probeerden nog een paar mooie foto’s te maken toen de olifant opeens recht op ons af kwam. Dat was het moment dat het sein werd gegeven: rennen!
Wat een opwnding in de vroege ochtend….

De volgende dag gingen we op bezoek in Amboseli National Park. Gelijk na binnenkomst stonden er al vier olifanten heerlijk te drinken bij een watertje, vlakbij onze auto.
Beter begin van de dag kon niet….
We bleven ons die dag verbazen: wat een wildlife in het park. Er is ook een prachtig merengebied waar ongelofelijk veel flamingo’s, lepelaars, pelikanen en andere vogels leven, een waar paradijs voor die dieren.
Vanaf een observatie heuvel kun je prachtig over de vlaktes kijken en de vele olifanten zien poedelen in het waterijke gebied met steeds de Kilimanjaro op de achtergrond. Fantastisch!


Na al dat moois was het de volgende dag tijd om verder te gaan.
’s Ochtends werden onze fietsen opgeladen in de auto en vertrokken we naar de gate. We reden ditmaal rechtstreeks naar de andere kant van het park maar door al de hobbelwegen, konden we toch nog weer 2 uur genieten van de dieren. We hadden zelfs het geluk dat we een groep van 8 leeuwen zagen! Dan begrijp je nog weer beter waarom we niet door het park kunnen fietsen….

Bij de uitgang werd het tijd om onze fietsen weer op te pakken en de laatste 50 kilometer naar de grens te fietsen. 50 kilometer door de bush zonder een dorpje of gehuchtje. Na die laatste mooie kilometers in Kenia zagen we Namanga liggen.
Na 4 weken in een prachtig, gastvrij en bijzonder mooi land te hebben gefietst, is het nu tijd voor een nieuw hoofdstuk: Tanzania, ons 14e land!

2 maart 2020 zijn we op de fietst gestapt en wie had kunnen vermoeden dat we bijna een jaar later op 27 februari 2021 in Tanzania zouden zijn met 19.000 geweldige kilometers op de trappers.
Wat een bijzonder jaar, wat een ondekkingstocht, wat een mooie wereld!

Kenia.

Mzungu, mzungu, how are you?!?
Dit horen we de afgelopen anderhalve week honderden keren per dag.
Zelfs Ming is hier een mzungu…..

Zondagochtend 7 februari kwamen we ’s nachts om half vier aan in Nairobi. Na een prima rechtstreekse vlucht van 6.5 uur, konden we onze bagage en fietsen weer gaan uitpakken. We vonden een mooie rustige hoek in de aankomsthal om de fietsen en de bagage weer klaar te maken voor vertrek. Na een paar uurtjes werk stonden ons fietsjes weer klaar: trappers er weer aan, stuur vast, lucht in de bandjes en de tassen weer aan het frame.
Nadat we Keniaanse Shillings hadden gepind en bij de telefoonwinkel een simkaart hadden gekocht, konden we op pad.
Ondertussen was het licht geworden en fietsten we heerlijk rustig de luchthaven af. Nairobi is een super drukke stad maar nu op dit vroege zondagochtend tijdstip was het heel rustig. We waren moe na de nachtvlucht maar wilden toch graag eerst de stad uitfietsen. We hadden 50 km verderop een klein hostel gereserveerd, buiten de stad om daar lekker uit te rusten.
Nairobi ligt op 1600 meter hoogte en we moesten  klimmen naar 2150 meter. De weg liep heel gestaag omhoog en zo konden we de eerste indrukken opdoen van Kenia. Het was heerlijk weer met een lekker fris windje op die hoogte en we hoorde heel veel gospelmuziek. Er zijn heel veel kerken en van alle kanten hoorden we de muziek. Iedereen op pad naar de kerk of wandelend langs de weg, wat een vrolijkheid.
’s Middags arriveerden we bij het hostel. Er bleken allemaal studenten te wonen. Niemand wist dat we geboekt hadden en na wat rondgebeld te hebben, bleek er geen kamertje meer over te zijn voor ons. Gelukkig mochten we onze tent in hun tuin zetten en zo sliepen we onze eerste nacht in Kenia heerlijk in ons eigen tentje.

De volgende ochtend vertrokken we richting Naivasha Lake. We hadden daar mooie verhalen over gelezen. Het is het hoogst gelegen meer van Afrika. We genoten al klimmend van de prachtige omgeving onderweg, de vrolijke Afrikaanse muziek en de markjes waar we onze groenten konden kopen.
Op 2750 meter hadden we een geweldig uitzicht op Mount Logonot. En daar begon een 20 kilometer lange daling naar Lake Naivasha. Heerlijk zoefden we naar beneden met geweldige uitzichten.
We vonden een prachtige campsite met uitzicht op het meer. Hier bleven we 2 nachtjes om de volgende dag een bootsafari op het meer te gaan doen.


In een klein bootje gingen we het meer op, vanuit onze boot zagen we de hippo’s in het water liggen. In het meer ligt Crescent Island, waar vele wilde dieren ongestoord kunnen leven. We voeren prachtig langs het eiland en zagen zebra’s, giraffen en impala’s op hele korte afstand. Wat een prachtige dag!

Vanuit Naivasha gingen we op pad naar Nakuru. Maar eerst wilden we om het meer gaan fietsen, via Hell’s Gate National park. Hell’s Gate is een van de weinige nationale parken waar je mag fietsen. We hebben uren langs de zebra’s, giraffen, impala’s en wrattenzwijnen gefietst. Drie giraffen renden een stuk met ons mee, echt fantastisch mooi!
We vervolgden onze weg langs het meer en we bleven ons verbazen. We zagen zebra’s en giraffen vlakbij, zo langs de kant van onze weg. Heel bijzonder om deze dieren van zo dichtbij op je fietsje te kunnen bewonderen. Ze lijken heel nieuwsgierig, kijken je aan en gaan niet gelijk weg.


Het was lastig om aan het einde van de dag een overnachting te vinden. Kenia heeft heel veel hele luxe overnachtingen voor bizar veel geld maar gelukkig konden we na een lange dag fietsen net voor donker in Gilgil een klein hotelletje vinden. Moe maar helemaal gelukkig na zo’n prachtige dag!

De volgende dag kwamen we aan in Nakuru National Park. In dit park mag je niet fietsen, aangezien daar zwarte en witte neushoorns leven. Ook staat Lake Nakuru bekend om zijn flamingo’s. We vonden een campsite vlakbij de entree van het park maar helaas hebben we de flamingo’s niet kunnen spotten.
Vanuit de drukke weg bij Nakuru vertrokken we de volgende ochtend om al snel op een mooie rustige weg te belanden met mooie uitzichten. Het was flink klimmen geblazen, we bleven maar steigen. De heuvels zijn hier soms zo ongelofelijk steil. Onderweg kwamen we weer door vele dorpjes en het ‘mzungu mzungu how are you’ klonk weer uit vele kelen. Kindertjes rennen met je mee, zwaaien en roepen. Weer een en al vrolijkheid.

Na al dat geklim kwamen we in een geweldig gebied met allemaal theeplantages. Prachtig gelegen tegen de hellingen. Groen, groener, groenst: fantastisch mooi om daar, over de glooiende heuvels, doorheen te fietsen. De vrouwen met hun kleurrijke kleding hard aan het werk om thee te plukken, de theeverkopers langs de kant van de weg, iedereen probeert wat te verdienen.


Rond de middag kwamen we aan in Kericho en wilden we onze route vervolgen richting Sosiot. We zagen op de kaart dat dit een heel smal streepje was maar we namen de gok.
Eigenlijk wisten we al dat dit soort weggetjes meestal niet verhard zijn. En dat hebben we geweten: het was alleen maar zwoegen over grote keien, kuilen en gaten…. Helaas kreeg Ming daardoor een grote scheur in zijn nieuwe buitenband. Gelukkig hadden we een reserveband bij ons maar dat was wel erg balen… De uitzichten over de theevelden waren overigens fantastisch mooi!

Na Sosiot vervolgden we onze route richting Victoria Lake. Het meer ligt op 1150 meter hoogte dus we gingen veel dalen. Eerst nog via de theeplantages, later prachtig door de heuvels. De toeterende brommertjes, zwaaiende kindertjes en roepende vrouwen zoefden aan ons voorbij. Aangekomen bij het meer, vonden we een leuk plekje om te lunchen. De Keniaanse kindertjes kwamen al snel weer naar ons toe, zijn erg nieuwsgierig en vonden onze stoeltjes die uit een klein tasje kwamen wel heel bijzonder…. Ook onze fietsen worden altijd bewonderd en iedereen wil wel zo’n fiets: Give me your bike!

De hele route langs de kust van het Victoriameer was niet verhard. Het is geweldig fietsen maar het was wederom de hele dag hobbelen, bobbelen, stuiteren en stof happen. En toch bleef het leuk: we zagen de vrouwen samenwerken om de visjes te laten drogen, maakten een praatje hoe dat allemaal in zijn werk gaat en genoten van de mooie bootjes op het meer.


We trokken het binnenland weer in om dwars door Ruma National Park te fietsen en zagen de Masaï met hun koeien en geiten. Soms dwars door de modder fietsend, dan weer stof happend maar altijd genietend van de omgeving.
Uiteindelijk kwamen we weer uit bij het Victoria Lake in het plaatsje Karungu. En daar sprong onze kilometerteller op 18.000 km. Dat was natuurlijk wel weer even een fotootje waard. Een passerende brommer met zes kindertjes op 1 brommer (!) stopte om even samen op de foto te gaan!

Ondertussen weten we onze weg aardig te vinden: waar je in de lokale eethuisjes wat kunt eten want dat is aan de buitenzijde meestal niet te zien. Maar als je een beetje naar binnen gluurt, zie je wel waar een aantal tafeltjes staan en anders vragen we het en wijzen ze je de weg. Er is bijna nooit een menu dus vragen we wat er is. Meestal hebben ze wel groenten met rijst, ugali of chapatti, dat zijn soort pannenkoekjes. Prima voedzaam en lekker.
In de grotere steden zijn supermarkten met alle voorzieningen, in de kleine gehuchtjes zijn de winkeltjes beperkt. Maar brood en water kunnen we altijd kopen en groenten en fruit bij de lokale stalletjes langs de kant van de weg.
Wildkamperen bestaat niet echt, ook als je ergens je tent in een tuin bij iemand mag zetten, betaal je daar wel voor. Campsites zijn beperkt maar overnachten in kleine hotelletjes, tussen de lokale bevolking, is erg leuk en niet duur. Er is meestal een binnenpleintje met aan beide zijden deuren met kamertjes. De fietsen mogen op het binnenplein dus dan staan ze echt veilig.

Gisteren kwamen we na een hele warme dag fietsen aan in Kehancha. Er was geen campsite en we vonden weer een prima kamer om te slapen. Net voor donker gingen we nog een paar boodschappen halen en aten we in een lokaal eettentje een heerlijk bord met rijst en groenten, toen de hemel openbrak. Wat een water, wat een wind…. De hele straat stond in no-time onder water en het water stroomde alle kanten op.
Wat een geluk dat we niet in ons tentje zaten want dan waren we compleet weggespoeld.
In het donker (de stroom valt hier regelmatig uit) zaten we in het eettentje te wachten tot de bui overtrok.
Uiteindelijk werd het droog en konden we door de watermassa terug naar onze kamer maar vannacht en vanochtend bleef het maar weer regenen.
Vandaag hebben we dus maar een rustdag ingelast, een dag om een blog te schrijven en onze fietsen na te kijken na al het gehobbel en gebobbel.

Wat hebben we deze afgelopen anderhalve week ontzettend genoten in dit prachtige, warme land en wat vinden we het heerlijk om weer te kunnen fietsen.
We hopen nog vele kilometers in Afrika te kunnen maken!

Nieuwe plannen en avonturen!

Na ruim een maand niet op de trappers, is één ding volkomen duidelijk: wat missen we het fietsen ontzettend!
Het buiten leven; de prachtige natuur die tot iedere vezel in je doordringt. De mensen onderweg; de zwaai van deze of gene, het ‘merhaba’ wat je van alle kanten hoort en de prachtige gesprekjes. Fietsen is leven; soms bijna te moe om die steile berg te beklimmen maar ook altijd weer de geweldige voldoening als je op de top staat!
Ons simpele bestaan: fietsen, eten en aan het einde van de dag een slaapplekje vinden.
Meer hebben we niet nodig…

Daar gaan we in dit nieuwe jaar weer voor!
2020 heeft ons 17.000 prachtige kilometers opgeleverd, dat smaakt in 2021 naar meer…
Helaas blijven de grenzen richting het oosten nog steeds gesloten en worden er nog steeds geen visa verstrekt. We hoopten beide dat we in het voorjaar weer op de fiets konden stappen om onze reis naar Indonesië te vervolgen maar ondertussen denken we dat het toch langer zal gaan duren… Wie weet in de zomer of misschien nog wel langer….

En toen kregen we wat tips van andere fietsreizigers en hoorden dat Afrika misschien wel een optie zou zijn. De vluchten zijn weer opgestart en er worden weer visa verstrekt.
Ons hart maakte een sprongetje… Zou dat mogelijk zijn voor ons?
Afrika hadden we nog ver weggestopt in onze gedachten, misschien aan het einde van onze plannen rond de wereld?
Maar aangezien alles anders is en de wereld niet meer is zoals voorheen, hebben we geleerd om onze planning los te laten. En toen kwam dit op ons pad.
We zijn de laatste weken druk bezig geweest om te kijken of het haalbaar is, of het werkelijkheid kan worden.
En wat is het dan weer leuk om je in een ander continent te verdiepen. Een totaal ander continent, dat maakt het reuze spannend! Hoe is het klimaat, wat zijn de hoogtepunten, wat willen we graag bezoeken, hoe zijn de wegen?!?

En nu hebben we een ticket geboekt: we gaan naar Kenia! Daar hopen we onze mooie fietsreis te vervolgen. Wat een avontuur!
We vliegen volgende week zaterdagavond rechtstreeks van Istanbul naar Nairobi. Zondagochtend 31 januari hopen we Nairobi uit te fietsen.
Wat een geweldig maar ook spannend vooruitzicht.
Het visum hebben we ondertussen op zak en aanstaande donderdag volgt onze pcr-test. Fietsdozen hebben we ook al geregeld dus we kunnen gaan!!!
We kunnen niet wachten…

Vorig weekend heeft het in Turkije behoorlijk gesneeuwd. We zagen op tv beelden van enorme hoeveelheden sneeuw. Hier in Istanbul kwam er een klein laagje maar we konden de sfeer proeven net zoals bij jullie in Nederland.
De weersvoorspellingen zagen er afgelopen week goed uit, koud maar zonnig. Dat heeft ons doen besluiten om na al die tijd van regelen, routes maken en veel binnen zitten, de fiets weer te pakken.
Goed ingepakt op weg om de sneeuw in de bergen te zien. En wat hebben we genoten! Drie prachtige dagen, het zonnetje scheen heerlijk en we genoten weer zo van het buiten leven. Fietsend door die prachtige witte wereld, met de zon op je bol, heerlijk!!
Natuurlijk was het ook weer zwaar; ruim 4 weken niet fietsen en dan weer klimmen… Het leek alsof we weer opnieuw moesten beginnen. De benen zwaar en het zadel hard… Maar het was het dubbel en dwars waard.

Dit laatste weekend in Turkije zijn we weer in lockdown. We hebben een appartementje gevonden waar we prima ons weekend doorkomen. Het zonnetje schijnt, een wandeling is mogelijk, we hebben een rustig weekend voor de boeg.
Na het weekend fietsen we weer terug richting Istanbul om ons daar de laatste paar dagen in Turkije klaar te maken voor het vertrek naar Kenia.

We hopen ons volgend blog te schrijven over onze reis in prachtig Kenia! Veel liefs van ons.

Aankomst Istanbul.

We zijn in Istanbul en sluiten onze fietsreis hier tijdelijk af met een hele mooie tussenstand: onze kilometerteller sprong bij aankomst in de stad op 17.000 kilometer. Dat is een mooi getal om een winterstop te gaan houden. We hebben vanaf 2 maart 17.000 hele mooie, fijne, bijzondere en vaak ook hele indrukwekkende kilometers gereden. Ze zitten in ons hart en zullen ons de komende weken, als we tijdelijk niet fietsen, zeker verwarmen!! Een ding weten we zeker: dit smaakt naar meer, we willen zo graag nog veel meer van de wereld ontdekken op onze fiets……….

En daar gaan we op wachten, we hopen in dat opzicht op een beter 2021. Hopen dat de wereld weer open gaat, dat de mensen elkaar weer kunnen en mogen ontmoeten en dat we samen beseffen dat we niet zonder elkaar kunnen op deze prachtige aarde. Hopelijk is dat de leerschool van 2020; dat we niet vanuit angst maar vanuit liefde gaan leven. Reizen geeft zoveel levensgeluk en wijsheid, zoveel tolerantie en zoveel mooie sociale contacten. Laten we dat nooit verliezen!

We zijn de laatste 3 weken noordwaarts gefietst. Vanaf het leuke Bodrum, waar we eerst via een bezoek aan de plaatselijke markt, zoveel mogelijk langs de kust omhoog zijn gaan fietsen. We kwamen onderweg langs een camping die nog open was. Tussen de talloze dieren konden we ons tentje opzetten, we kregen bezoek van een ezel, van honden, poezen en ganzen. Wat een gezellige plek. De campingeigenaar wilde graag een foto maken van die mensen die helemaal uit Nederland op de fiets op zijn camping kwamen. We stonden gelijk op zijn Insta account.

Wat zijn er hier in Turkije een olijfbomen en wat is het toch mooi om daar telkens weer doorheen te fietsen. Prachtig al die grijstinten, daar krijg je geen genoeg van. We snappen ondertussen ook waarom er zoveel olijfbomen zijn. Turkije is een groot land met miljoenen inwoners en nu we hier al ruim 3 maanden bivakkeren, weten we dat de Turken altijd olijven eten. Bij het ontbijt liggen ze al op je bordje…

Na weer zo’n dag door de heuvels met prachtige olijfbomen, kwamen we aan in Didem. In Didem zijn we de volgende dag gewandeld naar Temple of Apollo, een enorm tempelcomplex. Het is na het Artemision in Efeze en het Herakleion op Samos de grootste tempel uit de Griekse oudheid. We troffen een strak blauwe lucht en genoten van de indrukwekkende tempel.

En toen kwamen we 30 november aan in Selcuk. Ons rondje Turkije is compleet: 17 september waren we ook in Selcuk en nu, ruim 2 maanden later, zijn we weer in Selcuk met bijna 5.000 Turkse fietskilometers op de teller. Wat zijn we een ervaring rijker en wat zijn we gaan houden van dit prachtige land met zijn indrukwekkende culturele erfgoed. Wat hebben we veel prachtige plekken kunnen bezoeken waar we anders waarschijnlijk niet aan toe waren gekomen. En wat hebben we genoten van de ongelofelijke gastvrije bevolking: van de ontelbare kopjes cay, van het heerlijke eten wat we steeds toegestopt kregen voor onderweg, van de mooie ontmoetingen en bijzondere gesprekken; veelal met handen en voeten maar niet minder indrukwekkend. Het heeft ons basic bestaan op de fiets ongelofelijk gevoed!

Omdat het nog steeds prima fietsweer bleef, besloten we om verder noordwaarts te fietsen. Zolang mogelijk genieten van het leven op de fiets! Helaas besluit de Turkse regering begin december de regels ten aanzien van de Covid aan te scherpen. De restaurants, campings en parken worden allemaal gesloten. Dat maakt het er niet makkelijker op. Kamperen zal daardoor niet meer lukken. We zullen moeten proberen hotelletjes te vinden met een keukentje of een balkon zodat we op ons gaspitje nog wel zelf kunnen koken. De restaurants hebben take-away; je mag de bestelling alleen telefonisch doorgeven en dan wordt het eten bij je kamerdeur afgeleverd. Dat vinden we niet leuk dus we proberen zoveel mogelijk zelf te koken. Tevens is een avondklok, na 21.00 uur mag niemand de straat meer op. En in de weekenden is er een totale lockdown. Dat betekent dat we op zaterdag en zondag niet meer kunnen fietsen. Helaas moeten we onze reis daardoor meer gaan plannen omdat we in de weekenden graag op een leuke plek willen zitten. Maar we zijn ook blij dat we toch nog 5 dagen kunnen blijven fietsen. Het eerste lockdown weekend boeken we een appartementje aan de kust. In een heel klein gehuchtje kunnen we via Airbnb een hele leuke Loft vinden. Dat klinkt ons goed in de oren!

Het is die vrijdag een natte start van de dag. Het water stroomt aan alle kanten over de weg. Goed ingepakt gaan we op pad. Op een gedeelte van de route was een grote bosbrand geweest en de zwarte bomen gaven een bizar, mysterieus beeld tegen de donkere, dreigende luchten. ’s Middags wordt het droog en laden we onze fietsen vol met boodschappen voor 3 dagen. We komen aan in onze Loft en het is een hele rustige plek. Ons balkon heeft uitzicht op zee en we kunnen heerlijk in de tuin zitten. Dat komt wel goed dit eerste lockdown weekend!

Op maandagochtend stappen we weer op de fiets. Heerlijk, wat kun je daar weer van genieten na 2 dagen rust. ‘Binnen zijn’ is iets wat we niet meer gewend zijn de afgelopen maanden. We leven al zo lang buiten, dan is dit echt weer wennen….

We fietsen dwars door grote stad Izmir en van daaruit verlaten we de kust en gaan we de binnenlanden weer in. Daar hebben we weer zin in, na al die weken langs de kust is het leuk om weer op het platteland te fietsen. Die afwisseling blijft erg mooi. Het nadeel van het verlaten van de kust is dat het weer minder wordt. Aan de kust bleef het overdag nog steeds zo’n beetje tussen de 18 en 20 graden, nu moeten we het doen met max. 10 graden in de middag. De ochtenden zijn erg koud dus we gaan goed aangekleed op pad. Alles wat we de afgelopen maanden niet hebben gebruikt komt onderuit onze tassen: thermoshirt, lange fietsbroek, fietsjas, muts en handschoenen. Maar als het zonnetje er ’s middags weer bij komt en wij weer aan het klimmen zijn, moet alles ook weer uit… We blijven ons aan- en uitkleden…..

De herfst is prachtig in de binnenlanden. We fietsen over kleine weggetjes door het authentieke Turkse platteland. We genieten van de mooie uitzichten over de glooiende velden, van de prachtige wijnranken in alle tinten goud en de vers omgeploegde akkers. Van de kleine gehuchtjes met leuke dorpspleintjes, waar de oude mannetjes hun cay drinken. Waar de plaatselijke bevolking ons staande houdt voor een gezamenlijke foto, het blijft steeds ons weer verbazen.

Naast mooie herfstdagen hebben we ook regenachtige dagen…. In de stromende regen staan we langs de kant van de weg als er een auto stopt. De meneer in de auto nodigt ons uit om 2 kilometer verderop te komen opwarmen in zijn apotheek. Wat een geweldig aanbod. We kunnen in deze tijd nergens naar binnen dus we nemen zijn aanbod graag aan! We worden verwend met heerlijke Turkse koffie en krijgen een mooi gesprek. We warmen letterlijk helemaal op! Na een foto in zijn mooie apotheek, krijgen we voor onderweg Turkse pide mee. Wat een verwennerij. Wat wordt zo’n regenachtige dag dan toch weer een mooie dag. We komen met een grote glimlach in Iznik aan.

Vanaf Iznik fietsen we naar Yalova. Daar gaan we met de ferry over naar Pendik. Nog een laatste 30 kilometer naar Kadikoy; gelegen in het Aziatische deel van Istanbul en daar springt onze teller op 17.000 kilometer. We zijn in Istanbul! 9,5 maand onderweg, de tijd is voorbij gevlogen. We kunnen ons niet voorstellen dat het al 18 december is. Maar nu is het tijd om van onze fiets te stappen en een plekje voor de winter te zoeken.

Maar eerst gaan we aankomend weekend genieten van Istanbul. We hadden gehoord/gelezen dat tijdens het lockdown-weekend de toeristen wel de straat op mogen dus zijn we gisteren met de trein naar de wijk Sultanahmet gegaan; in het Europese gedeelte van Istanbul. Het openbaar vervoer ligt tijdens het lockdown weekend niet stil dus we konden op pad. Maar de perrons waren leeg en verlaten. Hoe vreemd op een zaterdag….

Aangekomen in Sultanahmet, konden we in alle rust genieten van de Aya Sofya, Topkapi Paleis en de Blue Mosque. Er was een lekker zonnetje en wat is het dan heerlijk om alles te kunnen bewonderen. Helaas wordt de Blue Mosque gerestaureerd en konden we de wonderschone blauwe tegels binnen niet zien. Maar een super rustige Aya Sofya maakte alles weer goed. Wat een mooie dag!

Vandaag hebben we heerlijk rondgestruind door de kleine straatjes in onze leuke wijk Moda in Kadikoy. Langs alle muurschilderingen en kleine winkeltjes. Alles is gesloten, behalve de bakker en de groenteman, maar toch konden we de mooie sfeer voelen van deze populaire wijk.

Vanaf nu dus onze winterstop. We hopen dat we snel weer mooie reisverhalen kunnen plaatsen, want dat houdt in dat we weer op de fiets zitten! En daar worden wij erg gelukkig van….

Herkese Mutlu Noeller ve birbirimize bol sevgi dolu iyi ve sağlıklı bir 2021 diliyoruz!

Veel liefs van Minggoes & Jacoline

Bodrum, en nu?

Gisteren zijn we aangekomen in Bodrum, het eindpunt van onze kustroute door Turkije. Nadat we begin oktober hoorden dat we voorlopig onze reis niet konden vervolgen naar Iran of Georgie, hadden we een nieuwe route gemaakt. Een route langs de lange kustlijn van Turkije, eindigend in Bodrum.

Het is stil in Bodrum…. Afgelopen vrijdag heeft de Turkse regering de maatregelen verscherpt om het aantal besmettingen te beperken. En dat merken wij ook. Campings zijn gesloten en ook heel veel hostels/hotels hebben hun deuren gesloten. Het wordt voor ons lastiger om plekjes te vinden om te slapen.

Het was ons begin november gelukt om in Kemer een verblijfsvergunning/Ikamet te kunnen regelen voor 6 maanden. Het officiele boekje wordt nog naar ons toegestuurd en gaan we nog in Kemer ophalen maar we kunnen tot begin juni in Turkije blijven. Dat was wel reden voor een feestje voor ons. Het geeft een stukje rust nu we weten dat we hier voorlopig kunnen blijven om de situatie in de wereld af te wachten.

Maar we waren ook blij en gelukkig dat we weer op onze fiets konden stappen na 4 dagen Kemer om onze route langs te kust weer te kunnen vervolgen. En wat vinden we steeds weer mooie plekjes. In Demre bezoeken we eerst de ruines van Myra. Er zijn twee lyrische dodensteden (rotsgraven) uitgehakt in de kliffen. Prachtig om te zien. Ook het Romeinse theater ziet er nog mooi uit. Daarna naar een plekje voor de nacht: in een kleine baai naast een scheepswerf vinden we een heel relaxt klein plekje waar de turkse thee (en een biertje..) voor ons klaarstaan en we genieten van muziek van David Gray.

We trekken verder langs de kust, het is steeds maar klimmen en dalen met de mooiste uitzichten over zee. We komen langs Kas, ook al zo’n mooie plaats en fietsen vervolgens naar de Saklikentkloof. De Saklikentkloof is de op een na grootste kloof van Europa, de langste en diepste van Turkije. Daar willen we graag gaan wandelen. Bij aankomst is de camping gesloten, we merken dat het seizoen er langzamerhand op zit, steeds meer campings zijn gesloten. Maar ook hier worden we weer verrast door de Turkse gastvrijhed; we mogen onze tent op een mooi plekje op het terrein bij de ingang van de kloof neerzetten. Altijd als we wat vragen is het: no problem, no problem…. Prachtig, wat een geweldige instelling hebben deze mensen toch.

De volgende ochtend, gelijk na openingstijd, gaan we de kloof in. Er is niemand, we zijn met zijn tweetjes. We klimmen en klauteren door de kloof. Normaliter stroomt het water flink door de kloof maar in deze tijd is de waterstand laag. In het voorjaar is het niet mogelijk omdat het smeltwater uit de bergen door de kloof stroomt en het waterpeil vele malen hoger is. Het is een spectaculair natuurwonder.

In Sanliurfa hadden we een stel ontmoet en ze gaven ons een tip: Als je op zoek bent naar een geweldige plek om te verblijven, ga dan naar Kabak Beach. Het paradijs van Turkije, een verborgen juweeltje. We zagen op de kaart dat het niet eenvoudig was om daar per fiets te komen maar we wilden het toch gaan proberen, het klonk zo goed! Een groot deel van de Turkse kust rond Alanya en Antalya staat volgebouwd met mega grote hotels. We hadden dat allebei nog nooit gezien en keken onze ogen uit. Hier zitten dus de all-inclusive toeristen…

Maar gelukkig zijn er ook nog steeds zovele prachtige, rustige plekjes en daar gingen we nu naar toe: Kabak Beach. Het werd een zware maar tevens geweldige fietsdag. Aan het einde van de middag kwamen we moe maar gelukkig aan bij Christiania’s House. Hij verhuurt er 3 super knusse huisjes. Alles erop en eraan maar ook puur en simpel. Precies zoals het past in de omgeving. We zijn 3 dagen gebleven, hebben genoten van de geweldige baai, de prachtige wandelingen en ons gezellige balkon met prachtige uitzicht. Je waant je echt in het paradijs!

Het was moeilijk om het paradijs te verlaten, ook omdat we wisten dat we de zware klim nogmaals moesten maken maar ook vanuit de andere kant was het wederom fantastisch fietsen. Na een heerlijke lange daling kwamen we in Fethiye.

We merken dat het langzamerhand ook in Turkije herfst wordt. Overdag is het nog steeds rond de 20 graden maar de avonden en ochtenden worden best koud. We halen onze donsjacks en mutsen onderuit onze tassen en genieten ’s avonds heerlijk ingepakt bij onze tent van ons eigen gekookt potje. Ook ’s ochtends starten we later, de dagen worden korter en daardoor ook onze fietsdagen. Maar zolang het op deze manier nog lukt, kunnen we nog blijven kamperen. Straks zullen we misschien iets anders moeten verzinnen.

We fietsen via een prachtig groen schiereiland naar Datca. Een weg waar je voldoende water en eten moet meenemen, omdat we onderweg alleen kunnen genieten van de mooie natuur. Wat een mooie heuvels, wat een groen. Datca vinden we erg leuk, het heeft een mooie sfeer met een leuke haven. Echt een gezellige plek met veel Turkse gezelligheid en gastvrijheid. We zitten midden in de plaats in een hostel en kunnen vanaf ons balkon genieten van de gezelligheid op straat. Er is ook een prachig oud gedeelte, we wandelen naar Eski Datca en genieten van de prachtige oude pandjes en geweldige straatjes.

We zien dat er de komende 2 dagen regen wordt voorspelt, en dat blijkt echt te kloppen. Na al die maanden komen onze regenspullen weer uit de tas en fietsen we in de regen terug naar het beginpunt van het schiereiland. Nat en koud komen we aan het einde van de middag aan in Marmaris. Dat is echt wennen voor ons, maar na een heerlijke warme douche zijn we weer lekker warm. We beseffen nog maar eens des te meer hoe verwend we de afgelopen maanden zijn….

Gelukkig schijnt de volgende dag het zonnetje alweer heerlijk. Wat een verschil met gisteren. We gaan op bezoek bij fietsenwinkel Safari Bisiklet. De eigenaar van deze winkel is ook een echte langeafstandsfietser en is van Turkije naar Zuid-Afrika gefietst. We horen zijn mooie verhalen en zien de prachtige foto’s van Afrika. Wat een warmte en vrijgevigheid bij deze lieve mensen. Hij is tijdens zijn reis vaak geholpen door mensen en nu wil hij graag wat terug doen. Wat een mooie levenshouding! Wij hopen dat als we ooit terugkeren naar Nederland, we deze menselijke vriendelijkheid ook kunnen betonen. Dat we een deel van de Turkse waarden mee naar huis kunnen nemen.

Het laatste stuk van onze route loopt via een mooie kleine weg naar Bodrum. Het zijn 100 prachtige kilometers. Alles klopt: het weer, de weg, de geweldige uitzichten over zee, de indrukwekkende rotswanden waar we tegenaan kijken, het klimmen en dalen. Echt dagen dat we nog maar eens goed beseffen hoe ongelofelijk bijzonder het is om dagelijks, onder deze omstandigheden, op de fiets te mogen zitten.

En nu zijn we in Bodrum, het eindpunt van onze kustroute. De omstandigheden zijn sinds afgelopen vrijdag gewijzigd; hotels en campings veelal gesloten en de winter langzaam in aantocht. En de wetenschap dat zodra we het binnenland in gaan, het weer gelijk stukken minder wordt.

Bodrum; een plek waar we wederom gaan overdenken hoe we onze reis gaan voortzetten. Na bijna 5.000 kilometer dwars door Turkije zijn we eigenlijk bij het begin punt van onze oorspronkelijke geplande reis door Turkije.

Hoe gaan we de winter doorkomen? Gaan we een huisje huren voor een bepaalde tijd? Gaan we een auto huren en daarmee door het land trekken? Dat is iets om goed over na te denken in ons leuke hostel.

15.000 kilometer op de teller!

2 Maart vertrokken we, uitgezwaaid door familie en vrienden, uit Barneveld. 2 November, precies 8 maanden later, staat onze teller op 15.000 kilometer! Wat hebben we geweldige kilometers gemaakt; zoveel gezien en zoveel beleefd. Maanden met een brede lach en soms ook met een kleine traan…. De brede lach om al het mooi’s onderweg: onze prachtige planeet met de geweldige natuur, zoveel lieve mensen met bijzondere gesprekken, zoveel indrukwekkende cultuur, die we steeds in alle rust konden bekijken. Maar soms ook met een beetje weemoed en een kleine traan omdat we na 8 maanden ‘nog maar’ in Turkije zijn. India, Nepal dat waren na 15.000 kilometer onze plannen en dromen: De Pamir, de Karakoram Highway, Spiti valley. We hadden de visa zelfs al in onze pocket…. Maar het werden 8 totaal andere maanden. Maanden van aanpassen en veranderingen in de wereld. Een leerschool van loslaten en niet teveel willen plannen.

Maar het zijn 8 bijzondere maanden geworden die in ons hart verankerd liggen en ons heeft doen beseffen dat het leven op de fiets, ons simpele bestaan, de grootste rijkdom met zich meebrengt!

Terug aan de kust. Het eerste gedeelte van onze reis langs de kust is vlak. 90 kilometer vlak fietsen, het voelt een beetje vreemd en zelfs Nederlands aan… Dat hebben we hier nog niet gehad maar het kan dus wel! De wegen worden druk. We ontwijken grote stad Adana maar hebben gezien dat er in Mersin een Decathlon is en daar willen we graag wat inkopen doen. Onze shirtjes zijn, na intensensief gebruik, toe aan verversing! Helaas houdt dat ook in dat we de drukke stad in moeten. Maar we sluiten iedere dag weer prachtig af aan zee. Hier is de kustlijn nog echt Turks. Lekker rommelig en geen buitenlandse toeristen. Mooie plekjes op het strand om onze tent neer te zetten. Genieten van zonsopkomst en zonsondergang, van de prachtige sterrenhemel. Genieten van enkele Turkse mensen die er ook verblijven en die ons bij aankomst een bordje eten komen aanbieden. Meer hebben we niet nodig….

Na een aantal dagen komen de bergen weer terug. De kustlijn wordt grillig, prachtige ruige rosten met geweldige uitzichten over zee. We gaan weer klimmen: op- en af. Van zeeniveau naar 500mtr, terug naar zee en weer omhoog naar 600 mtr.

We komen in de bananenstreek. Aan alle kanten zien we bananen. Hoog op de bergen maar ook hele dorpen worden vol gebouwd met kassen waar bananen in worden verbouwd. Vlak naast de huizen, overal waar plek is, worden kassen neergezet. Heel bijzonder, dat zou in Nederland onmogelijk zijn. De buurman bouwt een kas 1 meter naast je huis…. De bomen die niet in de kas staan, worden helaas volgehangen met plasticzakken om de bananen te beschermen. Maar dat plastic verdwijnt weer in de natuur, plastic waar Turkije vol mee ligt… Het doet pijn aan je hart, wat vervuilen we onze mooie planeet toch!

Tijdens onze klim ontmoeten we Ramazan. Een Turkse schoenpoetser op de fiets uit Anamur. Hij is van Anamur naar Istanbul gefietst en was nu weer op de terugweg naar Anamur. Een fiets helemaal volbeladen met allerlei bagage: zijn schoenpoets benodigheden, dekens, kleding en een grote, zware gastank en gaspit voor natuurlijk Turkse thee. De versnellingen en rem van zijn simpele fiets werkten niet. Bergafwaarts remde hij met zijn schoenzolen, die helemaal doorgesleten waren, en bergop moest hij lopen.

We werden uitgenodigd voor een cay, op zijn uitgerolde kleedje, langs de kant van de weg. Hij sprak een paar woorden Engels maar met handen en voeten konden we prima met elkaar communiceren. Mountain, mountain, mountain… dat herhaalde hij steeds. Het hield niet op zie hij: op- en af, op- en af…. Een bijzondere ontmoeting met een prachtig mens! We beseften ons weer hoe goed wij het hebben met onze mooie, stevige fietsen!

We komen aan in het drukke, toeristische gedeelte van de Turkse kustlijn. Alanya, Antalya en andere bekende plaatsen. Welkom terug in de westerse wereld. Dat is even wennen: stranden met mensen in zwembroeken en bikini’s. Het is niet druk op de stranden maar voor ons is het na al die weken van fietsen in enorme wijdsheid en leegte, echt even wennen. De drukte en geluiden van de grote stad doen pijn aan je oren.

Maar we zijn niet voor niets in Alanya. We hadden het idee om begin december, als we Turkije na 90 dagen moeten verlaten, weer terug te gaan naar Griekenland om daar de winter door te brengen. Helaas is dat op dit moment niet mogelijk. Griekenland heeft de landsgrenzen voor Turkije gesloten. Er varen ook geen ferry’s en er wordt niet gevlogen. We moesten dus wat anders bedenken om onze reis straks te kunnen vervolgen. We hebben gehoord dat het mogelijk is om in Turkije een korte verblijfsvergunnnig aan te vragen. Dat kan in Alanya en dat gaan we daar uitzoeken. We gaan naar de gemeente afdeling ‘Goc Idaresi’ voor informatie. Het blijkt een heel traject. Er komen door de Covid, in alleen Alanya, iedere dag 100 aanvragen binnen… Het lukt niet om een afspraak te maken, alle afspraken zitten vol. Het lukt wel om 180 kilometer vederop in Kemer een afspraak te maken. We fietsen van Alanya naar Kemer en gisteren hadden we de afspraak in Kemer. Er zijn allerlei regels waar we aan moeten voldoen dus aan ons de taak om dat te gaan regelen. We hebben een goedkoop hotelletje kunnen vinden waar we nu gaan proberen om ons verblijf in Turkije met 6 maanden te mogen verlengen.

Want we hopen nog steeds dat we onze prachtige reis kunnen vervolgen en blijven dromen……